U bent hier

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

In verschillende Vlaamse gemeenten kan afval van bedrijven mee aangeboden worden voor de gemeentelijke ophaalronde. Dit ‘vergelijkbaar bedrijfsafval’ is afval van bedrijven dat inzake aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. De hoeveelheid restafval die mag worden opgehaald in de gemeentelijke ronde, is begrensd op drie zakken van 60 liter of een container van 22,5 kilo per tweewekelijkse ophaling.

Gelijkaardig bedrijfsafval, waarbij het gaat over grotere hoeveelheden afval, wordt normaal opgehaald door private firma’s, maar kan toch worden opgehaald door lokale overheden en intercommunales. Het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dat in 2016 goedgekeurd werd door de Vlaamse Regering, bepaalt dat lokale besturen die uitzonderlijk gelijkaardige bedrijfsafvalstoffen willen inzamelen, daarbij de werkelijke kost van deze inzameling en verwerking volledig moeten doorrekenen.

Bovendien moet voor de inzameling van gelijkaardig bedrijfsafval door een intercommunale ook een aparte bedrijfsentiteit worden opgericht. Voor de verwerking moet een aparte boekhouding toelaten om dit te controleren, of moet een aparte bedrijfsentiteit worden opgericht. Wanneer een aparte boekhouding wordt gehanteerd, oefent de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) daar toezicht op uit en rapporteert ze daar jaarlijks over aan de Vlaamse Regering. Gelijkaardig bedrijfsrestafval mag alleen in dezelfde ronde als het huishoudelijk restafval worden ingezameld als de registratie gebeurt via een gewichts-diftarsysteem (gedifferentieerde tarieven). In andere gevallen moet het gelijkaardig bedrijfsrestafval in een aparte ronde worden ingezameld, om een correcte registratie toe te laten.

Minister, het uitvoeringsplan dateert van 2016. Hebben alle lokale ophalers die gelijkaardig bedrijfsafval ophalen intussen een aparte bedrijfsentiteit opgericht? Zo niet, welke intercommunales hinken achterop, en hoe komt het dat zij nog niet voldoen aan deze reglementering? Welke acties ondernam de OVAM intussen om die lokale ophalers te doen conformeren? De OVAM oefent de controle uit op de aparte boekhouding die intercommunales moeten aanleggen als ze gelijkaardig bedrijfsafval willen ophalen. Wat waren de voornaamste bevindingen ter zake in de meeste recente rapportering hierover aan de Vlaamse Regering? Worden er op regelmatige basis controles uitgevoerd op die hoeveelheid afval die wordt aangeboden als vergelijkbaar bedrijfsafval? Zo ja, zijn er veel gevallen waarin de hoeveelheden te groot zijn en men eigenlijk zou moeten spreken van gelijkaardig bedrijfsafval? Zo neen, bent u van plan daar in de toekomst controles op te laten uitvoeren door de OVAM?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Wouters, welkom in deze commissie. Ik heb vorige week uw eerste actuele vraag moeten missen, waarvoor mijn excuses, maar er was de klimaatconferentie, en daarom heb ik me moeten laten vervangen door mijn collega. Ik ben dus blij dat ik hier uw eerste vraag kan beantwoorden.

U weet dat de verwerking van het gelijkaardig bedrijfsafval in het uitvoeringsplan is opgenomen. De bedoeling is om een gelijk speelveld te creëren tussen de privaatrechtelijke bedrijven en de lokale overheden. We willen verzekeren dat er geen kruissubsidiëringen optreden tussen de inzameling en de verwerking van dat huishoudelijk afval aan de ene kant en van het bedrijfsafval aan de andere kant.

