U bent hier

Mevrouw Jans heeft het woord.

Nog nooit eerder belandden zoveel jongeren en 65-plussers op de spoedafdeling van een ziekenhuis door overmatig alcoholgebruik. Uit cijfers van de hulpverleningspraktijk en het InterMutualistisch Agentschap blijkt dat in 2017 maar liefst 2334 jongeren tussen de 12 en 17 jaar en meer dan 11.500 jongvolwassenen tussen de 18 en 29 jaar met een alcoholintoxicatie terechtkwamen op de spoedafdeling. Dat komt overeen met 38 dergelijke opnames per dag, een flink stijging ten opzichte van alle eerdere cijfers en zonder meer het hoogste cijfer in tien jaar tijd.

Nog veel opvallender was de stijging in de groep van de 65-plussers. In 2017 ging het binnen deze leeftijdscategorie om 17.000 mensen. Dat is bijna dubbel zoveel als tien jaar geleden. Voor alle duidelijkheid: het gaat over mensen die worden opgenomen met een alcoholintoxicatie, niet over mensen met een dergelijke problematiek die we niet kunnen detecteren.

Het zogenaamde bingedrinken, waar we al eerder vragen over hebben gesteld, is iets typisch voor jongeren. Bij ouderen zien we een heel ander profiel. Ouderen drinken vaak veel te veel en veel te vaak. Een kwart van alle Vlamingen tussen 55 en 75 jaar drinkt dagelijks alcohol. Vaak start het als sociaal drinken, maar na het verlies van een partner, bij isolement of gewoon door de insluipende gewoonte, wordt het drinkgedrag problematisch. Dat wordt door de personen zelf vaak niet zo gezien. De symptomen bij ouderen zijn doorgaans ook anders dan bij jongeren. Het spreekt voor zich dat mensen op leeftijd niet drinken naar aanleiding van een event, of bepaald in het weekend, maar ze worden bijvoorbeeld opgenomen met hartproblemen, een pancreasontsteking, leverfalen of na een val met wonden of een gebroken heup tot gevolg. Zij komen niet in deze alcoholstatistieken terecht. Daarom is er mijns inziens sprake van een grote onderrapportering. Daarbij komt nog dat alcohol een bijzonder algemeen aanvaarde drug is en dat de hulpverleners dat er telkens bij vermelden.

Dus niet enkel de problematiek op zich, maar ook hoe wij en onze samenleving daarmee omgaan, toont aan dat inzetten op een brede preventie voor deze doelgroepen van groot belang is.

Minister, er wordt op vlak van preventie in Vlaanderen al heel wat ondernomen, maar mijn vragen richten zich specifiek op wat we doen voor de doelgroepen jongeren en 65-plussers. Welke initiatieven, strategieën of methodieken uit het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ die concreet gericht zijn op alcoholgebruik of problematisch alcoholgebruik bij jongeren en ouderen, zijn lopende of in de opstartfase? Acht u het wenselijk om bijkomende preventie-initiatieven of nazorgtrajecten op te zetten, specifiek gericht naar mensen die in het ziekenhuis terechtkomen wegens alcoholintoxicatie? Ik verwijs hierbij naar de zorgketen die is opgestart met de spoedafdelingen waar mensen worden opgenomen na een suïcidepoging. Ik vroeg me af of dit hier ook een mogelijkheid is. Overweegt u dat?

De heer Anseeuw heeft het woord.

Minister, naar aanleiding van de gegevens van het InterMutualistisch Agentschap heb ik een vraag, omdat die gegevens opnieuw aantonen dat alcohol nog voor heel wat problemen zorgt bij jongeren. In 2017 werd een recordaantal jongeren opgenomen op de spoedafdelingen door overmatig alcoholgebruik. De Vereniging voor Alcohol en andere Drugproblemen (VAD) spreekt van bingedrinken zodra een vrouw minstens vier glazen en een man minstens zes glazen alcohol drinkt in twee uur tijd. De indicator die het InterMutualistisch Agentschap gebruikt, detecteert spoedopnames die te maken hebben met alcoholmisbruik. Dat is niet altijd hetzelfde als bingedrinking.

Opvallend is dat in 2017 maar liefst 2334 minderjarige jongeren in het ziekenhuis beland zijn door alcoholmisbruik. Gemiddeld gesproken zijn dat er meer dan 6 per dag. Dat is niet weinig. Maar vooral: het is een stijging met 8 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Er is ook een toename van het aantal spoedopnames door alcoholmisbruik in de leeftijdscategorie daar net boven, van 18 tot 29 jaar, een groei van 2 procent.

