U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 27 november 2018, 14.06u

Voorzitter
van Peter Persyn aan minister Jo Vandeurzen
211 (2018-2019)

De heer Persyn heeft het woord.

Minister, eind oktober werden we opgeschrikt door een extreem geval van oudermishandeling waarbij een bejaarde man het leven liet. Ouderenmis(be)handeling is een onderschatte problematiek. We denken dat er een belangrijke onderdetectie en onderregistratie is. In 2017 werden er 505 gevallen van ouderenmis(be)handeling geregistreerd door het Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmis(be)handeling (VLOCO). In 2016 waren het er 436. Dat is een stijging van 16 procent in het afgelopen jaar.

We zetten in Vlaanderen in op drie grote lijnen inzake detectie van ouderenmis(be)handeling. Over die detectie en de strijd tegen ouderenmis(be)handeling heb ik enkele vragen voor u, minister. Enkele jaren geleden werd in samenwerking met het VLOCO door de VUB een risicotaxatie-instrument (RITI) ontwikkeld. Hoeveel professionals maken inmiddels gebruik van dat RITI? Het instrument zou ook vertaald worden naar de woonzorgcentra. Is dat inmiddels gebeurd?

Naast het inschatten van de risico’s zet Vlaanderen in op het ontwikkelen van protocollen rond het omgaan met ouderenmishandeling. Uit een vraag om uitleg van collega Bertels bleek dat daarin nog moest worden geïnvesteerd. Hoe ver staat u met het uitwerken van dergelijke protocollen?

In ruim de helft van de gevallen gebeurt de ouderenmis(be)handeling in familiale omgeving door de kinderen zelf. Het VLOCO stelt dat het in vele gevallen gaat over ontspoorde mantelzorg. Hierbij zien zij de groep ‘ouderen die lijden aan dementie’ als een zeer grote risicogroep. Welke specifieke acties, minister, zult u ondernemen om de risico’s voor deze groep in te perken? Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Momenteel hebben 24 organisaties effectief een login voor het gebruiken van de online-applicatie van het RITI. Het betreft sociale diensten van OCMW’s, diensten Maatschappelijk Werk van ziekenfondsen, sociale diensten van ziekenhuizen, diensten voor gezinszorg, diensten voor thuisverpleging, een huisartsenvereniging, een vrijwilligersorganisatie, een dagverzorgingscentrum en een over Vlaanderen verspreide aanbieder van woonzorgcentra en assistentiewoningen.

Organisaties die met het RITI aan de slag willen, krijgen een gratis instapvorming aangeboden waarin het gebruik van het RITI geduid en toegelicht wordt. Er wordt een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. Nadien krijgt de organisatie de logingegevens en een paswoord voor de onlineapplicatie.

Het is moeilijk in te schatten hoeveel van deze organisaties die een login hebben, in hun werking effectief gebruik maken van het instrument, en over hoeveel medewerkers het in totaal gaat. Uit een bevraging in 2016 bleek immers dat niet elk gebruik resulteert in een registratie en dat het gebruik binnen de organisaties onder meer extra tijd en sensibilisering binnen de eigen organisatie vraagt.

De vertaling van het RITI naar de woonzorgcentra wordt verder opgenomen. Verschillende woonzorgcentra zijn bereid om hieraan mee te werken en beschikken ondertussen over een test-login. De bedoeling is dat er, in samenwerking met de VUB, in 2019 met deze woonzorgcentra rondetafelgesprekken plaatsvinden om de noden en opmerkingen binnen de residentiële setting te inventariseren en te vertalen naar een voor hen bruikbaar instrument.

Er staat een stappenplan voor de aanpak van ouderenmis(be)handeling op de werkvloer ter beschikking op www.ouderenmisbehandeling.be. Op deze website is ook heel wat informatie beschikbaar over de verschillende elementen van het stappenplan. Lokale initiatieven voor de opmaak van een protocol, bijvoorbeeld het protocol van het Samenwerkingsinitiatief in de Eerstelijnsgezondheidszorg (SEL) Waasland, rond het omgaan met ouderenmis(be)handeling, worden vanuit het VLOCO mee begeleid. Het VLOCO werkt, denkt en ondersteunt op vraag bij het uitwerken van een protocol op organisatieniveau. Dit is een bijkomende verwachting van de woonzorgcentra die hun medewerking verlenen aan de aanpassing van het RITI.

Om risico’s op ouderenmis(be)handeling door mantelzorgers te beperken, is het belangrijk in te zetten op het informeren en ondersteunen van deze mantelzorgers enerzijds en het alert maken van professionals voor deze problematiek anderzijds. Het VLOCO biedt mantelzorgers ondersteuning aan via een specifiek luik op zijn website. Het VLOCO werkt in dit kader samen met of verwijst door naar het Expertisecentrum Dementie en de verschillende erkende mantelzorgverenigingen. Het thema komt ook aan bod op de website van het Vlaams Expertisecentrum Mantelzorg: www.mantelzorgers.be.

