U bent hier

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Op donderdag 22 november las ik in de krant De Standaard een verontrustend artikel over het feit dat een recordaantal jongeren in het ziekenhuis belandt door overmatig alcoholgebruik. De cijfers zijn best wel hallucinant. Ik quote: “Tussen 2014 en 2016 daalden de cijfers van het aantal minderjarigen dat in het ziekenhuis belandde door het drinken van alcohol. Maar uit cijfers van de mutualiteiten blijkt dat er in 2017 opnieuw een recordaantal van 2.334 jongeren moest worden opgenomen. Het gaat om een stijging van 8 procent tegenover 2016, toen het over 2.161 jongeren ging.” Daarmee bereiken we het hoogste cijfer in 10 jaar tijd.

Het probleem manifesteert zich niet enkel bij minderjarigen, want ook bij jongvolwassenen is er een duidelijke stijging waarneembaar. Ik quote: “Ook in de leeftijdscategorie 18 tot 29 jaar neemt het alcoholmisbruik toe, van 11.325 gevallen in 2016 naar 11.554 in 2017. Het gaat om een toename van ruim 2 procent in een jaar tijd.”

Experten hebben al vaak aangetoond en aangehaald dat alcoholmisbruik op jonge leeftijd natuurlijk een grote impact kan hebben op de sociale en cognitieve ontwikkeling, maar ook op gebruik en verslaving op latere leeftijd. Er blijken ook geografische verschillen te zijn: vooral in Waalse provincies, maar ook in West-Vlaanderen zijn er relatief veel gevallen van alcoholmisbruik bij jongeren. Dit toont uiteraard de nood voor een gedifferentieerde aanpak op maat van verschillende doelgroepen. Uiteraard blijft informeren en sensibiliseren een noodzaak, aangevuld met laagdrempelige en toegankelijke hulpverlening.

Tot slot pleiten de Christelijke Mutualiteit (CM), maar ook de Hoge Gezondheidsraad en de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD), voor een alcoholverbod tot 18 jaar.

Minister, welke stappen zal u verder ondernemen binnen uw bevoegdheden als minister van Jeugd rond deze problematiek, als het bijvoorbeeld gaat om gewaarwording en bespreekbaarheid?

Bent u daarnaast van plan dit probleem te bespreken met uw Vlaamse collega’s, minister van Welzijn Jo Vandeurzen en eventueel ook minister van Onderwijs Hilde Crevits?

Kan u een overzicht geven van de manieren waarop jongeren vandaag, vanuit het jeugdwerk, weerbaar worden gemaakt tegenover alcoholmisbruik?

Wat is uw standpunt ten opzichte van het voorstel om de leeftijdsgrens voor alcoholconsumptie op te trekken tot 18 jaar?

Bent u van plan dit probleem in zijn algemeenheid te bespreken met uw federale collega, minister van Volksgezondheid Maggie De Block?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Laat mij vooraf duidelijk stellen dat het welbevinden van de jongeren me als coördinerend minister voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid na aan het hart ligt en ik deze problematiek dus zonder twijfel wil opvolgen. Ik moet hierbij echter niet het werk overnemen van minister Vandeurzen, bevoegd voor Volksgezondheid. Binnen het strategisch plan ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ wordt immers een expliciet alcohol- en drugsbeleid uitgetekend, onder andere in overleg met de basis- en secundaire scholen en het jeugdwerk. Gezond Leven en de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) zijn hierbij evidente partners. De door u aangehaalde cijfers worden nauwgezet gemonitord, onder andere via de Gezondheidsenquête en de vierjaarlijkse HBSC-bevraging (Health Behaviour in School-aged Children), die mee opgevolgd wordt door de afdeling Kennis en Beleid van het Departement Cultuur, Jeugd en Media.

Wat ik vanuit mijn bevoegdheid als minister van Jeugd wel kan doen, is ervoor zorgen dat de problematiek op de beleidsagenda blijft en dat er voldoende aandacht blijft gaan naar het gebruik van alcohol in de vrijetijdscontext.