Sinds de goedkeuring van het uitvoeringsplan heeft de OVAM een werkgroep opgericht met een aantal intercommunales die gelijkaardig bedrijfsafval inzamelen. Er is een expertiseopdracht uitgeschreven. Onderzoek door die expert heeft uitgewezen dat de oprichting van een aparte entiteit niet per definitie zekerheid biedt omtrent het voorkomen van kruissubsidiëring. Ook over twee entiteiten heen blijft dat risico bestaan. Daarom is gezocht naar een manier om de boekhouding van de intercommunales toch te kunnen controleren. Er is een sjabloon opgemaakt dat de intercommunales die bedrijfsafval inzamelen of verwerken, moeten invullen op basis van hun boekhouding. Uitgaande van die informatie kan worden gecontroleerd of er sprake is van kruissubsidiering tussen activiteiten inzake huishoudelijk afval en bedrijfsafval. In de zomer van 2018 is bij een aantal intercommunales een testfase opgezet om na te gaan of het op basis van de vragen in het sjabloon duidelijk is welke informatie moet worden aangeleverd en of die informatie op een correcte manier kan worden gegenereerd. De informatie uit die ingevulde sjablonen wordt nu verwerkt en het sjabloon wordt aangepast aan eventuele onduidelijkheden. Volgend jaar zal aan alle intercommunales die gelijkaardig bedrijfsafval inzamelen worden gevraagd de informatie via het sjabloon aan te leveren. De OVAM zal uiteraard controleren of dat aangeleverde materiaal correct is.

In de vorige planperiode konden de gemeenten het vergelijkbaar bedrijfsafval dat ze inzamelden, afhouden van hun cijfers inzake huishoudelijk afval. Het nieuwe uitvoeringsplan staat dat niet langer toe. Daardoor bevatten de cijfers qua huishoudelijk afval naast het huishoudelijk deel nu ook het vergelijkbaar bedrijfsafval. De gemeenten die dat inzamelen, zien dat dus terug in hun restafvalcijfers. Het behalen van de doelstelling inzake de maximale hoeveelheid restafval wordt dus bemoeilijkt. Dat zorgt voor zelfregulering bij gemeenten, om de grenzen omtrent het vergelijkbaar bedrijfsafval te respecteren.

Daarnaast zet de OVAM sterk in op visitaties bij gemeenten die nog de grootste stappen moeten zetten om hun doelstellingen te behalen. In de periode 2017-2018 heeft de OVAM 37 gemeenten begeleid, hetzij via de intercommunale, hetzij individueel. Bij die visitaties wordt steeds ingegaan op de grenzen inzake het vergelijkbaar bedrijfsafval, op de impact ervan op de doelstellingen en de verplichtingen omtrent de inzameling van het gelijkaardig bedrijfsafval. Een aantal intercommunales bouwen hun werking inzake de inzameling van dat bedrijfsafval ook daadwerkelijk af. Daarnaast blijkt uit de cijfers dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval sterker is gedaald, terwijl het bedrijfsrestafval stijgt. Een van de verklaringen kan zijn dat gemeenten minder gelijkaardig bedrijfsafval inzamelen en dat er dus meer met privéophalers wordt gewerkt.

Collega Wouters, ik hoop dus dat een stuk van uw bezorgdheid is weggenomen.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Elke Wouters (N-VA)

Eigenlijk nog niet helemaal, minister, mijn excuses. Alvast bedankt voor uw antwoord, maar ik blijf een beetje op mijn honger: hoeveel intercommunales werken nu wel of niet met een aparte bedrijfsentiteit of een aparte boekhouding, zoals inderdaad in dat afvalstoffenplan staat? Dat is al twee jaar gevraagd en ik heb daar nog niet echt een duidelijk antwoord op gehoord. Ik blijf dus met die vraag zitten: over hoeveel intercommunales gaat het nu, en wat zult u doen om dit op te lossen en ze te doen conformeren? Ik kan mis zijn, misschien heb ik het niet goed gehoord, maar ik heb toch niet meteen een antwoord op die vraag gekregen.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega, ik begrijp uw concrete vraag over hoeveel intercommunales het gaat. Ik zal expliciet aan de OVAM vragen mij een overzicht te bezorgen over hoeveel intercommunales het precies gaat. Ik heb die informatie nu niet bij. Ik heb ze niet gekregen van de OVAM, maar ik ga ervan uit dat ze daarover beschikken. Ik zal die informatie dan ook zo snel mogelijk bezorgen aan het commissiesecretariaat.

Elke Wouters (N-VA)

Minister, dank u wel dat u dat wilt nagaan. Het is een beetje jammer dat u dat antwoord nu niet bij hebt want dat was mijn expliciete vraag.

Voor mijn partij speelt handhaving een belangrijke rol in dit verhaal. Ik vraag dan ook dat u die cijfers opvraagt bij de OVAM, en dat de OVAM haar werk doet en hierop de controle uitoefent. Anders zullen wij dat verder wel blijven opvolgen, zodat de intercommunales binnen afzienbare tijd voldoen aan de opgelegde regels uit het afvalstoffenplan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.