U bent hier

Mevrouw Remen heeft het woord.

De kogel is door de kerk. (Gelach)

De Chinese internetgigant Alibaba strijkt neer in België en de luchthaven van Luik, Bierset, wordt de toegangspoort voor een massa Chinese pakjes. Er komt een verdeelcentrum van 220.000 vierkante meter, goed voor 3000 jobs en een investering van 75 miljoen euro.

Premier Michel is apetrots en zijn geluk kan niet op, want ook onze buurlanden waren kandidaat om Alibaba met open armen te ontvangen. Vorige week hebben de premier en federaal minister van Werk, Economie en Consumenten Kris Peeters een deal gesloten, waardoor die pakjeseconomie en het pakjesverkeer eindelijk exploderen. Vorig jaar kwamen er 385.000 pakjes uit China aan en dit jaar al 6 miljoen, dit dankzij de bijzondere status van China om spotgoedkoop pakjes te leveren elders in de wereld.

De ministers maken zich sterk dat ze de banden tussen China en België zo verstevigen, want Alibaba zou een wereldwijd platform voor internethandel ontwikkeld hebben dat voor onze kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) de deur wagenwijd openzet tot de Chinese markt. Een win-winsituatie noemen ze dit.

De realiteit is echter dat de kleinhandel het in Vlaanderen, maar ook in heel België, zeer moeilijk heeft. We zouden kunnen zeggen dat ze verdwijnt als sneeuw voor de zon. Als kmo-ondernemer, maar ook als nuchtere burger, ben ik dan ook bezorgd. Naast die goedkope aanleveringen zullen er nog jobs verloren gaan bij de kleinhandel, bij de winkeliers die iedere dag vechten voor hun bestaansreden, terwijl ze toch de motor zijn voor onze economie. In Limburg alleen al, mijn provincie, kampen we met een leegstand van 11 procent en ligt de structurele leegstand nog hoger, want meer en meer winkelpanden blijven meer dan twee jaar leegstaan.

Ik vind, minister-president, dat iedere investering kritisch bekeken moet worden, zeker als onze kostbare vrije markt en kostbare consumentenmarkt opgeofferd wordt aan een communistisch, staatsgeleid bedrijf dat zich hier komt vestigen, ook met politieke invloed. We moeten ons toch vragen durven te stellen.

Welke positieve en/of negatieve effecten zal de komst van Alibaba naar uw verwachting hebben op Vlaanderen?

Acht u de komst van Alibaba naar België wenselijk gezien de bedreiging voor onze lokale handelaars en de oproep van de Vlaamse overheid om lokaal te kopen?

Hoe springen we het best om met dergelijke investeringen van China in België en Vlaanderen, aangezien de Chinese overheid via deze weg politieke invloed wil bekomen? Welke voorzichtigheid leggen we hierbij aan de dag?

Ik dank u voor uw antwoorden.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Remen, het is natuurlijk zo dat de positieve impact het grootst zal zijn op de plaats waar die directe economische activiteiten zich zullen afspelen. Dat zal in de Luikse regio zijn. U had het beeld kunnen gebruiken van de schat van Alibaba en de veertig rovers. De Luikenaars hebben een schat gevonden. Er zullen heel wat jobs voor laaggeschoolden ontstaan in een regio met een toch relatief hoge werkloosheid.

Het is zo dat Alibaba een wereldspeler is die zijn eerste Europese hub in ons land plaats en daarmee eigenlijk de rij van investeringen die naar andere landen gegaan zijn, doorbreekt. Dat zal ook opportuniteiten met zich meebrengen in de supply chain, kans geven aan de logistieke spelers in Vlaanderen om hierop in te spelen en de marketingondersteuning van de onlineplatforms kan voor Waalse, maar ook voor Vlaamse bedrijven kansen bieden. Ik denk dan onder andere aan onlinemarketingtools, specifieke apps voor onlineshopping, trendwatching en betalingsmodaliteiten via web en gsm.

Als ik kom tot uw terechte zorg voor de lokale handelaars, denk ik dat we een beleidsmatig onderscheid moeten maken tussen drie zaken. Ten eerste is er een beleid om buitenlandse investeerders aan te trekken en werkgelegenheid voor laaggeschoolden te creëren. Dat doen we ook in Vlaanderen, waar we ongeveer achthonderd buitenlandse distributiecentra hebben die bijna allemaal bij uitstek jobs genereren voor laaggeschoolde mensen.

