U bent hier

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Een bijzonder grote meerderheid van de leden van het Europese Parlement heeft gekozen voor een verbod op het gebruik van wegwerpplastic. Een eerste, grote stap in de goede richting. Plastic rietjes, wattenstaafjes en plastic bestek zouden daardoor vanaf 2021 moeten worden verboden. Dat mocht van mij veel eerder zijn, maar het is dan toch vanaf 2021.

Graag had ik een antwoord gekregen op deze vragen: welke invloed zal dit verbod hebben op het afvalplan van de Vlaamse Regering? Wachten we de finalisering van de onderhandelingen af of gaan we die nu al omzetten in een Belgische wetgeving zodat we al voor 2021 kunnen beginnen? Want elk jaar, elke maand, elke dag waarin we tijd verliezen, is nefast voor de plasticsoep.

Hoe zullen wij bijdragen om het toepassingsgebied van deze regels van de Europese Unie uit te breiden? Nu gelden die alleen voor eenmalig plastic waarvoor duurzame alternatieven bestaan. Zult u met Vlaanderen het onderzoek steunen naar nieuwe materialen om ook komaf te maken met de rest van deze problematiek?

Als we willen blijven claimen dat we recyclagekampioen zijn, zullen we dan ook de fruit- en groentezakjes verbieden? Daar bestaan nu al alternatieven voor en we hebben daar al veel over gedebatteerd, maar noch de Europese Unie noch het zomerakkoord dat u hebt voorgesteld, durft een dergelijk verbod in te voeren.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

We hebben hier al meermaals over gedebatteerd en we zijn de Europese koploper, maar we moeten er uiteraard alles aan doen om dit te behouden. Wat dat betreft zijn we allen de mening toegedaan dat er een tandje bij moet worden gestoken.

Op 20 juli keurde de Vlaamse Regering dan ook de conceptnota ‘Verpakkingsbeleid en zwerfvuilbeleid 2.0’ goed. Op 18 september werd de nota besproken in deze commissie. U stelde toen, minister, dat de regering in juli een goede keuze heeft gemaakt, dat dit volop wordt uitgerold en dat u ervan overtuigd was dat er resultaten te zien zouden zijn. Nieuwsgierig als ik ben, had ik graag al eens gepolst naar de stand van zaken van sommige aangekondigde maatregelen en initiatieven.

Hoever staan we momenteel in het proces van de erkenning van Fost Plus en de daaraan gekoppelde noodzakelijk aanpassingen in onder andere het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)? Welke stappen werden ondernomen om ervoor te zorgen dat de markt, van onder andere sorteercentra en afzetmarkten, klaar zal zijn voor de uitbreiding van de pmd-zak?

Wanneer zullen we beschikken over de nulmeting, dat het ijkpunt voor het komende beleid moet vormen? Ik vind dat persoonlijk een heel belangrijke vraag en ik hoop, minister, dat u daar een heel uitgebreid antwoord op zult geven.

Hoe staat het met de formulering en de timing van de ambities en de doelstellingen voor andere plastics dan de plastic huishoudelijke verpakkingen zoals kauwgom en sigaretten?

Hoe ziet u de uitrol van de zwerfvuilovereenkomsten en de zwerfvuilactieplannen door lokale besturen op het vlak van preventie en het verhogen van de pakkans?

Zoals de heer Vandenberghe al heeft aangehaald, stemde op 24 oktober het Europees Parlement voor een verbod op verschillende soorten wegwerpplastics vanaf 2021, en ook voor een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Wat is uw reactie hierop en welke positie zult u met Vlaanderen innemen met het oog op de vergadering van de Raad van Ministers?

Op 25 oktober vond er in Antwerpen een congres van Recover plaats, een samenwerkingsverband tussen elf afvalintercommunales en de stad Antwerpen. Daar presenteerde men de resultaten van verschillende deelonderzoeken naar het beleid van verpakkingsafval. Men deed daarbij tien aanbevelingen voor een beter beleid rond het verpakkingsafval. Recover stelde onder andere dat de huidige berekeningsmethode voor de inzameling en recyclage gecorrigeerd moet worden en dat de cijfers in de realiteit veel lager zouden uitvallen dan degene die steeds worden gecommuniceerd. Verder vraagt het samenwerkingsverband naar meer ambitie in de inzamel- en recyclagedoelstellingen. We hebben het daar in de plenaire vergadering, minister, ook al over gehad. Ik heb intussen de studie zelf ook al kunnen bekijken.

Hoe staat u tegenover de algemene resultaten en in het bijzonder tegenover de tien aanbevelingen die Recover doet en tegenover het voorstel om een andere berekeningsmethode voor de inzameling en recyclage van afval te gebruiken dan de huidige door Fost Plus? Wat is uw kritiek hierop? Wat is uw standpunt hierover?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik zal eerst antwoorden op de vragen van de heer Vandenberghe en daarna op die van mevrouw De Vroe, want ze gaan niet helemaal over hetzelfde. Anders wordt het nogal een kluwen.

