U bent hier

De heer Danen heeft het woord.

Over de toestand van de everzwijnen zijn de voorbije weken en maanden al een aantal vragen gesteld. Het is een gegeven dat de populatie toeneemt. Vandaag bleek dat het aantal ongevallen met auto’s verviervoudigd is in een paar jaar tijd. Dat probleem deint verder uit. Hoe gaan we dat aanpakken?

Mijn vraag gaat over een specifiekere kwestie: de everzwijnen die in het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) werden afgemaakt. Deze zaak heeft de gemoederen twee weken geleden toch wel heel erg doen oplaaien.

Het ANB heeft op maandag 10 december zeven tamme everzwijnen in hun kooi afgemaakt in het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek. Het Natuurhulpcentrum had deze dieren een maand eerder gevangen in het centrum van Lommel en sindsdien verbleven zij in het opvangcentrum waar hun gezondheid opgevolgd werd door een dierenarts. Het Natuurhulpcentrum had met het Dierenpark van Vleteren al een nieuwe locatie gevonden voor deze dieren.

Ik heb daarbij de volgende vragen. Het Natuurhulpcentrum beweert dat deze drastische ingreep door het ANB zonder overleg is gebeurd, terwijl het ANB dan weer zegt dat er wel overleg is geweest. Welk verhaal klopt? Is er voorafgaandelijk aan deze actie een overleg geweest tussen het Natuurhulpcentrum en het Agentschap?

Het Natuurhulpcentrum werd gedwongen om de dieren, die er al exact één maand verbleven, om veiligheidsredenen af te staan. Wat waren dan de veiligheidsredenen en waarom heeft het een maand geduurd om deze veiligheidsredenen af te dwingen?

Het ANB benadrukt ook dat het afmaken van deze everzwijnen een weloverwogen beslissing was, maar dat het de enige verantwoorde beslissing was. Wat waren dan de overwegingen om tot deze beslissing te komen?

De tamme everzwijnen werden doodgeschoten in hun kooi. Is dit de gangbare manier om dergelijke dieren te euthanaseren? Zijn er geen zachtere technieken die toegepast kunnen worden, als het dan al nodig is?

Het transport van gekweekte everzwijnen is vergunningsplichtig. Het uitzetten van gekweekte everzwijnen is een inbreuk op het Jachtdecreet. Wie deze tamme everzwijnen in Lommel heeft uitgezet, heeft minstens een aantal wetgevingen genegeerd. Werd hiervoor een proces-verbaal opgemaakt en werd de opdracht gegeven om de dader te achterhalen?

De afgemaakte everzwijnen zouden nog gecontroleerd worden op ziektes. Is dit ondertussen gebeurd en wat was het resultaat ervan? Waren deze everzwijnen besmet met de gevreesde Afrikaanse varkenspest?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Danen, ik heb zelf informatie opgevraagd bij het ANB, aangezien dit tot de dagelijkse praktijk behoort en niet echt om een beleid gaat. Het ANB meldt mij dat het Natuurhulpcentrum wel degelijk op verschillende momenten rechtstreeks en onrechtstreeks betrokken is geweest in het traject. Tussen het moment van de vangst van de everzwijnen in Lommel op 9 november en begin december is er meermaals overlegd tussen het ANB en de gemeentelijke politie van Lommel. De politie heeft van het ANB een vergunning gekregen om de dieren te vangen en te doden. Zoals gebruikelijk bij jachtdaden werd gevraagd om onderkaken en DNA-stalen van de dieren te ontvangen. De vraag van het ANB werd door de gemeentelijke politie doorgestuurd naar het Natuurhulpcentrum, dat liet weten een oplossing te zoeken voor permanente plaatsing van de dieren.

