U bent hier

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, op 12 juni van dit jaar heb ik u een schriftelijke vraag gesteld om een overzicht te krijgen van het totale aantal bruggen in het beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) in mijn provincie, Oost-Vlaanderen, met daarbij de data van wanneer die hun laatste en voorlaatste inspectie hebben gehad. De aanleiding daarvoor was de blijvende ongerustheid in de omgeving van het E17-viaduct in Gentbrugge, waar brokstukken gevonden werden op het fietspad dat eronder loopt en dergelijke meer. Dat wordt nu aangepakt, maar ik wou weleens weten hoe dat inspecteren en onderhouden van bruggen en viaducten van AWV in zijn werk gaat.

Ik heb op 16 juli 2018 een antwoord gekregen, met een lijst van de maar liefst 207 bruggen die AWV in Oost-Vlaanderen beheert, met daarbij inderdaad de inspectiedata van de laatste en voorlaatste inspectiebeurt. De recentste data in het antwoord dateerden van mei 2018, maar na enige weken bleek dat er nog een aantal data uit 2015 en 2016 aan moesten worden toegevoegd. Men had dat ontdekt naar aanleiding van het feit dat ik wat uitwisseling van gegevens deed met journalisten.

Maar dat is niet de essentie van de zaak. De essentie is dat mij in het antwoord werd verteld dat de meeste kunstwerken worden geïnspecteerd met een cyclus van drie jaar. Dat strookt ook met wat in de cursus ‘Bruginspecteur’ van AWV staat. Daarin staat dat elke brug met een overspanning van ten minste 5 meter om de drie jaar een algemene inspectie krijgt. Daar vallen alle autosnelwegbruggen onder.

Ik heb die data eens naast elkaar gelegd en gekeken hoeveel tijd er verstreken is tussen de voorlaatste en de laatste inspectie van de bruggen in Oost-Vlaanderen en hoeveel tijd er verstreken is sinds de laatste inspectie. Ik stelde vast dat er een overduidelijke verschuiving plaatsvindt naar langere inspectie-intervallen. Waar voorheen ruim twee derde van de bruggen in Oost-Vlaanderen effectief om de drie jaar werd geïnspecteerd, wordt dat voor bijna een brug op twee niet meer gehaald. Ruim een brug op vijf wacht al meer dan vier jaar op inspectie, terwijl dat voorheen bij hoge uitzondering voorkwam.

Spijtig genoeg heeft zich in de loop van de periode waarin ik het antwoord heb gekregen, het ongeluk met het instortende viaduct in Genua voorgedaan en werd er door AWV gecommuniceerd over de toestand van de bruggen en viaducten in Vlaanderen. Het viel mij op dat er gesproken werd over een inspectiecyclus van drie à vijf jaar. In plaats van de drie jaar waarnaar verwezen werd in het antwoord, daterend van twee maanden voor de ramp in Genua, werd er na de ramp in Genua door AWV gecommuniceerd over een inspectiecyclus van drie à vijf jaar. Ik heb dan begrepen uit communicatie van AWV, naar aanleiding van het feit dat ik in de pers bracht dat die inspectie-intervallen volgens de cijfers die ik kreeg, effectief langer zijn geworden, dat ergens begin 2017 zou zijn beslist om die inspectieregimes te versoepelen.

Ik vond dat opmerkelijk. Aangezien de meeste van die bruggen in Vlaanderen steeds ouder worden en worden blootgesteld aan steeds zwaarder en intenser verkeer, zou je kunnen denken dat, als je dan het tijdsinterval tussen twee inspecties langer maakt, het ook langer zal duren alvorens eventuele mankementen worden opgemerkt, met alle mogelijke risico’s van dien, en met misschien ook meer kosten om die mankementen op te lossen.

Een interessant aspect in uw antwoord op mijn schriftelijke vraag is ook dat de inspecties vanaf dit jaar ‘voor een klein deel’ zullen worden uitbesteed.

