U bent hier

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het thema is al aan bod gekomen in de plenaire vergadering. Minister, u heb toen gezegd dat u in de commissie meer toelichting en informatie wou geven. Vandaar dus dat we er vandaag nog even op doorgaan.

Organisaties en culturele instellingen kunnen tegen betaling aandacht krijgen op de VRT-radiozenders. Dat vernemen we via verschillende media. In De Standaard van 5 oktober lezen we dat het zo’n 4000 kost euro om een live-uitzending van Culture Club op Radio 1 en Pompidou op Klara naar je toe te halen. Wie het Radio 2-programma De Madammen op locatie wil telt al snel 9750 euro neer. De VRT laat weten dat dit gaat om een vergoeding voor de extra kosten die worden gemaakt om deze uitzendingen te maken.

Daarnaast zou de VRT vergoedingen vragen aan steden en organisatoren die een reporter van het regionale ochtendprogramma ‘Start je dag’ ter plaatse willen.  Daarvoor betaal je 2000 euro als ‘bijdrage aan de productiekosten’.

Ook in de culturele sector wordt er blijkbaar door de VRT gemarchandeerd. NTGent geeft toe dat ze met de VRT al betalende deals sloten rond evenementen en dat daar ook spotjes voor werden uitgezonden.

Volgens Pol Deltour van de Vlaamse Journalisten Vereniging (VJV) wordt een grens overschreden als programma’s die nieuws brengen, zich wagen aan dat soort afspraken.

Na de heisa over de besparingen/reorganisatie bij Klara is dit het tweede element dat vragen doet rijzen over de invulling van de culturele opdracht door de VRT. 

Minister, hoeveel omzet heeft de VRT het voorbije jaar gegenereerd uit de verkoop van haar liveprogramma’s of cultuuritems, waarvoor organisaties of instellingen betaalden? En welke kosten staan daar tegenover?

– Herman Wynants treedt als voorzitter op.

Wie neemt binnen de VRT of binnen de netten de beslissingen over welke afspraken er worden gemaakt en waarover de betalende uitzendingen worden gemaakt? Welke procedures zijn hiervoor? Welke criteria spelen mee? Is dit steeds op vraag van de organisaties of neemt de VRT zelf ook het initiatief? Kan de VRT voorbeelden geven van uitzendingen op culturele locaties waarvoor niet werd betaald? En van aanbiedingen die geweigerd werden om puur inhoudelijk-redactionele redenen?

Hoe beoordeelt u het feit dat de VRT extra middelen probeert te vergaren bij andere door de overheid gesubsidieerde culturele instellingen en organisaties?

Hoe worden de inkomsten die de VRT uit deze producties haalt, geboekt? Is de Vlaamse Audiovisuele Raad (VAR) hierbij betrokken wanneer het onder meer gaat over spotjes? Zo ja, valt dit onder het reclameplafond?

Wij hebben allemaal gevraagd naar meer transparantie vanuit de VRT over deze materie. Wil of kan de VRT die transparantie bieden of zijn er scherpere afspraken en maatregelen nodig? Als die transparantie er niet komt, vinden wij dat er misschien moet worden overwogen om over een aantal onderdelen een audit te doen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, collega's, ik heb er geen problemen mee dat de VRT op locatie gaat, meer zelfs, ik zou het doodjammer vinden als de VRT niet op locatie zou gaan. Een radio- en televisiezender moet geworteld zijn in de samenleving en contact hebben met die samenleving. Dat is mijn uitgangspunt. Het is zeer goed dat de VRT dit doet.

Maar op locatie gaan, levert kosten op. Er zijn productiekosten die bovenop de kosten komen, en de vraag is of die moeten worden gedeeld met de organisatoren – dat lijkt aanvaardbaar. Alleen, er moet transparantie zijn en het moeten reële productiekosten zijn en geen verkapte vorm van inkomsten.

Bovendien, en dat geldt voor wat de informatieopdracht betreft, moet er 100 procent redactionele vrijheid zijn en moet de keuze om vanop locatie uit te zenden op journalistieke gronden voor informatieprogramma's, of op culturele gronden voor culturele programma's, bepaald zijn. Dat is niet altijd zo. Ik heb de indruk dat er andere motieven spelen dan die keuzes. De vraag is natuurlijk: waarom wel of niet? Ik zal een vergelijking maken. Waarom betaalt de ene om iets van Radio 1 of Klara op locatie te hebben en zijn er een aantal andere evenementen waar de VRT geen geld voor krijgt en zelfs betaalt om op die plek uit te zenden? Er zullen wel marktprincipes werken.

De strategie van Radio 2 vind ik eigenlijk vreemder. Hier wordt gewerkt met totaalpakketten waarin redactionele aandacht, spotjes voor evenementen en eventueel interviews op locatie, gemixt zijn. Dat soort afspraken staat ook op papier. Dat zijn in ieder geval geen productiekosten meer.

Ik kan uiteraard begrijpen dat de VRT bij belangrijke evenementen aanwezig wil zijn. Ik denk dan aan grote muziekfestivals en sportmanifestaties. Daar wordt natuurlijk wel voor betaald. Voor welke koersen wel en voor welke koersen niet, waarvoor betalen de organisatoren? Dat gaat om dergelijke aspecten.

Minister, welke strategie volgt de VRT voor uitzendingen op locatie? Die vraag is ondertussen al een beetje gedateerd. Is daar een transparante regeling over op papier gezet? Kunt u die toelichten voor de verschillende merken en zenders?

Is het een verdienmodel voor de VRT en voor de betrokken medewerkers?

Gelet op de publieke opdracht en de belangrijke culturele rol van de VRT, wordt er een onderscheid gemaakt tussen culturele of non-profit en commerciële manifestaties?

Wordt voor de grote rockmuziekfestivals, sportmanifestaties en dergelijke een gelijkaardige regeling toegepast of dient de VRT te betalen om aanwezig te zijn op die manifestaties?

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Wie een – cultureel – evenement extra in de kijker wil zetten, kan met de openbare omroep een ruilovereenkomst sluiten om een radioprogramma op locatie te laten maken. Daar hangt een prijskaartje aan vast van 1800 tot 9750 euro. De VRT stelt dat hiermee enkel de extra kosten voor bijvoorbeeld verbindingslijnen, verplaatsingen, ontvangst van het publiek, geluidsinstallatie en dergelijke worden gedekt, die het uitzenden op locatie met zich meebrengen.

Toch doet de praktijk de wenkbrauwen fronsen, en niet alleen bij mezelf. Enerzijds stellen insiders dat het hier wel degelijk een manier betreft om het deficit aan werkingsmiddelen voor de radiozenders aan te vullen – er zou dus winst worden gemaakt op dergelijke live-uitzendingen – waarbij redactionele afwegingen niet altijd gezond zijn. Dat stond toch te lezen in De Morgen van 5 oktober 2018. Anderzijds dient het mechanisme waarbij wordt betaald om cultuur live op de radio te krijgen, aan de kaak gesteld te worden want kleinere cultuurorganisaties die niet de middelen hebben om dergelijke ruilovereenkomst aan te gaan, vallen dubbel uit de boot.

De grenzen tussen de informatieopdracht van de openbare omroep en reclame dreigen te vervagen. Daarom wil ik graag dat de VRT in alle transparantie toelicht op welke manier de redactionele keuzes omtrent dergelijke ruilopdrachten tot stand komen en uitklaart hoe deze vergoedingen te rechtvaardigen vallen. Ik dank de mensen van de VRT alvast om hier aanwezig te zijn vandaag.

Minister, in de pers plaatste u kanttekeningen bij de praktijk van de openbare omroep om organisaties te laten betalen voor liveradio-uitzendingen op locatie. Dat deed u vorige week trouwens ook in de plenaire vergadering. Heeft de VRT gereageerd op uw bedenkingen?

Acht u de vrees gegrond dat de VRT-radiozenders dergelijke ruilovereenkomsten hanteren om hun werkingsmiddelen aan te vullen? Welke garanties biedt de openbare omroep dat het programmacharter nageleefd wordt? Op welke manier worden de redactionele keuzes omtrent partnerschappen en/of ruilovereenkomsten gemaakt?

