U bent hier

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, de digitale samenleving biedt de openbare omroep fantastisch veel nieuwe mogelijkheden om met kijkers en luisteraars in interactie te gaan, terwijl smartphones, GoPro’s en allerlei slimme toepassingen de drempel enorm verlaagd hebben om zelf creatief aan de slag te gaan en zelf mediacontent te genereren. Het is dan ook geen verrassing dat de VRT in haar programma’s steeds meer een beroep doet op zogenaamde ‘user generated content’. Dit is mediacontent die door kijkers en luisteraars wordt gemaakt en ingestuurd. Dat kan gaan van een wolkenfoto voor het weerbericht tot een filmpje in het kader van De Warmste Week.

Dit heeft natuurlijk een positieve impact op de beleving en betrokkenheid van kijkers en luisteraars, en het draagt zeker bij tot de verbindende rol die de openbare omroep moet spelen. Het confronteert ons echter ook met vragen over auteurs- en portretrecht en over privacy. Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag nummer 276 blijkt dat de VRT een aantal aandachtspunten in acht neemt wanneer zij ‘user generated content’ in haar aanbod gebruikt. Ik stel echter vast dat het beleid hierover op een aantal punten verscherpt mag worden. Nu kan het VRT-beleid rond het gebruik van ‘user generated content’ immers – misschien wat cru – worden samengevat als ‘alle lusten, niks van de lasten’.

Minister, ik wil graag uw mening horen over volgende knelpunten Wie na een oproep een foto of filmpje doorstuurt, geeft impliciet de toestemming om die te laten publiceren of uit te zenden. Dat lijkt me een correcte aanname, maar volgens de kleine lettertjes van de gebruiksvoorwaarden doet de kijker of luisteraar op dat moment ook volledig en definitief afstand van zijn auteursrecht en geeft hij de openbare omroep ook de toestemming om zijn bijdrage, al dan niet tegen betaling, verder te exploiteren. De VRT stelt dat zij in de praktijk opnieuw om toestemming vraagt wanneer zij deze content ook voor andere doeleinden wil gebruiken. Het lijkt me dan ook maar logisch dat de VRT haar beleid formeel aanpast aan wat de gangbare praktijk lijkt te zijn. Het is ook wenselijk dat de commerciële exploitatie van ‘user generated content’ zonder de expliciete toestemming van de betrokkene en zonder billijke vergoeding wordt uitgesloten.

De VRT stelt dat ‘user generated content’ die in haar aanbod wordt gebruikt, in het VRT-archief wordt bewaard. Het lijkt me redelijk om ook in een procedure te voorzien waarbij makers na de oorspronkelijke uitzending van hun content kunnen vragen om deze uit de archieven van de VRT te verwijderen.

Indien de aangeleverde content inbreuken op portret- of auteursrecht bevat, dan kan alleen de maker hiervoor verantwoordelijk worden gesteld. Nochtans zou men in dit geval zeker van een gedeelde verantwoordelijkheid kunnen spreken. Want als de VRT steeds meer beroep doet op content van kijkers of luisteraars, mag men ook verwachten dat de omroep nog intensiever inzet op mediawijsheid rond portret- en auteursrecht.

Minister, hoe staat u tegenover het feit dat de VRT zich het recht toe-eigent om ‘user generated content’ verder te exploiteren en tegen betaling te commercialiseren? Deelt u de mening dat zich hier een aanpassing van het beleid opdringt? Zo ja, welke aanpassingen zijn dan wenselijk, zo neen, waarom niet?

Bent u voorstander van het introduceren van een procedure waarbij makers van ‘user generated content’ kunnen vragen om hun bijdrage uit het VRT-archief te laten verwijderen?