Daarnaast heb je natuurlijk ons beleid om ondernemerschap te stimuleren, een beleid dat Vlaams minister van Werk en Economie Philippe Muytters voert om zelfstandigen en kmo’s te faciliteren, te ondersteunen, te helpen bij het ontwikkelen en valoriseren van ideeën en activiteiten – u kent het systeem –, investeringen te financieren en hen mee te helpen op het pad van onlineopportuniteiten. Dat laatste sluit aan bij het beleid van de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO).

Ten slotte is er natuurlijk het kernversterkend beleid. Ik heb daar in de septemberverklaring ook een oproep rond gedaan en voor de lokale besturen zijn daar instrumenten voor. Dit zijn drie duidelijk onderscheiden domeinen, denk ik.

De komst van Alibaba is in eerste instantie een beslissing voor de creatie van een Europese logistieke hub. Het is een project met een Europese dimensie en is niet enkel gericht op de Belgische interne markt. Het gaat over heel Europa, dus het verschil in impact voor België of Vlaanderen zou nihil zijn, als Alibaba zich in Nederland of Duitsland gevestigd zou hebben. De activiteiten zouden dezelfde zijn, alleen zouden we de tewerkstelling niet gehad hebben.

Uw vraag gaat in wezen over de impact van e-commerce op het veranderende winkel- of shoppinggedrag. Over de mate waarin onze zelfstandigen, kmo’s en winkels daarmee in concurrentie kunnen gaan, niet alleen om te overleven maar ook om een toekomst te hebben.

Ik heb daar in de Septemberverklaring inderdaad aandacht aan besteed. Het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) ondersteunt de ondernemers met hun online activiteiten. De laatste cijfers zijn blijkbaar niet zo positief. Ook UNIZO voert dat beleid en zegt tegen de handelaars dat ze naar een combinatie van een fysieke winkel en online activiteiten moeten gaan. Ik denk dat dit theoretisch makkelijk is, maar in de praktijk een zeer moeilijke oefening is. We zien natuurlijk wel meer en meer handelszaken die die richting uitgaan. Ik noem voor de vuist weg JBC en Schoenen Torfs. Allen gaan ze de weg op van dubbele verkooppunten: fysiek, maar ook online. Ik besef dat het voor de kleine zelfstandigen een veel grotere uitdaging is. Het VLAO helpt daarbij met de e-commercecampagne ‘Het internet. Ook uw zaak.’.

Er zijn ook privé-initiatieven. Storesquare van Roularta Media Group, KBV, ING en UNIZO, werkt daarbij ondersteunend. Die platformen genereren ook.

Voor de steden hebben we instrumenten gecreëerd om stadskernversterkend te werken. Door zones af te bakenen voor winkels en zones af te bakenen waar geen winkels kunnen komen, kun je aan een kernversterkend beleid werken.

Het is ook een zaak van de consument, zoals ik in de Septemberverklaring heb gezegd. De consument, en in andere landen is dat nog meer het geval, kiest ervoor om wel naar de winkel te gaan en om daar wel mensen te ontmoeten en een babbeltje te slaan. De digitale afhandeling is helemaal anders dan het fysieke contact. Ik stel toch vast dat ook in grotere steden in het buitenland de winkel, zeker de speciaalzaak, maar ook andere zaken veel beter overleven dan bij ons. Bij ons is die vlucht eerst naar de grootwarenhuizen en vervolgens naar online winkels zeer snel gegaan.

Wat uw vraag over Alibaba betreft, wil ik toch zeggen dat dit geen ‘state-owned enterprise’ is, maar een beursgenoteerd privébedrijf. We hebben de discussie over de State Grid Corporation of China (SGCC) gehad, dit is een ander bedrijf. Het gaat bovendien niet over een bedrijf dat een overname doet, daarover ging de discussie met SGCC. Hier gaat het over een directe investering van een beursgenoteerd bedrijf. Het is dus niet zo dat je hier zegt dat Vlaamse of Waalse of Belgische technologie of knowhow of expertise in vreemde handen komt. Alibaba doet de directe investering in dit land. Ik denk dat de sectoren van e-commerce en logistiek ook minder gevoelig zijn dan sectoren zoals energie, nutsvoorzieningen, cruciale infrastructuur, spitstechnologie of KUKA, het robotbedrijf waarover in Duitsland enorm veel te doen is geweest.