Hoeveel van dergelijke partnerschappen werden in 2018 al aangegaan? Welk budget stond daar tegenover? Kan de VRT staven dat deze middelen enkel werden aangewend om de extra kosten met betrekking tot live-uitzendingen te dekken? Zo nee, waarom niet?

U maakte tevens de analyse dat de vraag moet worden gesteld of het de bedoeling is dat de VRT een beroep doet op middelen van een gesubsidieerde cultuurorganisatie. Kunt u uw standpunt hieromtrent verder toelichten?

Acht u het wenselijk dat de paragrafen in de beheersovereenkomst met de VRT met betrekking tot het verwerven van bijkomende inkomsten bijgesteld dienen te worden?

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

Lionel Bajart (Open Vld)

Voorzitter, eerst en vooral wil ik de vertegenwoordigers van de VRT danken om hier aanwezig te zijn. Het is de perfecte manier van werken om eerst de spanningsvelden aan te tonen in de plenaire vergadering en dan in deze commissie meer in de diepte te kunnen gaan.

Op donderdag 4 oktober pakte De Morgen op zijn voorpagina uit met een artikel betreffende een praktijk van de openbare omroep die al langer onze aandacht verdient, namelijk het aanbieden van de mogelijkheid om tegen betaling een cultureel programma van de VRT op bezoek te krijgen bij een culturele activiteit. NTGent maakte bijvoorbeeld onlangs gebruik van deze mogelijkheid en zorgde ervoor dat het Radio 1-programma Culture Club live radio maakte tijdens hun openingsweekend.

De range van de prijzen situeert zich tussen 1800 euro en 9750 euro. Uit die waaier kan een organisatie kiezen om aandacht te besteden aan hun activiteit. Het gaat om programma’s op Radio 1 met Culture Club en het vroegere Hautekiet, Klara met Pompidou en Radio 2 met De Madammen en Start Je Dag. Vooral dat laatste programma kan zorgen baren, omdat het kan worden gecategoriseerd onder nieuwsprogramma’s. Daarna zijn we ook te weten gekomen dat De Ochtend via Radio 1 ook ergens een link had met de nieuwsdienst, wat het spanningsveld natuurlijk versterkt.

Minister, kunt u uitleg verschaffen over deze praktijken die de VRT aanbiedt? Hoe lang is dit reeds het geval? Hoeveel inkomsten verwerft de VRT hiermee? Gaat dit enkel over het dekken van de productiekost van een liveprogramma of maakt de VRT hier winst mee? Waar zijn deze activiteiten terug te vinden in het jaarverslag en de boekhouding van de VRT? Waren de raad van bestuur en de regeringscommissaris op de hoogte van deze praktijk? Dat laatste vind ik echt heel belangrijk.

Wat vindt u zelf van het aanbod dat de VRT doet aan de culturele sector?

In welke mate beïnvloeden de aangeboden bedragen de redactionele keuzes van de VRT, een kwestie waar ook Pol Deltour van de VVJ om bekommerd is? Dit punt werd gemaakt tijdens de plenaire vergadering. Wordt de grens tussen redactionele en commerciële content hier dan niet overschreden?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Zoals u hebt gemerkt, zit er vandaag een vertegenwoordiging van de VRT naast me, dat gebeurt wel degelijk doelbewust. Wij hebben vorige week een politieke gedachtewisseling gehad in de plenaire vergadering naar aanleiding van een aantal actuele vragen over de problematiek an sich. Dat was een goede gedachtewisseling maar vandaag zullen we daar, zoals aangekondigd, dieper op ingaan. Met het antwoord dat ik u zal geven, zullen de meeste vragen beantwoord zijn maar indien er nog bijkomende vragen zijn, kan de delegatie van de VRT die mee beantwoorden.

Ik behoud natuurlijk de politieke verantwoordelijkheid voor de openbare omroep. Het is dus mijn verantwoordelijkheid om de vragen daarover te beantwoorden maar er zijn bepaalde specifieke, soms toch ook wel precieze vragen die bijkomend kunnen worden gesteld en die beter door de VRT zelf kunnen worden beantwoord dan dat ik u ze achteraf schriftelijk bezorg. Dat lijkt me de beste manier van werken.

We hebben het vorige woensdag gehad over transparantie en geloofwaardigheid. De VRT is zich daar ten volle van bewust. De antwoorden die zoals altijd met hen worden voorbereid, zullen daar in de allergrootste mate blijk van geven. Dat hoop ik toch.

Het is een lang antwoord maar dat zult u me dit keer niet kwalijk nemen.

Ik zal beginnen met de algemene partnerbijdragen bij samenwerkingen. De VRT heeft aandacht voor wat in Vlaanderen gebeurt. Vanuit deze premisse werkt VRT radio samen met tal van organisaties en instellingen. Daarbij worden regelmatig uitzendingen op locatie en interventies op locatie gerealiseerd. Dergelijke samenwerkingen worden opgezet om verschillende redenen: de organisatie krijgt veel belangstelling voor haar evenement; het betrokken VRT-radionet kan een bijzondere uitzending maken; en de aanwezige luisteraars beleven een evenement en maken zo die uitzending mee.

Door samen te werken en door de wervende en verbindende kracht van een live en lokaal radio-aanbod wordt de impact van een evenement of een actie versterkt. Zo bezorgt de VRT aan tal van organisaties waaronder ook cultuurorganisaties een megafoon naar heel Vlaanderen. Hiermee onderscheidt de Vlaamse radio zich ook ten opzichte van internationale concurrenten zoals Spotify en YouTube. Het kan misschien enigszins paradoxaal klinken dat live bijgewoonde radio iets bijzonders is ten opzichte van iets wat men op de radio in de huiskamer krijgt maar het is wel degelijk een bijkomende factor van verbinding, van maatschappelijke verknoping die de VRT hiermee invult ten aanzien van andere mogelijke radiokanalen waar men enkel naar dingen kan luisteren. Dat is niet onbelangrijk voor de positie van radio vandaag en de toekomst van radio morgen.

Uitzendingen op locatie en interventies op locatie zijn duurder dan reguliere uitzendingen vanuit de omroepstudio’s. Het gaat bijvoorbeeld om extra kosten voor extra research, verbindingslijnen, technische radio- en videomiddelen, verplaatsingen, inschakelen van artiesten, een geluidsinstallatie voor een muzieksessie enzovoort. Om dat te realiseren wordt een billijke bijdrage gevraagd aan de partner met wie men samenwerkt.

De VRT geeft me drie types van samenwerkingen die momenteel worden gehanteerd. Type A is de samenwerkingsovereenkomst voor uitzendingen op locatie. Type B is een lichtere variant daarop namelijk de samenwerkingsovereenkomst voor interventies. Type C is de samenwerkingsovereenkomst rond eigen evenementen van een VRT-merk.

Ik zou daar nog D en E aan willen toevoegen omdat verschillende elementen door de vraagstellers naast en door elkaar zijn gebruikt. D zijn de loutere ruilovereenkomsten die niets te maken hebben met een interventie op locatie. E is alles wat via de VAR loopt en puur commercieel is en hier dus niets mee te maken heeft.

Het is belangrijk om dat onderscheid te maken: ruilovereenkomst staat in principe los van deze drie types van samenwerkingsovereenkomsten en wat commercieel via de VAR gebeurt, staat daar volledig los van. Dat is interessant om de zindelijkheid in het debat te proberen bewaren, al was het maar om geen begripsverwarring te creëren.

In alle gevallen van samenwerking bepaalt de radioredactie autonoom de invulling van een programma. De programmaredactie bepaalt eerst of er aandacht zal worden besteed  aan een evenement of een actie en pas nadien wordt nagegaan hoe een en ander in samenwerking kan worden gerealiseerd. Dat principe omdraaien zou net een beperking zijn van de redactionele autonomie. De redactie beslist dus, dat is de autonomie. Het gaat dus telkens om evenementen waaraan het radionet sowieso aandacht zou besteden. Het evenement of de actie moet dan ook passen bij het programma en het net, en relevant zijn voor de redactie. Pas dan wordt met de partner bekeken of het mogelijk is het evenement samen groter te maken en dus meer uitstraling te geven.