Op 3 december liet het Natuurhulpcentrum via e-mail aan het ANB weten dat zij de dieren wilden plaatsen in De Zonnegloed, een dierenopvangcentrum in Oostvleteren. Het ANB heeft op dat moment geoordeeld dat, gezien de verhoogde waakzaamheid in het kader van de Afrikaanse varkenspest, transport van everzwijnen naar een streek met een hoge concentratie aan varkenshouderijen helemaal niet raadzaam was. Tegelijk was heruitzetting geen optie, een standpunt dat het Natuurhulpcentrum trouwens ook bijtrad. Er is ook een sterk vermoeden van illegale uitzetting van deze dieren. Omwille van deze argumenten besloot het ANB over te gaan tot inbeslagname van die dieren.

Uit het gedrag van de dieren bleek al snel dat het om tamme dieren gaat. Ze lieten zich benaderen en kwamen uit de hand eten. Het Natuurhulpcentrum gaf bovendien aan dat de dieren gaatjes in de oren hadden, wat wijst op een vroeger oormerk. De kans is dus zeer groot dat het om illegaal uitgezette dieren gaat. Dit alleen al creëert voldoende rechtsgrond om de dieren in beslag te nemen. Gezien de context van de Afrikaanse varkenspest en ook ruimer, de groeiende populatie van everzwijnen in Limburg, was heruitzetting of herlokalisatie geen optie.

Het ANB was zich bewust van de diverse maatschappelijke gevoeligheden. Enerzijds is er de context van de verhoogde waakzaamheid in het kader van de Afrikaanse varkenspest, waarbij hoge normen inzake bioveiligheid gelden. Anderzijds is er de zorg voor het dierenwelzijn en het begrijpelijke initiatief van het Natuurhulpcentrum. Dat zijn geen gemakkelijke situaties. 

Het ANB stelt vast dat de actie op het terrein niet verlopen is volgens de intern gemaakte afspraken en procedures. Er is dan ook – laat het ANB mij weten – een intern onderzoek ingesteld om dit grondig uit te klaren en er de gepaste maatregelen aan te verbinden.

Indien het ANB nog nieuwe informatie kan vergaren over de dieren zelf of wat er precies is gebeurd bij de illegale uitzetting, zal het daar zeker ook een proces-verbaal van opmaken.

Een dierenarts heeft ondertussen de nodige stalen genomen. Er zijn nog geen resultaten van bekend.

Het klopt dus niet dat er geen overleg is geweest of dat men niemand, ook niet het Natuurhulpcentrum, erbij had betrokken. Dat de actie op het terrein niet verlopen is volgens de interne procedure, is wel een zaak waarnaar dus een intern onderzoek loopt.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, eigenlijk zegt u dat het wel volgens de gangbare procedures was dat de dieren afgemaakt zouden worden. Kunt u dan eens schetsen hoe zo’n beslissingsproces verloopt? Wie beslist daarover? Wie is daarbij betrokken? Ik vind dat wel een belangrijke zaak, vooral omdat we allicht nog vaker dit soort gevallen zullen krijgen.

Ik hoor u ook zeggen dat de manier waarop het verlopen is, niet helemaal is zoals het hoort. Dat is goed om te horen – voor alle duidelijkheid, ik ben daar niet blij om – maar het is goed dat dat soort zaken toch onderzocht worden. Ik denk dat we het draagvlak voor hetgeen ANB doet, niet enkel op dit terrein maar op diverse terreinen, zo groot mogelijk moeten houden. Als er dan van dat soort calamiteiten gebeuren, moeten we er wel voor zorgen dat het inderdaad wordt onderzocht en dat de verantwoordelijken ook gepast op hun verantwoordelijkheid worden gewezen.

