U bent hier

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Voorzitter, de kilometerheffing is ondertussen van kracht, maar in april van dit jaar heeft de federale staatssecretaris voor Bestrijding van sociale fraude, Philippe De Backer, aangekondigd dat hij de data uit de kilometerheffing zou willen gebruiken in de strijd tegen de sociale fraude. Dat is iets waarvoor ik in dit parlement al heb gepleit en aan heb gewerkt.

Minister, dit is natuurlijk een gedeelde bevoegdheid. Dit kan enkel gebeuren in samenwerking met de Vlaamse overheid. In uw antwoord op een schriftelijke vraag hebt u gesteld dat u daar positief tegenover staat, dat u daar uw medewerking aan wilt verlenen en dat u daar al werk van maakt in verband met de ‘automatic number plate recognition’-camera’s (ANPR-camera’s).

Via de voorzitter van het Vlaams Parlement heb ik het advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer ingewonnen om na te gaan wat de voorwaarden zouden kunnen zijn om data uit de kilometerheffing te delen om de strijd tegen sociale fraude op een gerichte manier te kunnen voeren. Op basis van dat advies komt het erop neer dat het mogelijk is de kilometerheffing hiervoor te gebruiken, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden, namelijk een gegevensbeschermingseffectenbeoordeling, een proportionaliteitstoets, een samenwerkingsakkoord met de Federale Regering en een vorm van machtigingsprocedure.

Minister, welke stappen zijn ondertussen gezet om de gegevens uit de kilometerheffing te kunnen gebruiken in de strijd tegen sociale fraude? Zijn eventueel bepaalde knelpunten gedetecteerd? Op welke termijn acht u het mogelijk van start te kunnen gaan met een dergelijke gegevensuitwisseling?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, de federale staatssecretaris voor Bestrijding van sociale fraude onderzoekt een wetgevend initiatief om het gebruik van de data van on board units (OBU’s) in de strijd tegen sociale fraude te gebruiken. Ik heb altijd gezegd dat we hieraan zeker willen meewerken, maar ik heb van in het begin gewezen op mogelijke beperkingen die een rol spelen.

In september 2018 hebben het kabinet van de staatssecretaris en ViaPass een technische vergadering gehouden om duidelijkheid te scheppen in wat al dan niet mogelijk is en om de werking van het systeem enigszins toe te lichten.

In oktober 2018 heeft een overleg tussen de drie gewesten en een afvaardiging van het kabinet van minister van Financiën Van Overtveldt plaatsgevonden. Mijn kabinet is toen ook aangeschoven. De mogelijkheden om de OBU-data te gebruiken voor de controle op sociale fraude, blijken op basis van dat gesprek wel wat beperkter dan op het eerste gezicht werd verondersteld.

Het opvallendste probleem is de onmogelijkheid om een chauffeur aan een bepaald voertuig te verbinden. Eenzelfde voertuig kan twee chauffeurs aan boord hebben, die elkaar afwisselen om het voertuig zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dat is maar een voorbeeld. Bepaalde voertuigen worden soms gestald, waarna een andere chauffeur het overneemt. Dat is ook een mogelijkheid.

Het tweede probleem is de volledigheid van de data. De providers zijn enkel verplicht om data op het tolnetwerk te verzamelen en te registreren. Dat geldt niet voor onderliggende, niet aan tol onderhevige wegennet. Dat betekent dat de enkel door middel van de kilometerheffing aangeleverde data onvolledig zijn en niet rechtstreeks kunnen worden gebruikt. Ze zijn niet representatief voor het totaal aantal gereden kilometers.

Er zijn vier elementen waarvoor de staatssecretaris de data nodig heeft of idealiter zou kunnen gebruiken. Het eerste element is de aanpak van sociale dumping, oftewel de ontduiking van de personenbelasting door goedkopere buitenlandse chauffeurs in te zetten voor wat in wezen transport op Belgisch grondgebied is. Het tweede element is de controle op de rij- en rusttijden. Door de onmogelijkheid om de data aan de bestuurders te koppelen, is er een probleem om hiervoor gebruik te kunnen maken van de OBU-data.

Een derde element is de tachograaffraude: zijn de gereden kilometers in overeenstemming met wat de tachograaf meldt? Op dat punt is het probleem dat door de onvolledigheid van de OBU-data, die enkel het betold wegennet betreffen, die data niet kunnen worden gebruikt voor een rechtstreekse, sluitende controle. Ze hebben mogelijk alleen een soort indicatiefunctie.