Naar aanleiding van die vaststellingen, ook naar aanleiding van de reacties en de communicatie van AWV na de ramp in Genua en naar aanleiding van mijn persberichten over die langer wordende inspectie-intervallen, heb ik een aantal vragen voor u, minister. Hoe verklaart u de verschuiving naar langere inspectie-intervallen voor de controle van de bruggen in beheer van AWV? Is dat een bewuste strategie? Uit de communicatie is inmiddels gebleken dat inderdaad beslist is om die inspectiecyclus te verlengen van drie naar vijf jaar.

Heeft de verschuiving naar langere tijdsintervallen tussen twee inspecties een impact op de vastgestelde mankementen en de daaruit voortvloeiende herstellingswerken? Waarom wordt een deel van de inspecties van bruggen en viaducten uitbesteed en hoeveel kost dat? Is er een verband met de doorgevoerde vermindering van het aantal koppen bij AWV, zoals aangekondigd in het begin van de legislatuur? Wat is de evolutie van het aantal bruginspecteurs bij AWV sinds 2014? Het is mij ook niet helemaal duidelijk op welke manier AWV die bruginspecties organiseert. Zijn dat teams per provinciale afdeling of per district?

Hoe verklaart u tot slot dat men naar aanleiding van een schriftelijke vraag, daterend van medio 2018, waarin ik vraag wanneer die bruggen in Oost-Vlaanderen geïnspecteerd zijn, ontdekt dat er data uit 2015 en 2016 ontbraken in die databank?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Vooral ik antwoord op uw vraag, zal ik schetsen hoe men binnen Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) het beheer van de kunstwerken aanpakt. Ik spreek over kunstwerken, want behalve bruggen gaat dit ook over duikers en sluizen.

Het aantal kunstwerken dat via dienstorder wordt opgevolgd, is met ruim 19 procent gestegen, van 2332 in 1993 naar 2781 in 2018. We doen een en ander volgens een getrapt systeem op basis van een meerogenprincipe. Zo is er inspectie door gespecialiseerde inspectieploegen van de infrastructuurbeheerders, nu bijvoorbeeld AWV en De Vlaamse Waterweg, die de staat van het kunstwerk beschrijven.

Er is ook een interne controle en validatie van de inspectie door gespecialiseerde ingenieurs binnen de infrastructuurbeheerders.

Verder is er een eindoordeel, inclusief het bepalen van eventuele beheermaatregelen, door experten binnen het centrale beheercentrum kunstwerken van het Departement MOW.

We zorgen dus voor een systeem van ‘checks and balances’, waarbij niet één actor oordeelt of een kunstwerk veilig is of niet en waarbij de nodige beheermaatregelen kunnen worden genomen.

Er zijn drie verschillende soorten inspecties. A-inspecties zijn de grondige inspecties die periodiek gebeuren door de infrastructuurbeheerders. B-inspecties zijn zeer grondige bijkomende inspecties die gebeuren naar aanleiding van bevindingen uit de A-inspecties, en gebeuren door interne of externe specialisten. C-inspecties zijn oppervlakkige visuele inspecties die tussentijds kunnen gebeuren.

Het dienstorder waarvan sprake dateert ondertussen al van 25 jaar geleden. De Commissie voor het Beheer van de Kunstwerken, met vertegenwoordigers van alle entiteiten van het beleidsdomein MOW, heeft daarom in 2016 het initiatief genomen om het dienstorder grondig te evalueren. Uit die evaluatie zijn twee belangrijke punten gekomen. Zo is de frequentie van de A-inspecties binnen het dienstorder voor alle bruggen met een overbrugging van minstens 5 meter op 3 jaar gezet, ongeacht type, belasting, gebruik, leeftijd of bevindingen uit vorige inspectieverslagen. Daarnaast verloopt de verwerking en doorstroming van inspectieverslagen te traag. Er is dus een gap tussen de vaststellingen en de rapportering daarvan.