Collega Vandenberghe, we hebben al geanticipeerd op wat er op Europees vlak aan komt. We hebben al een voorontwerp van besluit goedgekeurd, VLAREMA genoemd, dat de reglementering van materialen bepaalt. Dit werd al een eerste keer goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Daarin staat een verbod op het gebruik van wegwerpdrankverpakkingen op evenementen. Het gaat dan over wegwerpbekers, eenmalige plastic flessen, drankblikjes en drankkartons. In het voorstel staat dat evenementorganisatoren deze drankverpakkingen vanaf 2020 niet meer mogen gebruiken, tenzij ze die op het event voor 95 procent gescheiden inzamelen en recycleren. Daarnaast moeten vanaf 2020 alle overheden, zowel Vlaamse als lokale en provinciale, herbruikbaar cateringmateriaal gebruiken. Eenmalige plastic wegwerpbekers, bordjes, bestek, rietjes en dergelijke zullen dus vanaf 2020 voor overheden verboden zijn.

Daarmee geven we dus het goede voorbeeld. Ik denk dat dat een heel belangrijke eerste stap is. De reacties die ik mocht ontvangen van evenementorganisatoren en overheden, wijzen erop dat ze dit zeer ambitieuze doelstellingen vinden die ze ook absoluut willen bereiken.

Ik reken uiteraard ook op de federale overheid. Gewesten zijn bevoegd voor het reguleren van gebruik van producten. De federale overheid kan verbieden dat bepaalde producten op de markt komen. Het is dus cruciaal dat de federale overheid verbodsbepalingen invoert. Ik denk dat dat de enige juiste weg is.

Sinds 2017 voorzie ik subsidies voor proefprojecten, collega Vandenberghe, in het kader van Vlaanderen Circulair. Daar zitten projecten bij die nieuwe materialen uittesten. Dit gaat van gerecycleerde kunststoffen tot biogebaseerde materialen. Een overzicht van de ondersteunde projecten vindt u op de website van Vlaanderen Circulair.

Daarnaast hebben we een Green Deal circulair aankopen afgesloten met 150 organisaties. Meer dan 100 organisaties hebben zich geëngageerd om in 2 jaar tijd elk 2 circulaire aankoopprojecten op te zetten. Hierbij kijken we onder meer naar het gebruik van meer duurzame materialen.

We hebben nu een principieel akkoord voor een verbod op het gratis gebruik van plastic wegwerpzakken met een dikte tussen 15 en 50 micron. Dit werd ook ingeschreven in het voorstel tot wijziging waarnaar ik daarnet verwees. Uit Nederlandse cijfers blijkt dat een dergelijk gratisverbod heeft geleid tot een sterke daling van het gebruik van deze wegwerpzakken.

De zeer dunne groente- en fruitzakjes vallen niet onder dit verbod. Dat was een bewuste keuze van de regering. Ik stel wel vast dat sommige supermarkten uit eigen beweging het gebruik van deze zeer dunne zakjes afbouwen. We zullen zien hoe dit verder evolueert en of er voldoende alternatieven zijn. Ik denk dat we het best stap voor stap werken en dat we ervoor zorgen dat de distributie maar ook de consument de tijd hebben om zich aan te passen.

Collega De Vroe, u hebt een hele reeks vragen. Ik zal daar zeer uitgebreid op antwoorden. Hoever staat het met de erkenning van Fost Plus? Eind juni heeft Fost Plus een erkenningsaanvraag ingediend. Deze wordt nu besproken binnen de Interregionale Verpakkingscommissie. Via die erkenning willen we natuurlijk een aantal accenten leggen en een aantal elementen uit de verpakkingsnota implementeren. Het zijn er negen.

Een: de uitbreiding van de p-fractie in de pmd-zak of pmd-inzameling. De erkenning moet opleggen dat eind volgend jaar elke Vlaming alle plastic verpakkingen gescheiden kan aanbieden: via het recyclagepark, de roze zak, de foliezak of een andere vorm van huis-aan-huis-inzameling. De volgende stap is dan dat tegen eind 2021 alle plastic verpakkingen in heel Vlaanderen uniform zouden moeten worden ingezameld, dat wil zeggen via inzameling in één p(+)mdzak huis aan huis. Deze timing houdt rekening met de haalbaarheid om de gescheiden aangeboden fracties te sorteren en te recycleren. Met andere woorden: de apparatuur, die het materiaal moet sorteren, is nog niet aangepast. Men moet daar dus de tijd voor hebben om dat op een economische manier te doen en die investering te plannen.

Twee: de wijze van rapporteren over de inzameldoelstelling van 90 procent. Drie: de wijze van berekenen van recyclagepercentages. Vier: afspraken over de financiering van de inzameling en de sortering van verpakkingen. Vijf: een sterkere differentiatie van de groenepuntbijdragen in functie van de recycleerbaarheid van de verpakkingen. Zes: de verdubbeling van de hoeveelheid gescheiden ingezameld verpakkingsafval die buitenshuis ontstaat tegen 2023 ten opzichte van 2018. Zeven: afspraken over een betere inzameling van pmd bij bedrijven. Acht: afspraken over rapportering over recycleerbaarheid, hergebruik, gerecycleerde inhoud van op de markt gebrachte verpakkingen en hun hoeveelheden. Negen: een actieplan voor het terugdringen van het gebruik van plastic zakken en de rapportering daarover. De onderhandelingen over de inhoud lopen nog, zowel met de andere gewesten als met de verschillende stakeholders.