Ik zet in de eerste plaats verder in op de ondersteuning van het jeugdwerk in al zijn geledingen, omdat ik ervan overtuigd ben dat een zinvolle vrijetijdsbesteding op zich een intrinsieke, preventieve waarde heeft. Vrije tijd draait voor de meeste mensen rond genieten, tot rust komen, sociale contacten, zichzelf kunnen ontplooien, en soms ook grenzen aftasten. Het is zeker voor jongeren ook een context waarbinnen risico’s qua ongezond gedrag kunnen optreden.

Het jeugdwerk is zich hiervan bewust en doet al veel. De meeste verenigingen blijken wel een of andere vorm van beleid te voeren. In de praktijk krijgt dat beleid vorm in een afsprakennota, een huishoudelijk reglement of iets dergelijks, waarin voor drugs een nultolerantie wordt vooropgesteld. Alcohol wordt meestal wel getolereerd binnen de wettelijke kaders, maar vaak met bijkomende restricties, zoals het niet-gedogen van drankspelletjes of van alcoholische dranken als beloning. De meeste organisaties besteden aandacht aan die regels tijdens de vorming van hun leiding, van begeleiders en monitoren. Ook wegens de maatschappelijke gevoeligheid van het thema neemt de jeugdsector in het algemeen dit onderwerp zeer goed en diepgaand ter harte.

Ik wil zeker mijn collega’s wijzen op de geciteerde cijfers, maar ik heb niet het gevoel dat we in de lopende regeerperiode nieuwe acties moeten opstarten. Zoals gezegd, zijn mijn collega’s geëngageerd in het strategisch plan Gezondheid en die acties worden uitgevoerd. Mijn eigen administratie denkt mee na over het aspect ‘health in all policies’ voor de volgende regeerperiode.

In de verschillende beleidsdomeinen zijn de aanspreekpunten voor jeugd- en kinderrechtenbeleid ondertussen bezig met de voorbereiding van het nieuwe jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan. De problematiek van overconsumptie van alcohol werd uitdrukkelijk opgenomen in de voorlopige omgevingsanalyse. De prioritaire uitdagingen worden nu geselecteerd en er wordt nagedacht over operationele doelstellingen. Het is de bedoeling dat de nieuwe Vlaamse Regering hier maximum vijf grote transversale projecten aan koppelt.

U vroeg naar een overzicht van de manieren waarop jongeren vandaag, vanuit het jeugdwerk, weerbaar worden gemaakt tegenover alcoholmisbruik. Wanneer je kijkt op de websites van de verschillende jeugdverenigingen, dan stel je vast dat quasi elke jeugdbeweging haar beleid inzake alcohol toelicht. Bij Jeugd Rode Kruis kunnen alleen ingelogde leden dit terugvinden. Het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ) hanteert als beleid dat er geen alcohol is tijdens de activiteiten en wanneer men in uniform is. IJD - Jongerenpastoraal Vlaanderen zet geen beleid op de site, maar heeft wel een plan omtrent het gebruik van alcohol op kampen. De invalshoeken verschillen dus.

Ik kan stellen dat quasi alle jeugdbewegingen concrete tips hebben voor het lokaal ontwikkelen van een alcoholbeleid en dat ze hierover vorming geven, zowel als deel van de kadervormingscursus voor hoofdanimatoren als in het kader van aparte vormingssessies. Een aantal verenigingen hebben folders en brochures ter beschikking over het onderwerp.

Binnen het platform Jeugdbewegingen Overleg en Samenwerking (JOS) vond een overleg plaats met controleurs van de FOD Volksgezondheid. Dit met het oog op het beter sensibiliseren van groepen en om de dialoog met de FOD te verbeteren. Het overleg resulteerde in een checklist om in regel te zijn bij de organisatie van fuiven. De checklist moet er vooral voor zorgen dat groepen over alle nodige maatregelen nagedacht hebben en die ook tot uitvoering brengen. De FOD wil die checklist ook hanteren bij zijn controles om op die manier ook een duidelijke basis te hebben waarop juist gecontroleerd wordt.

Naast de checklist heeft het overleg er ook toe geleid dat bepaalde controleurs vorming geven aan leiding van jeugdbewegingen. Er werden door de koepels verschillende vormingen georganiseerd over de regelgeving inzake fuiven, waarbij controleurs toelichten waarop juist gecontroleerd wordt. Gezien de grote interesse is het de bedoeling om dit aanbod ook in de toekomst te herhalen.