Om tegemoet te komen aan die twee punten heeft de Commissie voor het Beheer van de Kunstwerken drie concrete voorstellen gedaan: de digitalisering van het inspectieproces door middel van een nieuwe beheerstool, de uitbesteding van een deel van de inspecties en controlewaterpassingen en het aanpassen van de periodieke inspectiecyclus van de bruggen zodat meer rekening gehouden wordt met het type en de toestand van het kunstwerk. Deze elementen zullen allemaal worden verwerkt in een nieuw dienstorder zodat aan de gestelde problemen wordt tegemoetgekomen.

Uw eerste vraag gaat concreet over de aanpassing van de controlefrequentie. Het managementcomité van het beleidsdomein MOW heeft in januari 2017 beslist om de generieke inspectiecyclus van drie jaar voor bruggen te veranderen in een variabele, risicogerichte inspectiecyclus van drie, vier of vijf jaar in functie van de risicoanalyse die gemaakt wordt door het beheercentrum kunstwerken van het departement MOW: vijf jaar voor kunstwerken die op basis van het laatste inspectieverslag code 05 krijgen en dus in goede staat zijn, vier jaar voor kunstwerken die op basis van het laatste inspectieverslag code 06 krijgen en dus in aanvaardbare toestand zijn, en drie jaar voor alle kunstwerken die op basis van het laatste inspectieverslag in matige, slechte of zeer slechte toestand zijn. Het is de bedoeling om veel gerichter te werken. Naargelang de toestand wordt de inspectiecyclus ook aangepast, en dat lijkt me verstandig.

Ik wil ook even benadrukken dat het budget dat AWV besteedt aan zijn kunstwerken, op het vlak van herstellingen, structureel onderhoud en vernieuwing, is gestegen van 29,9 miljoen euro in 2014 tot bijna 55 miljoen euro vandaag.

Wat de uitbesteding van de inspecties betreft, wordt tot op heden het volledige inspectieproces, behalve voor sommige zeer gespecialiseerde inspecties in het kader van B-inspecties, door eigen mensen uitgevoerd. De generieke personeelsbesparing was er niet enkel tijdens deze legislatuur maar ook al tijdens de vorige legislatuur. Het verschil met de vorige legislatuur is dat we in plaats van de lineaire besparing een kerntakenplan hebben opgemaakt waarbij er keuzes zijn gemaakt. Daarin wordt het inspectieproces als kerntaak geselecteerd maar werd het wel geoptimaliseerd. In 2014 had elke AWV-afdeling nog zijn eigen inspectiedienst. In het kader van het kerntakenplan werd het inspectieproces geoptimaliseerd en evolueerden de vijf inspectiediensten naar twee inspectiediensten, namelijk regio-west voor West- en Oost-Vlaanderen en regio-oost voor Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant.

Het aantal personeelsleden dat werd ingezet voor de inspecties is tussen 2014 en nu gelijk gebleven, namelijk 14 voltijdequivalenten (vte’s), dus daarop hebben we niet bespaard. Dankzij de reorganisatie kunnen we hen bovendien ook efficiënter inzetten.

Een aandachtspunt blijft wel de administratieve verwerking van de inspecties. Ik begrijp dat de eerste taak van die technisch geschoolde personeelsleden de inspectie zelf is en veel minder de rapportering en administratieve verwerking van de gegevens. Die nieuwe dienstorder en de implementatie ervan zorgen voor een bijkomende optimalisering. Het is de bedoeling dat deze implementatie in de loop van 2019 volledig is doorgevoerd.

Verder zoeken we ook manieren om het inspectieproces te optimaliseren. Voor het eerst wordt dit jaar ook een deel van de inspecties uitbesteed. Dat gaat over een aantal A-inspecties, van 81 bruggen, waarvoor de kost geraamd wordt op 1 miljoen euro. We willen door deze uitbesteding ervaring opdoen op het vlak van kwaliteit en snelheid van uitvoering, maar ook een extra buffer creëren om de eventuele afwezigheden wegens ziekte of andere omstandigheden op te vangen.