Er wordt ook gewerkt aan een aanpassing van het interregionaal samenwerkingsakkoord. Daarin zullen de hogere inzameldoelen die de regering heeft afgesproken, moeten worden opgenomen.

Ten slotte wordt uiteraard ook gewerkt aan VLAREMA, zoals ik daarnet al heb toegelicht in antwoord op de vraag van collega Vandenberghe.

Wanneer zullen we beschikken over de nulmeting? Collega De Vroe, voor de totale hoeveelheid zwerfvuil en de evaluatie zullen we de cijfers van 2015 als nulpunt nemen. Voor het bepalen van de samenstelling van het zwerfvuil zullen er fractietellingen gebeuren in de loop van 2019 en 2020. Deze cijfers zullen worden gebruikt als ijkpunt voor het bepalen van het aandeel van de diverse producenten in de opruimkosten van het zwerfvuil.

Er lopen uiteraard onderhandelingen en gesprekken met de tabaks- en de kauwgomindustrie over hun bijdrage tot de vijfpijleraanpak in de strijd tegen zwerfvuil. Daarin wordt afgetoetst wat hun bijdrage kan zijn en wat de concrete doelstellingen zijn. Dat staat ook in de nota die de regering heeft goedgekeurd.

Hoe zit het met de Mooimakers? De werking van de Mooimakers voorziet in coachingtrajecten voor gemeenten. Het gaat over de interne coördinatie van het zwerfvuilbeleid, monitoring en tussentijdse evaluaties, een vuilnisbakkenplan, de optimalisatie van het vuilnisbakkenbeleid, de aanpak van hotspots van zwerfvuil en sluikstorten, optimalisatie van de veegplannen, deelname aan de Operatie Proper en de handhavingsweek.

Deze basisengagementen kunnen worden aangevuld met vrijwillige actiepunten, zoals aanpassingen van het politiereglement of een opleiding van de lokale handhavers. Een coachingtraject duurt drie jaar. Er lopen nu veertig van die trajecten, en dit jaar worden er ook nog eens dertien opgestart. Vanaf 2019 zullen er jaarlijks zestien bijkomende trajecten starten. Daarnaast kunnen gemeenten intekenen in een project ‘zwerfvuil en sluikstorten’, waarbij ze financiële steun krijgen voor de vijfpijleraanpak. Handhaving is ook daar een onderdeel van. Jaarlijks wordt ook samen met de lokale besturen de handhavingsweek georganiseerd. Dat gaat ook gepaard met vormingen en ondersteuning.

Wat is onze positie ten aanzien van de Raad van Ministers? Wij ondersteunen de ontwerprichtlijn; ze ligt in de lijn van wat we in Vlaanderen beogen: een afbouw van wegwerpplastic, dat ook vaak in het zwerfvuil terechtkomt. De Vlaamse Regering heeft in juli voltallig, volmondig ingestemd met het verbod op het gratis verstrekken van de wegwerpkassazakken, en dat als onderdeel van de verpakkingsnota. Zoals ik daarnet heb toegelicht, werd daar uitdrukkelijk gekozen om te starten met de draagtassen van tussen 15 en 50 micron dik.

Hoe sta ik tegenover de algemene resultaten, in het bijzonder de tien aanbevelingen die Recover doet? Ik zal de tien aanbevelingen overlopen. Recover vraagt hogere inzamel- en recyclagedoelen per materiaal. De Vlaamse Regering heeft zich ermee akkoord verklaard om de inzameldoelstellingen voor plastic te verhogen naar 65 procent tegen 2023, en 70 procent tegen 2030. Wij zijn nu aan het onderhandelen met de andere gewesten, om die doelstellingen ook te kunnen vertalen in het interregionaal samenwerkingsakkoord. Daarnaast komt er ook een inzamel- en recyclagedoelstelling van 90 procent voor drankverpakkingen. Voorlopig zijn nog geen hogere doelstellingen voor openbare netheid gepland per gemeente. We concentreren ons eerst op de algemene doelstellingen; dat is het belangrijkste, denk ik: 20 procent minder zwerfvuil tegen 2020. Het lijkt mij wel een interessante piste om dat ook in de toekomst verder te bekijken.

Recover vraagt een gescheiden inzameling van alle plastic verpakkingen. Daarin is voorzien in de erkenning van Fost Plus, waarover nu onderhandeld wordt. Ik heb dat daarnet toegelicht, denk ik.

Recover vraagt meer hoogwaardige recyclage. Wij overwegen in de nieuwe erkenning van Fost Plus op te nemen, dat tegen 2022 25 procent gerecycleerde polyethyleentereftalaat (PET) wordt gebruikt in PET-verpakkingen. En we willen dat verhogen tot 50 procent in 2025. We zullen daarin ook vragen dat de Groene Punt-bijdrage sterker wordt gedifferentieerd, in functie van de recyleerbaarheid van de verpakking.