Ik wou ook nog vragen of er u nog andere gevallen bekend zijn van everzwijnen die ergens vastzitten en die mogelijk hetzelfde lot zullen ondergaan als de dieren waarvan sprake was.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega’s, ik zou eerst mijn appreciatie willen uitspreken voor de mensen van het Natuurhulpcentrum en de mensen van het ANB, want uiteindelijk zijn die wel de problemen aan het opkuisen die op een misdadige manier – en ik zeg dus letterlijk ‘misdadig’ – tot stand zijn gekomen. Het is niet vanzelfsprekend voor een natuurhulpcentrum om op dat moment alweer meteen klaar te staan om die dieren op te vangen. Aan de andere kant lijkt het me voor het agentschap ook niet vanzelfsprekend om zomaar mee te gaan in welke oplossing dan ook op het moment dat de hele professionele varkenshouderij in Vlaanderen met de bibber op het lijf zit voor de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest, die ook een enorme economische schade met zich zou meebrengen. Minister, ik ben blij het volgende van u te horen. Of misschien is dat ‘blij’ verkeerd uitgedrukt. Ik begrijp alleszins van u dat het afmaken van die dieren ter plaatse niet conform de regelgeving is gebeurd, want daar heb ik me zelf ook wel even vragen bij gesteld toen ik las op welke manier dat is gebeurd. Ik denk niet dat dat in 2018 nog op die manier moet gebeuren. Ik ga er dan ook van uit dat daar gepast gevolg aan zal worden gegeven.

Mijn grote bekommernis in dit verhaal is natuurlijk wel het volgende. We moeten op dit moment allemaal samen vaststellen dat het probleem van de wilde zwijnen gigantisch aan het toenemen is. Ik heb begin deze week alle cijfers van de politiezones over ongevallen met everzwijnen in Limburg opgelijst, en dat was het viervoudige van wat het drie jaar geleden was. Dan hebben we het, echt waar, alleen nog maar over de geregistreerde ongevallen. Daar zitten geen ongevallen bij van mensen die alleen stoffelijke schade hadden en vonden dat, aangezien ze toch geen omniumverzekering hebben, het geen zin had om die aan te geven. Politie-inspecteurs zijn me ook komen zeggen dat ze er zeker van zijn dat er ook al dodelijke ongevallen met everzwijnen zijn gebeurd omdat automobilisten ’s nachts zijn uitgeweken. Die gevallen zitten daar ook niet bij. Als een automobilist in bosrijk gebied ’s nachts op een boom knalt, dan blijft dat everzwijn echt niet wachten om te zeggen dat het de weg is overgestoken. Dit is een serieuze bedreiging voor onze verkeersveiligheid. Hier, maar ook in de commissie Openbare Werken, blijf ik herhalen dat we actie zullen moeten ondernemen om onze wegen te beveiligen in die bosrijke gebieden. Het is dan natuurlijk toch wel hemeltergend dat op een moment dat de faunabeheerszones zijn opgericht, dat – collega Sanctorum, u zult het niet graag horen – de bejaging wordt uitgebreid om die dieren te bestrijden, en dat 44 gemeentebesturen in Limburg samenzitten om te bekijken hoe men dat probleem zal aanpakken, er nog mensen zijn die die dieren uitzetten in het wild. Dit is niets anders dan misdadig gedrag. Minister, ik vraag me ook af of daar werk van kan worden gemaakt, of er in de handhaving aandacht kan worden besteed aan het opsporen van dergelijke illegale kwekerijen, zodat hier kan worden opgetreden. Dit is immers misdadig: ik herhaal het nogmaals.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Collega Ceyssens, ik ben het met u eens wat dat laatste betreft. Over de aanpak zullen we wel van mening verschillen. De beveiliging van wegen moet inderdaad prioritair gebeuren. De vraag is alleen hoe we dat gaan doen. Zolang we aanvaarden dat er everzwijnen leven in Vlaanderen, zal er een risico op ongevallen blijven bestaan. Is de oplossing dan het afschieten van everzwijnen, of gaat het dan veeleer over het effectief beveiligen van wegen, wat je dan letterlijk mag nemen? Maar goed, dat is nog een ander debat.

