U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Rationeel omgaan met energie en het snoeien in verbruik blijven de meest efficiënte, groene en goedkoopste oplossing. Vandaar moeten we gezinnen aanzetten om hun woning goed te isoleren, rationeel om te gaan met energie en te investeren in duurzame energieproductie. De beslissing om de Vlaamse energielening vanaf 2019 enkel nog toe te kennen aan de prioritaire doelgroep heeft een impact op de energiehuizen. Deze energiehuizen zijn immers verantwoordelijk voor de toekenning en afhandeling van de Vlaamse energielening. Het energiehuis is een gemeentelijke instelling of een samenwerking tussen verschillende gemeenten. 

Er werd reeds aangegeven dat de energiehuizen zullen worden geheroriënteerd tot een uniek loket en centraal aanspreekpunt voor begeleiding, sensibilisering en ontzorging. We stellen echter vast dat burgers, ondanks alle voordelen en baten, niet overgaan tot energiebesparende of duurzame investeringen. Ontzorging vormt dus een enorme uitdaging en daar kunnen de energiehuizen een belangrijke rol vervullen. Ze zullen, naast hun basisopdracht, ook nog andere taken opnemen zoals ondersteuning van groepsaankopen en coördinatie bij collectieve renovatie. Deze taken gebeuren dan uiteraard tegen een betaling. De Vlaamse Regering heeft de hervorming nu goedgekeurd. We hebben in het parlement ook diverse bepalingen van het decreet goedgekeurd. De energiehuizen zullen vanaf 1 januari 2019 deze nieuwe taken opnemen.

Hoe zal deze hervorming worden gecommuniceerd aan de energiehuizen? Zal er al dan niet in een overgangsperiode worden voorzien?

De energiehuizen kunnen ook tegen betaling andere taken opnemen, zoals ondersteuning van groepsaankopen en coördinatie bij collectieve renovatie. Hoe verhouden deze taken zich ten aanzien van het aanbod van bijvoorbeeld de provincies inzake groepsaankopen?

Hoe zal er worden samengewerkt met andere lokale en bovenlokale actoren, bijvoorbeeld lokale besturen, OCMW’s, distributienetbeheerders en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) voor wonen. Plant u nog een vereenvoudiging in de veelheid aan spelers die advies geven rond renoveren en bouwen? Zo ja, welke stappen gaat u hiertoe ondernemen?

Wat is de impact van de veranderde financiering voor de toekomstige werking van de energiehuizen?

Hoe gaan de energiehuizen kunnen experimenteren met hun nieuwe taak? Hoe gaan de energiehuizen aan kennisdeling kunnen doen met elkaar?

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

De energiehuizen zijn reeds van bij de aanvang nauw betrokken bij het hervormingsproces. Ik ben onmiddellijk zelf aan de tafel gaan zitten om na te gaan hoe we verder konden samenwerken. Zij zijn dus zeer goed op de hoogte van de toekomstige taakstelling en zijn momenteel zelfs volop bezig met de voorbereiding en organisatie ervan. Aangezien de nieuwe gemeentebesturen binnen een goede maand, op 1 januari 2019, aantreden, zullen de energiehuizen als uniek loket eerder in het voorjaar, begin april, volledig operationeel zijn.

Aan de energiehuizen worden basistaken opgelegd. Het is hun opdracht om ervoor te zorgen dat deze taken in elke gemeente van hun werkingsgebied worden uitgevoerd. Om hiertoe te komen, kunnen ze samenwerkingen aangaan met andere partners, waaronder de partners waarnaar u verwijst. Het doel is uiteindelijk om aan de burger een volledig geïntegreerd aanbod te kunnen bieden van basis- en/of gespecialiseerde energiediensten, die ofwel door het energiehuis zelf, ofwel door een gespecialiseerde partner worden uitgevoerd. Zoals gezegd, zijn de energiehuizen momenteel volop bezig deze gesprekken met andere spelers te voeren.