Het is natuurlijk zo dat in onze EU-verdragen die openheid voor buitenlandse investeringen staat. We hebben die open bedrijfscultuur. Vlaanderen is daar top in. We staan wereldwijd eerste in de KOF Globalisation Index (Konjunkturforschungsstelle). We trekken jaarlijks enorm veel buitenlandse investeringen aan.

Ik denk dat dit geen investering is waarvoor je in de toekomst, als de Europese verordening van kracht is, gebruik zult maken van een screening. Die telt bij overnames en participaties in heel belangrijke, vitale sectoren. Van die verordening over een screeningsmechanisme, en dat er ook kan worden opgetreden, wordt nu werk gemaakt. Maar dit aspect zie ik hier niet direct aan de orde, zoals dat bij andere zaken was of is.

Mevrouw Remen heeft het woord.

Het is zo dat Alibaba naar Luik komt. Dit is natuurlijk een Europese aangelegenheid. Positief is dat het bedrijf misschien naar hier komt en dat het werk creëert voor laaggeschoolde mensen in Wallonië, waar nog veel werkloosheid is.

Maar ik was toch wel heel sceptisch over die toegang tot het Oosten voor onze kmo’s. Nogmaals: hoeveel jobs zijn er al bij die lokale handelaars verloren gegaan of zullen er verloren gaan door de import van zo’n internetgigant?

Minister-president, ook al zegt u van niet, Alibaba is een bedrijf dat is geïmporteerd en wordt gesteund door de Chinese overheid. Daar kunt u niet omheen. Het wordt nu zonder schroom losgelaten op onze consumentenmarkt.

Ik ben niet tegen e-commerce, je kunt dat ook niet tegenhouden, maar hier gaat het over oneerlijke concurrentie ten opzichte van onze lokale handelaars. Het kan eigenlijk nog erger, omwille van de verdoken miljoenen staatsschuld door de ‘last mile’-afspraak van de Wereldpostunie. Dat is een eeuwenoude afspraak tussen internationale postorderbedrijven waarbij elk postorderbedrijf in eigen land moet instaan voor het gratis leveren van internationale zendingen van minder dan 2 kilogram. Voor Alibaba betekent dit dus dat de verzendingskosten voor elk pakje naar Luik voor hen zijn. Maar dan wordt het pakje overgenomen door bpost. Die levert zo goed als gratis het pakje van Alibaba bij de klant aan huis.

Ik ben zelf een ondernemer die een beroep doet op bpost en ik doe ook aan e-commerce. Ik moet voor elk pakje 5 euro betalen, ongeacht of het nu 2 kilogram of minder weegt. Telkens betaal ik 5 euro. Stel dat een Vlaamse ondernemer tien pakjes per dag aan 5 euro verstuurt, dan kost hem dat 15.000 euro per jaar.

Ondertussen levert hier een Belgisch bedrijf – bpost – honderdduizend Chinese pakjes van Alibaba zo goed als gratis aan de deur. Niet alleen steunt de Chinese staat dit bedrijf, maar eigenlijk wordt ons belastinggeld ook nog gebruikt ten voordele van Alibaba. Eigenlijk wordt de gratis levering die Alibaba op haar platform aanbiedt door de belastingbetaler betaald.

Dan zeggen ze dat onze kmo’s kunnen gebruikmaken van de platformen van Alibaba.

Ik denk echter niet dat China onze bedrijven en winkeliers onbeperkt op de eigen gesloten markt zal toelaten. Dat is echt geloven in het sprookje van Ali Baba en de veertig rovers. Ik durf te stellen dat het hier om de wet van de sterkste gaat. Het is een monopolie. We moeten dat soms wat relativeren, maar dit is een ernstige zaak.

Wat die verdoken staatssteun betreft, heeft de FOD Financiën berekend dat het gaat om 11 miljoen euro ten voordelen van een door communisten gesteunde internetspeler. Ik vind dit een vermelding waard. We moeten daarover nadenken.

Een andere bedenking is dat de pakjes die hier vanuit China toekomen vooral uit namaakspullen bestaan. Die producten kunnen niet enkel onze economie schaden door oneerlijke concurrentie, maar kunnen ook gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid. De douane in Luik heeft momenteel kelders vol met namaakspullen die hier worden onderschept om de consument te beschermen. Dat wordt ‘de grot van Ali Baba’ genoemd. Heel wat pakjes ontspringen nog de dans.

