U bent hier

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, het is nu al enkele jaren dat er meer en meer aandacht is voor pleegzorg en dat er op diverse terreinen maatregelen zijn genomen om meer pleegzorg te kunnen aanbieden. We zijn er immers van overtuigd dat voor kinderen die niet thuis kunnen opgroeien een gezin vaak het beste alternatief is. Zo is er het decreet van 2012, dat in werking is getreden op 1 januari 2014, waarin pleegzorg als eerste te overwegen hulpvorm naar voren wordt geschoven bij het uit huis plaatsen van kinderen en jongeren. Het decreet heeft ook voorzien in heel wat ondersteuningsmaatregelen voor pleegouders, zoals automatische toekenning van school- en studietoelagen en automatische toekenning van het laagste tarief in de kinderopvang voor pleegkinderen.

Er is een evaluatie gebeurd en daaruit blijkt dat die maatregelen hun effect niet missen. Het aantal pleegzorgers en het aantal kinderen in pleegzorg is daardoor serieus gestegen maar er blijft nog wel werk te verzetten met betrekking tot de combinatie werk-pleegouderschap. Pleegzorgverlof is daar een element in.

Minister, in het verleden heb ik meermaals bij u aangedrongen om het recht op pleegzorgverlof voor Vlaamse ambtenaren mogelijk te maken. In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 11 januari 2016 hebt u geantwoord dat u een voorstel zou uitwerken waardoor alle personeelsleden van de Vlaamse overheid, zowel ambtenaren als contractuelen, pleegzorgverlof zouden kunnen opnemen. Die mogelijkheid werd effectief van kracht op 1 januari 2018. Daarmee realiseerde u een gelijkstelling met andere werknemers.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 13 december 2017 zei u werk te zullen maken van het recht op pleegzorgverlof voor statutair personeel bij de lokale besturen. Op 23 januari van dit jaar bevestigde u dit standpunt. In antwoord op mijn vraag om uitleg over het pleegzorgverlof voor statutair personeel van de lokale besturen stelde u dat u de overtuiging bent toegedaan dat het eigenlijk niet kan dat contractuele personeelsleden wel zouden kunnen genieten van pleegzorgverlof en statutaire personeelsleden van lokale besturen niet. U zei toen dat u bezig was met een wijziging van de rechtspositieregeling van het personeel van de lokale besturen en dat u die wijziging ten laatste einde maart zou voorleggen aan de Vlaamse Regering zodat ook de statutaire ambtenaren van de lokale besturen recht zouden hebben op pleegzorgverlof.

Minister, de aanleiding voor mijn vraag om uitleg is vooral de recente beslissing van de Kamer om het pleegzorgverlof voor werknemers in de privésector en contractuele personeelsleden van de openbare sector vanaf 1 januari 2019, dus over veertien dagen, op te trekken van zes dagen naar zes weken in geval een kind wordt opgevangen in pleegzorg voor een lange periode. Om de twee jaar komt daar een week bij, zodat pleegouders tegen 2027 aan zeventien weken komen, evenveel als biologische ouders. Elke ouder zal minstens zes weken zelf kunnen opnemen. De vijf extra weken op termijn zullen vrij kunnen worden verdeeld tussen de beide pleegouders. Deze regeling wordt van toepassing in geval van langdurige pleegzorg, dus minimum zes maanden. De Kamer verleende haar goedkeuring aan een wetsvoorstel om het verlof voor pleegouders te verdubbelen wanneer zij de zorg opnemen voor een kind met een handicap.

Minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het regelen van het recht op pleegzorgverlof voor statutaire personeelsleden van lokale besturen? Bent u bereid om het pleegzorgverlof voor Vlaamse ambtenaren en voor statutair tewerkgestelden bij de lokale besturen uit te breiden van zes dagen naar zes weken en op termijn, analoog aan de regeling die werd uitgewerkt op federaal niveau, naar zeventien weken? Wat zijn de stappen daartoe? Bent u bereid om extra pleegzorgverlof toe te kennen aan pleegouders die de zorg opnemen voor pleegkinderen met een handicap? In welke mate? Volgt u ook daar de analogie?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, zoals mevrouw Schryvers heeft geschetst, is de vraag ingegeven door het feit dat er federaal een wetsvoorstel is goedgekeurd, onder andere door de N-VA-fractie en de CD&V-fractie, waarin dat verlof wordt uitgebreid. Wij hebben een aantal mailtjes gekregen van mensen die daar graag gebruik van willen maken en tot de vaststelling komen dat de regeling niet hetzelfde is voor contractuele en statutaire ambtenaren van de Vlaamse overheid.

