U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans (N-VA)

Minister, regelmatig melden personen mij dat ze door een plotse loondaling het betalen van de kinderopvang erg zwaar vinden, omdat dat dan zeer sterk doorweegt op het familiebudget. Volgens de huidige regelgeving kan het inkomenstarief worden verminderd als er een structurele daling is van het inkomen van minstens 50 procent gedurende 12 maanden.

In januari 2016 heb ik u daarover al een schriftelijke vraag gesteld. U hebt mij toen de regelgeving toegelicht en u hebt een mooie opsomming gegeven van hoeveel keer een dergelijk tarief op basis van een loonsvermindering van meer dan 50 procent werd aangevraagd in de jaren 2015 en 2016.

Die regelgeving is inderdaad duidelijk. Er staat namelijk in dat het kan voorkomen dat de actuele situatie van een gezin niet meer overeenstemt met de gegevens waarop het inkomenstarief werd berekend en dat daarom een aantal mogelijkheden werden vastgelegd om af te wijken van het berekende inkomenstarief, namelijk het individueel verminderd tarief. U schrijft in uw antwoord: “Een van de mogelijkheden voorziet dat” – en dat is het geval dat ik aanhaalde – “indien een van de ouders gedurende 12 maanden ten minste 50 procent minder zal verdienen, terwijl het inkomen van de andere ouder niet stijgt, het aanvankelijk berekende tarief met 25 procent wordt verminderd. De grens van 50 procent van een van de inkomens werd weerhouden in de regelgeving als zijnde een situatie waarbij er een substantiële daling is van het inkomen. Daarnaast zijn er nog een aantal mogelijkheden in de regelgeving voorzien waarbij een gezin via de aanvinklijst automatisch een verminderd individueel tarief kan bekomen indien het kan aantonen dat het zich in een specifieke situatie bevindt.”

Als de financiële last te hoog blijkt en men niet aan de vorige voorwaarden voldoet, kan de ouder zich richten tot het OCMW, dat dan een sociaal onderzoek uitvoert en hierover een beslissing aan Kind en Gezin overmaakt, waarna zij een aangepast attest inkomenstarief kunnen verkrijgen.

Minister, hebt u er zicht op hoe vaak die plotse loondaling zich voordoet? Uit de cijfers van 2015 en 2016 blijkt dat toch vaak te gebeuren. In hoeveel van deze gevallen wordt dat aanvankelijke tarief effectief verminderd met 25 procent?

In hoeverre zijn de verschillende maatregelen, die aanvinklijst of het verminderde tarief via het OCMW, voldoende gekend bij de gebruikers? Hoe draagt Kind en Gezin bij tot verdere bekendmaking? Welke rol ziet u hierin – als een bijzonder aandachtspunt – voor de Huizen van het Kind?

Werd de werkwijze met betrekking tot die loondaling al geëvalueerd? Bent u van mening dat de regelgeving moet worden bijgestuurd om eventueel sneller te kunnen inspelen op een plotse loondaling? Zo ja, hoe wenst u het beleid aan te passen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Als eerste aanspreekpunt voor ouders is er de opvangvoorziening met inkomenstarief. Bij het ondertekenen van de opvangovereenkomst komen het aanvragen van het attest met betrekking tot het inkomenstarief en de mogelijkheden daarbij normaliter reeds ter sprake, want dit behoort tot de opdrachten van de opvang.

Bij de eerste aanvraag van het attest betreffende het inkomenstarief via de onlinemodule op de website van Kind en Gezin krijgt de ouder en/of de persoon die hem of haar hierbij ondersteunt, de mogelijkheden voor een verminderd tarief via de aanvinklijst hoe dan ook te zien.

Deze webmodule legt bondig uit hoe de ouder er gebruik kan van maken en verwijst ook naar de informatiebrochure voor ouders op de website van Kind en Gezin, die uitlegt hoe het inkomenstarief in elkaar zit en hoe het te berekenen. Bovendien wordt op het attest inkomenstarief expliciet vermeld waar de online-informatie over het berekenen van het inkomenstarief te vinden is.

Op deze webpagina’s is bovendien de specifieke brochure ‘Kind in Beeld’ over het inkomenstarief beschikbaar. Daarin wordt het inkomenstarief-systeem in beeldtaal uitgelegd. Deze brochure kan door de opvang of door doorverwijzers worden gebruikt bijvoorbeeld bij ouders die onvoldoende Nederlands kennen. Al deze informatie is open beschikbaar op de website van Kind en Gezin voor ouders, opvang, doorverwijzers, ondersteuners en al wie het aanbelangt.

Behalve deze online informatie is Kind en Gezin zelf in het veld actief, onder meer met zijn regioverpleegkundigen. Als zij in contact komen met ouders die vragen of moeilijkheden hebben in verband met het inkomenstarief, nemen zij initiatief tot hulp, bijvoorbeeld door via hun lokale team van Kind en Gezin de brug te leggen naar de opvangvoorziening, door zelf de informatie beschikbaar te stellen of door te verwijzen naar de nodige ondersteuning, bijvoorbeeld via het lokaal loket kinderopvang, of naar het OCMW, dat zelf een verminderd tarief kan toestaan.