Minister, wat de kwestie in het natuurhulpcentrum betreft: ik had de vraag eigenlijk rechtstreeks gesteld aan het ANB, maar nog geen antwoord ontvangen. Ik ben dus blij dat ik nu het antwoord heb gehoord. Ik begin eerlijk gezegd steeds meer de indruk te krijgen dat de Afrikaanse varkenspest als een excuus wordt gebruikt om everzwijnen af te schieten of af te maken. Mijn stelling is: je doodt dieren niet zomaar. Dat is ook de basis van de Dierenwelzijnswet, trouwens. Je doodt dieren niet zomaar, en als er veiligheidsredenen zijn waardoor dieren toch moeten worden gedood, dan moeten die redenen ook wel duidelijk aantoonbaar zijn. Als er everzwijnen geïnfecteerd zijn of als er een groot risico is dat ze geïnfecteerd zijn, dan kan dat uiteraard verdedigbaar zijn, maar in dit geval lijkt dat argument me toch wel bijzonder zwak.

Minister, ik ben eigenlijk wel heel benieuwd omdat u daarnet zei dat de procedure niet correct is verlopen. Ik probeer gewoon te snappen op welke manier ze niet correct is verlopen. Gaat het dan over de beslissing om die dieren te doden? Is het daarover dat het intern onderzoek wordt gevoerd? Of gaat het over een andere fase in de administratieve procedure? Is er ergens niet tijdig verwittigd of zo? Ik wil de zwaarwichtigheid van het mislopen van die procedure wat kunnen inschatten.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Collega Ceyssens, ik denk dat we het allemaal eens zijn: dit soort praktijken van illegale uitzetting is misdadig. Ik denk dat daar geen ander woord voor bestaat. Ik ben ook gechoqueerd door de bijzonder brute manier waarop is opgetreden. Minister, u hebt daarop geantwoord.

Ik heb nog een klein vraagje. In de communicatie die we ook op de website van het ANB vinden, wordt gezegd dat het transport naar een zone waar varkenshouderij intens aanwezig is niet raadzaam is. Dat ‘niet raadzaam’ is juridisch een heel flou begrip. Als ik uw redenering goed heb gevolgd, was opnieuw uitzetten dat uiteraard ook niet, en was de reactie daarop dat euthanaseren de gepaste maatregel was. De precieze draagwijde van ‘niet raadzaam’ houdt voor mij veeleer in dat dit onder bepaalde omstandigheden wellicht wel, wellicht later, zou kunnen – als men dat voldoende kan beveiligen en als men de aanwezigheid van varkenspest in die dieren kan uitsluiten door onderzoek. De reikwijdte van ‘niet raadzaam’ is me wat onduidelijk.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik wil nog bij twee facetten aansluiten. Wat collega Sanctorum zegt, is volgens mij juist. Er is een soort van heksenjacht aan de gang, meer zelfs, er is een soort van permissiviteit die ontstaat om everzwijnen af te knallen in Vlaanderen. In Wallonië trouwens, wat dat betreft is het daar misschien nog bruter dan bij ons, misschien net omdat de haard van die varkenspest zich daar bevond. Niettemin mogen we die problemen ook niet ontkennen. Ik denk dat de drieledigheid, die ook door andere organisaties wordt genoemd, namelijk preventie, het nemen van veiligheidsmaatregelen en eventueel afschot, gerespecteerd moet worden. Wat we nu overal lezen, is een soort van vrijbrief. Vergeet niet dat niet-georganiseerde jacht, of niet goed georganiseerde jacht op everzwijnen, alleen leidt tot een vergroting van hun leefgebied en tot een nog snellere uitbreiding van de populatie. Dat moeten we niet promoten. Daar moeten we even bij stilstaan.

Ik lees ook in landbouwtijdschriften en nieuwsbrieven de laatste tijd zeer verontrustende oproepen om zeg maar bijna het hele bestand af te knallen. Als we nu een stukje herstel krijgen van soorten in Vlaanderen, zou ik het heel erg betreuren als we daar op die manier mee omgaan.