Wat betreft de jeugdhuizen werkt Formaat, de federatie van jeugdhuizen in Vlaanderen, aan het project ATTENT, in samenwerking met de VAD. Momenteel zijn er 112 jeugdhuizen die in ‘attenties’ voorzien. Daarvan zijn er 36 die een attentie hebben inzake hun alcohol- en drugplan. Formaat zal voor de gehele jeugdsector ook Fuifpunt nieuw leven inblazen. Een alcoholbeleid zal daar ongetwijfeld mee deel van uitmaken.

De Ambrassade ten slotte geeft informatie aan jongeren via de Jongerengids. Daarbij is de VAD een belangrijke partner.

– Bart Caron treedt als voorzitter op.

Minister Sven Gatz

U vroeg naar mijn standpunt over het voorstel om de leeftijdsgrens voor alcoholconsumptie op te trekken tot 18 jaar. Er moet een evenwicht gezocht worden tussen verschillende strategieën. De afgelopen jaren hebben heel wat spelers in de vrijetijdssectoren preventie leren kennen op basis van beperkende regelgeving: het rookverbod in de horeca, de leeftijdsbeperkingen rond het schenken van alcohol enzovoort. Vaak was dat voor hen en hun klanten een frustrerende ervaring. Anderzijds kan een beperkende regelgeving ook ondersteunend werken voor een preventief gezondheidsbeleid en heel wat opportuniteiten bieden. Regelgeving moet altijd gepaard gaan met informeren en sensibiliseren, het creëren van een gezonde omgeving, het zoeken naar win-winsituaties en het leggen van linken naar vroegdetectie, vroeginterventie en hulpverlening.

Het Kinderrechtenverdrag tracht ook steeds het evenwicht te bewaren tussen bescherming en autonomie, waarbij de invulling dus licht kan verschillen van land tot land. Het Kinderrechtenverdrag bevat op dit vlak geen absolute grenzen. Wel bevat het in artikel 24 het recht op de hoogst mogelijke graad van gezondheid en het recht op toegang tot gezondheidszorg en medische voorzieningen met bijzondere nadruk op eerstelijnsgezondheidszorg en preventieve gezondheidszorg, op gezondheidsvoorlichting en -educatie.

Artikel 33 bevat het recht van het kind te worden beschermd tegen het gebruik van narcotica en psychotrope drugs en tegen betrokkenheid bij de productie of distributie ervan. In 2010 gaf het VN-Comité voor de Rechten van het Kind aan België het advies alle noodzakelijke maatregelen te treffen om drugs- en alcoholmisbruik te voorkomen.

De Vlaamse Jeugdraad formuleerde een aantal jaar geleden een standpunt over zo’n alcoholverbod voor minderjarigen. De toenmalige voorzitter formuleerde het toen als volgt: “Dit voorstel is betuttelend en het plaatst alcoholgebruik bovendien in een criminele sfeer. Wij zijn voor maatregelen die sensibiliserend werken, jongeren versterken in het opnemen van hun verantwoordelijkheid en die het recht op experimenteerruimte van de jongeren centraal stelt. Ook de voorbeeldfunctie van ouders en volwassenen is voor ons belangrijk. De reacties van verschillende politieke partijen tegen zo een verbod zijn dan ook terecht en getuigen van een langetermijnvisie dicht bij de leefwereld van jongeren.”

Ik volg nog steeds deze argumenten en ben er inderdaad van overtuigd dat het voorbeeldgedrag van ouders en volwassenen essentieel is, maar dat we toch vooral moeten werk maken van de weerbaarheid van jongeren.

Ik zal minister De Block in elk geval vragen dat ze over de hele kwestie in gesprek gaat met vertegenwoordigers van jongeren in de drie gemeenschappen, onder andere met onze Vlaamse jeugdraad. Het creëren van een draagvlak is extra belangrijk in de context van de vrije tijd. De FOD Volksgezondheid heeft in het verleden al een breed forum opgezet waarop mensen konden reageren en hun mening geven.