We hebben in de commissie hier al eerder vragen over gesteld, en ook ik heb dat gedaan. In een antwoord op een eerdere vraag om uitleg betreffende het indrinken bij jongeren besprak u opnieuw de nood aan een nationaal alcoholplan, maar op dat ogenblik ontbraken er initiatieven om het proces om tot een alcoholplan te komen, opnieuw op gang te brengen. Bijkomend gaf u ook aan dat de jaarlijkse leerlingenbevraging een daling aantoonde van het ooit gebruik van alcohol en een stijging toonde van de leeftijd waarop men start met het drinken van alcohol. De recente cijfers van het InterMutualistisch Agentschap tonen natuurlijk aan dat we moeten blijven werken aan een concrete aanpak waarin het nationaal alcoholplan volgens mij een grote rol zou moeten kunnen spelen.

Een bijkomende conclusie uit die gegevens is dat er een aantal opvallende geografische verschillen zijn: de provincies die grenzen aan Frankrijk – West-Vlaanderen, Henegouwen en Luxemburg – scoren blijkbaar slechter dan andere provincies.

Mijn vraag in dat verband is: welke beleidsconclusies meent u te moeten trekken uit de vaststellingen die we kunnen maken op basis van de gegevens van het Intermutualistisch Agentschap (IMA)? Wat betreft het alcoholplan: is er nog sprake van een plan die naam waardig? Wat betreft die geografische verschillen: in welke mate vindt u het relevant om daar verder nog iets mee te doen?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De gegevens van het IMA dienen enigszins geobjectiveerd te worden. De studie is immers gebaseerd op de afname van een bloedalcoholtest op spoedgevallendiensten bij personen die één nacht in het ziekenhuis verblijven. Wanneer iemand op de spoed toekomt, en er heerst een vermoeden van alcoholintoxicatie, dan wordt een specifieke bloedtest afgenomen die aan het ziekenfonds gefactureerd wordt. Op die manier beschikken zij over de gegevens van het aantal afgenomen tests, samen met de kenmerken van de patiënt.

Het ziekenfonds kent echter de resultaten van de test niet. Uit een bespreking tussen de CM-urgentieartsen (Christelijke Mutualiteit) en de vereniging voor pediatrie bleek wel dat, wanneer men dergelijke tests afneemt bij vermoeden van dronkenschap of bingedrinking bij jongeren, deze test in bijna alle gevallen positief is op alcoholintoxicatie. Daarom wordt dit als een proxy gebruikt om de problemen in kaart te brengen. Misschien kan het zelfs een kleine onderschatting zijn indien men geen bloed zou afnemen.

De methode is iets minder specifiek bij de oudere leeftijdsklasse die een wagen bestuurt. In die gevallen kan de politie vragen om een test af te nemen, waardoor er wellicht een aantal gevallen tussen zitten die niet positief zijn op een alcoholintoxicatie.

Ondanks het feit dat die proxy wel degelijk een tendens overheen de tijd laat zien, dienen de gegevens wel nog met zorg geïnterpreteerd te worden. Een hoog aantal alcoholintoxicaties per tienduizend verzekerden in een bepaalde regio kan zowel een effectief aantal dronkenschappen weerspiegelen, als een verschil in beleid ten opzichte van het afnemen van de bloedalcoholtest, of verschillen vanwege andere factoren.

Om het problematisch alcoholgebruik tegen te gaan, is het beleidsthema alcohol opgenomen in het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’. Dat plan is opgebouwd rond het interveniëren in verschillende settings, over verschillende beleidsthema’s.

Op basis van de vier preventiestrategieën – educatie, omgevingsinterventie, afspraak en regels, en zorg en begeleiding – zetten we een coherent en daadkrachtig beleid op rond verschillende beleidsthema’s, waaronder alcohol. We doen dat zowel rechtstreeks naar de burger, het gezin, als binnen het levensdomein werk, onderwijs, lokale besturen, zorg en welzijn en vrije tijd.