Als het net dat doet, dan worden forfaitaire bijdragen en vorken gehanteerd en worden de afspraken vastgelegd in een standaardovereenkomst. Zonder die partnerbijdragen zijn uitzendingen of interventies op locatie zoals Plage Préferée op Radio 2 en evenementen als ‘Iedereen Klassiek’ op Klara slechts in een kleine vorm, met beperkte impact of gewoon, niet mogelijk.

De onafhankelijkheid en geloofwaardigheid zijn het hoogste goed dat de VRT te allen tijde wil bewaren, met name rond de regionale magazines van Radio 2 die een mix brengen van entertainment en informatie. Die onafhankelijkheid is de voorbije weken in twijfel getrokken. De VRT geeft aan correct en autonoom gehandeld te hebben, in alle grote en kleine samenwerkingen die zijn opgezet.

VRT-radio zal blijven samenwerken met partners op de manier zoals nu, dus met een tussenkomst in de meerkosten. De VRT wil echter wel elke mogelijke twijfel of foute perceptie rond partnerbijdragen bij samenwerkingen wegnemen. En daarom zal VRT-radio specifiek voor een bepaald type van samenwerkingen, met name die rond sfeerbijdragen in haar radioprogramma’s, voortaan geen financiële tussenkomst meer vragen aan de externe partners. Dat betekent dat dit soort samenwerkingen wel nog kunnen doorgaan, maar dan zonder financiële participatie van de partner in de meerkosten. Ik kom daar nog op terug.

Daarbij wordt ook deze vraag gesteld: gebeurt dit steeds op vraag van de organisaties zelf, of neemt de VRT zelf ook het initiatief? Het gebeurt allebei. De VRT werkt samen met de organisaties, al dan niet met een financiële tussenkomst in de productiekosten door de externe partner, zowel op vraag van de organisaties zelf als op initiatief van de VRT. U zult uit die drie types van samenwerking – A, B of C – ook begrepen hebben dat dat hieruit voortvloeit.

Wie neemt de beslissingen binnen de VRT of binnen de netten? Zoals aangegeven, beslissen de radioredacties autonoom of ze aandacht hebben voor een bepaald evenement of actie van een organisatie of instelling. Het net beslist, met garantie voor de onafhankelijkheid van de redactie, of een samenwerking met die organisatie of instelling kan worden opgezet.

Wat met het mogelijke onderscheid tussen culturele non-profitpartners en commerciële manifestaties? Dat was ook een vraag die gesteld werd. De VRT werkt samen met verschillende soorten partners; men onderscheidt er vijf. Dat kunnen institutionele partners zijn, meer bepaald gemeentebesturen of provinciebesturen. Het kan ook gaan om overheidsdiensten, zoals bijvoorbeeld de Vlaamse Stichting Verkeerskunde of de federale overheidsdienst Volksgezondheid. Zoals uit de vragen gebleken is, kan het uiteraard ook om cultuurpartners gaan. We spreken dan bijvoorbeeld over het Concertgebouw Brugge, maar ook over het Toneelhuis. Het kan gaan over middenveldorganisaties. Dan worden voorbeelden als Bond Beter Leefmilieu of Rode Kruis Vlaanderen Internationaal genoemd. En tot slot catalogeert de VRT ook koepelorganisaties, zoals de Bouwunie. De werkwijze waarop bepaald wordt of er samengewerkt kan worden met een externe partner, is gelijklopend voor alle organisaties en instellingen die ik zonet opgesomd heb.

Wat met grote rockmuziekfestivals of sportmanifestaties? Voor grote rockmuziekfestivals of zomerfestivals, waarvan bijvoorbeeld Studio Brussel live-interventies op locatie brengt, wordt geen financiële bijdrage gevraagd aan de organisator. VRT-radio betaalt anderzijds ook niet om daar aanwezig te zijn. Voor verslaggeving van grote sportmanifestaties – waar sommige vraagstellers al naar verwezen – speelt dan weer een heel andere situatie, een andere markt.

Die markt is immers ook interessant voor commerciële adverteerders, wat betekent dat de sportorganisatoren sterk staan om zelf een bijdrage van de netten te kunnen vragen. Wat radio betreft dient dit genuanceerd te worden: VRT-radio betaalt slechts heel uitzonderlijk voor de rechten op verslaggeving van sportwedstrijden.

Een andere vraag die werd gesteld, luidt: kan de VRT voorbeelden geven van uitzendingen op culturele locaties waarvoor niet werd betaald? Klara had bijvoorbeeld een live-uitzending op 1 juni 2018 vanuit het kleinkunstencentrum nona in Mechelen. Maar ik kan ook interventies en bijdragen vernoemen van Studio Brussel voor bijvoorbeeld Rock Zottegem, Rock Herk, of Suikerrock, die zonder vergoeding gebeurden. Ook het programma Hautekiet van Radio 1 had aandacht voor de campagne van Te Gek!? met een live-uitzending vanuit het Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent. Ook daar werd geen enkele vergoeding betaald.

Zijn er voorbeelden van aanbiedingen die geweigerd werden, om puur inhoudelijk- redactionele redenen? Ja, er was bijvoorbeeld het geval van een commercieel bedrijf van dakpannen dat aan Radio 2 vroeg om een uitzending te hebben op een stand bij Batibouw. Daar is men niet op ingegaan.

Er werd ook gevraagd hoelang deze praktijk, deze manier van werken al aan de gang is. Zoals u weet, gebeurt dit al vele jaren. Sommigen onder u hebben daar zijdelings af en toe al eens punctueel vragen over gesteld. In die zin is het niet slecht dat het nu eens globaal besproken wordt. Maar het is al vele jaren bezig, en zelfs al verschillende decennia.

De VRT geeft mij ook aan dat er toch een aantal programma’s, die tot het collectieve geheugen behoren, vanop locatie en in samenwerking gemaakt werden. Denk hierbij aan Te bed of niet te bed, wat toch al een hele tijd geleden is, maar ook aan Radio Rijswijck. Het gaat dus eigenlijk al tot die tijd terug.

Er wordt ook gevraagd hoeveel partnerschappen er in 2018 al aangegaan werden. VRT-radio heeft, tot op 15 oktober, samen 152 samenwerkingen aangegaan, waarbij een partner een bijdrage in de productiekosten betaalt. Er werd ook gevraagd of de raad van bestuur en de regeringscommissaris op de hoogte waren. Ja, de raad van bestuur keurt elk jaar het VRT-jaarverslag goed. Daarin wordt in het luik ‘analyse van opbrengsten en kosten’ verwezen naar samenwerking rond programma’s. En het zal u uiteraard niet verwonderen dat bij die vergadering ook de gemeenschapsafgevaardigde – of de regeringscommissaris, zoals hij ook genoemd wordt – aanwezig is.

Wat met het aanbod van de culturele sector, en wat met de samenwerking met gesubsidieerde organisaties? Door de aandacht op een VRT-radionet kan een cultureel evenement of een actie van een cultuurspeler een grotere uitstraling krijgen, zoals u ongetwijfeld ook weet. Dat is een belangrijk gegeven. Het heeft een hefboomeffect, ook naar kleinere spelers. Ik begrijp ook de situationele noodzaak en het recht van een aanvullende financiering vanuit het perspectief van de VRT, zoals het trouwens ook door het Mediadecreet en de beheersovereenkomst is toegelaten.