De VRT vindt dat de presentator of redacteur die mensen oproept tot een bijdrage ook altijd op een natuurlijke manier deze context meegeeft. Het lijkt me echter sterk dat mensen tijdens zo’n oproep worden doorverwezen naar de kleine lettertjes van de gebruiksvoorwaarden of worden ingelicht over de gevolgen die inbreuken op portret- of auteursrecht voor hen kunnen hebben. Vindt u dat als de openbare omroep meer inzet op ‘user generated content’ in haar programma-aanbod er ook op het vlak van mediawijsheid een tandje mag worden bij gestoken? Ik denk dan bijvoorbeeld aan een handleiding op maat voor het zelf maken van mediacontent, waarin ook het auteursrecht, het recht op afbeelding en ander privacy-thema’s aan bod komen. Ziet u een mogelijkheid om hiervoor samen te werken met bijvoorbeeld het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid of andere partners zoals de MediAcademie of Mediaraven?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik begin met een algemeen antwoord op uw eerste vraag. In de beheersovereenkomst met de VRT staat onder Strategische Doelstelling 5, over het toekomstgericht en digitaal aanbod, dat de VRT de publieksparticipatie en cocreatie moet bevorderen. Elk aanbodsmerk moet minstens vier acties per jaar ontwikkelen die inzetten op participatie en cocreatie met het publiek.

Als een mediagebruiker content aanlevert – daar gaat het nu eenmaal over – aan de VRT, met andere woorden een filmpje of een foto, doet die daarmee geen volledige en definitieve afstand van zijn of haar auteursrechten. Daar knelt natuurlijk het schoentje. Op grond van haar geformuleerde gebruiksvoorwaarden, krijgt de VRT enkel een licentie op de vermogensrechten en, meer specifiek, een gebruiksrecht.

In de algemene gebruiksvoorwaarden over eigen actieve bijdragen aan VRT-onlinediensten staat – en ik citeer: “Als u een bijdrage levert aan een VRT-onlinedienst, geeft u de VRT het onbeperkte recht om ze geheel of gedeeltelijk te gebruiken en te exploiteren via elk medium, bijvoorbeeld op de VRT-onlinediensten, in televisie- of radioprogramma’s en externe websites, en in elke vorm, bijvoorbeeld gratis of tegen betaling, op dvd of een andere drager. De VRT is u daarvoor geen enkele vergoeding verschuldigd.” Dat is nogal duidelijk en ondubbelzinnig te interpreteren.

Het gaat dus om een gebruiksrecht. De mediagebruiker behoudt zelf het recht om zijn of haar werk verder te exploiteren of eventueel te laten exploiteren en wordt dus door de VRT vooraf geïnformeerd over het doel en het opzet van een actie en het mogelijke gebruik van inzendingen. Dat gebeurt bijvoorbeeld via het indienen van een VRT-profiel bij de verschillende radioapplicaties.

Elk programma dat de VRT exploiteert, is auteursrechtelijk een commerciële exploitatie. Dat is het geval wanneer het werk wordt geëxploiteerd op VRT-platformen, maar uiteraard ook als dat gebeurt via derden, zoals de socialemediaplatformen en de distributeurs. Met andere woorden: elk gebruik door de VRT van ‘user generated content’ vormt een wijze van commerciële exploitatie. Het brengt een extra, significante werklast mee, om bij elk gebruik een nieuwe toestemming te verkrijgen van de mediagebruiker. Op termijn zou dat ertoe kunnen leiden dat programmamakers niet langer gebruik zouden maken van de inbreng van kijkers of luisteraars, wat ook niet de bedoeling is, aldus de VRT.

Aangezien de mediagebruiker zijn of haar auteursrechten behoudt waarmee hij of zij ook zijn werk verder kan exploiteren, eventueel zelfs commercieel, en aangezien de VRT een werkbare manier moet kunnen aanhouden om haar aanbod maximaal te kunnen verspreiden op haar eigen en andere platformen, ziet de VRT op dit moment geen reden om een aanpassing van haar beleid door te voeren. De mediagebruiker heeft uiteraard steeds de vrije keuze om een bijdrage te leveren aan het media-aanbod van de VRT, en stuurt zijn bijdrage net om deze reden door. Dat is natuurlijk ook een essentieel element van dit verhaal. De mediagebruiker wil zijn of haar inbreng horen of zien in het VRT-programma.

