U bent hier

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, eind dit jaar is het zover en zal het eerste wilddetectiesysteem in gebruik worden genomen, in Limburg, op de Kamperbaan tussen Leopoldsburg en Hechtel-Eksel. Dat systeem zorgt ervoor dat dieren niet zomaar kunnen oversteken, maar dat ze via ecorasters naar oversteekplaatsen worden geleid, waar dan het systeem met dynamische verkeersborden wordt aangestuurd zodat weggebruikers tijdig worden verwittigd van wild dat weldra de rijbaan zal oversteken.

Er zijn twee testprincipes die worden gehanteerd: de vlakdetectie en de lijndetectie. De vlakdetectie screent op een ruimere zone passerende dieren via sensoren. Bij lijndetectie treedt een systeem in werking als een infraroodstraal wordt onderbroken. Na de proefperiode zal worden bekeken welke van de twee het meest accuraat is.

We kijken in ieder geval uit naar de resultaten hiervan. Niet langer geleden dan gisteren heb ik in het kader van een algemene vraag over de everzwijnenproblematiek nog eens de aandacht gevraagd voor het belangrijkste probleem in dat verband volgens mij, en dat is onze verkeersveiligheid. We weten dat er dagelijks aanrijdingen zijn met overstekend wild en dat is uiteraard te betreuren, maar het wordt zelfs gevaarlijk als het gaat over het oversteken door grote zoogdieren, wat die everzwijnen zijn. Dat betekent een zeer groot gevaar voor de verkeersveiligheid an sich.

Ik wil nog eens verwijzen naar de cijfers die ik destijds heb opgevraagd en waarbij er in Limburg alleen al tachtig ongevallen met everzwijnen geregistreerd waren. Dat gaat over de mensen die zich op de baan bevinden met een omniumverzekering, want mensen die dat niet hebben, kunnen zich de moeite besparen om een aangifte te doen. Wild is immers ‘res nullius’ en ze zullen daar op geen enkele manier schadeloos voor worden gesteld.

Minister, zoals gezegd kijken wij met veel belangstelling uit naar de resultaten. Nogmaals wil ik vragen om ook tussentijds nog extra maatregelen te nemen. Op 2 mei heb ik nog eens gepleit voor extra maatregelen door in ecorasters te voorzien en u hebt toen beloofd om in extra budgettaire middelen te voorzien voor de aanpak van dit probleem. U liet verstaan dat dit specifieke thema in een gemeenschappelijke vergadering van de commissies Mobiliteit en Natuur zou worden bestudeerd met als doel structureler te kunnen optreden en eventueel te leren uit de ervaring van buurlanden. 

Minister, ik heb hierover de volgende vragen voor u. Is er al voldoende voorbereid voor die gemeenschappelijke vergadering over dit thema? Zijn er al voorstellen of conclusies? Hoe lang zal de testperiode duren op het genoemde traject? Zult u op andere gewestwegen waar het probleem van overstekend wild ook groot is, tijdelijke maatregelen invoeren? Indien het wilddetectiesysteem een positief eindrapport krijgt, hoe zult u dan de wegen in kaart brengen waar een dergelijk systeem een oplossing kan zijn?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik zal eerst antwoorden op de vraag over de gemeenschappelijke commissievergadering. Dat zijn natuurlijk parlementaire werkzaamheden waar ik geen vat op heb. Ik heb inderdaad altijd gezegd dat ik dat wil ondersteunen. Er is een vraag gesteld in maart en vervolgens kwam uw vraag in mei. Ik wil daar volledig aan meewerken als men mij de vraag stelt. Misschien kan in de regeling van de werkzaamheden worden bekeken hoe ver het daarmee staat. Ik heb alleszins nog geen vraag gekregen om ter zake iets voor te bereiden in het kader van een gemeenschappelijke vergadering.

Ik kom tot uw vragen over het wilddetectiesysteem dat we voor het eerst gaan installeren. Er is een eerste voorlopige testperiode waarbij we ervan uitgaan dat we deze minstens een jaar moeten laten duren. Waarom? Je hebt natuurlijk een gewenningsperiode, zowel voor de weggebruikers als voor de dieren zelf. Ook moeten we rekening houden met de periodes waarin de dieren het grootste aantal trekbewegingen maken, zoals tijdens periodes van voortplanting en de momenten waarop jonge dieren op zoek gaan naar nieuw leefgebied. Dat is gespreid in de periode mei-juni enerzijds en september-oktober anderzijds. We moeten zien dat we die twee momenten mee hebben in de evaluatie. Dat belet niet dat we tussentijds altijd aanpassingen kunnen doen aan het systeem op basis van de waarnemingen die we doen, en dat we desgevallend kunnen bijsturen.