Recover vraagt om de impact van verpakkingen beter in kaart te brengen. Recent is er een studie uitgevoerd naar verpakkingen die slecht te sorteren of te recycleren zijn. We zullen met Fost Plus bekijken hoe dergelijke verpakkingen stap voor stap beter recycleerbaar kunnen worden gemaakt en kunnen worden vervangen door alternatieven.

Men vraagt meer aandacht voor ecodesign. Recent is de sector gestart met de opmaak van een roadmap voedingsverpakking voor de toekomst. Dit brengt de mogelijkheden in kaart om verpakkingen meer circulair te laten ontwerpen. Ik hoop dat deze roadmap ook de basis legt voor nieuwe, te ondernemen acties op korte termijn.

Recover vraagt 100 procent producentenverantwoordelijkheid. We gaan de volgende jaren in de richting van een meer uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zoals ook bepaald in de verpakkings- en zwerfvuilnota die de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd. In 2019 en 2020 zullen de fractietellingen gebeuren zoals ik daarnet heb toegelicht.

Recover vraagt meer onderzoek en monitoring. Om de twee jaar komt er een onderzoek naar de hoeveelheden en de kosten van het zwerfvuil. De netheidsindex wordt jaarlijks gemeten. In 2019-2020 zullen er dus die fractietellingen zijn.

Recover vraagt om meer preventie. Zoals ik al zei, heeft de Vlaamse Regering een voorstel goedgekeurd om op evenementen geen wegwerpdrankverpakkingen meer te gebruiken, tenzij zij op het event bijna allemaal, voor 95 procent, gescheiden worden opgehaald.

Recover vraagt ook een verhoging van het gebruiksgemak, en ik ben daar absoluut voorstander van. Daarom willen wij in de herkenning van Fost Plus opnemen dat alle plastic ingezameld kan worden. Dat zal de sorteerboodschap voor de Vlaming bijzonder vergemakkelijken.

Recover vraagt meer controle van het beleid. In de nieuwe erkenning van Fost Plus zullen we nog meer transparantie eisen over verpakkingen die op de markt komen. Dat betekent: hoeveelheden, recycleerbaarheid en ook herbruikbaarheid. Er komen ook meer transparante cijfers over de manier waarop recyclagepercentages worden berekend.

De berekeningen van recyclagecijfers zullen de komende jaren verfijnd worden; zo moeten we bijvoorbeeld ook meer zicht krijgen op de effecten van grensaankopen. Die hebben immers ook een impact op de hoeveelheid afval die kan worden ingezameld. We moeten ook duidelijker rapporteren over hoe de percentages worden berekend, bijvoorbeeld in hoeverre gerecupereerde metalen uit verbrandingsassen al dan niet mee in rekening worden gebracht.

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Minister, bedankt voor de uitgebreide toelichting, maar ik heb toch nog een aantal concrete vragen voor u. Er is het zomerakkoord, het plan van de Vlaamse Regering, en er is ook het plan van de sector. Dat zijn twee plannen die ik al enkele keren grondig heb doorgenomen. Maar ondanks uw ruime opsomming van allerhande acties, blijf ik een beetje met het gevoel zitten dat de Vlaamse Regering echt die doelgerichte ambitie mist en blijft missen om een goed en integer zwerfvuil- en recyclagebeleid te voeren. Ik zal dat illustreren met een tweetal voorbeelden of onduidelijkheden. U kunt dat straks dan ook weerleggen als ik het fout heb.

U spreekt over het verbod op de plastic zakjes. De sector heeft een voorstel ingediend om dat al tegen eind 2019 te doen. Als u kijkt naar de beslissing van Europa, is dat 2021. De concrete datum en planning van Vlaanderen was mij niet duidelijk, ofwel heb ik het niet goed gehoord. U bent niet echt duidelijk geweest wanneer u heel concreet dat verbod zult doorvoeren.

De sector spreekt inderdaad ook van een voorstel van het verplicht gebruik van milieuvriendelijke bekers en verpakkingen voor evenementen van meer dan duizend deelnemers. U zegt dat u dat met Vlaanderen ook wilt doen. Is dat dan alleen voor de evenementen van alle overheden – u sprak over hogere overheden en lokale overheden – of is dat voor iedereen? Ik denk dat de sector wel de bedoeling heeft om dat voor alle activiteiten met meer dan duizend deelnemers te doen. Wat is de bedoeling van Vlaanderen? Welke ambitie heeft Vlaanderen daarin? Dat zijn al twee zaken die mij nog niet echt duidelijk zijn en die mij daardoor nog niet overtuigen van de echte doorgedreven ambitie van de Vlaamse Regering.

