U bent hier

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Een gemeentelijk, provinciaal of gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kan op een perceel een bestemmingswijziging doorvoeren, waardoor voortaan een bouwvergunning kan verleend worden, terwijl dat vóór de inwerkingtreding van dat RUP niet mogelijk was. In de huidige regelgeving – ik verwijs naar de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) – is het zo geregeld dat die zogenaamde planbatenheffing verschuldigd is bij een bestemmingswijziging tussen zogenaamde openruimtebestemmingen en harde bestemmingen, bijvoorbeeld van landbouwzone naar bouwzone. De planbatenheffing wordt berekend aan de hand van een tabel, uitgaande van de vermoede meerwaarde van het perceel ten gevolge de bestemmingswijziging. Ik heb daarmee niets nieuws gezegd.

De vaststelling, inkohiering en invordering van de planbatenheffing is een samenspel tussen de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en het departement Omgeving. Mijn vraag gaat niet over de vaststelling of het doorgeven van de gegevens vanuit Omgeving. Mijn vraag gaat wel over de communicatie die VLABEL zelf, en alleen, voert. Ik heb immers de indruk dat aan die communicatie nog heel wat schort, ondanks het feit dat dit al herhaaldelijk is aangehaald in het rapport van de Vlaamse ombudsman. Als het antwoord die indruk bijstelt, zijn we snel aan het einde van de vraag.

Waarover gaat het? De eigenaars van de percelen, die opgenomen zijn in het RUP, krijgen onmiddellijk na de inwerkingtreding van het RUP een aanslagbiljet inzake planbatenheffing vanuit VLABEL. Daar staat de reden van de heffing vermeld, alsook de percelen waarover het gaat. Het aanslagbiljet omvat ook een berekening van het totale bedrag van de heffing. Maar wat niet duidelijk vermeld wordt, is het feit dat de eigenaars die heffing eigenlijk niet onmiddellijk verschuldigd zijn, maar pas na het zogenaamde ‘startfeit’ Dat startfeit kan de verkoop van de gronden zijn of het verkrijgen van een vergunning. Het aanslagbiljet verwijst enkel uiterst summier en cryptisch naar artikel 2.6.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), waar dat vermeld staat. Het gevolg daarvan is dat burgers die een dergelijk aanslagbiljet in de bus krijgen, er van uitgaan dat zij onmiddellijk moeten betalen, zeker als zij daardoor een bonificatie krijgen van 15 procent.

Minister, erkent u het feit dat de communicatie vanuit VLABEL in deze context beter kan? Zult u opdracht geven aan VLABEL om in de toekomst duidelijk in de brief en op het aanslagbiljet aan te geven dat deze heffing eigenlijk pas verschuldigd is bij verkoop of vergunning?

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Een planbatenheffing kan worden opgelegd wanneer de overheid een ruimtelijk uitvoeringsplan, kortweg een RUP, heeft opgemaakt. Dat RUP wijzigt de bestemming van een perceel. Als de waarde van een perceel daardoor toeneemt, is de planbatenheffing verschuldigd. Het is de volle of naakte eigenaar die ze moet betalen, maar hij moet dat niet altijd cito presto doen. De heffing moet pas betaald worden wanneer de meerwaarde gerealiseerd wordt. Dit is het geval wanneer er zich een ‘startfeit’ voordoet. Dat kan een verkoop zijn. Het kan ook gaan om het krijgen van een bouw- of verkavelingsvergunning. Er kan dus behoorlijk wat tijd over gaan vooraleer zo’n startfeit zich realiseert.

Ook al heeft het startfeit zich nog niet voorgedaan, en is de betaling van de heffing nog niet verplicht, toch zal VLABEL al een aanslagbiljet versturen, vanaf het moment dat het RUP in werking is getreden. Dat wordt gedaan om belastingplichtigen de gelegenheid te geven zich meteen in regel te stellen. De eigenaars worden daar ook voor beloond: een vroege, vrijwillige betaling, dus vóór de datum waarop het startfeit zich voordoet, en binnen het jaar na de verzending van het aanslagbiljet, kan een eigenaar wel een korting of bonificatie van 15 procent opleveren.

Door deze aanpak zijn er dus eigenlijk twee types van aanslagbiljetten voor een planbatenheffing: het eerste is  een aanslagbiljet type 1, verzonden wanneer er zich al een startfeit heeft voorgedaan. Op dat aanslagbiljet wordt het startfeit en de datum ervan aangeduid en worden het te betalen bedrag en de uiterste betaaldatum duidelijk vermeld. Daarnaast is er een aanslagbiljet type 2, verzonden bij de inwerkingtreding van het RUP, maar zonder dat een startfeit zich heeft voorgedaan. Op een dergelijk aanslagbiljet wordt zowel het oorspronkelijk verschuldigde bedrag vermeld, als het bedrag waarbij de bonificatie van 15 procent in mindering wordt gebracht. De betalingstermijn voor die verminderde heffing wordt eveneens vermeld.

De aanslagbiljetten bevatten in beide gevallen de reden van de heffing en de percelen waarover het gaat. Verder vermeldt het aanslagbiljet de berekeningswijze van de heffing, de bezwaartermijn en de betaaltermijn. Wat nu volgens u echter niet duidelijk vermeld zou staan, is het feit dat de eigenaars die heffing niet onmiddellijk verschuldigd zijn, maar pas na het zogenaamde startfeit.