In het licht van de veiligheid is er een decreet ten aanzien van de buitenlandse investeerders, maar dit geldt niet voor de privésector. We kunnen die noodrem niet gebruiken als het om Alibaba gaat. Het is een andere situatie.

We laten Alibaba echter wel toe onbeperkt data te verzamelen. China zal zich niet aan de General Data Protection Regulation (GDPR) houden. Data vormen het nieuwe goud of de nieuwe olie. Dit is van strategisch belang. Wat zal China met die data doen? Volgend jaar zal China een sociaal kredietsysteem invoeren. Onze consumenten geven zich met een muisklik bloot aan een communistische partij. Wat zal China straks over de Vlamingen weten en wat zal China met die data doen? Dat is informatie die de burger moet kennen. Hierover moet worden gecommuniceerd.

Buitenlandse investeringen zijn welkom, maar we moeten daar niet te lichtzinnig overheen gaan. Ik zou zeggen: ‘met alle Chinezen, maar niet met de Vlamingen’. Ik doe dan ook een oproep met betrekking tot onze andere handelspartners en met betrekking tot China. We mogen hier niet te lichtzinnig overheen gaan.

De heer De Croo heeft het woord.

Minister-president, wat zowel de motieven als de mogelijke opvang van de gevolgen betreft, kan ik u volgen. Ik heb geluisterd naar de inspanningen die de Vlaamse Regering levert om de handelskernen te versterken. We proberen daar allemaal voor te zorgen. Ik herinner me echter ook een Europese kaart waar al die dispatchingcentra van bol.com en dergelijke die zich buiten België bevinden op stonden vermeld. Dat was een kaart met veel aanduidingen in Nederland, Duitsland en het noorden van Frankrijk. Vlaanderen en ons land was bijna een vacuüm. Zoals u zelf hebt aangehaald, gaan we, ondanks al die maatregelen, nog achteruit in vergelijking met kleinhandelaars of vergelijkbare handelshuizen in Frankrijk, Nederland of Duitsland. Ik begrijp dat we de kleinhandel in onze steden willen aanmoedigen en versterken, maar de vraag is of we het goed doen.

Wat het algemeen beleid betreft, denk ik dat Alibaba is gevraagd of zelfs verleid door een aantal landen, maar uiteindelijk voor zijn Europese hub voor België in plaats van Nederland of Duitsland heeft gekozen. Ik weet niet om welke redenen, maar misschien hebben de logistieke ligging en bereikbaarheid van Bierset er iets mee te maken.

Dit is belangrijk, maar nu kunnen we ons een eerste vraag stellen. Indien die hub zou worden verwijderd, wat naar ik vermoed niet zal gebeuren, is de vraag of dit voor de winkelcentra van Zuid-Limburg of elders in het land een beterschap zou betekenen. Ik vermoed van niet, want Alibaba zal dan elders neerstrijken.

Een tweede vraag betreft het aantal tewerkstellingsplaatsen. We vliegen regelmatig over Bierset als we naar die kant van Europa vliegen. Bierset ligt bijna op de taalgrens. Ik weet niet of het aantal tewerkstellingsplaatsen, van welke aard dan ook, zich op basis van de taalgrens zal onderscheiden.

Ik herinner me een staking van de vrouwen in Herstal lang geleden, te zien in ‘De één zijn dood, de andere zijn brood’, een van de eerste reportages van Maurice De Wilde. Toen werkten vierduizend vrouwen uit Limburg in de munitiefabrieken van FN. Dit is maar een voorbeeld van het feit dat de aantrekking van tewerkstelling wellicht over de taal- en gewestgrenzen zal gaan.

De vraag is of we al dan niet aan deze evolutie willen meewerken. Ik herinner me de inspanningen van minister Peeters en minister De Croo om nachtwerk op een andere wijze te regelen. De vakbonden en de werkgevers werkten toen aan mee flexibiliteit, want het gebrek aan flexibiliteit benadeelde ons. Ik denk dat de Vlaamse Regering inspanningen moet leveren om de mensen aan te moedigen die handel willen drijven en dicht bij de burger staan. We doen dat in onze steden en gemeenten, maar ik zou het een fout vinden de kans te laten voorbijgaan een Europese hub naar België te halen die door andere landen wordt begeerd.