Waar ik echter nog altijd helemaal geen begrip voor heb, is de nulmeting. Ik ben blij dat collega De Vroe daar ook naar verwezen heeft. Zij zei ook dat wij de Europese koploper zijn op het vlak van recyclage. Maar volgens mij is dat gebaseerd op foute cijfers. U zegt dat er in het zomerakkoord staat dat we boetes zullen opleggen aan de sectoren die die doelstellingen niet halen. Over welke doelstellingen gaat het? Ik heb nog een keer de twee onderzoeken, die onafhankelijk van elkaar zijn uitgevoerd – enerzijds door Recycling Netwerk en anderzijds door Recover in samenwerking met de KU Leuven –, vergeleken en die komen helemaal niet overeen met de cijfers waar u het vandaag nog altijd over hebt om te pretenderen dat wij de recyclagekampioen zijn. Die cijfers zijn mij nog altijd niet duidelijk, die cijfers worden tot op vandaag zwaar onderschat, op basis van de cijfers die u altijd voorlegt. Je kunt toch onmogelijk een correct zwerfvuil- en recyclagebeleid gaan voeren als je niet weet over welke cijfers het gaat.

Minister, kunt u eens heel duidelijk en concreet zeggen waarop we ons gaan baseren, en niet wanneer we die cijfers gaan hebben. Meten is weten, en als we geen juiste cijfers hebben, is het gemakkelijk te zeggen dat we ergens kampioen of de beste in zijn. Daar heb je dan ook geen enkele geloofwaardigheid in. Al die uitgebreide uitleg is heel sympathiek, informerend, educatief voor ons allemaal en voor externen, maar kom eens to the point en antwoord eens heel concreet op de vragen die ik hier in de commissie al verschillende keren heb willen stellen, en waarop ik nog altijd geen duidelijk antwoord heb gekregen. Ofwel begrijp ik het niet, dat kan ook zijn, maar dan is het aan u om het nog eenvoudiger uit te leggen. (Opmerkingen)

Het is heel concreet wat ik vraag, we hebben het nog niet gekregen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw zeer uitgebreid antwoord op mijn vragen. Ik ga niet op alles ingaan wat u gezegd hebt, dat zou ons te ver leiden.

Ik zal onmiddellijk ingaan op de nulmeting. Want om discussies zoals deze te vermijden, is die nulmeting en het bepalen van het ijkpunt cruciaal. Als ik het verpakkingsplan erbij neem, dan stond daarin: “Om de lopende discussies over cijfers en de interpretatie te beslechten, voeren we een nulmeting uit. Op basis van een methodiek die met alle stakeholders (producenten, overheden, …) duidelijk wordt afgesproken en gevalideerd, gaan we na hoe groot het probleem is, welke fracties deel uitmaken van het zwerfvuil, … Die nulmeting wordt” – uiteraard – “het ijkpunt van het komende beleid.”

Toen op 18 september de vraag gesteld werd hoe het met de nulmeting zat, hebt u gezegd dat die wordt opgemaakt door de OVAM, en dat die zo goed als klaar is en dat de OVAM altijd heeft aangekondigd dat die eind dit jaar klaar zou zijn. De cijfers zelf worden aangeleverd door Fost Plus, maar ze worden gecontroleerd door de verpakkingscommissie. U hebt ook verder verwezen naar alle betrokken actoren.

Nu hoor ik dat uw diensten die het gaan voorstellen, zich gaan baseren op de cijfers van 2015. U zult begrijpen dat ik toch nog met heel veel vragen zit. Ik denk dat we er alles aan moeten doen om zulke discussies in de toekomst te vermijden. Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig: hebt u dit bepaald in samenspraak met alle betrokken actoren en producenten zoals werd neergeschreven in het verpakkingsplan zelf? Ik hoop daar een meer gedetailleerd antwoord op te krijgen.

Verder begint er mij ook iets te storen wat betreft de verantwoordelijkheid van de producenten van kauwgom en sigaretten. We krijgen al jaren hetzelfde antwoord. Ik hoop daar in de toekomst toch meer acties te zien om ook die sectoren meer over de brug te laten komen wat het zwerfvuilbeleid betreft. Dit is uiteraard ook een belangrijke sector in het kader van die nulmeting. Ik hoop dat u op die twee bijkomende vragen uitgebreid zult antwoorden.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Ik sluit mij graag aan bij de vragen gesteld door de collega’s.

Ten eerste wil ik ook nog eens verwijzen naar de tussenkomst van de heer Vandenberghe over evenementen boven de duizend toeschouwers. Ik weet niet of hij daar een zicht op heeft, maar het aantal evenementen met meer dan duizend deelnemers die in Vlaanderen georganiseerd worden, moet immens zijn. Ik weet niet of het de bedoeling is dat alles vanuit Brussel opgelegd moet worden.

Ik weet niet of het de bedoeling is dat alles vanuit Brussel wordt opgelegd. Heel veel verantwoordelijkheid ligt bij de organisatoren van diverse evenementen. In lijn daarmee starten op 1 of 2 januari driehonderd nieuwe lokale besturen. Die hebben ook een heel belangrijke sleutel in handen voor de volgende zes jaar als ze echt willen inzetten op zwerfvuil en verpakking, waaronder plastics. Lokale besturen hebben heel wat tools in handen om inwoners te sensibiliseren, want heel veel inwoners maken zich terecht zorgen over die problematiek.