Jongeren zijn al jaar en dag een belangrijke doelgroep voor alcoholpreventie. Het uitstellen van de beginleeftijd waarop de eerste keer alcohol wordt gedronken, is een belangrijke strategie. Onderzoek toont aan dat het op jonge leeftijd alcohol drinken een indicator is voor het vertonen van probleemgedrag, zoals roken, het gebruik van illegale drugs, problemen op school, delinquent gedrag, maar ook emotionele en interpersoonlijke problemen.

Uit de jaarlijkse VAD-leerlingenbevraging 2016-2017 (Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs) bleek overigens dat de gemiddelde leeftijd waarop voor het eerst alcohol wordt gedronken, een stuk hoger ligt dan enkele jaren geleden. Daarenboven daalde het aantal jongeren onder de 16 jaar dat ooit al alcohol dronk, van 68 procent in 2007-2008 naar 40,6 procent in 2016-2017. Dat is een trend die zich niet voordoet bij leerlingen van 16 jaar en ouder. Meer dan de helft van de leerlingen – 53,3 procent – dronk het jaar voor de bevraging overigens alcohol, en een op de acht deed dat zelfs op regelmatige basis, gaande van wekelijks tot dagelijks: 12,3 procent.

In een doorsnee klas van twintig leerlingen is er één leerling die gemiddeld meer dan tien glazen alcohol per week drinkt. En bij 17- en 18-jarigen zijn dat per klas al meer dan twee leerlingen. Meer dan een kwart heeft zich het voorgaande jaar dronken gevoeld, en in de oudste leeftijdsgroep doet een op de drie leerlingen maandelijks of wekelijks aan bingedrinking.

We zetten al in de kleuterklas in op het versterken van de sociale weerbaarheid van kleuters door middel van de methodiek ‘Het gat in de haag’ van De Sleutel. Hoe ouder de kinderen worden, hoe concreter de methodieken focussen op alcoholpreventie. VAD beschikt over een uitgebreid aanbod van methodieken gericht op jongeren en alcohol, zowel binnen de schoolse context – bijvoorbeeld Friends & fun!, Alcohol zonder boe of bah, Crush, Rock Zero, LOL zonder alcohol, BackPAC – als binnen andere settings zoals de jeugdbeweging – Zot op kamp en Maat in de shit zijn twee methodieken. Het zet daarnaast ook in op het ondersteunen van die settings in het hanteren van een kwaliteitsvol beleid rond alcohol, via de methodieken Drugbeleid Op School en Sportivos. Daarbij zorgen de cgg-preventiewerkers (centrum voor geestelijke gezondheidszorg) voor terreinwerking.

We blijven dus duidelijk inzetten op het hanteren van wetenschappelijk onderbouwde preventiemethodieken en een degelijk beleid rond alcohol in verschillende settings. We zorgen overigens voor een voldoende uitgebreid aanbod aan ondersteuning voor jongeren die problematisch alcohol gebruiken. Zo werd bijvoorbeeld het project vroeginterventie middelengebruik, dat jarenlang door VAD werd getrokken, in de Vlaamse cgg’s ingekanteld in de netwerken geestelijke gezondheid voor kinderen en jongeren, en in het programma vroegdetectie en -interventie. 

Dat problematisch alcoholgebruik niet alleen bij jongeren voorkomt maar een nog grotere groep ouderen treft, wisten we al voordat het IMA met deze cijfers naar buiten kwam. Uit de Gezondheidsenquête blijkt immers dat binnen de leeftijdsgroep van 55- tot 64-jarigen zich de meeste personen bevinden die op wekelijkse basis te veel alcohol drinken. We willen graag meegeven dat de VAD enkele specifieke methodieken richt op ouderen. Zo is er een  draaiboek beschikbaar om binnen een lokaal dienstencentrum een alcoholbeleid te voeren en zijn er affiches en folders beschikbaar omtrent ouder worden en alcohol. Het is immers al een tijdlang duidelijk dat niet jongeren, maar wel vijftigers en zestigers de grootste alcoholconsumenten zijn. In 2019 zal VAD verder inzetten op de verspreiding van deze materialen.

Het volledig overzicht van de beschikbare preventiemethodieken in Vlaanderen voor de doelgroepen jongeren en senioren die ingaan op het beleidsthema alcohol, is overigens terug te vinden op preventiemethodieken.be.

De cijfers voor West-Vlaanderen schetsen inderdaad een ander beeld dan de rest van Vlaanderen en komen zo meer overeen met de cijfers die in Wallonië gelden – cijfers die in het algemeen beduidend hoger liggen dan die in Vlaanderen.