De diensten tegen betaling waarnaar u verwijst, zijn facultatief, wat betekent dat het energiehuis deze niet moet maar wel kan aanbieden. Dergelijke diensten komen trouwens in het ontwerp van besluit van de regering omtrent de hervorming van de energiehuizen, dat binnenkort definitief wordt goedgekeurd, niet aan bod, wegens het niet verplicht karakter er van. Tussen mijn kabinet en dat van mijn collega, minister Homans, is er ook al overleg om een nauwe samenwerking te garanderen tussen enerzijds de woonloketten en anderzijds de energiehuizen. Zij bekijken zelfs de mogelijkheid om op termijn tot een uniek, laagdrempelig energie- en woonloket te komen.

Wat de financiering betreft: de energiehuizen worden belast met bijkomende taken, en daar staat logischerwijze ook de nodige financiering tegenover.

Het Vlaams Energieagentschap organiseert periodiek overleg met de energiehuizen, waar uitgebreid ervaringen worden uitgewisseld. Bovendien zal in het kader van het BE-REEL-project een lerend netwerk rond de energiehuizen worden opgezet met het oog op kennisdeling.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Dank u. Ik denk dat daarmee de meeste van mijn vragen beantwoord zijn.

Het dwingende van het integreren van de verschillende diensten is dus, als ik het goed begrijp, niet ingerekend. Is het dan niet nuttig om dat heel kort na de invoering toch te evalueren? Want ik ben een beetje bang dat, niet in de kleinere gemeenten maar zeker in de grote centrumsteden, er op den duur verschillende organisaties zullen zijn waartussen er geen samenwerking bestaat, een beetje afhankelijk van de groepen die erachter zitten, of dat er niet gestreefd zal worden naar een uniek loket. Mijn vraag gaat dus over het dwingende karakter. 

Is dit ook toegankelijk voor kmo’s? Kmo’s zitten ook met vragen. Het gaat dan misschien niet over dezelfde technische vragen over woningen, de materie kan wat anders zijn. Is het ook voor hen toegankelijk? Ik merk dat daar toch heel wat vragen leven.

De heer Danen heeft het woord.

Het klopt inderdaad dat de energiehuizen tegen betaling een aantal andere taken kunnen uitvoeren. Maar denkt u niet dat die vraag tot betaling een bijkomende drempel vormt om die andere zaken te doen, bijvoorbeeld collectieve renovatie? Dat is een belangrijk gegeven. Het is heel moeilijk om in Vlaanderen een collectieve renovatie uit te voeren. Ik denk dat we dat eerder moeten ondersteunen dan beperken. En ik denk dat, als je daarvoor een tarief gaat aanrekenen, mensen nog minder geneigd zijn om tot collectieve renovatie over te gaan.

Een tweede vraag gaat over de kennisdeling. U hebt gezegd dat u zult proberen om een lerend netwerk daarrond op te zetten. Dat is natuurlijk heel belangrijk. In veel energiehuizen is er al veel kennis. Maar het is ook wel zo dat er een aantal nieuwe taken op die energiehuizen afkomen en dat die kennis nog moet worden opgebouwd. Mijn vraag gaat eigenlijk over de fase die voorafgaat aan die kennisdeling. Hoe kunnen energiehuizen ervoor zorgen dat ze nu al in staat zullen zijn om aan hun taken te voldoen?

De heer Schiltz heeft het woord.

Ik heb een kleine bijkomende vraag, minister. Via de hervormingen kunnen energiehuizen al wel die vernieuwende projecten lanceren of zelfs een experimentele activiteit ontwikkelen of hieraan meewerken. Ze zouden extra ondersteuning en bijkomende projectfinanciering kunnen krijgen. Daartoe zou de Vlaamse overheid dan een periodieke projectoproep lanceren. Kunt u dat wat nader toelichten? Hoeveel middelen zullen daarvoor beschikbaar worden gesteld? Welke criteria zullen gehanteerd worden voor die experimentele projectoproep? Hebt u daar al een zicht op?