Ik antwoord op uw tweede vraag, met name over de mogelijkheden om ‘user generated content’-bijdragen te laten verwijderen uit het VRT-archief. Met andere woorden: als het er eenmaal instaat, staat het er dan voor altijd in?

De VRT neemt in haar gebruiksvoorwaarden op welke rechten de mediagebruiker in licentie geeft aan de VRT. Meer bepaald verleent de mediagebruiker de VRT een niet-herroepbaar gebruiksrecht. Het verlenen van een gebruiksrecht is dus niet vrijblijvend en kan dan ook niet zomaar worden herroepen. In de praktijk is het verwijderen van een bijdrage van een mediagebruiker uit een VRT-programma meestal geen evidentie. Dat neemt niet alleen veel werk in beslag, maar het kan de essentie van een programma of een programma-item ook teniet doen. Om die reden wordt de gebruiker ook gevraagd om een gebruiksrecht op de bijdrage te verlenen aan de VRT. Zoals gezegd, kan de gebruiker zijn inbreng nog steeds zelf of door andere partijen laten exploiteren of commercialiseren.

De VRT beschikt ook over een online procedure om een klacht in te dienen en een vraag te stellen over deze thematiek. Gelet op de specifieke wettelijke regeling ter zake, heeft de VRT een apart formulier ter beschikking voor privacygerelateerde vragen. Mediagebruikers kunnen ook klachten en vragen betreffende ‘user generated content’ via deze bestaande procedures indienen.

Wat uw derde vraag betreft, met name die over de kleine lettertjes, de mediawijsheid en deze vorm van samenwerking – wat het in essentie toch wel blijft – te verhelderen of te verbeteren: de presentator geeft bij een oproep telkens de nodige context mee, in die zin dat de mediagebruiker weet of zou moeten weten of zou kunnen weten dat zijn bijdrage gebruikt kan worden in de publicaties van de VRT, dus in het programma-aanbod, op de websites of via apps. Indien een mediagebruiker via een van de VRT-applicaties of -websites een bijdrage oplaadt, wordt hij gevraagd met de geldende regels akkoord te gaan. Deze regels zijn helder neergeschreven en in principe verstaanbaar voor de mediagebruikers.

De algemene voorwaarden staan online en werden in vraagvorm geformuleerd, zodat de mediagebruiker snel de voor hem of haar relevante tekst terug kan vinden. Soms worden de belangrijkste punten uit de gebruiksvoorwaarden nog eens extra verduidelijkt vooraleer de gebruiker zich registreert. Zo kan men bijvoorbeeld onderstaande tekst terugvinden in de Radio 1-applicatie – en ik citeer: “Radio 1 kan jouw reacties, foto’s of video’s die je doorstuurt via de app, delen op de VRT-kanalen en in VRT-programma’s. Wanneer je een reactie, foto of video met ons deelt, kunnen wij dit bijvoorbeeld gebruiken tijdens ons radioprogramma, op onze website of via onze applicaties of via de socialmediakanalen” Uiteraard is het ook aan de gebruiker zelf om de gebruiksvoorwaarden en de uitgelichte aandachtspunten te bekijken, vooraleer hij zich registreert of een bijdrage doorstuurt.

Wat betreft samenwerking, toch een pertinent punt: De VRT werkt samen met externe partners rond mediawijsheid. Zo werd deze maand nog ‘De Schaal van M’ gelanceerd als een samenwerking tussen de VRT, meer bepaald Ketnet, en het Kenniscentrum Mediawijsheid. Dat is een mediawijsheidsproject voor kinderen en jongeren. Verder zijn er onder meer de Ketnetprogramma’s ‘@elindo’, ‘KLAAR’ en ‘Karrewiet’, binnen ‘Nieuws in de Klas’ en ook de EDUboxen, waarrond de VRT en het Kenniscentrum Mediawijsheid nu samenwerken, onder andere rond data in de pers en kritisch denken, zijn een voorbeeld.