Minister, komt er voor de nieuwe lokale besturen die vanaf 1 januari echt aan de slag willen met het thema zwerfvuil – besturen die waarschijnlijk ook nu al intensief bezig zijn met acties – een soort van draaiboek of gids om hen goed op weg te helpen om rond dat thema te werken? (Opmerkingen van Andries Gryffroy)

Minister, mijn tweede vraag gaat over de erkenning van Fost Plus. U hebt uitleg gegeven over de procedure die nu loopt voor de erkenning voor de komende vier jaar. In 2016 heeft Fost Plus met de bedrijfswereld een overeenkomst getekend waarbij ze jaarlijks een bedrag uittrekken om zwerfvuil te bestrijden. Wordt er een concreet bedrag of een financieel engagement voor dat zwerfvuilbeleid in de erkenningsaanvraag van Fost Plus opgenomen? Of vindt u het meer de taak van Fost Plus om na te gaan hoeveel geld het bedrijfsleven daarvoor opzij wil zetten om er iets aan te doen? Wordt het verankerd in die erkenningsaanvraag?

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Collega’s, de boeiende wereld van het afvalbeleid blijft een thema dat deze commissie beroert, en terecht. Ik dank mijn collega’s voor hun vragen om uitleg hierover.

Mijnheer Vandenberghe: afval, het is niet moeilijk. Het is heel eenvoudig, we moeten gewoon volgen wat onze dierbare wetenschapper de heer Lansink uit Nederland ons heeft geleerd. Hij zegt dat we aan afvalpreventie moeten doen, ontrading dus, dan moeten we inzetten op hergebruik, dan moeten we recycleren, indien recycleren niet meer lukt, moeten we toch zorgen dat we er energie uit kunnen winnen, en dan zijn verbranden en storten de laatste mogelijkheden. Gelukkig is dat laatste hier geen optie meer, of toch weinig in Vlaanderen.

Wat hebben we daarvoor nodig? Producentenverantwoordelijkheid, want daar begint het natuurlijk. Wie maakt al die rommel? Wie maakt al dat afval? Dat zijn de producenten. Als zij het licht niet zien en inzetten op ecodesign, dan gaan we met een probleem van verpakkingsafval blijven zitten. Daarom ben ik blij te horen dat die roadmap circulair ontwerpen belangrijk is om producenten te overtuigen om wat ze op deze aardbol maken en creëren, ook op een duurzame manier te laten verdwijnen of te recycleren.

Dat overheden op alle niveaus een voorbeeldfunctie hebben, daar kunt u niet tegen zijn, mijnheer Vandenberghe. Dat is de enige manier om de consument mee te helpen overtuigen van de problematiek die vandaag bestaat en die we erkennen. Er is wel degelijk een probleem. Soms vraag je jezelf af, als er zoveel tegenstanders van zwerfvuil zijn, wie dan de daders zijn, wie het zwerfvuil creëert. We moeten zeker de consumenten en de mensen die vandaag terecht opmerkingen maken over zwerfvuil, bewustmaken van het probleem dat we soms zelf creëren. De manier van aankopen geeft ons al aanleiding om zwerfvuil te creëren. Daar moeten we bewuster mee omgaan. Dat is zeker een taak van overheden op alle niveaus.

Het knelpunt ligt bij de nulmeting, waarover veel te doen is en nog zal zijn. Met cijfers kan men inderdaad alles bewijzen. We weten dat Fost Plus nogal creatief omgaat met cijfers. Een: ze zijn niet transparant. Twee: de cijfers kloppen niet met de realiteit of ze worden verdoezeld door een en ander bij elkaar te slaan om toch maar aan betere of beste cijfers te komen. Dat is boerenbedrog.

Minister, ik ben dan ook blij om uit uw mond te horen dat we dat zeker niet tolereren, en dat we in de toekomst werk zullen maken van die transparantie. Het is een taak van de overheid, van het parlement, maar ook van u, minister, om te zorgen dat er initiatieven komen van bovenuit die toezicht houden op de cijfers en op wat Fost Plus ons aanlevert van cijfermateriaal.

Die nulmeting is essentieel, want de doelstelling om 90 procent recyclage van verpakkingsmateriaal tegen 2022 te realiseren, is een nobele doelstelling. Daar kan niemand iets tegen hebben, maar men moet wel duidelijk zijn over hoe dat cijfer wordt bepaald. Is dat op basis van het aantal verpakkingen die worden verkocht, is het op basis van het gewicht of van eenheden?

Op die drie verschillende manieren – en er zijn er waarschijnlijk nog een aantal andere – gaat die doelstelling altijd worden bepaald. Is het op basis van wat we inzamelen? Voor wat we dan niet inzamelen, gaan we de doelstelling niet halen. Het is dus belangrijk om duidelijkheid te creëren over wat u met de nulmeting bedoelt. Hoe ziet ze eruit? Welke formule zit er achter die cijfers? Dan pas kunnen we nagaan of de doelstellingen haalbaar zijn en of dat wat er tegenover staat, wat de producenten als verantwoordelijkheid opnemen, voldoende is om tegen 2022 die doelstelling te halen.

Wat Europa betreft, kan ik kort zijn. Het is net alsof ze het Afvalplan van de Vlaamse Regering hebben gelezen, want Europa wil wat wij willen: minder afval, minder verpakkingsafval. Het is ook goed dat zij initiatieven nemen om het level playing field niet te verstoren zodat iedereen op dezelfde golflengte zit.