Organisaties uit de culturele sector – zo wordt mij verzekerd – werken graag samen met de radionetten, en daaruit vloeit voort dat ze desgevallend een tussenkomst in de productie willen geven. Zoals u weet, ontvangt de VRT via de dotatie middelen ter invulling van de openbare omroepopdracht. Een van de elementen waarvoor het geld gebruikt moet worden, is het brengen van cultuur. Dat is, zoals u weet, een van de pijlers van de beheersovereenkomst. Het punt dat ik wilde, en nog steeds wil maken, is dat intellectueel de vraag moet kunnen worden gesteld of de aanvullende inkomsten via gesubsidieerde cultuurorganisaties niet dermate hoog zijn dat de publieke opdracht hier ook mee wordt gefinancierd. Dat is ook een afweging die we kunnen bekijken.

Zoals ik u al gezegd heb, is het de VRT toegelaten om naast de dotatie ook extra inkomsten te verwerven. Maar de verhouding in de kostendeling, alsook de transparantie daarrond, is, gezien de opdracht van de openbare omroep, ook een belangrijk element in de samenwerkingen die de VRT eropna houdt.

Ik kom hier zo meteen op terug.

Na deze antwoorden op de meer globale vragen, ga ik in op de detailvragen.

Ik begin met het financiële onderdeel. Is dat een verdienmodel voor de VRT? Worden enkel productiekosten aangerekend? Zijn er extra kosten?

De samenwerkingen zijn geen verdienmodel voor de VRT of voor haar medewerkers. Er is geen sprake van winst maken. De radiomerken verdienen netto niet aan uitzendingen op locatie en bijdragen op locatie. Het radiomerk investeert ook altijd zelf en veel in een uitzending op locatie of bijdrage op locatie. Met de verkregen financiële vergoedingen van de externe partners wordt een deel van de meerkosten voor het realiseren van deze samenwerkingen gedekt. Er is dus geen sprake van dat een partner een financiële vergoeding zou geven die groter is dan de meerkosten voor de uitzending op locatie of interventie op locatie.

Vorig jaar, in 2017, sloot de VRT 249 samenwerkingen af waarbij een partner bijdroeg aan de meerkosten van een productie. De kosten voor een uitzending op locatie zijn steeds een veelvoud van de kosten in een studio. De VRT betaalt steeds een deel van de meerkosten van de productie op locatie. De grootorde varieert per samenwerking, van minder dan de helft, de helft of meer van de totale productiekosten. De aandelen van de bijdragen van de partners ten opzichte van de kosten van de netten situeren zich tussen de 0,4 en 3,1 procent. Dit geeft u een idee van de verhoudingen in de kosten.

Wanneer ik straks de globale inkomsten van al die geboekte inkomsten op basis van bijdragen van externe producties zal geven en u deelt dat door 249 samenwerkingen van vorig jaar of voorlopig 152 samenwerkingen dit jaar, dan zult u zien dat de productiekosten lineair misschien minder hoog zijn dan geschat door sommigen onder u. Het zijn bedragen die ik als redelijk op zich zou durven kwalificeren.

Wat met ruilovereenkomsten? Welk budget stond hier tegenover? Hoeveel inkomsten verwerft de VRT daarmee? Hoeveel omzet brengt dit alles teweeg? Het gaat over een beperkt budget, zoals u uit het voorgaande stuk hebt kunnen afleiden. In het deel Analyse van de Opbrengsten en Kosten in het VRT-Jaarverslag werden deze vergoedingen opgenomen onder pijler 7: ‘Andere inkomsten. Samenwerking rond programma’s’. In 2017 ging het om 3 miljoen euro. Dat bedrag heeft voor ongeveer twee derden betrekking op de VRT-radio. Van de 3 miljoen euro heeft minder dan 50 procent betrekking op de radio-samenwerkingen met niet-institutionele partners.

Institutionele financiering komt neer op circa 1,1 miljoen euro, wat dus ongeveer een derde is. Die institutionele financiering gaat bijvoorbeeld over de ‘Intrede van de Sint’, met de stad Antwerpen, of ‘Radio 2 Zomerhit’, met de stad Blankenberge.

Binnen ‘pijler 7, andere inkomsten’ bedraagt het aandeel van samenwerkingen 20 procent. Binnen de financieringspijlers van de VRT maakt deze pijler 3,2 procent uit van de totale inkomsten. Het onderdeel samenwerkingen komt dus neer op 0,64 procent van de opbrengsten van de VRT. Daar staat dus wel een kost tegenover. Zoals aangegeven investeert de VRT steeds een belangrijk deel in de productiekosten van deze samenwerkingen. Met andere woorden, het wordt wel degelijk geboekt als inkomsten, maar er staat een uitgave tegenover en er wordt dus geen winst gemaakt.

Waar zijn deze activiteiten terug te vinden in het jaarverslag en de boekhouding van de VRT? Hoe worden de inkomsten die de VRT uit deze producties haalt, geboekt? Ik herhaal het nog even. In het deel Analyse van de Opbrengsten en Kosten in het VRT-jaarverslag werden deze vergoedingen opgenomen onder pijler 7: andere inkomsten.

Is de VAR betrokken bij een en ander? U zal al uit mijn antwoord hebben kunnen afleiden dat de VAR niet betrokken is bij aankondingsspotjes ter promotie van het evenement of de actie. Dat is een heel ander kanaal. De communicatie ter promotie van de activiteiten die wel in een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten, worden meegenomen in de autopromotietijd van de VRT-radionetten, dus niet in de commerciële VAR-tijd.

Er waren een aantal vragen over de deontologie. Wat met het programmacharter van de VRT? De VRT hanteert een strikt deontologisch kader. Het programmacharter voor niet-nieuwsdienstprogramma’s en het redactiestatuut met inbegrip van de deontologische code voor de journalisten bij de VRT voor nieuwsdienstprogramma’s vormen daarin één geheel en liggen in elkaars verlengde. Dat deontologisch kader bevat bepalingen inzake het samenwerken met derden. Alle VRT-medewerkers en -merken moeten zich houden aan die bepalingen. Bij elke samenwerking behoudt een redactie de redactionele autonomie inzake de keuze van een onderwerp en de invulling ervan.

In welke mate is er een interferentie met de redactionele keuzes? Quid met de bezorgdheid van de heer Deltour van de VVJ? Zijn er al dan niet grenzen overschreden? De VRT laat me weten dat de bedragen nooit invloed hebben op redactionele keuzes. De VRT-redacties bepalen steeds onafhankelijk welke onderwerpen ze onder de aandacht willen brengen en welke invulling ze daaraan willen geven. Volgens de VRT wordt de grens tussen redactionele content en commerciële content niet overschreden. Over de redactionele inhoud wordt steeds autonoom beslist door de betrokken radioredactie. De commerciële boodschappen worden bepaald door de VAR.

Ik ga iets dieper in op de opmerking die rond nieuwsredactieprogramma’s werd opgeworpen, zoals ik in het begin van mijn antwoord al aankondigde. Daarover is immers bijzondere commotie ontstaan, naast de algemene commotie. Vorig jaar zond Radio 1 op zondagochtend nog Bar Du Matin uit, zoals u zich nog zult herinneren. Dat programma werd vervangen door De ochtend, op zondag. Daarbij engageerde Radio 1 zich om ook cultuur en cultuurbeleving in haar uitzending op zondagochtend mee te nemen.

Er werden enkele uitzendingen op locatie opgezet. Bijvoorbeeld, bij de start van het stadsfestival Antwerpen Barok 2018 was er een uitzending vanuit het Museum aan de Stoom (MAS), samen met de stad Antwerpen; naar aanleiding van 25 jaar mijnsluiting was er een uitzending op locatie, samen met de gemeente Heusden-Zolder; naar aanleiding van 200 jaar Universiteit Gent was er een uitzending op locatie vanuit de Boekentoren, samen met de Universiteit Gent.

Voor alle duidelijkheid: Radio 1 vroeg een bijdrage aan de partners voor de meerkosten die worden gemaakt voor de uitzendingen op locatie van De ochtend, op zondag. De financiële bijdrage van een partner vergoedt met andere woorden voor een deel de extra productiekosten die verbonden zijn aan de uitzendingen op locatie. Het gaat dus niet om netto-inkomsten maar om een tussenkomst in de productiekosten.