Alcohol, drugs en tabak maken deel uit van de leefwereld van jongeren. Ze worden in hun dagelijks leven, op school, thuis en in hun vrije tijd, geconfronteerd met gebruik en, jammer genoeg, ook misbruik. De stem van jongeren is dan ook onmisbaar in het debat. Ik ga ervan uit dat jongeren competente burgers zijn, die graag meedenken, doen en durven, op voorwaarde dat er ook naar hen geluisterd en gekeken wordt en dat hun bijdrage als zinvol ervaren wordt. Kinderen en jongeren moeten worden betrokken bij het formuleren van problemen en oplossingen. De Vlaamse Jeugdraad geeft als spreekbuis van kinderen en jongeren in Vlaanderen graag advies en is vragende partij voor een meer diepgaande dialoog met de FOD volksgezondheid.

Minister, ik kan vrede vinden met heel veel dingen die u hebt gezegd en ik kan u daarin volgen. Toch overvalt mij ook een dubbel gevoel. Ik ben het helemaal met u eens dat jongeren moeten kunnen experimenteren en grenzen opzoeken en er af en toe misschien zelfs eens over gaan. Dat hoort bij het ontwikkelingsproces van jongeren zal ik maar zeggen, en om eerlijk te zijn, ook van ons als volwassen mensen.

Aan de andere kant denk ik dat de mogelijk grote gevaren van alcoholmisbruik nog vaak onderbelicht zijn. Te veel jongeren zijn zich daar niet voldoende van bewust, van wat alcohol fysiek met hen kan doen, met hun ontwikkeling. En dan begin ik nog niet eens over jongeren die onverstandig dronken achter het stuur kruipen en de verstrekkende gevolgen die dat met zich kan meebrengen.

Ik heb nog een raar gevoel. U geeft aan dat er wel heel wat gebeurt, dat uw collega's heel wat op poten zetten, dat minister Vandeurzen verschillende dingen doet en ze opvolgt. De cijfers worden gemonitord. De verschillende jeugdbewegingen en -verenigingen zijn op een heel goede manier bezig. De cijfers echter zijn de cijfers en ze zitten in een stijgende lijn. We zitten op het hoogste punt van de afgelopen tien jaar, zonder te willen zeggen dat het allemaal over jongeren gaat die betrokken zijn bij jeugdverenigingen.

Minister, het is een open vraag: voortdurend is er van alles aan de gang, u hebt dat objectief vastgesteld en u bent op papier nagegaan wat er mogelijk is, maar bent u ook in dialoog getreden vanuit uw diensten? Is er nagegaan waarom we op het hoogste cijfer zitten van de afgelopen tien jaar? Ik heb deze voormiddag nog gepraat met afvaardigingen van scouts en chiro. Ze zeiden allemaal dat er bij hen geen probleem was, dat er wel een verandering zichtbaar is. Het is een heel divers landschap. Minister, hebt u proactief contact opgenomen met de organisaties in de jeugdsector? Hebt u hen gevraagd wat zij opmerken? Aangezien we op het hoogste punt zitten in tien jaar tijd, moet er iets worden bijgestuurd? Is er nood aan extra ondersteuning, ja of nee? Ik blijf met een dubbel gevoel zitten. Het ziet er mooi uit op papier. De meldingen zijn wat ze zijn. Is er bijsturing nodig?

De voorzitter

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Minister, ik ben blij met de vraag van de heer Annouri. De vraag is al verschillende keren gesteld door mijn collega Anseeuw in de commissie Welzijn. Dit toont aan dat één en dezelfde problematiek soms over verschillende beleidsdomeinen loopt. Dat hebben we het deze morgen ook nog gehad.

Volgens mij is het heel belangrijk dat jongeren zich bewust zijn van de mogelijke risico's die ze lopen bij het overmatig gebruik van alcohol. Hoe je het draait of keert, er zijn altijd heel wat jongeren die in hun jonge jaren de kiem leggen van het alcoholprobleem waarmee ze dan de rest van hun leven geconfronteerd worden en mee worstelen. Jongeren moeten zich bewust zijn van de mogelijke gevolgen. Er moet zeker en vast nog meer worden ingezet op sensibilisering en preventie, maar ook op hulpverlening en ordehandhaving. Met andere woorden: voorkomen waar kan, helpen waar nodig, en bestrijden waar het moet.