Voorzitter, ik zal kort zijn, want ik zie u al ongedurig worden over mijn lang betoog. Ook over de gratis plastic zakjes hebben wij van in het begin gezegd dat het een zaak is waarvan we de consument bewust kunnen maken als we in zijn portemonnee zitten zodat hij alternatieven gaat zoeken die beter zijn voor het milieu.

Collega’s, het verpakkingsafvalplan moet de kans krijgen om te worden geïmplementeerd. Laat ons hopen dat iedereen zich bewust is van de ernst en van de problematiek van zwerfvuil en plastic.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, er zijn inderdaad een aantal nieuwe ontwikkelingen en belangrijke Europese beslissingen. Er was het Recover-congres. Recover is een samenwerkingsverband tussen elf intercommunales en de stad Antwerpen. Het congres was georganiseerd door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).  Met andere woorden, het is wel echt de basis die we op zo’n moment aan het woord hebben gehoord. Er heeft altijd een spanning gezeten tussen de stem van de basis, de stem van steden en gemeenten, de stem van de instanties die verantwoordelijk zijn voor de opkuis, de kosten van het zwerfvuilbeleid, en de hogere overheid Vlaanderen. Je voelde de roep vanuit de steden en gemeenten om verder te gaan, om meer te doen. Er zijn ook veel steden en gemeenten toegetreden tot de statiegeldalliantie. De roep van de steden en gemeenten was zeer luid te horen. Op het congres is het ook nog eens duidelijk gesteld.

Er zijn aanbevelingen gedaan, tien duidelijke aanbevelingen. Men heeft het moment willen aangrijpen want we staan op een kantelpunt. Op 31 december vervalt de huidige erkenning van Fost Plus. Zoals u zelf al zei, zijn de onderhandelingen nog bezig. Het is het moment om nog een aantal aanpassingen te doen, ook als we willen wegen als parlement, als maatschappij en stakeholders. Men heeft dit proberen te doen via het congres van Recover.

U hebt de aanbevelingen overlopen en u hebt telkens een voorbeeld gegeven van hoe de lat hoger wordt gelegd en van de ambitieuzere recyclagedoelstellingen. Er is discussie over. U stelt het cijfer van 90 procent voorop voor de plastic flessen. De vraag is of dat ambitieus genoeg is. Van de verschillende punten die u aanhaalde en waarbij u voorbeelden aanhaalde – zet meer in op Ecodesign –, kan je je steeds afvragen of het wel voldoende is. Ik denk dat Recover er zeker bedenkingen bij zal hebben.

Voorzitter, ik zou willen voorstellen – maar ik heb nog niet kunnen nagaan of dit wordt gedragen – om de mensen van Recover eens te vragen voor een hoorzitting. Ook Arcadis heeft een studie voorgesteld op die studiedag. We kunnen onderzoeken of er eventueel nog bijsturingen kunnen gebeuren. De nieuwe erkenning van Fost Plus is voor de volgende vijf jaar. We hebben er alle belang bij om samen met die basis, de steden en gemeenten, een erkenning te onderhandelen die ambitieus genoeg is. Ik zou dus voorstellen om samen met hen die aanbevelingen te overlopen en na te gaan of ze kunnen worden opgenomen in de nieuwe erkenningsvoorwaarden.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Vandenberghe vroeg wanneer dit alles start. Het staat in een Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA). Als het VLAREMA definitief is goedgekeurd, gaat het in werking. Dat zal in 2019 zijn. Het geldt ook voor het verbod op de gratis plastic zakjes.

Het drankwegwerpmateriaal bij evenementen is verboden, tenzij men een engagement aangaat om 95 procent gescheiden op te halen. Voor de overheid is het tout court verboden. Dat is heel duidelijk. Het is een uitdaging voor de sector om hiermee om te gaan, maar ze zijn erg bereid om hieraan mee te werken.

De discussie over de cijfers. Het spreekt voor zich – ik heb het daarnet ook al gezegd – dat we meer transparantie moeten brengen en dat we die discussies achter ons moeten laten, samen met alle stakeholders en verantwoordelijken. We moeten er duidelijke afspraken over maken. Dat is ook zo afgesproken in de Verpakkingsnota die we in de regering hebben goedgekeurd. Wat tot nu toe door Fost Plus wordt gerapporteerd, is conform wat Europees kan en mag worden gerapporteerd. Er is ook controle op.

Je kunt vragen hebben bij de cijfers. Ik heb daar ook vragen bij. Ik denk dat het belangrijk is dat de nulmeting iets is waarvan iedereen zegt: ‘Dat is de nulmeting.’ Als het parlement in alle wijsheid zou overwegen dat men een hoorzitting houdt met Recover, stel ik voor om ook de OVAM uit te nodigen om een stand van zaken van die nulmeting te geven. Waarom 2015? Het heeft een tijd geduurd om de cijfers van 2015 zuiver te stellen. Wat is de stand van zaken van de fractietellingen die ze in 2019-2020 gaan doen? Het is misschien een suggestie om de OVAM ook uit te nodigen om die nulmeting toe te lichten alsook hoe men de samenstelling van de cijfers ziet. Ik denk dat dat de enige juiste manier is om daar duidelijkheid in te krijgen.