Ik heb mijn administratie gevraagd dat even nader te willen bekijken. Welnu, op beide types van aanslagbiljetten wordt uitdrukkelijk vermeld bij de rubriek ‘betalingstermijn’ dat deze termijn afhankelijk is van de verrichtingen vermeld in artikel 2.6.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Uit dit artikel wordt woordelijk geciteerd op de keerzijde. Het is die bepaling die de startfeiten, zoals een verkoop of het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning, beschrijft. Ik heb die twee voorbeelden meegebracht zodat u dit met uw eigen ogen kunt vaststellen. Op type 1 kunt u het zien met een startfeit en op type 2 zonder een startfeit. Het zijn twee verschillende aanslagbiljetten.

De keerzijde van het aanslagbiljet bevat verder ook nog uitgebreide informatie over de rechtsgrond, wie wanneer de belasting verschuldigd is. Ook de vrijstellingen, de aansprakelijkheid, de berekeningswijze, de betaaltermijn en de bezwaarprocedure worden hier toegelicht. Het aanslagbiljet verwijst ook naar de website van de Vlaamse Belastingdienst en vermeldt tevens hoe men VLABEL telefonisch kan bereiken.

Ten slotte wordt aan het aanslagbiljet een kleurrijke folder – toevallig groen met blauwe letters – toegevoegd met bevattelijk voorgestelde informatie.

Ik ben dus van mening dat de toelichting voor de burgers voldoende uitgebreid is. Maar, mijnheer Lantmeeters, alles kan beter! Wij blijven steeds en graag bereid uw gewaardeerde suggesties of voorstellen ter verbetering in overweging te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat u zeer waardevolle voorstellen zult kunnen formuleren.

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord, maar het overtuigt mij helaas niet. Ik kan me perfect voorstellen dat wanneer u als minister, en zeker met uw bancaire voorgeschiedenis, een dergelijk formulier ontvangt, onmiddellijk zult begrijpen wat er aan de hand is. Met uw politieke kennis en kennis van de inhoud van de wetgeving zult u zeggen: ‘Ah, ik krijg een formulier, dat is formulier type 2, en waarschijnlijk zal formulier type 1 later nog komen.’ Welnu, misschien weet de burger niet dat er nog een nieuwe brief komt of dat er een ander type brief bestaat.

Als communicatiespecialist weet u dat we ons in de communicatie proberen te plaatsen op het niveau van een 16-jarige die een brief ontvangt. De burger die een brief krijgt, heeft niet altijd onmiddellijk door waar het om gaat. Met alle respect, ik heb hier, net als u een formulier type 2, zoals het bij de burger toekomt. Het gaat erover dat iemand ongeveer 3000 euro moet betalen. Daar staat dan op over de betalingstermijn: “Deze is afhankelijk van de verrichtingen vermeld in artikel 2.6.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit artikel vindt u op de keerzijde van het aanslagbiljet.” Daar staat inderdaad een heel artikel afgedrukt. Mensen worden erin opgeleid om wetsartikelen te lezen en te leren, maar ik neem aan dat het overgrote gedeelte van de bevolking daar weinig boodschap aan heeft. Er staat wel dat het oorspronkelijk verschuldigde bedrag 3000 euro is en dat bij volledige betaling voor, in dit geval 28 november 2018, er een bonificatie van 15 procent wordt toegekend. Ik kan me perfect voorstellen dat die mensen dan maar gauw gaan betalen terwijl ze eigenlijk niet moeten betalen en zich misschien wel in financiële moeilijkheden brengen om dat geld bijeen te krijgen.

Wellicht is het vrij eenvoudig is om daar op te zetten: ‘Opgepast, u moet niet onmiddellijk betalen.’ Er kan in het kort worden vermeld dat pas als bepaalde feiten zich voordoen, die dan op de achterzijde volledig juridisch omschreven kunnen worden, er betaald moet worden. Men zou kunnen schrijven: ‘U kunt vandaag zoveel betalen, maar u moet niet. U kunt daar gerust mee wachten. Lees dat rustig en vraag inlichtingen.’

Zoals ik het hier lees, zelfs met mijn ervaring, opleiding enzovoort, denk ik dat het beter kan. Ik wil gewoon vragen om daar rekening mee te houden. Wat de begroting betreft, kan je ook altijd zeggen: ‘Het staat in de begroting.’ Maar toch zijn hier mensen de hele tijd bezig om de begroting leesbaarder te maken. Hier wil ik u ook vragen om het wat leesbaarder te maken. Zorg ervoor dat VLABEL heel duidelijke formulieren schrijft. Ik ben er zeker van dat mijn suggesties daarover niet echt nodig zijn, tenzij de suggestie om te vermelden dat men niet onmiddellijk moet betalen, dat er redenen kunnen zijn om de betaling uit te stellen en dat men pas moet betalen wanneer dit en dat gebeurt, met dan de volledige tekst op de achterkant.

Minister Tommelein heeft het woord.

Minister Bart Tommelein

Mijnheer Lantmeeters, u hebt gelijk. Ik bekijk het als communicatieman. Ik heb ook eens naar mijn communicatiespecialiste gekeken, die instemmend knikte dat het wel beter kan. Ik stel dus voor dat we aan VLABEL zeggen dat dit eens moet worden bekeken door communicatie-experten.

De heer Lantmeeters heeft het woord.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.