De ochtend an sich wordt in volledige autonomie gemaakt door de nieuwsdienst, die nooit afspraken maakt met derden over de inhoud van die programma’s. De nieuwsdienst werkt met gescheiden budgetten en ploegen, en is niet op de hoogte van een eventuele doorrekening van productiekosten.

De uitzendingen passen evenwel in de bredere taak van de omroep. Zoals eerder vermeld, heeft de VRT een rol om in Vlaanderen aanwezig te zijn waar dingen gebeuren die ertoe doen. Daarom zetten zenders zoals Radio 1 soms partnerschappen op met lokale organisaties om die aanwezigheid mogelijk te maken. Radio 1 verzorgt dan de productionele ondersteuning en omkadering van zo’n uitzending op locatie met publiek: de techniek, de muzikale omkadering, artiesten, het decor en de ontvangst van het publiek.

De rol van de VRT-nieuwsdienst is steeds om aan onafhankelijke journalistiek te doen binnen die programma’s. Zo gaat het telkens om gebeurtenissen die ook zonder live-uitzending aan bod waren gekomen in De ochtend. Het is door Radio 1 en de omkaderde uitzending op locatie dat het evenement meer impact kreeg en voor een grotere beleving zorgde in Vlaanderen. De nieuwsdienst is dus niet betrokken bij de organisatie rond de middelen voor de productie.

Wat betreft de bekommernis van de VVJ, zal ik afwachten hoe binnen deze vereniging na deze bespreking in de commissie zal worden gereageerd of verder geanalyseerd. Het komt hoe dan ook altijd desgewenst de Raad voor de Journalistiek toe hierover een oordeel te vellen.

Na de algemene vragen, financiën en deontologie komen we bij de transparantie. Daarop wordt aangedrongen door verschillende leden van het parlement en, zoals u weet, door mezelf.

Het VRT-management wordt door tal van organen gecontroleerd – laten we dit niet vergeten – en dit op verschillende niveaus. Deze controleorganen brengen verslag uit over hun bevindingen aan de raad van bestuur, de Vlaamse Regering en ook aan ons, het Vlaams Parlement. Het VRT-management geeft aan elk controleorgaan de meest ruime informatie nodig voor het uitvoeren van dat toezicht. Vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige documenten en informatie kunnen worden opgevraagd door het Rekenhof, maar ook door de gemeenschapsafgevaardigde – de regeringscommissaris –, het intern Auditcomité van de VRT, Audit Vlaanderen – de audit van de Vlaamse overheid zelf – en door de commissaris-revisor.

De VRT wil de onafhankelijkheid en geloofwaardigheid te allen tijde bewaren. Om elke mogelijke twijfel of verkeerde perceptie te vermijden, zal de openbare omroep een aantal aanpassingen doorvoeren aan haar samenwerkingsaanpak.

Ten eerste wil de VRT de vergoedingen als bijdrage in de productiekosten voor sfeerbeleving en interventies in radioprogramma’s – type B – stopzetten. Het gaat dan bijvoorbeeld over Radio 2 die aandacht heeft op een locatie tijdens bijvoorbeeld de Week van het Bos. Daarvoor wordt samengewerkt met het Agentschap Natuur en Bos via een communicatiebureau. De VRT zal dit soort interventies blijven doen, omdat ze een degelijke meerwaarde hebben: dichter, live en lokaal. Maar ze zal dit voortaan dus doen zonder een tussenkomst in de productiekosten door de partner. Deze maatregel gaat meteen in, al zal de VRT wel de reeds gemaakte afspraken nakomen, maar die gaan normaal gezien niet verder dan het einde van dit jaar.

Ten tweede zal de VRT in de toekomst de krachtlijnen van haar samenwerkingskader publiceren op haar bedrijfswebsite www.vrt.be. Die krachtlijnen konden op dit ogenblik al door iedereen worden opgevraagd, ze werden bekendgemaakt wanneer de samenwerkingsovereenkomst gemaakt werd. Maar nu zullen ze dus transparant en vooraf worden gepubliceerd.

Ten derde zal de omroep ook jaarlijks een lijst met partners voor deze vorm van samenwerkingen overmaken aan het Rekenhof, de gemeenschapsafgevaardigde, het intern Auditcomité, Audit Vlaanderen en de commissaris-revisor.

Ten vierde zal de VRT in de toekomst de informatie met betrekking tot pijler 7 in het jaarverslag aanvullen met verdere detailinformatie.

Ik heb een aantal slotbedenkingen. Moet een en ander worden bijgesteld in de beheersovereenkomst of niet? Ik herhaal dat het verwerven van bijkomende inkomsten decretaal is vastgelegd. De beheersovereenkomst werkt dit verder uit naar grootteorde van de bedragen, maar de details van wat de VRT kan verwerven aan bijkomende middelen en de manieren waarop dit gebeurt, ligt natuurlijk in haar eigen bedrijfsautonomie Merchandising en Nevenactiviteiten.

Met alle informatie die ik na uw vragen, de commotie in een bepaald deel van de pers en ons debat van vorige week woensdag heb opgevraagd bij de VRT en heb verkregen, lijkt een aanpassing van de beheersovereenkomst op het eerste zicht dan ook niet nodig.

Heeft de VRT ondertussen gereageerd op al die bedenkingen? Uiteraard. Ik heb met de VRT een gesprek gehad. Er zijn verschillende uitwisselingen van informatie geweest. Daarom zit er ook een delegatie van de VRT naast mij. Het voorstel en de engagementen die de VRT neemt inzake transparantie, ook naar controleorganen, alsook het stopzetten van vergoedingen voor bepaalde samenwerkingen, zijn voor mij zeker een goed signaal.

Dames en heren, misschien is nog niet alles beantwoord. Maar ik denk dat er toch al zeer veel vragen beantwoord moeten zijn. Ik zal die zelf proberen verder te beantwoorden en politiek in te passen. Voor bepaalde preciezere vragen zal ik uiteraard met plezier de delegatie van de VRT het woord geven, tenminste met de medewerking van de voorzitter.

De voorzitter

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord.

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, het antwoord van de minister was inderdaad behoorlijk volledig. Ik maak eruit op dat u zegt: het gaat altijd over ruilovereenkomsten. Die staan los van de Vlaamse Audiovisuele Raad en dus ook van de reclameplafonds. En er wordt ook geen winst op gemaakt. Het dekt een deel van de meerkosten.

Toch zie ik daar zelf nog een soort van grijze zone. Als ik namelijk meerkosten hoor, dan zijn dat kosten die je normaal niet zou maken. Dat zijn dus kosten die je maakt omdat je – op locatie gaat – in dit geval –, wat je normaal niet zou doen als men niet zou betalen. En dan zit de grijze zone er bij mij toch nog in, in die zin dat er op een bepaald moment natuurlijk moet worden beslist: er gebeurt iets, gaan we op locatie of niet?

Neen. Of ja, we gaan daar hoe dan ook als VRT naartoe. Want jullie gaan natuurlijk af en toe wel eens op locatie, ook zonder dat er bijbetaald wordt, hoop ik. Dus als jullie beslissen om niet te gaan, maar men betaalt dan toch, dan gaan jullie wel? Daar zie ik dus een soort grijze zone van afweging, die er wel toe kan leiden dat er op den duur een soort van automatisme gecreëerd wordt: als er niet betaald wordt, dan gaan we niet op locatie.

Ik denk dat we daarvan een voorbeeld hebben in ons eigen huis. Volgende maand, op 17 november, is er de opening van ons bezoekerscentrum. Welnu, jullie komen dus. De Weekwatchers komen omdat wij daar 3500 euro – BTW inbegrepen iets meer dan 4200 euro, denk ik – voor betalen. Op basis van de uitleg die we gekregen hebben, trek ik de conclusie dat jullie normalerwijze niet naar dat evenement zouden zijn gekomen als wij niet betalen, maar waar jullie wel naartoe komen als wij wel betalen.

Ik zie daar dus een grijze zone in die afweging. Wie maakt die afweging? Waarschijnlijk de programmamakers. Creëer je toch niet een soort van automatisme dat er moet worden betaald om te gaan? Of: we zullen maar betalen, want anders komen ze niet.