Daarnaast is er de illegale cabotage, als een buitenlandse transporteur voor langere periodes, dus meer dan zeven dagen, in België rijdt. Voor die piste kan mogelijk gewerkt worden met de OBU-data, maar ook in dezen kunnen ze eerder als een soort van ‘knipperlichtsysteem’, als een indicatiefunctie worden gebruikt.

De algemene verplaatsings- of traceringsgegevens die door de dienstverleners van Satellic en de European Electronic Toll Service (EETS) rechtstreeks ter beschikking worden gesteld van de gewesten, zijn geanonimiseerd. In Vlaanderen worden die systematisch opgevraagd door het Verkeerscentrum. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken zet de geanonimiseerde verplaatsingsgegevens momenteel zelf in voor de monitoring van het vrachtverkeer en het in kaart brengen van eventueel sluipverkeer. Wanneer bepaalde verkeersstromen van vrachtwagens een betold wegennet afrijden en er vervolgens verder terug op rijden, kan men uitgaan van sluipverkeer. Om het gebruik van de OBU-data uit te breiden naar andere doeleinden en Viapass toe te laten die gegevens daarvoor te delen, is wel wat aanpassing van wetgeving nodig op zowel Belgisch niveau, op het niveau van de gewesten, als op Europees niveau. Er is een aanpassing van het samenwerkingsakkoord nodig, van de betrokken decreten en van alle contracten met de providers. Daarnaast is er de grote bezorgdheid van de Europese instellingen over het gebruik van de OBU-data, en dan vooral vanuit het oogpunt van de bescherming van de data van de OBU’s. Dat betekent dat die aanpassingen niet eenvoudig zijn. Binnen de huidige discussies over de EETS-richtlijn kwam ook de nood aan sterke gegevensbeveiliging meermaals aan bod. Op dat vlak is er dus toch wel een terughoudendheid.

Gezien de grote nood aan aanpassingen en juridische stappen, zowel op Belgisch, gewestelijk als op Europees niveau, en de beperkte gebruiksmogelijkheden van de data, werden op het overleg de pistes van het gebruik van de ANPR-data en het gebruik van de data van het handhavingssysteem van de kilometerheffing bekeken. De data over handhaving zijn in handen van de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en kunnen mogelijk worden gedeeld om overtreders bijkomend te controleren op sociale fraude, in de veronderstelling dat, indien men fraudeert op vlak van de kilometerheffing, men ook op andere vlakken fraudeert.

De data van de ANPR-camera’s van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) worden reeds gedeeld in functie van de algemene veiligheid en de terrorismebestrijding. Dat wordt gecoördineerd door minister Jambon.

Men heeft uiteindelijk besloten dat vooral die laatste twee pistes de meest voor de hand liggende zijn, en dat de datadeling van de OBU’s op termijn wel interessant kan zijn als een soort bijkomend waarschuwingssysteem, als hiervoor het nodige regelgevend kader gecreëerd kan worden.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Ik ben positief verrast dat men die problematiek al zo diepgaand heeft uitgebeend om te kunnen kijken wat er allemaal mogelijk is. Ik begrijp de problemen, de zaken waar we nog niet aan hadden gedacht, bijvoorbeeld dat de data op dit ogenblik enkel beschikbaar zijn voor bepaalde trajecten en men andere trajecten niet meer kan volgen.

Zoals ook uit het advies van de toezichtcommissie is gebleken, zal, als men dat zou willen doen op een wat grotere schaal, waarschijnlijk wetgevend werk nodig zijn. Ik ben altijd bereid om mijn fractie ervan te overtuigen om dat wetgevend werk nog te leveren. Immers, als we die data zouden kunnen gebruiken – die blijkbaar al worden gebruikt om onderzoek te doen naar het gebruik van sluipwegen en dergelijke meer – en men de data dus niet beperkt tot de wegen waarop nu tol wordt geheven, maar men ook alle data kan hebben voor andere wegen, dan zou dat toch van groot nut zijn. Nu is het principe dat zij die zich aan alle regels houden, zij die het spel volgens de regels spelen, de kilometerheffing op een correcte manier betalen. Als we dit instrument zouden kunnen gebruiken om zij die het niet nauw nemen met de regels gemakkelijker te kunnen detecteren, dan zou dat toch wel een krachtig wapen kunnen zijn in de strijd tegen de sociale dumping binnen de transportsector. Ik begrijp dat men het eerder ziet als een knipperlichtsysteem dan als een manier van echte bewijsvoering. Dat zou natuurlijk ook een bijzondere bijdrage kunnen leveren aan de verkeersveiligheid voor iedereen.