Ik weet dat China geen normaal land is, maar wij leven voor 80 procent van de uitvoer. Dit betekent dat wij werkloosheid uitvoeren, want wat elders van ons wordt gekocht, wordt daar niet gemaakt. Er is dus ook een verschuiving van de tewerkstelling. Indien we zouden stilstaan en zouden doen wat de Franse koningen hebben gedaan, namelijk een eigen politiek met gesloten grenzen voeren, zou dat bijzonder in ons nadeel zijn. We zullen dat zien met de brexit, als het ooit zo ver komt.

Ik ondersteun de Vlaamse Regering in haar inspanningen om een nieuwe combinatie te vinden van lokale handel en e-commerce. Het is goed dat de Europese hub eindelijk ook de voordelen van onze ligging op logistiek vlak komt onderstrepen.

We moeten waakzaam zijn en alles wat mevrouw Remen met kennis van zaken aanhaalt, van dichtbij opvolgen. Het zou een gemiste kans zijn om alle inspanningen die Flanders Investment & Trade (FIT) en andere organisaties doen om dat type van handel hier te krijgen, verloren te laten gaan.  

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Ik sluit kort aan bij collega Remen. We moeten alles doen om die ongelijke concurrentie tegen te gaan. We moeten onze eigen bedrijven, ondernemers en kmo’s minstens de kans geven om die concurrentie met gelijke wapens en middelen aan te gaan. De verdoken kost bij e-commerce, de kost die niet wordt meegerekend, moet in rekening worden gebracht. Enerzijds is er de teloorgang van het sociale weefsel. Dat wordt in stand gehouden door een netwerk van winkeliers of lokale verkopers, die het nu zo moeilijk hebben door de concurrentie met e-commerce. Anderzijds brengt e-commerce een hoge prijs mee voor het milieu en het klimaat. Maar dat werd wellicht al benadrukt door collega’s.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Collega Remen, ik zou bijna denken dat u protectionistisch bent. Ik zou u bijna allerlei verwijten maken die ik zelf voortdurend krijg. Maar de vraag siert u. Enerzijds zitten we met het gegeven van de internationalisering en de open grenzen via e-commerce. En dat kun je toch niet tegenhouden wat betreft handel en verkeer van goederen. Anderzijds is er oneerlijke concurrentie voor onze eigen lokale ondernemingen. Zoals mevrouw de Bethune terecht zegt, onderhouden zij mee het sociale weefsel en geven zij de maatschappij mee vorm.

Ik ben het niet vaak eens met minister-president Bourgois, maar in dezen wel. Eén, de komst van Alibaba in Wallonië brengt tewerkstellingsmogelijkheden met zich mee voor ons in België. Twee, we zeggen het allemaal: we kunnen er niet onderuit. Amazon.com, zalando.com, bol.com. Al die ‘commekes’ hebben hun gebieden afgebakend. Vlaanderen en België vallen daar steeds onder, maar krijgen niet de vruchten of tewerkstellingskansen.

Nu word ik heel voorzichtig. Tewerkstelling is fantastisch. We moeten dat ondersteunen. Maar we moeten bekijken of het werkbaar werk, waardig werk is. Daarover moeten we waken. Gelukkig zijn wij China niet. De tewerkstellingsvoorwaarden die wij vereisen en de sociale dumping die wij proberen tegen te houden, moeten we niet laten organiseren op ons grondgebied door zo’n internationale investeerder. Maar ik denk niet dat de minister-president hier zelf rechtstreeks iets aan kan bijdragen.

Maar wat hij volgens mij wél kan doen, is onze handelaars versterken. Daarover zijn we het allemaal eens. De Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) neemt daar verschillende initiatieven toe. Er zijn verschillende stedelijke initiatieven. De digitalisering en de online-aanwezigheid van onze traditionele handelaar, is nog altijd beneden alle peil. Ondanks alle inspanningen die gebeuren – ik zeg niet dat er geen inspanningen worden gedaan – komt het niet bij hen terecht. De handelaar is heel praktisch. En we moeten dat eigenlijk heel laagdrempelig invullen.