Mevrouw Schryvers heeft de inleiding van de vraag al zeer goed geschetst, ik ga dat niet overdoen. Minister, zult u de arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren van de diensten van de Vlaamse overheid aanpassen zodat ook zij zullen kunnen genieten van de gewijzigde regeling op vlak van adoptie- en pleegzorgverlof, en er zo een gelijkstelling komt met contractuelen? Als het antwoord positief is, hebt u dan een tijdspad voor ogen waarbinnen dat kan gebeuren? Wij zijn in elk geval zeer erkentelijk voor de eerste gelijkschakeling die u al hebt gedaan. Ondertussen is men federaal weer een stap verder, dus is nu de vraag om die andere gelijkschakeling ook mogelijk te maken.

Minister Homans heeft het woord.

Collega's, ik zal een onderscheid maken tussen federaal, lokaal en Vlaams. De termen worden hier een beetje door elkaar gehaald, dus ga ik voor de collega's die er niet zo vertrouwd mee zijn ook een onderscheid maken tussen het pleegzorgverlof van zes dagen, dat al bestond, en het pleegouderverlof, dat naast het pleegzorgverlof kan oplopen tot zes weken voor langdurige pleegzorg, namelijk wanneer de pleegzorg langer duurt dan zes maanden. Dat zijn twee verschillende systemen.

De algemene federale regeling geldt voor alle contractuelen met een arbeidsovereenkomst, dus ook voor de contractuelen bij de lokale besturen of de Vlaamse overheid. Dit wordt geregeld in de arbeidsovereenkomst en is dus van toepassing op alle contractuelen, zoals ik daarnet zei.

Wat de lokale besturen betreft, geldt voor de contractuelen uiteraard de federale regelgeving op basis van de arbeidsovereenkomst. Dat is duidelijk. Voor de statutairen van de lokale besturen is er op dit moment geen regeling. Voor de toekenning van pleegzorgverlof, dus geen pleegouderverlof, kunnen lokale besturen wel werken met een systeem van dienstvrijstelling, zoals ik in antwoord op andere vragen van onder meer mevrouw Schryvers al heb aangegeven. Voor pleegouderverlof is er momenteel geen regeling voor de statutairen bij de lokale besturen.

Ik geef u wel mee dat ik al drie keer naar de Vlaamse Regering ben gegaan met een aanpassing van het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) over de rechtspositieregeling (RPR) en dat daar geen overeenstemming over was binnen de regering. Een coalitiepartner was het daar niet mee eens.

Zoals u weet, beslissen wij in consensus. Dat is dus nog niet geregeld. Ik heb wel al drie keer een poging gedaan om onder andere dat – want er stond veel meer in dat BVR RPR – te kunnen regelen.

Ook voor contractuelen bij de Vlaamse overheid geldt de federale regeling in de arbeidsovereenkomst. Zoals collega Schryvers aangaf, heb ik voor de statutairen maatregelen genomen zodat sinds 1 januari 2018 ook Vlaamse ambtenaren een beroep kunnen doen op het pleegzorgverlof op basis van het nieuwe artikel 16bis van het Vlaams personeelsstatuut (VPS) onder dezelfde voorwaarden als de werknemers. Deze aanpassing kaderde in de harmonisering van de verlofstelsels en is een voorbeeld waarbij statutaire personeelsleden een verlof hebben gekregen dat ze tot dan toe niet hadden – op 1 januari 2018 dus – en dat enkel voor contractuele personeelsleden was voorbehouden.

Wat het pleegouderverlof betreft, heb ik een aanpassing aan het VPS voorbereid. Dit heeft al een hele procedure doorlopen en wordt deze week nog naar de Inspectie van Financiën gestuurd. Dat komt dus ook in orde. Ook Vlaamse statutairen, Vlaamse ambtenaren dus, zullen zes weken pleegouderverlof kunnen krijgen. In deze wijziging, collega Parys, zal ik ook de wijzigingen meenemen die federaal aan het adoptieverlof zijn aangebracht. Dus eigenlijk is alles geregeld, behalve het pleegouderverlof voor de statutairen op lokaal niveau, dat geregeld wordt in het BVR RPR, dat jammer genoeg door de Vlaamse Regering moet passeren.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord. Ik heb nog enkele bijkomende vragen.

Mijn eerste vraag gaat over het pleegouderverlof voor Vlaamse statutaire ambtenaren. U zegt dat dit in voorbereiding is en naar de Inspectie van Financiën (IF) gaat. Vanaf wanneer denkt u dat dit ook effectief in werking zou kunnen treden? Dat is natuurlijk van belang om een gelijke behandeling te hebben tussen de statutaire Vlaamse personeelsleden en de contractuele werknemers in de privésector of bij de overheid. Dat is een vraag die mensen ook wel effectief stellen. Na het indienen van mijn vraag, wat al een tijdje geleden gebeurde, heb ik hierover nog wel berichten gekregen. Tegen wanneer kan dat in orde zijn?