Er is hier wellicht zeker nog ruimte om te verbreden, niet alleen met de reeds vernoemde spelers en ander jeugdorganisaties, waaronder Mediaraven, Stampmedia en Link in de Kabel, maar ook met volwassenen.

Naar aanleiding van uw vraagstelling zal ik dit alles alvast meegeven aan de VRT.

Het enige wat ik hier nog concreet aan kan of wil toevoegen, is dat men nog duidelijker een hoofdboodschap zou kunnen meegeven, buiten de algemene gebruiksvoorwaarden, die in nog duidelijker bewoordingen aangeeft wat het onderscheid is tussen het gebruiksrecht, waarover de VRT dan beschikt, en het auteursrecht, waarover degene die een filmpje of dergelijke aanbiedt, nog steeds kan beschikken.

Ik heb dus zeker oor voor het nog meer verhelderen van die communicatie. Op dit ogenblik kan men evenwel niet zeggen dat de communicatie niet helder is. Het blijft natuurlijk wel zo dat, als men een beroep wil doen op kijkers en luisteraars om filmpjes en dergelijke door te sturen, dit wel bepaalde consequenties heeft.

Ik ben dus zeker bereid om de verduidelijking aan de VRT mee te geven. Maar ik denk dat ik u toch vrij evenwichtig de gevaren en mogelijkheden van deze samenwerking heb geduid.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw uitgebreide antwoord. Ik ben zelf, zoals iedereen, denk ik, zeer verheugd dat we in andere tijden leven dan die waarin een omroep slechts in één richting communiceert met haar kijker en dat er nu toch op allerlei manieren feedback, interactie en cocreatie kan zijn met het publiek. Dat dat ook in de beheersovereenkomst is opgenomen, is een heel goede zaak. Dat de VRT daar ook heel bewust op inzet, is ook zeer goed.

Echter, in uw antwoord gaf u ook aan: we kunnen niet van alle luisteraars en kijkers verwachten dat zij afdoende juridische kennis hebben – en ik ben ook geen jurist – over het verschil tussen gebruiksrecht, auteursrecht enzoverder. En het klopt ook wel dat de VRT daar een aantal zaken over online zet. Maar ik ben blij te horen dat u toch ook mijn mening deelt dat er op dat vlak zeker nog verbetering mogelijk is, op het vlak van het informeren en sensibiliseren van mensen die graag ‘user-generated content’ aanleveren, wat de consequenties ervan zijn, wat hun rechten zijn, wat de mogelijkheden zijn.

Daarom deed ik in mijn laatste vraag de suggestie naar een soort van handleiding voor de aanmaak van ‘user-generated content’, waarbij dan ook nog eens heel expliciet ingegaan zou kunnen worden op auteursrecht, gebruiksrecht, recht op afbeelding, privacygerelateerde thema’s enzovoort. Ik denk dat de VRT daar ook een rol in zou kunnen vervullen, samen met Mediawijs of Mediaraven.

Ik ben dus verheugd te horen dat u dat verder wilt laten uitklaren door de VRT. Ik denk dat we op die manier de kijker of luisteraar, die wil mee cocreëren, alleen maar een stukje wijzer kunnen maken.

De heer Poschet heeft het woord.

Dank u wel, collega Segers, voor de zeer interessante vraag en ook voor de bekommernissen die u uit. Wij delen die absoluut.

De VRT heeft een voorbeeldrol te spelen in het medialandschap en heeft daar ook de omvang en het gewicht voor om toonaangevend te kunnen en te moeten zijn. Dat ‘moeten’ hangt uiteraard samen met de overheidsmiddelen waarmee ze werkt.