Ook het lokaal loket kinderopvang kan ondersteunen bij de aanmaak van het inkomenstarief. Zoals u wellicht weet, zetten we in 2019 verdere stappen om de verwezenlijking van een lokaal loket voor elke gemeente te stimuleren, waarbij we vanuit Vlaanderen in een ondersteunende subsidie voorzien. Van deze lokale loketten verwachten we dat ze samenwerken met de Huizen van het Kind.

Als er zich gedurende de opvangperiode een situatie voordoet die de financiële draagkracht van het gezin ernstig belast, waardoor een aanpassing van het inkomenstarief aangewezen zou zijn, dan zijn ook hier de ondersteuningsmogelijkheden die ik net opsomde van toepassing.

In deze context vraagt u naar gegevens over het aantal plotse loondalingen waarmee ouders geconfronteerd worden. Als Vlaamse overheid hebben we daar geen generiek zicht op. We kennen wel het aantal situaties van loondalingen waarvoor er via het aanvinksysteem in de berekeningsmodule op de website van Kind en Gezin een herberekening wordt aangevraagd die leidt tot een reductie van 25 procent op het inkomenstarief. Dit wordt namelijk gemonitord door Kind en Gezin. In 2015 ging het om 920 situaties, in 2016 waren er 1635 en in 2017 waren er 1171.

De inkomensdaling moet zich gedurende twaalf maanden voordoen. De keuze voor twaalf maanden is er gekomen door aandacht te hebben voor een bijna structurele langdurige daling en de gevolgen hiervan. In het verleden werd een kortere termijn vooropgesteld, waarbij naderhand op basis van steekproeven werd vastgesteld dat het inkomen vaak opnieuw gestegen was en het inkomenstarief niet werd aangepast, doordat contracthouders een stijging van hun inkomen niet konden melden.

Er worden momenteel geen wijzigingen gepland aan de huidige regelgeving.

Lies Jans (N-VA)

Ik dank u voor de informatie, minister. Ik stel vast dat het verstrekken van informatie over verminderde tarieven in grote mate op online informatie gebaseerd is. U verwijst naar het lokale loket kinderopvang en de Huizen van het Kind, maar daar is nog heel wat werk te verrichten. Er moet zeker een tandje worden bijgestoken om dat tot bij diegenen die er nood aan hebben te krijgen.

De termijn van twaalf maanden is er omdat u een structurele loonsdaling wilt zien. Ik vind dat een bizarre redenering. Als iemand acht maanden lang een loonsdaling heeft, zal dat voor het tarief van de kinderopvang als structureel worden gezien want hij of zij kan die facturen dan ook niet betalen. Of het nu acht of twaalf maanden duurt: dat vind ik een bizarre redenering.

Bij die grens van 50 procent loonsdaling heb ik me ook al vragen gesteld. Wie 45 procent loonsdaling heeft, kan er geen aanspraak op maken, anderen wel. Dat is allemaal zeer arbitrair. Voor mij en mijn fractie is het belangrijk om naar een soepeler systeem te gaan waarbij men kan inspelen op de wijzigingen van het inkomen van de ouders. Hoe we dat concreet moeten doen? Daar heb ik op dit moment geen kant en klare oplossing voor. Het lijkt me belangrijk om eens te evalueren. Misschien is het zinvol om de situatie verder te onderzoeken. Het is heel belangrijk om aan iedereen de toegang tot de kinderopvang te blijven garanderen. We mogen er met die vrij rigide systemen niet voor zorgen dat mensen uiteindelijk afhaken omdat het voor die zes of zeven maanden veel te duur wordt voor hen.

Minister Jo Vandeurzen

De reden waarom Kind en Gezin zegt dat het agentschap is teruggekomen op die twaalf maanden, is omdat het met die zes maanden en door het feit dat het moet werken met steekproeven achteraf, wat zeer arbeidsintensief is, problemen heeft gehad: er moesten nogal wat terugvorderingen gebeuren. Dat is de reden waarom men zegt dat men zeker wil zijn dat het structureel is, anders riskeert men achteraf regelmatig te moeten vaststellen dat men op een laag tarief is blijven zitten terwijl het inkomen weer op een hoger niveau is gekomen.

Er is geen principiële reden voor, het gaat veeleer om de vaststelling dat men een methode wil om te weten of het voldoende onomkeerbaar of langdurig is.

Lies Jans (N-VA)

Ik begrijp dit ergens wel, maar aan de andere kant heb ik het gevoel dat ik als individu en parlementslid te veel met die vragen word geconfronteerd. Er kwamen de afgelopen maanden verschillende personen bij mij die met het probleem werden geconfronteerd. Als er zo rigide wordt geïnterpreteerd, zijn we niet goed bezig. Er moet ergens op een eenvoudiger en soepeler manier mee kunnen worden omgesprongen.

Mijn vraag blijft: kunnen we niet naar een andere aanpak gaan zonder extra administratieve overlast voor de diensten?

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.