Minister-president, misschien kunt u samen met minister Muyters rond de tafel zitten om na te denken over een zeer concreet, zeer praktisch aanbod. Soms is het voldoende om aan te leren hoe je zelf je website kunt aanpassen, zodat je daarvoor niet telkens een derde moet betalen. De kmo-portefeuille biedt een uitweg door daarin voor een stuk financieel bij te dragen. Maar soms moet het praktisch zijn en snel gaan. Ik vrees dat die digitalisering niet doordringt tot bij de lokale handelaar, de kleine winkelier die probeert te overleven. Wij moeten er voor zorgen dat we wat dat betreft niet achterblijven.

Ten slotte wil ik iets zeggen over valse producten, namaakproducten. Dat is een strafrechtelijke kwestie. Daarrond moeten we geen beleid voeren, maar we moeten daartegen optreden en vragen dat daartegen wordt opgetreden. Want dat is ook broodroof. 

Minister-president heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik blijf bij de drie onderscheiden beleidslijnen. Voor of tegen e-commerce, het effect is hetzelfde. Als de zaak in Nederland gevestigd zou zijn, heb je nog minder jobs, minder opbrengsten in dit land, minder fiscale bijdragen en minder socialezekerheidsbijdragen.

Met de sluiting van Ford Genk hebben we tot twee keer toe een zeer grote logistieke vestiging voor Limburg gemist. Het ging telkens om achthonderd arbeidsplaatsen. Die arbeidsplaatsen zijn naar Nederland gegaan, precies wegens de loonkost, waar we nog altijd niet goed zitten.

Ministers Jambon en De Croo hebben werk gemaakt van die nachtarbeid. Het is nog niet gelukt. De nacht gaat in dit land nog altijd in om 20 uur en in het buitenland om 24 uur. Het enige dat nu is bereikt, is dat nog maar één vakbond akkoord moet gaan, terwijl het vroeger de drie vakbonden waren. Maar dit is nog altijd niet geregeld in een level playing field met de buurlanden. 

Wat oneerlijke concurrentie betreft: het gaat om een vestiging in Luik, het bedrijf is uiteraard onderworpen aan alle regels die hier gleden inzake tewerkstelling, socialezekerheidsbijdragen en controles op de producten. Er kunnen namaakproducten zijn. Er is douanewetgeving. Het is een kwestie van dit te controleren. Dat geldt voor elk bedrijf. Of de pakjes nu uit Nederland, Duitsland of de Verenigde Staten komen, het geldt voor elk bedrijf.

Van de Universal Postal Union had ik nog nooit gehoord, maar ik weet dat Trump zegt dat hij daar niet mee wil doorgaan omdat de Chinezen blijkbaar een zeer bevoorrechte status hebben en die pakjes aan dumpingprijzen mogen bestellen, terwijl de anderen het normale tarief moeten betalen. Dat is een zaak voor de federale overheid. Trump zegt dat hij dat aankaart omdat er met de grote e-commercebedrijven in China blijkbaar een enorm verschil is in speelveld, waar de postkost om die pakjes te brengen veel, veel lager is. Als onze post daar moet meewerken aan tarieven die eigenlijk niet eens de kostprijs dekken… Trump heeft de kat de bel aangebonden, hij is er uitgestapt, hij maakt er een einde aan. De federale overheid moet dat bekijken. We moeten China niet langer als een ontwikkelingsland beschouwen. Het is een zeer sterk groeiende economie met een enorme middenklasse, met reusachtige investeringen wereldwijd. Voor postorderbedrijven, of ze nu in Duitsland, de VS of in China zijn gevestigd, zou er in de wereldorde eenzelfde tarief moeten zijn. Dat is geen Vlaamse bevoegdheid, maar een federale.

Wat data en databehandeling betreft, die bedrijven zijn net als de bedrijven hier onderworpen aan de GDPR. Ook op hen is de Europese regelgeving van toepassing. De bedrijven moeten zich dus daaraan conformeren. Data zijn bijzonder belangrijk, maar of het nu Alibaba is of een ander bedrijf, de Europese richtlijn ter zake is zeer duidelijk en geldt voor iedereen.