Het ‘referentiekader voor kwaliteit van leven, wonen en zorg voor personen met dementie’, dat op 25 oktober 2018 werd voorgesteld in het Vlaams Parlement, heeft als voornaamste doelstelling een kwaliteitskader aan te reiken en goede praktijken te bundelen om de zorgverleners/mantelzorgers in thuiszorg, residentiële ouderenzorg en ziekenhuizen in staat te stellen beter om te gaan met personen met dementie. Het kwaliteitskader werd uitgewerkt door het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, in samenwerking met tal van voorzieningen, mantelzorgers en personen met dementie zelf. Het is ook uitgegeven in boekvorm onder de titel ‘Ik, jij, samen mens’ en geeft een uitgebreid overzicht van bestaande initiatieven en methodes om de kwaliteit van de zorg voor personen met dementie te verbeteren.

Het boek stelt onder andere de zes fundamenten voor waarop de zorgrelatie met de persoon met dementie is gebaseerd. Fundament vijf, namelijk ‘de mantelzorgers en naasten’, analyseert de factoren die de zorgrelatie tussen mantelzorger en de persoon met dementie kunnen bedreigen of stimuleren. Goede praktijken, die intussen breed ingezet worden, besteden bijzondere aandacht aan de psychosociale ondersteuning voor personen met dementie en hun naasten. Gekende voorbeelden hiervan zijn de familiegroepen ‘jongdementie’ en ‘dementie’ van de Alzheimer Liga Vlaanderen, de door de regionale expertisecentra inzake dementie georganiseerde ontmoetingsmomenten, de praatcafés over dementie, de infoavonden, de zorgbegeleidingstrajecten door diensten maatschappelijk werk en door regionale expertisecentra inzake dementie, enzovoort.

Om mantelzorgers van bij de aanvang van de diagnosestelling te ondersteunen, wordt in Vlaanderen en Brussel ook het psycho-educatiepakket ‘Dementie en (n)u’ aangeboden. Deze methodiek werd ontwikkeld door het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de Alzheimer Liga Vlaanderen. Via allerlei organisaties, zoals de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, lokale dienstencentra en geheugenklinieken, wordt het pakket aangeboden als een reeks van tien bijeenkomsten, gericht op mantelzorgers van personen met dementie.

Psycho-educatie is een reeks van ontmoetings- en vormingsmomenten waarbij met de mantelzorgers verschillende thema’s worden besproken zodat zij beter met de zorgsituatie kunnen omgaan. Ze leren strategieën aan om stress te controleren, beter om te gaan met veranderend gedrag, de werkbelasting te verminderen en meer voldoening te halen uit het geven van mantelzorg. Deze methodiek is gebaseerd op de theorie van de New Yorkse onderzoeker Mary Mittelman. Het ECD Vlaanderen schat het aantal mantelzorgers dat reeds deelnam aan dergelijk psycho-educatietraject op duizend.

Ik dank u voor uw antwoorden, minister. Er worden duidelijk stappen in de goede richting gezet, in het bijzonder ten aanzien van de risicogroep van personen met dementie.

Dat laatste antwoord verontrust mij wel een beetje, zeker als we weten hoeveel Vlamingen en bij uitbreiding landgenoten er zijn met dementie. Slechts duizend mensen hebben die opleiding psycho-educatie gevolgd, dat is 1 procent van de doelgroep.

Ik heb nog een bijkomende bezorgdheid. Uit de cijfers van het VLOCO blijkt dat slechts 2 procent van de gevallen het slachtoffer zelf de stap zet. Die drempel blijft dus nog erg hoog. Het blijft voor ons van groot belang om de ouderen zelf daarin te versterken. In een residentiële context kan men misschien bij de opname of intake, net zoals we dat belangrijk vinden voor de begeleiding bij het levenseinde, extra aandacht besteden aan de mogelijkheden inzake hulp en ondersteuning bij ouderenmis(be)handeling. Wat is uw visie over deze aspecten, minister?

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De opmerking dat de groep ouderen met dementie een kwetsbare groep is, is absoluut waar. Ze kunnen zich vaak niet uitdrukken, en als ze zich uitdrukken, worden ze vaak niet geloofd als ze zeggen dat ze op een of andere manier worden behandeld. Dat geldt niet alleen in de woonzorgcentra maar natuurlijk ook in de thuissituatie.