Wegens de bedenkingen bij deze gegevens lijkt het ons niet nodig om dit regionale fenomeen extra te onderzoeken. Het beleid dat we voeren om problematisch alcoholgebruik te doen dalen, is immers onafhankelijk van dit fenomeen.

De problematiek van mensen die door een alcoholintoxicatie terechtkomen op de spoedafdeling, wordt overigens door federaal minister De Block opgevolgd. Zo continueerde de federale overheid het project ‘liaison alcohol’ dat sinds 2009 werd opgenomen in het Federaal Fonds ter bestrijding van verslavingen. Het project zet in op het opleiden en sensibiliseren van verplegend personeel omtrent alcoholproblemen. Korte interventies kunnen worden uitgevoerd door de hulpdiensten. Het doel hiervan is niet om de psychologische interventies betreffende alcohol te vervangen, maar wel om de kennis en aandacht voor de problematiek te vergroten. Het project loopt in drie Vlaamse ziekenhuizen, op acht ziekenhuizen in totaal voor België. Als uitkomst van het project wordt aangehaald dat onder andere het aantal diagnoses en behandelingen van problematisch alcoholgebruik gestegen is.

De ambitie voor een nationaal alcoholactieplan kan worden opgenomen in de prioriteiten van de Algemene Cel Drugsbeleid voor 2019. Dat is in voorbereiding. Dat federaal overlegorgaan heeft immers als doelstelling te komen tot een globaal en geïntegreerd drugsbeleid in België en brengt de ministers van uiteenlopende bevoegdheden bijeen. Vertrekkend van het principe ‘health in all policies’ zullen we, zoals steeds, ons beleid inzake alcohol en drugs blijven afstemmen op de contouren die door de federale overheid in de schoot van deze Algemene Cel Drugsbeleid en de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid worden afgelijnd.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik vind het bijzonder positief dat de VAD niet alleen een aanbod heeft naar ouderen, maar daarop ook heel specifiek verder zal inzetten het komende jaar. Ik merk in de berichtgeving dat er heel vaak gefocust wordt op jongeren en alcoholgebruik. Daar is ook een probleem en alle initiatieven die op dat vlak worden genomen, zijn dus zinvol. Maar bij de doelgroep van de ouderen zit een grote, verdoken problematiek. Het is dus zeer goed dat het aanbod er is, onder de aandacht blijft en wordt verdergezet.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw omstandig antwoord. Het is een vaststelling dat vanaf de leeftijd van 16 jaar het problematisch drinken stijgt. Het is ook de vaststelling van de VAD dat dit bij 17- en 18-jarigen vaker uit de hand begint te lopen. Dat is belangrijk, omdat een jongere die in volle ontwikkeling is, het risico loopt om fysiologische schade op te lopen, en zelfs blijvende schade. Het gedrag op zich is echter minstens even belangrijk en vormt de link naar problemen op latere leeftijd, want niets is moeilijker dan een bepaalde aangeleerde gewoonte te veranderen. Bij de aanpak van middelengebruik is dat een van de meest hardnekkige aspecten. Het is dus belangrijk, en u hebt dat ook onderstreept, dat we er alles aan doen om problematisch gedrag zo lang mogelijk uit te stellen. In dat opzicht is het goed nieuws dat het eerste glas alcohol van jongeren nu al op latere leeftijd wordt gedronken dan enkele jaren geleden.

Er ligt nog heel veel werk op de plank. De uitdaging is groot en wordt alleen maar groter. Daarom heb ik ook de vraag gesteld naar een nationaal alcoholplan, want preventie is enorm belangrijk, maar als we problematisch gedrag zoveel mogelijk willen vermijden en uitstellen, dan is het mijn overtuiging dat we iets moeten kunnen doen in dit land op het vlak van regulering van het aanbod van alcohol, zeker als het gaat over jongeren of bepaalde contexten of plekken. In dat opzicht ben ik tevreden dat u heel voorzichtig stelt dat dit kan worden opgenomen als doelstelling in het overleg met de andere overheden in 2019. Ik hoop dat men op het federale niveau meer ambitie aan de dag legt dan tot nu toe is gebeurd en dat men een aantal ideologische idee-fixen zou kunnen loslaten. We moeten echt naar oplossingen gaan die een verschil maken en we moeten dan ook de keuze kunnen maken om iets te doen aan de aanbodzijde van alcohol.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.