Voorzitter, dat is de enige bedenking die ik nog wil toevoegen aan de zeer uitgebreide uitleg van de minister.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Dit huis is technologisch en technisch goed uitgerust om radio- en televisiesignalen met de VRT uit te wisselen. Dit echter geheel terzijde. Ik wou het toch even aanhalen.

Het is een goed antwoord. Er worden een aantal maatregelen genomen. Er worden een aantal dingen helder gesteld, zowel in de rapportage als in de krachtlijnen enzovoort. Dat zijn allemaal goede dingen.

Ik heb echter drie elementen opgeschreven voor mijn repliek: ten eerste eenvormigheid en vaste prijzen, ten tweede selectietechniek en ten derde: hoe eerlijk is het verdeeld tussen de groten en de kleintjes? Ik wil daar toch nog even bij stilstaan.

Ik vind dat er een bijdrage mag worden gevraagd aan de organisatoren voor de kosten. Ik ben daar principieel voor. Ik vind ook dat dat soort dingen vast moet liggen. Ik vind toch ook dat die mengvorm tussen redactionele aandacht, spotjes en locatieopnamen een zeer commercieel kantje heeft. Ik weet niet of dat deontologisch verantwoord is, want dat gaat toch ver voorbij aan de redactionele keuze. Ik vind dus wel dat de VRT dat allemaal mag doen, maar dat er op een of andere manier een helderheid moet zijn over de keuzetechniek en over de prijszetting. Ik ga niet zeggen dat er op de website een tarief moet staan, maar ik vind dat er een systeem moet zijn dat glashelder is.

Let op, ik wel echt ook graag dat er redactionele keuzes gemaakt worden. Dat is dan mijn tweede element: selectie. Ik weet wel dat veel organisatoren vragen om te komen en dat er dan wordt afgewogen of dat gebeurt of niet. Maar ik vind dat dat intern moet worden gemotiveerd. Wij moeten die niet krijgen, maar er moet wel een motivatie zijn, er moet een systematiek inzitten. Er moet een duidelijke motivering zijn waarom de ene wel en die dakpannenfabrikant niet. U begrijpt wat ik bedoel. Er mag geen vorm van willekeur, vriendjespolitiek of wat dan ook ontstaan.

Een derde punt, waar ik het eigenlijk het moeilijkst mee heb, is de problematiek van de grote ‘boîtes’ in dit land en de grote festivals en de grote evenementen. Zij krijgen de promotie cadeau van de VRT. En al die noeste wroeters, of die mensen die wat moeilijker cultuurprogramma’s maken, of de wat minder populaire sporttakken, die moeten betalen. Dat stuit mij tegen de borst. Ik heb daar geen antwoord of alternatief voor in mijn schuif liggen, heren, dames, maar ik vind dat daar toch iets niet klopt. Ik kan heel goed begrijpen dat de VRT bij Rock Werchter, bij Pukkelpop of bij Tomorrowland aanwezig wil zijn. Ik kan dat begrijpen. Maar het stuit me toch tegen de borst dat zij ontsnappen aan die regeling. Nochtans gaat het over een publieke instelling, hoofdzakelijk gefinancierd met publieke middelen. Ik zeg het nog eens eerlijkheidshalve: ik heb er geen pasklare oplossing voor.

Ik kijk uit naar de vier punten die de minister heeft genoemd, naar pijler zeven over de krachtlijnen op de website, en naar hoe er wordt omgegaan met de evenementen van type B. Ik had graag van de mensen van de VRT vernomen hoe het zit met die prijszetting. Is er een vast systeem? Hoe gaat dat in zijn werk?  U moet nu niet in detail gaan. We gaan hier geen tapijtenwinkel openen. Maar toch, hoe werkt het en welke aanpak wordt gehanteerd?

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw bijzonder uitgebreide antwoord. Ik ben verheugd om in die mate de transparantie te krijgen waarom wij gevraagd hebben. Wij vinden het heel goed dat de VRT naar buiten gaat en een megafoon geeft aan evenementen en zich op die manier inderdaad onderscheidt van Netflix enzoverder. De VRT moet zijn waar de Vlaming is, en dat is ook op straat. Het is dus zeer goed dat de VRT dat doet. Alleen, daarvoor laten betalen, vinden wij geen goede zaak. Ik begrijp dat die inkomsten 0,64 procent vertegenwoordigen van de totale inkomsten. Dat is peanuts. Ik vind dat onvoldoende om daarvoor de geloofwaardigheid en de onafhankelijkheid van de VRT op het spel te zetten.

Voor mijn part moet die praktijk dus gewoon helemaal worden gestopt. Ik ben zeer verheugd te horen dat de VRT wel onmiddellijk maatregelen heeft genomen en voor het type B de betaling alvast zal stopzetten. Begrijp ik het dan goed dat er voor type A nog steeds zal worden betaald? Mag ik dan weten hoe dat precies zal gaan, ook de keuze daarvoor? En bijvoorbeeld voor eigen evenementen, zoals de Warmste Week, moet Puyenbroeck daar dan voor betalen? Of betalen jullie aan Puyenbroeck? Dat wil ik graag nog wat verduidelijkt zien.

Het punt dat collega Caron maakte, is heel belangrijk: kleine evenementen en kleine organisaties kunnen zich die 1800 tot 9750 euro niet permitteren. Er wordt gezegd dat er voor sportevenementen geen geld wordt gevraagd. Daar moet men zelf betalen, want die zitten in een meer commerciële setting. Dat voedt alleen maar het idee dat er inderdaad twee maten en twee gewichten worden gehanteerd, ‘à la tête du client’. In functie van de onderhandelingspositie en het gewicht moeten zij betalen of betaalt de VRT aan hen. Dat is niet goed voor de VRT.

In absolute cijfers gaat het over een paar miljoen euro, en de VRT heeft in 2015 ongelooflijk moeten besparen, dus op dat vlak moet er zeker ook naar de Vlaamse Regering worden gekeken, maar als ik begrijp dat het een praktijk is die al van de jaren tachtig dateert, heeft het daar niet mee te maken.

Ik had dus graag nog een verduidelijking over type A en type C.

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, bedankt voor het uitvoerige antwoord. Ik wil twee zaken onderstrepen. Het is een geruststellende zaak dat de redactie eerst beslist of er al dan niet aandacht wordt besteed aan een onderwerp en dat pas daarna wordt overgegaan tot samenwerking. Dat is normaal, maar het is geruststellend dat het hier wordt onderstreept. Een aantal collega’s hebben echter al gewezen op het spanningsveld tussen betaling en het al dan niet op locatie gaan. Die grijze zone blijft volgens mij overeind. Daar moeten we nog eens naar kijken.

Ten tweede is het goed dat hier nog eens wordt onderstreept dat de VRT alle twijfels wil wegnemen en dat er voortaan een aantal acties zullen worden ondernomen. Toch blijft het merkwaardig dat er twee weken geleden, op donderdag, werd gezegd dat er geen probleem was en dat er geen link was met de nieuwsdienst, en dat we een paar dagen later, op zaterdag, te weten kwamen dat er toch ergens een link is met de nieuwsdienst. En twee weken later krijgen we dan een gefundeerd en onderbouwd antwoord. Ik heb het eerder al gezegd dat het voor mij van primordiaal belang is om fier te kunnen blijven op de VRT, op het vlak van onafhankelijkheid en transparantie. Maar dergelijke communicatieve – zeg maar ‘flops’ – moeten er echt wel uit.

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. De theorie is hier mooi op tafel gekomen, maar de praktijk is toch wel anders. Wij hebben zelf ongeruste berichten gekregen. Ik ga nu niet zeggen over wie het allemaal gaat, maar we hebben onder andere mails binnengekregen waaruit blijkt dat een culturele organisatie een inhoudelijk voorstel doet aan de redactie van Hautekiet en aan de cultuurcoördinator van de VRT, en dan een rechtstreeks antwoord krijgt van de commerciële dienst dat het over de kosten gaat. Die tussenstap waar u naar verwijst, daar hebben ze dus geen melding van gekregen. Het was een mail die naar de redactie was gestuurd, en daarop kreeg men een antwoord van een andere, meer commerciële dienst van de VRT. Misschien is er dan iets misgelopen qua interne communicatie, maar dan zou die redactie toch eerst moeten zeggen: we gaan dit niet doen, we bekijken dit als iets anders. Die tussenschakel is er echter niet geweest.