Los van dit dossier wil ik er nog even het volgende over zeggen. Als het niet bewezen is dat die dieren varkenspest hebben, of een virus, dan vind ik het verhaaltje dat het niet raadzaam is om dieren over die afstand te vervoeren, totaal ongeldig. Wij vervoeren in Vlaanderen alleen al 12 miljoen dieren per jaar van de boerderij naar het slachthuis. Is dat dan ook niet meer raadzaam? Qua cynisme kan dat tellen.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, ik wil nogmaals heel uitdrukkelijk herhalen dat in dergelijke zaken het beleid, de minister, helemaal niet tussenkomt. Dat is een pure operationalisering op het terrein van het Agentschap voor Natuur en Bos. Er is geen enkele instructie of beslissing in die zin genomen. Dat is iets dat tot de volle verantwoordelijkheid van het agentschap behoort, waar wij helemaal niet in tussengekomen zijn. Dus op de vragen over hoe die afweging precies gebeurd is en het transport, heb ik de informatie gegeven die ik van het Agentschap voor Natuur en Bos heb gekregen. Ik kan daar niet meer details over geven. Ik zal de vraag over de verplaatsingen en dergelijke nog stellen. Het is wel zo dat in het kader, algemeen, van de Afrikaanse varkenspest, er vanuit de federale overheid wel een aantal richtlijnen meegegeven zijn om onnodige transporten niet uit te voeren en dergelijke. Ik zal de details daarover bezorgen.

Wat bedoel ik met te zeggen dat de procedure niet gevolgd is zoals ze was afgesproken? Als ik goed geïnformeerd ben – want nogmaals: ik ben daar helemaal niet bij betrokken – was het de bedoeling om de dieren te vangen en te euthanaseren, maar heeft men dus zonder overleg gewoon op een brute manier de dieren ter plaatse afgemaakt met een vuurwapen, wat helemaal niet de bedoeling was en ook niet wat binnen het Agentschap voor Natuur en Bos was afgesproken. Dat is de informatie waarover ik beschik. Men zou binnen het agentschap maatregelen treffen om daartegen op te treden.

Een andere zaak is de illegale uitzet. Dat is inderdaad crimineel. Daar wordt ook binnen de programmatische handhaving aandacht aan besteed, om de pakkans te vergroten en zeker op zoek te gaan naar die illegale kwekerijen. Veel daarvan bevinden zich, vrees ik, echter niet op ons grondgebied maar eerder in het Waalse Gewest, waar we niet direct aan kunnen. Dit vraagt dus ook een algemene federale aanpak. Er werd daarnet al verwezen naar de federale milieu-inspectie, die er vroeger was. Dat zijn zaken die over de gewestgrenzen heen, en waarschijnlijk ook federaal, goed opgevolgd moeten worden.

De heer Danen heeft het woord.

Het is een thematiek met heel wat aspecten. Nogmaals, ik ben blij om te horen – al klinkt dat wat wrang – dat de gevolgde procedure niet verlopen is zoals het hoort. Ik ben dus ook benieuwd naar de gevolgen ervan. Ik ben er ook van overtuigd dat de meeste mensen bij het ANB en bij het Natuurhulpcentrum mensen van goede wil zijn die het beste voor hebben met onze fauna en flora. Ik wil daar ook mijn appreciatie uitspreken. Ik denk dat we ook vooral preventief moeten werken, met zoals collega Ceyssens al zei, ecoducten, wildroosters, elektrische bedrading, vangkooien. Misschien zijn er nog wel andere procedures. Ik denk dat het in dat kader belangrijk is dat we ook samenwerken op Europees vlak, niet alleen met Wallonië en onze buurlanden maar ook met de landen daarbuiten. Het probleem bevindt zich namelijk bijlange niet alleen op Vlaams grondgebied. Op die manier hoop ik dat we tot andere en betere oplossingen komen. Want als we natuurlijk alle dieren moeten afschieten om de zaak onder controle te houden, dan moeten we wel erg veel dieren afschieten. Ik denk niet dat iemand daarvoor pleit. Ik pleit dus voor een gecoördineerde aanpak, ook op Europees niveau, om de violen gelijk te stemmen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.