Mijn tweede vraag heeft betrekking op de lokale besturen. Ik weet natuurlijk wel dat het een lokaal bestuur momenteel vrij staat om in die rechtspositieregeling lokaal ook een aantal maatregelen te nemen. Maar in het verleden heb ik er ook wel bij u voor gepleit om dat misschien niet overal maar over te laten aan elk lokaal bestuur individueel, afhankelijk van het feit of er een vraag komt of niet, maar om het vanuit Vlaanderen te regelen. Ik begrijp u, dat u daar inspanningen voor doet. Maar dat betreffende besluit raakt vanwege een aantal andere redenen niet goedgekeurd. Minister, het staat u natuurlijk mijns inziens vrij om een afzonderlijke regeling, al is dat eventueel alleen maar met betrekking tot dit punt, te treffen. Ik denk dat dat een belangrijk signaal zou zijn naar alle pleegouders die op die manier toch wel een gelijkschakeling zouden kunnen krijgen.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, ik was eigenlijk tevreden over uw antwoord, want na alle stappen die u genomen hebt, zullen binnenkort alle Vlaamse ambtenaren gebruik kunnen maken van zowel van het pleegouderverlof als van het pleegzorgverlof, waarvoor dank uiteraard. Ik moedig u aan om ervoor te zorgen dat u inderdaad die RPR, die door een bepaalde coalitiepartner wordt tegengehouden, effectief in zijn geheel door de Vlaamse Regering krijgt. (Opmerkingen van Katrien Schryvers)

We willen heel graag dat dat pleegouderverlof realiteit wordt voor iedereen. Maar ik denk dat je niet zomaar in een rechtspositieregeling kunt beginnen te cherrypicken. Dan heb je een kaartenhuis dat in elkaar valt. Daar heb ik dus eigenlijk wel begrip voor. Ik hoop dus dat, door de vraag van mevrouw Schryvers, ervoor gezorgd kan worden dat we die rechtspositieregeling in zijn geheel goedkeuren, zodat iedereen binnenkort effectief gebruik kan maken van pleegouderverlof. Dat zou al een hele stap vooruit zijn. Dan hoop ik ook dat de partijen die hier rond de tafel zitten, en dan zeker de partij van mevrouw Schryvers, die de vraag gesteld heeft, er ook federaal met ons voor willen zorgen dat we de maatregelen die minister Peeters heeft genomen, waardoor er geen tijdskrediet meer mogelijk is voor pleegouders, kunnen aanpassen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat pleegouders die kandidaat zijn om een iets ouder kind op te vangen, dat ook effectief kunnen doen. Zo kunnen we die kinderen kandidaat-pleegouders geven. Ik denk dat dat een stap vooruit zou zijn, zowel voor ouders van jonge kinderen die van dat pleegouderverlof gebruik kunnen maken als ouders van de iets oudere kinderen, die dan van tijdskrediet zouden kunnen profiteren.

Minister Homans heeft het woord.

Ik wil beginnen met de opmerking van collega Parys. Het zal u niet verbazen, collega’s, dat ik ook van oordeel ben – en ik heb dat ook gezegd in mijn initieel antwoord op de vragen – dat het BVR rechtspositieregeling van de lokale besturen, waar onder andere dit in opgenomen is, een zeer evenwichtig voorstel was. Als wij het met alle coalitiepartners hier aanwezig eens zijn over dit aspect, dan hoop ik dat we er bij onze desbetreffende partijen nog eens op aandringen om dat RPR gewoon goed te laten keuren in de Vlaamse Regering. Ik denk namelijk dat er heel veel goede elementen in zitten. Dan zou dit probleem voor de lokale besturen ook opgelost zijn.

Mevrouw Schryvers, u had een vraag over de timing voor pleegouderverlof in Vlaanderen. Ik heb u gezegd dat ik mijn verantwoordelijkheid heb genomen, en u vindt dat ook goed. U weet dat er nog een procedure moet worden doorlopen. Ik denk, in alle eerlijkheid, dat we 1 januari 2019 niet zullen halen. Dat zou heel snel zijn, maar we zullen er in ieder geval vaart achter zetten zodat het redelijk snel en volgens de geëigende procedure definitief kan worden goedgekeurd en het op die manier wordt opgelost voor de Vlaamse ambtenaren.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik zal natuurlijk opvolgen dat de procedure zo snel mogelijk wordt afgerond zodat de gelijkschakeling er zo snel mogelijk komt.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.