Het is natuurlijk wel een beetje dubbel, collega Vandenberghe en collega Meuleman. U stelt constant in vraag of het al of niet een ambitieuze doelstelling is. Het is een ambitieuze doelstelling. We zitten aan een heel hoog percentage van 90 procent. Ik denk dat niemand kan ontkennen dat het een ambitieus gegeven is. Jullie zeggen dat de cijfers in werkelijkheid veel lager liggen. Dan is het nog veel ambitieuzer. Maar we moeten vooral zien dat we het eens zijn over de cijfers. Laat ons die zuiver stellen. Ik blijf erbij dat het ambitieus is en dat we die zullen moeten halen, ook op basis van nulmetingen en cijfers waar iedereen zich goed bij voelt en waar voldoende transparantie over ontstaat.

Ik ben het volledig eens met de suggestie van collega Taeldeman: het belang van de nieuwe besturen die eraan komen en de acties die ze doen. Ik zal de opdracht geven aan de OVAM maar ook aan de Mooimakers, om heel gerichte campagnes op te zetten en vorming te organiseren voor de lokale besturen zodat ze daar voldoende mee aan de slag kunnen gaan.

In de erkenning van Fost Plus staan wel degelijk boetes. Die stonden er al in, maar ze zullen nog forser zijn, conform de afspraken die de Vlaamse Regering in de verpakkingsnota heeft gemaakt. Wat mij betreft, moet dit heel uitdrukkelijk in de erkenning van Fost Plus worden opgenomen.

Ik ben zeer blij, collega Meuleman, met het initiatief van Recover, laat dat duidelijk zijn. Ik vind dit een heel belangrijke partner in het zwerfvuil maar ook in het totale verpakkingsbeleid. We zijn ook blij met de studies die ze maken en de aanbevelingen die ze doen. Ik heb die daarnet ook uitgebreid overlopen om te tonen dat we ze zeker ter harte nemen en daar verder mee aan de slag gaan.

Mocht uw parlement beslissen om een hoorzitting te houden, wil ik nog eens de suggestie herhalen dat het misschien nuttig zou zijn om ook de OVAM daarbij uit te nodigen om de cijfers en de nulmeting toe te lichten zodat alle vragen die daaromtrent leven, rechtstreeks aan de OVAM kunnen worden gesteld. Ik ben bijzonder tevreden dat het voltallige parlement dezelfde ambitie deelt, en dat is dat we het nog beter moeten doen op het vlak van recyclage, dat we vooral preventief moeten werken, verpakkingen tegengaan, plastic ontraden en tegengaan, werken op design en dergelijke meer. We hebben nog heel wat uitdagingen. Ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen waarmaken en dat dat op basis van de afspraken die we hebben gemaakt, ook zal lukken.

De heer Vandenberghe heeft woord.

Minister, ik zal maar gerust zijn en u geloven op uw woord dat we allemaal zo ambitieus zijn, u vanuit uw verantwoordelijkheid, als we duidelijkheid hebben over de juiste cijfers en als er geen foutieve cijfers worden gebruikt. Natuurlijk zijn we nu al heel ambitieus. We waren al ambitieus met foutieve cijfers, dan kun je al niet veel meer ambitieus zijn. Maar als we de juiste cijfers zouden gebruiken, is dat veel minder.

Ik wil nog een tip meegeven: laten we alsjeblieft goed het onderscheid behouden tussen de cijfers rond zwerfafval – de cijfers waarover u het had, waren van metingen over zwerfvuil – en de correcte recyclagecijfers. Dat is een ongelooflijk belangrijk onderscheid dat we moeten maken als we het beleid op een correcte manier willen voeren en als we die ambitie willen waarmaken waar we allemaal achter blijven staan.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, wat betreft de nulmeting is het inderdaad heel belangrijk dat die wordt gedragen door alle betrokken actoren. Ik wil het volgende voorstellen. Voor mij hoeft een hoorzitting niet. Ik ben een beetje bang dat wanneer we een hoorzitting houden, die door de beleids- en de begrotingsbesprekingen een aantal weken zal opschuiven. Het komt allemaal heel kort op elkaar. Mijn vraag aan u is of u misschien aan de OVAM kunt vragen om aan de commissieleden een nota te sturen over hoe ze tot die nulmeting en dit voorstel zijn gekomen, bij voorkeur nog deze week. Ik denk dat dit de snelste manier van werken is. Dan weten we waar we staan en kunnen we het verder opvolgen. U weet dat onze partij op vlak van verpakking en afval zeer ambitieus is. Ons streefdoel is niet alleen om zo weinig mogelijk afval te hebben, maar ook om het plastic dat nog overblijft, toekomstgericht biogebaseerd en bioafbreekbaar te maken. U weet dat we zeer ambitieus zijn. We zullen dat van heel nabij opvolgen. Ik hoop dat op mijn vraag die nota, om meer inzicht te krijgen in die zeer belangrijke nulmeting, er deze week zal komen.

We zullen nog terugkomen op de nulmeting en dit verder opvolgen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.