Die uitbesteding betekent natuurlijk niet dat we afstappen van het meerogenprincipe bij het beheer van de kunstwerken. Uiteindelijk blijven het altijd de experten van het beheercentrum kunstwerken die de risico’s inschatten en de beheermaatregelen opleggen. Daarnaast wordt ook nog onderzocht of de inspectieploegen, die nu nog per agentschap bestaan en die hun expertise in het type kunstwerken dat men beheert, hebben ontwikkeld, ook niet kunnen worden ingezet binnen de andere entiteiten, zodat ze dus breder kunnen gaan in hun werkzaamheden en inspectie.

Uw laatste vraag gaat over de onvolledige informatie die ik u bezorgde na uw schriftelijke vraag. Het antwoord daarop is eenvoudig: dit soort informatie is steeds een momentopname en in dit specifieke geval afhankelijk van de registratie in de huidige verouderde beheertoepassing. Een inspectie wordt in die beheertoepassing pas helemaal op het einde geregistreerd wanneer het volledige proces is doorlopen. Koppel dat dan nog eens aan een afname van de administratieve ondersteuning en je hebt de verklaring waarom de data van het uitvoeren van de inspecties nooit helemaal actueel zijn. Ik wil wel beklemtonen dat mijn diensten niet wachten om tot actie over te gaan tot het papierwerk voltooid is. Je hebt enerzijds de administratieve verwerking en dat is, geef ik toe, een mindere bekommernis van de technisch geschoolde ingenieurs, maar als zij bij hun inspectie problemen vaststellen, wordt daar onmiddellijk iets mee gedaan en niet gewacht tot het hele rapport in het beheersysteem is gezet. Dus als men bij een inspectie aandachtspunten ziet, wordt het proces dat ik eerder schetste, snel doorlopen zodat er snel een risico-inschatting gebeurt en eventueel beheermaatregelen worden genomen. Het papierwerk volgt dan wel met enige vertraging.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dank u, minister, voor uw zeer uitgebreide en gedetailleerde antwoord.

Het is goed dat de rapportage wordt gemoderniseerd. Het is wel administratie, maar het is toch belangrijk dat kennis en data over de kunstwerken up-to-date zijn. In de schriftelijke vraag ging het toch over rapporten van 2015 en 2016 waarvan men pas in 2018 merkte dat die nog niet in de databank zaten. Dat moet worden vermeden. Ik begrijp dat op dat vlak maatregelen worden genomen.

Ik ben blij om te vernemen dat het aantal mensen dat de kunstwerken moet inspecteren, gelijk is gebleven en dat het ook een kerntaak blijft binnen uw beleid. Dat is absoluut nodig. Ik wil ook waarschuwen tegen het uitbesteden van inspecties. Indien die worden uitbesteed aan mensen van dezelfde bedrijven die ook kunnen worden aangesproken om herstellingen uit te voeren, dan zou iemand met argwaan wel eens kunnen denken dat deze inspecteurs er belang bij hebben om vast stellen dat er werken moeten worden uitgevoerd, om dan natuurlijk zelf die opdracht te kunnen uitvoeren. Omdat het hier om een kerntaak van AWV gaat, zou ik toch willen oproepen om de uitbesteding van de inspecties en het onderhoud van het eigen patrimonium zo veel mogelijk te beperken.

Ik denk dat het een goede zaak is dat er wat meer maatwerk wordt gedaan, hoewel het bij mij wel contra-intuïtief overkwam. We hebben inderdaad meer dan 2700 kunstwerken, waarvan tot vrij recent in alle antwoorden op schriftelijke vragen, niet alleen van mij maar ook van collega’s,  werd gezegd dat die om de drie jaar werden geïnspecteerd. Dat is nu drie, vier of vijf jaar. De meeste ervan verouderen en worden blootgesteld aan steeds meer en zwaarder verkeer, dus dan zou je eerder het omgekeerde verwachten. Maar ik probeer vertrouwen te hebben in die nieuwe aanpak.