Wat ethisch ondernemen betreft, daar hebt u een punt. Ik heb daarover een colloquium georganiseerd met de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Ik heb daarvoor de heer Roy uit Canada naar hier gehaald, maar ik denk niet dat er parlementsleden aanwezig waren. Het was een bijzonder boeiend colloquium, waarbij we hebben geluisterd naar zijn voorstellen om te werken met een QR-code op producten, zodat je vanaf de origine in Zuidoost-Azië of in het diepe Afrika de keten bewaakt. Dan kun je garanderen dat die producten zijn gemaakt in menswaardige omstandigheden en niet met kinderarbeid, dat die textielproducten in goede omstandigheden zijn gemaakt inzake leefmilieuvereisten, inzake gebruikte kleurstoffen, enzovoort. Die man is daar zeer revolutionair in. Hij heeft zelf een bedrijf van meer dan achthonderd mensen en dat wordt daar enthousiast onthaald.

Ernst & Young heeft een studie in de markt gezet om na te gaan of we daarover tot een afspraak kunnen komen. Het wemelt van de labels op dat vlak. Allerlei sectoren hebben allerlei verschillende labels. Als je zou kunnen komen tot een QR-code, dan kun je de consument bewuster maken. Op het congres waren grote, sterke Vlaamse bedrijven aanwezig zoals JBC, Umicore, Callebaut enzovoort. Er zijn Vlaamse bedrijven die daarin het voortouw nemen en daar enthousiast voor waren. De heer Roy uit Québec beweert dat als je 20 procent van de bedrijven mee hebt, je daarin een ommekeer maakt. Ik ben daar volop mee bezig. Het is geen zaak van regelgeving, het is een zaak van bewustzijn van de consument die kleren kan kopen aan prijzen waarvan je weet dat die kleren niet geproduceerd kunnen zijn aan onze loonvoorwaarden, maar aan de loonvoorwaarden die de International Labour Organization (ILO) oplegt, die trouwens ook aanwezig was op het colloquium. We moeten echt wel die richting uitgaan.

Er is heel wat in beweging, maar het zal nog een tijdje duren. De lonen stijgen ook. De lonen in China zijn al veel hoger, de productie is allang verplaatst naar plaatsen veel dieper in Azië omdat de Chinezen nu al veel te duur zijn om mee te concurreren. Een en ander is daar dus wel in beweging.

Een belangrijk aspect is het stedelijk weefsel. Ik blijf erbij dat er ook een mentaliteitsverschil is. Het volstaat om de grens tussen Vlaanderen en Frans-Vlaanderen over te steken om te zien dat mensen daar wel nog gaan winkelen bij de slager, bij de bakker en in de buurtwinkel. Ze doen daar wel nog een babbel met elkaar. In mijn jeugdjaren kwamen de mensen samen om een babbel te slaan. Dat is nu weg, in mijn omgeving zijn de mensen verbaasd als je binnenkomt en goeiedag zegt tegen iedereen. De mensen schrikken omdat iemand een goeiedag zegt tegen anderen. Dat is een slechte evolutie. Een Fransman die een Frans restaurant binnenkomt, zegt tegen iedereen, tegen heel de zaal: “messieurs, dames”. Bij ons kruipen mensen heel voorzichtig naar hun stoel en zeggen hoogstens goeiedag aan het tafeltje ernaast. Het is een stuk weefsel dat verdwijnt, maar het ligt aan ons.

Ik zie dat er wel een toekomst is voor speciaalzaken, voor buurtwinkels. Online kopen stimuleren, dat doen we. Voor die kmo-portefeuilles heeft minister Muyters een heel speciaal programma. Dat is allemaal zonder administratieve verplichtingen. De handelaar moet gewoon de factuur voorleggen omdat we mensen vertrouwen. Je kunt zeggen dat je die service of die dienst hebt gekocht om een website te ontwikkelen, maar het is verdraaid moeilijk om te concurreren. De hele grote merken werken met hun flagshipstores.

Ik ben op bezoek geweest bij Nike. Dat heeft een groot magazijn voor heel Europa en werkt met flagshipstores. Daar kun je alle schoenen, in alle maten, alle kleuren, en met alle zolen passen. Je krijgt je schoenen niet mee, je betaalt met je gsm, en 's anderendaags of de avond zelf staat die blauwwitte schoen met die specifieke loopzool bij je thuis. Ze concurreren natuurlijk enorm met de kleine winkelier, die van elk maatje één of twee paar schoenen in huis heeft. Terwijl zij je alles aanbieden. Dat is hun toekomstmodel, dat doet Nespresso ook, dat doen alle grote flagshipstores, waar je alles kunt proeven, betasten en proberen. 's Avonds of de volgende dag staat het bij je thuis, want je hebt elektronisch betaald. Dat is een evolutie die je niet kunt tegenhouden.