Iets waar we ons ook zorgen over maken, heeft te maken met de ruilovereenkomsten. Ik heb dat vorige week al even aangehaald in de plenaire vergadering. Bij de ruilovereenkomsten worden ook afspraken gemaakt over ‘redactionele vermelding’. Is dat ook geen hellend vlak? Is dat normaal? Mag dat? Kunnen we dat ook niet beter schrappen? Ik denk dus dat er nog wel wat extra dingen te onderzoeken zijn.

Ik sluit me volledig aan bij wat de collega’s hebben gezegd over de inkomsten. Er is gesproken over ‘peanuts’ in vergelijking met de grote bedragen waarover we spreken als het over de VRT gaat. Het gaat uiteindelijk om niet dramatisch veel dat je daarmee binnenhaalt. Is het sop de kool dan wel waard? Je kunt je daar inderdaad vragen over stellen. Het gaat hier bovendien over culturele organisaties die al deels leven van Vlaamse subsidies en deels van eigen inkomsten. Die hebben het al niet gemakkelijk, en daar gaan wij dan geld aan vragen. Voor die organisaties zijn dat toch grote bedragen. Dat is waar de onrechtvaardigheid zit, ook als je dan hoort dat het voor sport omgekeerd werkt. Wij hebben dus ook die ongerustheid.

Ik wil het nog wat meer opentrekken. Een jaartje geleden is manager Cultuur Chantal Pattyn hier uitleg komen geven over hoe cultuur aan bod komt op de VRT en wat jullie daar allemaal rond doen. Er ging een overleg komen met de culturele sector, een aantal keren per jaar.

Maar komen dergelijke dingen daarin dan niet aan bod? Kunnen jullie dat dan niet eens voorleggen: kijk, we werken op die manier. Geef hier dan advies over. Het is maar een voorstel, maar blijkbaar is het een beetje hetzelfde als met de levensbeschouwelijke programma’s. Ook daar zou men samenkomen met alle gezindheden en men zou overleggen welke programma’s er nog zouden komen. Ik heb echt het gevoel dat in 2018 rond de levensbeschouwing op de VRT niet veel is gebeurd. Of u moet me maar onmiddellijk corrigeren. Het is in elk geval niet duidelijk voor de kijker waar de vervanging dan zit van de programma’s die indertijd zijn afgeschaft, zoals Braambos en Lichtpunt. We maken dan wel afspraken met de VRT – ga samenzitten met de levensbeschouwingen, ga samenzitten met de culturele sector – maar het is precies niet van harte. Wij zien hier te weinig van en misschien moet het ook in het jaarverslag wat meer apart worden gezet zodat wij als parlementsleden kunnen zien dat de afspraken op een goede manier worden nageleefd.

We zijn ook de mensen niet die elke dag naar tv kijken. Misschien zien we het inderdaad niet omdat we door al de vergaderingen die we hebben als politici, niet de grootste tv-kijkers van Vlaanderen zijn, maar ik zou er toch graag wat meer duidelijkheid over hebben: zowel over het culturele luik, maar daar zullen we later nog op terugkomen, als over de levensbeschouwingen. Dat is een meer algemene beschouwing, maar het heeft er toch allemaal onrechtstreeks mee te maken.

Ik wil u wel bedanken voor het antwoord en het feit dat er meer naar transparantie zal worden gewerkt in het jaarverslag en dat er een aantal dingen zullen worden geschrapt, dat juichen we allemaal toe, maar we denken dat het toch wel nodig is om die extra onderzoeken te doen en dat er grondiger moet worden nagekeken waar we precies mee bezig zijn. Hoe zit het met onze deontologie en hoe moeten we dit nog zuiverder stellen? Het is goed wat er nu al is gebeurd, maar we vrezen dat het misschien nog niet voldoende is.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik zal even nog algemeen politiek antwoorden en dan graag het woord verlenen aan wie van de VRT hierover verdere informatie kwijt wil.

Bij de vraag van de heer Vandaele over de grijze zone en de meerkosten, komt de VRT of niet, heb ik begrepen, en anders moet VRT dit maar verder aanvullen, dat de afweging eerst redactioneel wordt gemaakt: men komt of men komt niet. Pas dan wordt er gepraat over wel of geen betaling. Het is niet dat als er centen op tafel liggen, men ook komt. Zo heb ik het begrepen. Het is aan de VRT om hierover verdere uitleg te geven.

Ik wil wel benadrukken dat de keuze om wel of niet uit te zenden, een keuze is die wij niet kunnen maken. Ik kan die niet maken, u kunt die niet maken, die keuze behoort tot de deontologie van de redacties. We moeten kunnen aanvaarden dat zij hun eigen keuzes maken. Dat zijn volgens ons misschien niet altijd de juiste keuzes, maar dat is wat zij doen en niet wat wij doen. Op dat vlak zal er altijd een ruis blijven zitten.

De kwestie van eerst betalen of eerst beslissen om te komen, daarover laat ik het woord aan de VRT om dit nog wat te finetunen. Ook moet over de procedure en methode, zoals mevrouw Brouwers heeft aangegeven, het best door de VRT intern zo helder mogelijk naar de potentiële partners worden gecommuniceerd. Wat de heer Caron aanhaalt, kan zeker ook nog verder door de VRT worden beantwoord. U zult zien dat de bijdrage op zich redelijke bedragen lijken te zijn. Daar kom ik straks nog op terug als keerzijde van de medaille.

Ik erken dat grotere organisaties sneller in de kijker zullen lopen. We moeten natuurlijk ook beseffen dat de VRT geen regionale tv maakt. Concreet: de VRT zal inderdaad aan organisaties en evenementen met een grotere impact een grotere nieuwswaarde toekennen. Dat neem ik aan en dat is ook niet onlogisch. Ik denk wel dat we de aandacht voor cultuur op de VRT absoluut niet mogen herleiden tot deze discussie. Laat dit duidelijk zijn. En dit wil ik toch nog eens in perspectief plaatsen om voor ons het panoramisch overzicht te houden. De VRT vervult wel degelijk in de breedte haar culturele opdracht, en dat doet ze goed. Het is bijvoorbeeld wel mogelijk dat met de toename van het aantal cultuuritems in het journaal kleinere evenementen, organisaties en kunstenaars daarin aan bod kunnen komen. We moeten dit op die globale balans afwegen.

Ik begrijp de bekommernis van sommigen: wat is 0,64 procent van de inkomsten? Ik zou het huis toch enige stabiliteit willen gunnen wanneer u vraagt of het sop de kool wel waard is. Als het sop de kool niet waard is, dan is dit wel een onrechtstreekse vraag aan de VRT om bijkomend 1,5 tot 2 miljoen te besparen. Dit is daar het gevolg van. Want men kan niet het een en het ander tegelijk doen. Het spijt me. Ik laat aan de VRT verder de inspanning over om zo transparant mogelijk deze gangbare manier van werken uit de doeken te doen. Maar men kan niet het een en het ander tegelijkertijd zeggen. Het is niet de bedoeling van de regering om deze manier van werken financieel te compenseren. Laat dat duidelijk zijn. Als men vraagt dat deze inkomsten niet meer worden geboekt, dan heeft dat toch wel grotere gevolgen dan u op het eerste gezicht zou denken. Ik wens u daarvoor gewoon in alle vriendelijkheid te waarschuwen.

Ik denk dat de heer Bajart wel duidelijk is teruggekomen op de essentie – transparantie en geloofwaardigheid zoals we vorige week al zeiden – en ik besluit mijn tussenkomst, voorzitter, met drie bedenkingen.