Die hulpverlening en ordehandhaving zijn domeinen van minister Vandeurzen. Op het vlak van sensibilisering en preventie kunnen we hier echt toch nog een tandje bijsteken. Fuifpunt en de Druglijn zijn wel goed, maar op het terrein zien we niet altijd direct de resultaten. Ik wil u vragen om te blijven inzetten op sensibilisering en preventie.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Normaal zal ik mij niet mengen als het gaat over Jeugd, maar een tijd geleden was ik schepen van Jeugd en werd ik ook met dit probleem geconfronteerd. We hebben dan lokaal een aantal maatregelen genomen.

Zo is er een tijd geweest – en het gebeurt nu nog – dat namen van fuiven sowieso gelieerd waren aan dronken zijn, aan bier en alcohol. Ik denk bijvoorbeeld aan de ‘Bier op een rij’-fuif en de ‘Drink je lazarus’-fuif. Op een gegeven moment verbonden merken van alcoholische producten hun naam zelfs aan een fuif. Zo waren er Duvel-fuiven, Baccardi-fuiven enzovoort. We hebben daar lokaal op ingegrepen. (Opmerkingen van Katia Segers)

Ja, maar er is een verschil. In de Jupiler Pro League promoot men nu volop bier dat 0,0 procent alcohol bevat. Dat vind ik wel oké.

We hebben die namen laten wijzigen. Sommige jongerenorganisaties vonden dat niet leuk.

De ‘Bedrieg je lief’-fuif bestaat trouwens ook, maar daar kom ik niet in tussen. Daar laat ik iedereen vrij in. (Opmerkingen)

In Opwijk en in Geel, niet in Dendermonde. 

Wat u zegt, klopt. Elke grote organisatie, elke jeugdbeweging, heeft een plan, een idee van hoe om te gaan met alcohol en met drugs. Het probleem is dat het op lokaal niveau moet worden geïmplementeerd. Het is de taak van de nieuwe schepenen van Jeugd om daarmee om te gaan. Voor elk jeugdhuis, elke lokale jeugdbeweging, zal er een plan op maat moeten zijn. Dat is die eerste lijn die zeker en vast moet worden uitgerold.

Zoals de heer Annouri en mevrouw Van Eetvelde zeggen, moeten we daar een tandje bijsteken. We kunnen misschien ook promoten om daar een bepaald budget tegenover te zetten. We moeten op lokaal niveau daarop inzetten, want het is daar dat het gebeurt, bijvoorbeeld op schoolfuiven. Die zaken zijn belangrijk.

De sensibiliseringscampagne hebben we ook op lokaal niveau gevoerd. Zo maakte ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand’ duidelijk dat alcoholmisbruik geen fraai zicht biedt.

Als minister kun je wel globaal een aantal zaken uitrollen, maar de implementatie op het terrein moet lokaal gebeuren.

De voorzitter

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Mijnheer Annouri, ik dank u voor uw vraag. Minister, ik dank u voor uw antwoord.

De cijfers zijn inderdaad verontrustend. Ik ben blij te horen dat het toenemende alcoholmisbruik mee is opgenomen in de omgevingsanalyse en dat u, samen met uw collega-ministers in de regering, stappen zet.

Ik wil er wel op wijzen dat er een tweede onderdeel is in het artikel en de cijfers die werden aangehaald, en dat is dat het geen probleem is van jongeren alleen. Ook bij senioren is er sprake van een grote toename.

We mogen dit dus niet als een probleem van jongeren alleen beschouwen. Het is een meer algemeen probleem rond bewustwording met betrekking tot alcoholmisbruik.

Minister, ik ben ook blij te horen dat u verwijst naar het advies van de Jeugdraad met betrekking tot het optrekken van het alcoholverbod naar de leeftijd van 18 jaar. Onze collega’s van CD&V in deze commissie treden dat alvast bij. Het lijkt mij wenselijker dat de kennismaking met alcohol gebeurt in een veilige, vertrouwde omgeving. Het is beter dat dat niet volledig verboden wordt omdat de jongeren dan elders zouden kunnen experimenteren, en dat zou zwaardere gevolgen kunnen hebben.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Excuseer. Ik was even aan het lachen samen met de voorzitter, maar dat was niet met betrekking tot de laatste interventie. Ik vroeg aan de voorzitter of het klopte dat senioren wel degelijk ook in de gevarenzone kwamen. (Gelach)

Ik heb geen duidelijk antwoord gekregen. Misschien heb ik mij niet tot de juiste doelgroep gewend. (Gelach)

Alle gekheid op een stokje. Het is een ernstige aangelegenheid. Ik besef ook dat elk woord dat ik hier uitspreek, altijd kan worden afgewogen tegen mijn professioneel intermezzo van enkele jaren geleden. Dat maakt het voor mij niet gemakkelijk om daar een aantal dingen sereen over te zeggen.