Iets anders is natuurlijk het leefmilieu. In de volgende regeerperiode moet er werk worden gemaakt van de kilometerheffing op personenwagens, ook van de lichte bestelwagens. Dat is een zeer belangrijke verstorende factor, die lichte bestelwagens die heel het land en ook de steden doorkruisen. Dat is een concurrentieel nadeel voor de kleine handelaar.

Er zijn dus veel aspecten aan, maar – nogmaals – dit is een investering. We trekken heel veel investeringen aan. Nu is het in Bierset, dus ik wens Waals minister-president Willy Borsus geluk. Hij heeft dit binnengehaald en dit zal veel werkgelegenheid creëren.

Het gaat hier ook niet om een bedrijf als State Grid of om een investering in een zeer strategische sector, die de publieke orde in het gedrang brengt. Dat is trouwens waar de Europese Unie nu op focust. Er wordt een verordening voorbereid die een screening toelaat, zodat we voor strategische belangen kunnen beslissen ze niet in handen te laten vallen van staatsbedrijven. Daar komt namelijk ook geen reciprociteit bij kijken en dat is het probleem: de Chinezen laten niet hetzelfde toe bij hen. Het Duitse KUKA, hét robotbedrijf van de wereld, is in Chinese handen gevallen. Ik was vandaag bij een bedrijf waar overal KUKA-robots opgesteld staan. Dit is toptechnologie, die nergens in de wereld te vinden was en die in Chinese handen gevallen is.

Een e-commercecentrum is niet van die orde, maar je hebt wel een punt. We moeten met zijn allen nadenken over en maatregelen nemen voor de versterking van het stadsweefsel en van de buurtwinkel, maar tegelijkertijd is het een zaak van bedrijfsmentaliteit en die is beetje bij beetje aan het veranderen. IKEA is afgestapt van het idee om in Wevelgem een nieuwe vestiging van 10 hectare te plaatsen – ik zou het ook nooit toegestaan hebben – en kiest voor de optie van stadswinkels waar je wel nog bestek kunt kopen, maar waar de rest in het magazijn staat. Die modellen zijn er al in het buitenland en je ziet dat er ook bij ons een verschuiving bezig is bij bedrijven.

Mevrouw Remen heeft het woord.

Ik wil nog even reageren op de opmerking van collega Turan over protectionisme.

Het gaat hier niet om protectionisme, maar wel om het beschermen van onze lokale handel. Dat is voor mij belangrijk, net zoals de gezonde, wederkerige relaties. En dat mis ik hier, minister-president. Sorry dat ik er nog eens op terugkom, maar ik voel niet dat er hier een wederkerige relatie is tussen China en Europa, en die is er ook niet. We zijn te naïef en China is op dit vlak te slim.

Ik weet dat u net zoals ik bekommerd bent om de lokale handel. Ik zie dat ook in uw oproep in de Septemberverklaring, maar we moeten nu ook iets doen. Ik hoop dat de federale collega’s luisteren. Ik hoop dat we vanuit Europa iets kunnen doen en dat we van onderuit, vanuit Vlaanderen, iets kunnen doen bewegen. Het is ook in uw handen. Ik steun u en ik help u.

Ik herhaal nogmaals uw oproep om lokaal te kopen. Ik heb vorig jaar zelf ook met Vlaamse en Belgische CEO’s een oproep in gang gezet om tijdens de kerstperiode lokaal te kopen, of het nu online of in een fysieke winkel is. Dat is gezond chauvinisme en een trots op de eigen producten. Nogmaals, ik hoop op goede maatregelen want ik denk dat mijn vraagstelling de ogen geopend heeft.

Minister-president Geert Bourgeois

U hebt dan wel het laatste woord, maar ik ben iets vergeten. Er is op dit ogenblik inderdaad een onderhandeling bezig tussen Europa en China om tot een investeringsakkoord te komen. Dat is volop bezig. Het zal een lastige discussie worden omdat je daar natuurlijk wel de wederkerigheid moet hebben. Daar hebt u een punt, maar dat is een van de zaken die aan de orde zijn.

Sorry voor de toevoeging.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.