We hebben de afgelopen jaren in de kranten kunnen lezen over de wantoestanden. Er worden foto’s genomen van ouderen, die dan worden gedeeld op sociale media. Die ouderenmishandeling in de thuissituatie gebeurt inderdaad vaak door mantelzorgers, voornamelijk door vrouwen omdat zij nu eenmaal vaak die zorg op zich nemen. Vaak raken zij dan overbelast.

We hebben een resolutie en een actieplan rond mantelzorg. Een punt bij de opstelling van het zorgplan is dat niet alleen de situatie van de oudere wordt bekeken maar ook de situatie van de mantelzorgers. Wordt daarbij het risico op eventuele mishandeling van de oudere bekeken?

De schrijnende situatie van ouderenmishandeling waar collega Persyn naar verwijst, mag niemand onverschillig laten. Zoals de minister zegt, het is bijna een schoolboekvoorbeeld van ouderenmishandeling. In het jaarverslag van het VLOCO lezen we dat de dader meestal uit de naaste familie komt, dat de mishandeling zelf zeer lang onder de radar blijft en dat de daders zich op hun beurt vaak in een probleemsituatie bevinden.

Ik ben vooral benieuwd – samen met de heer Bertels, die hier vandaag niet kan zijn omdat hij in de commissie Financiën zit – hoe we de drempel om ouderenmishandeling te melden naar beneden kunnen krijgen. In de jaarverslagen lees ik dat ouderenmishandeling meestal gemeld wordt door familieleden, terwijl in dit geval de media heel vaak zeggen dat het slachtoffer ook naar een dagverzorgingscentrum ging. Ik vraag me af of de implementatie van de aanbevelingen van het VLOCO om ouderenmishandeling deel te laten uitmaken van de verschillende zorgopleidingen in dit soort situaties inderdaad geen verschil kan maken. Ik ben dan ook zeer benieuwd, minister, hoe u daar samen met uw collega van Onderwijs gevolg aan kunt geven.

Minister Jo Vandeurzen

Zonder daar nu grote woorden over te kunnen uitspreken, lijkt het mij wel evident dat je moet proberen om ervoor te zorgen dat mensen in de opleiding risico’s kunnen herkennen. Daar dient dat RITI ook voor.

Ik ben persoonlijk nogal overtuigd van het feit dat niet alleen geprobeerd moet worden om de mantelzorger te ondersteunen. Dat is natuurlijk essentieel. Mevrouw Saeys, je moet ervan uitgaan dat de mantelzorger in zijn draagkracht beperkt is en dat er dus dagopvang en andere vormen van opvang georganiseerd moeten zijn om de mantelzorger ook even op adem te laten komen. Dat staat ook uitdrukkelijk in ons mantelzorgplan.

Daarnaast is echter de promotie van het gebruik van het RITI in de voorzieningen en bij professionals essentieel. Zij moeten, wanneer de betrokkene dermate kwetsbaar is waardoor hij of zij dat niet kan uitdrukken, in staat zijn om te zien of er in een bepaalde situatie een initiatief moet worden genomen. De regels van het beroepsgeheim laten ook toe – als ik dat uit mijn parate kennis mag citeren – dat als een professional wordt geconfronteerd met vermoedens van erge miskenning van de integriteit van een kwetsbaar persoon, hij daar melding van maakt.

In mijn ogen moeten we dus inderdaad inzetten op mantelzorgers, hen proberen te ondersteunen en hun draagkracht respecteren. Daarvoor moet aanbod worden georganiseerd en dat proberen we ook te doen. ‘In elke gemeente dagopvang’ is een dergelijk initiatief, net zoals de organisatie van respijtzorg. Het blijft echter ook belangrijk om zorgverstrekkers te sensibiliseren om alert te zijn en ervoor te zorgen dat zij risico's herkennen en erkennen.

De heer Persyn heeft het woord.

Minister, ik sluit mij aan bij uw bedenking, maar ik wil toch nog een lans breken om er extra streng op toe te zien. Er gaat geen maand voorbij of ik krijg een mail van een bezorgd familielid dat soms zelfs al een klacht heeft neergelegd. Het gaat daarbij vaak over woonzorgcentra. Soms is zelfs al de Zorginspectie tussengekomen, maar vaak blijkt de remediëring een heel moeilijk en moeizaam verhaal waarbij pas heel laattijdig wordt opgetreden, soms pas als de vlam in de pan slaat, als het echt uit de hand loopt. Ik kan dus alleen maar een lans breken om verder in te zetten op sensibilisering en het breed implementeren van de tools die ontwikkeld zijn om vroegtijdig te detecteren. Maar we hopen dan natuurlijk ook dat de keten van optreden en remediëren aangepast wordt ingezet. U hebt vorige week nog herhaald dat er extra zorginspecteurs zijn aangenomen en dat er scherper zal worden toegezien op dit pijnlijke, maar blijkbaar toch frequente fenomeen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.