Ik wil zeker verder de dialoog aangaan met de Jeugdraad en de koepels om te bekijken hoe we bijkomende maatregelen kunnen nemen. Dat lijkt me goed en wenselijk. Maar daarbij zal de wijsheid niet alleen van het beleid komen, maar ook van het werkveld zelf. Zoals de heer Meremans zei, is de lokale implementatie van al hetgeen daar gebeurt, heel belangrijk.

Zoals gezegd, zal ik mevrouw De Block vragen om dat gesprek aan te gaan met de vertegenwoordigers van de jongeren. Ik neem aan dat we daar de nodige bezorgdheid delen en mogelijk verdere acties daarrond kunnen ondernemen.

Ik wens wel te benadrukken – dat is blijkbaar een algemeen gegeven en in die zin was de verwijzing van de heer Van de Wauwer naar senioren terecht – dat het algemeen alcoholgebruik in de samenleving in feite lichtjes daalt, al jarenlang. Dat is ook bij jongeren zo. Ze gaan later aan de alcohol en drinken minder dan de senioren vóór ons gedronken hebben. Dat is zo. Maar het alcoholmisbruik neemt ook toe.

Met andere woorden, de algemene tendens is eerder bemoedigend. Men gaat – ik zal het neutraal benoemen – verstandiger om met alcohol, maar de scherpte van de probleemgroep neemt toe. En dat is inderdaad een zaak waarbij ik grote vragen heb. Hoe kunnen we daar juist op inspelen zonder maatregelen te nemen die op het eerste gezicht misschien wel goed lijken, maar die eerder het algemeen gebruik verder terugschroeven en niet noodzakelijk het misbruik. Dat is gewoon een heel moeilijke kwestie. Ik stoot daar in mijn huidige functie op en dat was ook in mijn vorige functie zo.

Ik hoop dat we in het overleg met de mensen op het terrein, waarop ik nog meer wil inzetten, verdere vorderingen kunnen maken.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Collega’s, ik dank jullie voor jullie betogen. Minister, ik dank u voor uw aanvullend antwoord.

Ik volg u wanneer u zegt dat er systematisch lichtjes minder alcohol wordt geconsumeerd, maar dat dat in contrast staat met het misbruik dat groter wordt.

Bovendien wordt er vaak gezegd dat het toch een generationeel iets zou zijn. Ik weet niet of ik het daar eens mee moet zijn of niet, ik heb er geen zicht op. Ik hoor van heel wat generatiegenoten van mij, vooral in een niet-stedelijke context: ‘Als je kijkt naar mijn ouders, die twee straffe bieren drinken en toch nog de auto nemen, dat is daar evidenter. Bij ons zou niemand er nog maar aan denken dat dat zou kunnen gebeuren.’ Dat is te simplistisch, te anekdotisch. Ik weet niet of je daar conclusies uit kan trekken, maar het komt wel regelmatig terug.

Voor mij is het belangrijkste dat je jongeren laat experimenteren, dat je jongeren laat ontdekken wat er is, en dat ze af en toe over die grenzen heen kunnen gaan. Maar nooit kunnen we laten gebeuren dat die grenzen permanente gevolgen of permanente schade toebrengen. Daar moeten we wel in optreden en dat maximaal voorkomen. Het is jammer, en het gebeurt te vaak dat ik in mijn eigen omgeving zie wat de gevolgen effectief zijn. Dat gaat trouwens niet alleen maar over alcohol, maar inderdaad ook over drugs, dat gaat ook over cannabis, dat gaat ook over andere dingen waar we verstandiger mee moeten omgaan. Ik kijk dus uit naar de gesprekken die nog zullen volgen, ik zal dat ook blijven opvolgen, hopelijk ook met andere collega’s, omdat ik denk dat dit een thema is waar we wel waakzaam over moeten blijven. Experimenteren? Ja. Grenzen bewaken? Ook ja.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.