Dus, in de mate dat er decretaal werk nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten buiten de twee punten waarmee u hebt afgesloten, die men nu al kan doen en waarop men al stappen vooruit kan zetten, dan wil ik daar gerust vanuit het parlement tijd in investeren om dat mogelijk te maken, zodanig dat we die gegevens nog beter kunnen gebruiken dan het gebruik dat u hebt aangehaald in de twee puntjes, om de strijd tegen de sociale dumping in de transportsector verder te kunnen opschroeven.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Ik vind dat collega Van Rompuy het eigenlijk heel goed heeft verwoord. Nooit waren er meer data beschikbaar. Het is nu inderdaad een kwestie van alles gekoppeld te krijgen op een wettelijk verantwoorde manier.

Minister, u hebt ook nuances aangebracht en, laten we zeggen, de complexiteit van het leven nog eens geschetst ook als het gaat over de wereld van de transporteurs. Twee chauffeurs kunnen in één wagen rijden enzovoort. Er bestaat een soort ‘postkoetssysteem’ waarbij men een wagen stalt die dan meteen weer door een volgende chauffeur wordt overgenomen. De grote transporteurs werken eigenlijk op dat oude systeem van de postkoets. Als je praat met de ‘Esserssen’ van deze wereld, de grootste private werkgever in de provincie Limburg, dan hoor je dat ze doorheen heel Europa een aantal logementen hebben, depots zou men bijna kunnen zeggen, waar de nieuwe vrachtwagens staan of de bestaande vrachtwagen even wordt gestald en een andere chauffeur het vervolgtraject voor zijn rekening neemt als bestuurder van die vrachtwagen.

Bij elk gereglementeerd beleid – en dit is er een vanuit het oogpunt van werktijdenregeling en dergelijke meer – is handhaving altijd het punt van geloofwaardigheid voor een overheid. De transporteurs zelf hebben vandaag het gevoel dat er met twee maten en twee gewichten wordt gemeten. Daardoor komt in dit deel van de wereld die sector heel zwaar onder druk te staan. Er wordt uitgevlagd, mensen werken met bedrijven in Slovakije, in Polen enzovoort.

Met een wetgevend initiatief en met een samenwerkingsakkoord tussen de verschillende betrokken overheden, zowel de federale als de gewestelijke, kunnen we alweer stappen zetten. Het lijkt me een heel belangrijk signaal als we die stappen ook zetten naar transporteurs die vandaag misbruik maken van de hiaten.

We zijn bij uitstek een transitland. We praten over samenwerkingsfederalisme en over een Europa dat er toe doet en bezig is met de reële problemen van de mensen. Dit is daarvoor een uitgelezen sector waar de data en de techniek voorhanden zijn, maar waar je wettelijk een aantal dingen moet uitvlakken en heel goed op punt moet zetten.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik dank u voor de vragen en suggesties. Ik wijs natuurlijk wel op de begrijpelijke, vooral op Europees niveau, terughoudendheid en bezorgdheid over de gegevensbeveiliging waarbij Big Brother wel om de hoek loert. De moeilijkheid is dat wij die data nu gebruiken in geanonimiseerde vorm om bijvoorbeeld bepaalde verkeersstromen te detecteren, maar als je ze wil gebruiken voor sociale fraude heb je die data natuurlijk nodig op individuele basis en dat is het belangrijkste probleem.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Het is natuurlijk voor een deel al uitgebeend door het advies dat ik heb gevraagd aan de toezichtscommissie, namelijk hoe we binnen de Europese regels rond de privacy toch stappen vooruit kunnen zetten. Het is net door het creëren van een wettelijke grond, een proportionaliteitstoets, door enkel gerichte controles te doen en niet zomaar random alle data te gebruiken, dat je een voldoende basis kunt creëren om toch binnen de Europese spelregels meer data te gebruiken in de strijd tegen de sociale fraude. Ik denk niet dat er noodzakelijk een wijziging van de Europese richtlijn nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten, maar we moeten ons natuurlijk wel houden aan die richtlijnen en die bepalen dat er, zeker voor zulke zaken, een wettelijke basis nodig is. Daarvoor zijn we dan ook een parlement om dat mogelijk te maken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.