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Alles wordt uiteraard geëvalueerd. Ik ben een minister die altijd zegt: als je nieuwe dingen doet, dan evalueer je ook. Als je dan dingen buiten zet, dan evalueer je en stuur je dingen bij. Ik heb dat altijd gezegd.

Over de intergemeentelijke samenwerking staat in het besluit van de Vlaamse Regering dat er – trouwens ook in overleg met mijn collega Homans – partnerships aangegaan moeten worden met de energiehuizen. Dat betekent dat daarin toch voorzien is en dat mijn collega, die bevoegd is voor intergemeentelijke samenwerking, daar heel duidelijk over is. De gemeenten moeten daar samenwerken met energiehuizen.

Wat uw vraag voor kmo’s betreft, mijnheer Gryffroy: dat is in feite niet specifiek gepland, maar ik ken het probleem. Ik heb het bij mij lokaal ook mee opgenomen. Men kan natuurlijk altijd doorverwijzen. In mijn geval bestaat er ook een Economisch Huis. Het energiehuis kan dan doorverwijzen naar het Economisch Huis, of omgekeerd, het Economisch Huis kan dan samenwerken met het energiehuis.

Ik denk trouwens dat er op dat vlak heel wat mogelijkheden zijn voor samenwerking met bedrijven, en dat er, voornamelijk in het kader van participatieprojecten, heel wat mogelijkheden zijn op het terrein om met bedrijven en energiehuizen samen te werken. In een eerste fase is men nu bezig met gemeentelijke gebouwen, met stadsgebouwen of een aantal andere zaken. Maar zeker in een volgende fase, zeker dit jaar, moet er samengewerkt worden met de bedrijven. Dus met andere woorden: de samenwerking tussen de ondernemingsinitiatieven die lokaal genomen worden en de energiehuizen, kan worden geregeld. Ik ben daar een grote voorstander van.

Mijnheer Danen, de energiescans blijven gratis voor de doelgroep. U weet dat de doelgroep een specifieke benadering krijgt. Wij blijven daar rekening mee houden. Daar wordt niets aan gewijzigd. We gaan dus de energiescans voor die doelgroep niet aanrekenen.

Mijn vraag ging niet over energiescans maar over collectieve renovatie.

Minister Bart Tommelein

Wat bedoelt u met collectieve renovatie?

Als je bijvoorbeeld een aantal huizen in een wijk samen wilt renoveren, dan is dat een collectieve renovatie. Dan kan het energiehuis een ondersteuning geven, maar dat zal dan tegen betaling zijn, en dat vind ik jammer, want we hebben meer van dat soort projecten nodig.

Minister Bart Tommelein

Er is toch ook in een burenpremie voorzien waarop een beroep kan worden gedaan?

Dat klopt, absoluut, maar dan is het de vraag of dat tarief niet hoger wordt dan die burenpremie.

Minister Bart Tommelein

We zullen dat evalueren. We zullen dat bekijken. Als daar daadwerkelijk nood aan is, dan nemen we dat op.

Mijnheer Schiltz, inzake de vernieuwende activiteiten is in net geen 1 miljoen euro voorzien, zegt u. We zullen dat bekijken na zes maanden evaluatie. Het woord ‘evaluatie’ komt hier dus een paar keren naar voren. Goed?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik wil nog even ingaan op het al dan niet betalend zijn. Als er een aantal extra dingen gebeuren waarin niet was voorzien, vind ik het ook nogal logisch dat dat betalend zou zijn. Daar wil ik duidelijk over zijn. Het mag immers ook niet zo zijn dat zij de concurrent zijn van de lokale architecten of de lokale coördinatiebureaus. Daar is marktwerking en daar moet ook voor worden betaald.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.