Er werd door AWV deze zomer gecommuniceerd dat er steeds meer nieuwe bruggen en grondig vernieuwde bruggen zijn omdat de budgetten stijgen. Ook die cijfers heb ik opgevraagd. Sinds 2014 gaat het over 87 op grosso modo 2800 kunstwerken. Dat is iets meer dan 3 procent. Dat lijkt me nog niet significant genoeg om te zeggen dat de staat van de kunstwerken in Vlaanderen er globaal gezien zodanig op vooruit is gegaan dat we wat soepeler kunnen zijn met inspecties en onderhoudswerken.

Maar goed, ik heb op dit moment niet meteen bijkomende vragen, minister. Ik wilde vooral weten hoe het zat met het personeelsbestand en of dat nog een kerntaak was die degelijk wordt uitgevoerd. Hoewel er wel het een en het ander zal staat te veranderen en men probeert te evalueren en bij te spijkeren, heb ik de indruk dat dat nog altijd het geval is. Hou het zo. Ik zal er alleszins nog bijkomende vragen over stellen zodra mij andere informatie ter ore zou komen.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort (CD&V)

Minister, bedankt voor uw uitvoerig antwoord.

Ik zou mij ook graag wil aansluiten bij de vragen van collega Joris Vandenbroucke. Wij weten dat er in de jaren 70 veel investeringen in weginfrastructuur en kunstwerken zijn geweest en dat er recent effectief met een inhaalbeweging van bijkomende onderhoudsinvesteringen gestart is. We juichen dat toe en we juichen ook toe dat er bijkomend onderzocht wordt of die inspectie en de methodiek ervan verbeterd kan worden door een beroep te doen op externe expertise. Ik denk dat het voor een goed leerproces zorgt voor de mensen die daar vandaag mee bezig zijn, als zij te zien krijgen hoe externen ermee omspringen.

De vraag die ik mij wel stel, is wat de cijfers ons leren. U zult dat beter weten en zult meer zicht hebben op die jaarlijkse inspectierapporten. Ziet u daar daadwerkelijk een stijging in? Verwacht u dat er in de toekomst effectief meer onderhoudsinvesteringen nodig zullen zijn om aan de vastgestelde vragen en noden en de vastgestelde gebreken aan de kunstwerken te voldoen? Het is toch wel van belang dat we die kunstwerken verder goed blijven onderhouden, als we Vlaanderen willen blijven promoten als een logistiek centrum. We mogen blij zijn dat de economie weer opleeft, maar de kunstwerken krijgen het de komende jaren zeker nog hard te verduren. Dan is het absoluut noodzakelijk om er blijvend in te investeren.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik antwoord misschien eerst op dat laatste. Het is zo dat we de budgetten hebben doen stijgen, van nog geen 30 miljoen euro in 2014, wat toch nog niet zo lang geleden is, tot net geen 55 miljoen euro vandaag. Dat was nodig. Ik erken dat het ook nodig was om onze inspectiediensten te optimaliseren en samen te brengen enerzijds en anderzijds in sommige gevallen externe expertise te gaan insourcen. Er wordt dan wel gewaarschuwd dat externe inspecties bepaalde banden zouden kunnen hebben met aannemers of ontwikkelaars, maar dan heb ik het liever zo dan omgekeerd. Ik heb liever dat ze meer rapporteren dan er werkelijk is, dan omgekeerd. In dezen denk ik wel dat er ‘Chinese walls’ bestaan tussen diegenen die de inspecties uitvoeren en de begunstigden van een opdracht in het kader van een eventueel herstel.

Daarnaast is het voor de administratie ook altijd goed om iets op te steken van die externe experten. Je moet er natuurlijk voor dat dat geen black box wordt, maar het is wel altijd zinvol om op tijd en stond wat opfrissing of een andere zienswijze vanuit de private sector bij te kunnen krijgen, uiteraard met behoud van de bestaande overheidsexpertise. Dat doet leren. Daarnaast heb je ook nog altijd het meerogenprincipe en ook nog eens de ABC-inspecties (algemene handleiding werken, bouwtechnisch bestek en concept- en ontwerponderrichtingen). Ik denk dat dat dus een vrij sluitend systeem is.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.