Voor ons is het toch ook belangrijk om te bekijken of het recht om inzendingen terug te vragen, het recht om vergeten te kunnen worden, verder uitgewerkt kan worden. Desnoods kan men zeggen: ‘Oké, u hebt gedurende één, twee of drie jaar het recht om die afbeeldingen of die filmfragmenten te gebruiken, maar nadien behoud ik mij het recht voor om dat terug te vragen.’ Dat is een heel belangrijke discussie: in tijden waarin privacy zo belangrijk is, is de privacy nog nooit zo beperkt geweest, heb ik het gevoel. Dus ik denk dat dit nog maar het begin is van deze discussie.

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, het is inderdaad, zoals collega Poschet zegt, een heel interessant thema dat de collega hier ter sprake brengt. Een heel complex thema ook, als je het mij vraagt. Ik weet niet, collega Poschet, of dit zozeer een zaak is van privacy. Maar mij lijkt het in elk geval ook moeilijk om elke bijdrage van externen via ‘user-generated content’ te laten genieten van een soort van absolute bescherming zoals die van het auteursrecht. Dat zou ons, denk ik, op een hellend vlak brengen. Dat zou ook onbegonnen werk zijn, dat zou ook niet werkbaar zijn.

In die zin denk ik dat de regeling zoals die nu bestaat van het gebruiksrecht misschien wel de enige werkbare is, al dan niet beperkt in de tijd. Maar wat ik ook wel verwacht, minister, is dat dit voer zal geven voor allerlei discussies. Hoe voorzichtig de openbare omroep daar ook mee omgaat, dat zal toch voor discussies zorgen. In die zin is het niet onbelangrijk dat de VRT hier de vinger aan de pols houdt en die regelingen waar mogelijk toch verscherpt, verbetert en in de gaten houdt, want dat zal volgens mij heel snel evolueren.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik wil nog even aansluiten bij mijn antwoord van daarnet, dat ik de bezorgdheden van het parlement en de commissie zal meegeven rond de verheldering en verduidelijking ten aanzien van de mediagebruiker door de VRT zelf en in samenwerking met het Kenniscentrum voor Mediawijsheid. Ik denk dat daar zeker nog marge in zit.

Op de andere, meer juridische aspecten, zal ik momenteel niet ingaan, omdat dit naast een politieke ook een juridische kwestie is. In de relatie tussen de mediagebruiker en de VRT zoals die vandaag bestaat, zal ik vooral aandringen op verheldering, zodat de mediagebruiker met nog meer kennis van zaken weet wat hij doet wanneer hij een filmpje naar de VRT stuurt. Inderdaad, in de meeste gevallen zijn dat filmpjes die ‘ergens over gaan’, zal ik maar zeggen. Ze gaan niet noodzakelijk over de mediagebruiker zelf, want dan komen zaken als privacy en het recht op afbeelding ook mee in het geding vanuit juridisch oogpunt.

Maar het gaat vaak om – en ik ga het nu niet daartoe herleiden – de bekende weerfoto’s die ons sedert een aantal jaren bereiken in het weerbericht, meestal vanuit de Oostkantons, of vanuit Limburg. Dat zijn natuurlijk vrij neutrale aangelegenheden, maar het gaat meestal om zaken van die aard. Dus ik wil in eerste instantie daarop inzetten, en ik zal de bezorgdheden van de commissieleden en dus van het parlement aan de VRT bezorgen.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik ben heel verheugd dat de collega’s, ook van de meerderheid, de bekommernissen van onze fractie delen dat de VRT ook op dit vlak een voorbeeldrol moet spelen en volledig helder naar de kijkers en luisteraars die zaken insturen, moet communiceren over wat dit precies impliceert. Ik ben ook blij dat collega Poschet ook nog eens het punt rond het recht op vergeten worden benadrukt, want wolkenfoto’s is één zaak, maar mensen sturen bijvoorbeeld ook filmpjes in van hun kinderen. Dan denk ik dat iedereen wel het recht heeft om op een gegeven moment te zeggen: ‘Het is mijn moeder die dit gefilmd heeft, en ik wil dat niet.’ Dat is een heel belangrijk punt, en ik hoop dat de VRT hier oor naar zal hebben.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.