Bij de evaluatie van de testperiode focussen we op twee doelstellingen: enerzijds natuur, dieren en dierenwelzijn en anderzijds verkeersveiligheid. Er wordt nagegaan of er voldoende migratie blijft van de verschillende diersoorten en dat het systeem dus voldoende ontsnipperend werkt. Anderzijds wordt de verkeersveiligheid gemonitord. Hierbij wordt nagegaan of het systeem adequaat reageert op de aanwezigheid van overstekend wild, of ook de chauffeurs reageren zoals we zouden willen en effectief snelheid minderen als het systeem in werking treedt, en of er finaal minder aanrijdingen plaatsvinden. Dat zullen we allemaal monitoren. Indien de resultaten positief zijn, is het de bedoeling dat we dat systeem ook verder gaan inzetten op andere geschikte locaties. Hierbij zullen we de data gebruiken van reeds gekende ‘zwarte punten’ voor dieren waarbij op die tracés effectief kan worden aangeduid dat er een grotere problematiek van aanrijdingen van dieren wordt gesignaleerd.

Als van onderuit problemen worden gesignaleerd en we kunnen op korte termijn iets doen, dan doen we dat altijd, weze het met het plaatsen van borden, weze het met het plaatsen van wildspiegels. Als het gaat over ecorasters, dan hebben we ook daar absoluut de bereidheid om extra inspanningen te doen. We moeten bij ecorasters ervoor zorgen dat er passagemogelijkheden zijn, wat op zich meestal ook nog eens leidt tot extra infrastructurele maatregelen. Een ecoraster zonder passagemogelijkheden verhindert immers een aantal diersoorten om te migreren en dat vergroot onvermijdelijk de versnippering van gebieden, met een negatief effect op de biodiversiteit.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Het lijkt mij inderdaad logisch dat het systeem een jaar rond gedraaid heeft om te testen. Maar vergeef mij mijn ongeduld want de situatie begint toch wel redelijk problematisch te worden.

Als u spreekt over het verzamelen van data om te weten welke de wegen zijn waar we het eerst moeten ingrijpen, spreken we dan over data van verkeersongevallen of over een soort monitoring van populaties waar we weten dat er grotere kansen zijn? In het geval van data van verkeersongevallen is het natuurlijk een beetje wachten op de ongevallen die gebeuren. Als we vroeger kunnen ingrijpen, dan vind ik dat we dat zeker moeten doen.

Minister, op 2 mei 2018 hebt u toegezegd dat er een extra budget komt om hierop in te grijpen. Afhankelijk van het systeem dat het zal worden, vlakdetectie of lijndetectie, is het in heel het verhaal alleszins cruciaal dat heel wat gebieden langs de gewestwegen worden uitgerasterd. Ik vraag me af of niet al een aanvang kan worden genomen met de wegen in kaart te brengen die langs de grote natuurgebieden doorlopen en waar de kansen het grootst zijn. We kunnen daar al werk maken van ecorasters, zodat, afhankelijk van wat als beste resultaat uit de testen komt, vlakdetectie of lijndetectie, op de openliggende oversteekplaatsen voor een van beide systemen kan worden gekozen. Ik denk dat we op die manier al proactief kunnen werken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De zwarte punten zijn, voor alle duidelijkheid, gekend. We hebben die data en het is niet zo dat we die data nog moeten verzamelen. We bekijken altijd welke maatregel we kunnen installeren, wildspiegels of ecorasters, maar ik herhaal dat er een moeilijkheid is met betrekking tot de passages. We moeten die passages ook in alle veiligheid creëren, wat ook niet simpel is. Ik hoop dat we ook tussentijds lering kunnen trekken uit het wilddetectiesysteem. We proberen op dat vlak zo snel mogelijk te schakelen.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, u hebt niet geantwoord op de vraag of die data dan op de ongevallen of op de aanwezigheid van populaties in de buurt zijn gebaseerd. Ik durf ervan uitgaan dat het op basis van ongevallen is. Daarmee is mijn nieuwsgierigheid wel gewekt. Ik zal misschien een schriftelijke vraag indienen om die data op te vragen, zodat we toch al zicht krijgen op de plaatsen waar op korte termijn zal worden ingegrepen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.