Voor mij waren er drie ijkpunten, drie elementen van een kompas, en ik heb ze vorige week woensdag ook al aangegeven. Het is belangrijk om te weten hoe het nu zit met deze manier van werken.

Is het enkel een kostendeling of wordt er winst gemaakt? Ik denk dat het antwoord zeer duidelijk was: er wordt geen winst op gemaakt, het is een kostendeling.

Wat met de redactionele onafhankelijkheid en de keuzes, de deontologie? Ik zeg niet dat dit de perfectie weerspiegelt omdat het tenslotte over menselijke keuzes gaat, maar ik denk dat de buffers, de charters, de redactiestatuten die in dezen werkzaam zijn, ervoor zullen zorgen dat voor het overgrote deel van de keuzes met de partnerschappen hier de juiste keuzes gemaakt worden. Ik ga ervan uit dat daar het metier van de VRT-redacties wel degelijk zijn nut heeft.

Tot slot een open vraag: wat met bijdragen van gesubsidieerde cultuurorganisaties aan deze partnerschappen? Dat sluit een beetje aan bij de vraag van de heer Caron: groot versus klein. Ik begrijp wel dat de organisaties – dat moet door de VRT eventueel verder worden toegelicht – die graag willen ingaan op die partnerschappen dat wel degelijk niet enkel zien als een betaling, een delen in de productiekosten vanuit hun perspectief, maar ook onrechtstreeks als een investering in een soort promotiebudget, want de hefboom, de impact en de uitstraling van een evenement worden natuurlijk vele malen groter op die manier. In die zin is het een element dat ook positief speelt. Dat wil ik duidelijk gezegd hebben. Dat zegt de minister van Cultuur tegen de minister van Media, als u het goed begrijpt.

De voorzitter

Mevrouw Van De Sijpe heeft het woord.

Els Van De Sijpe, mediamanager Radio, VRT

Er zijn nog heel veel vragen rond de redactionele autonomie. Ik zal aan de hand van een concreet voorbeeld toelichten hoe het in zijn werk gaat. Ik neem het voorbeeld van een heel bekend programma op Radio 2, De Madammen. Dat is een programma voor een heel breed publiek. Het wil bijvoorbeeld aandacht hebben voor wetenschappen. Vlaanderen wil dat meer jongeren voor wetenschappelijke richtingen kiezen en De Madammen vinden dat ze daar mee een lans voor moeten breken. Ze willen iets doen rond wetenschappen, wetenschappelijke opleidingen en meisjes naar wetenschappelijke opleidingen proberen te sturen. Ze zoeken een partner om iets te doen met publiek op locatie. Op dat moment vinden ze een partner in Technopolis. Technopolis en Radio 2 slaan de handen in elkaar, maar de redactie van Radio 2 werkt het programma volledig autonoom uit. We gaan met de hele ploeg op locatie. Dat betekent een technisch bezoek vooraf en dat er een extra PA moet worden geïnstalleerd. Wij voeren wetenschappelijke testen uit op locatie. We maken daar ter plekke een beleving van, een soort klein evenement. Dan zeggen wij aan de partner: wij zorgen dat dit hier groter wordt, Vlaanderen wordt daar beter van, VRT heeft een heel toffe uitzending, het publiek is ter plaatse, veel luisteraars vinden dat een toffe uitzending. Dus iedereen wint daarbij. Laat ons delen in die extra kosten die wij maken voor die productie op locatie. Ik kan tal van andere voorbeelden geven. Zelfs over het model type B, waarbij het gaat over een kleinere vorm, een interventie op locatie, wil ik ook wel zeggen dat we absoluut altijd die redactionele autonomie vooropstellen. Op geen enkel moment mag daar twijfel over bestaan. We voelen dat we daar in de perceptie, zeker door een aantal artikelen in de kranten, wat mee worstelen. Daarom zeggen we vandaag dat we dat type niet meer gaan doen.

Ik wil ook daar aan de hand van een concreet voorbeeld schetsen wat dat dan precies betekent. Een regionaal magazine op Radio 2 heeft in de zomer aandacht voor heel veel vormen van toerisme. Ze willen ook aandacht hebben voor toerisme en recreatie langs waterwegen. We hebben toen een overeenkomst gesloten met De Vlaamse Waterweg om alle vormen van recreatie, toerisme maar ook de waterweg als ader rond mobiliteit, recreatie en toerisme en het belang voor de economie te laten onderstrepen. Uiteindelijk zijn we niet met een volledige live-uitzending op locatie gegaan maar wel met een reporter. We vonden het heel tof om dat te doen op een binnenvaartschip. Dat betekent dat je technisch met een aantal extra kosten zit. We hebben een technisch bezoek vooraf, we moeten een technicus meesturen en we moeten zien dat die verbinding te allen tijde standhoudt. We hadden ook nog een satellietwagentje dat de hele rit verzekerde om te kunnen overschakelen indien nodig. Zelfs bij de kleine vormen, die we niet meer gaan doen omdat we voelen dat daar vragen rond rijzen, wil ik toch wel zeggen in naam van al die redacties en al die makers dat dat altijd vanuit een groot engagement en vanuit een absolute redactionele vrijheid is gebeurd. Ik denk dat dat heel belangrijk is.

Er waren vragen van de heer Caron over de eenvormigheid, de selectietechnieken, groot versus klein en de spots. Wat betreft de eenvormigheid hanteren wij een aantal vorken. Wij hebben daar een aantal standaardrichtlijnen rond omdat we niet zomaar lukraak een bedrag kunnen bepalen. Tegelijkertijd is het zo dat een partner soms heel veel ondersteuning in natura geeft op locatie. De vorken die wij hanteren, hangen daar een beetje van af. Wij maken daar geen winst op, wij willen gewoon een faire bijdrage in de meerkosten. Soms kan het zijn dat de partner zoveel ondersteuning doet in natura dat wij tot een ander bedrag uitkomen dan bij iemand die zegt: ‘Jullie moeten ook nog de ontvangst van het publiek en dergelijke doen.’ Die eenvormigheid is onderdeel van die afspraken, maar wij hanteren wel vorken die een beetje als uitgangspunt dienen.

Wat betreft de selectie is het altijd de redactie die in eerste instantie zegt dat zij rond een bepaald onderwerp iets wil doen. Als ze het groter kan maken en een partner kan vinden, dan kan het een groter verhaal worden. Maar de keuze ligt echt wel bij de redactie, en de beslissing om te gaan samenwerken, ligt bij het betreffende net.

Groot versus klein is ook onze zorg. Wij gaan zeker ook om de kleinere organisaties en instellingen te bedienen op locatie zonder dat wij enige vorm van betaling vragen, precies omdat wij het belangrijk vinden om ook die kleine partners te steunen.

In de lijst van zomerfestivals dit jaar, bijvoorbeeld, vind je zowel kleine als grote festivals terug. We zijn overal naartoe geweest zonder enige vorm van bijdrage te vragen.

Er is bovendien nog een ander mechanisme. Ik weet dat het soms wat technisch is en dat de twee soms verward worden. Naast de coproductie hebben we ook een vorm van pure ruil, waarbij er niets betaald wordt en waarbij wij ook kleine organisatie ruilspots kunnen geven om evenementen aan te kondigen.

Nu, wanneer we coproducties opzetten, dan maken we een aankondiging, waarbij we de live-uitzending kenbaar maken. We willen daar namelijk volk naartoe krijgen. We maken spots waarin we de locatie vermelden, maar het gaat wel om autopromotiespots. Dat zijn spots van ons net voor een specifieke uitzending op locatie. We spreken daarbij ook heel duidelijk af dat die in de netstijl gemaakt moeten worden, met onze netstemmen en altijd met de aftiteling ‘samen met Radio 1’, zodat er absoluut geen verwarring kan zijn tussen dit soort spots en de commerciële.

De laatste vraag ging over kleine versus grote evenementen. Daar heb ik al het voorbeeld van de festivals gegeven.

Peter Claes, algemeen directeur Media & Productie, VRT

Veel vragen kwamen overeen en de antwoorden op de hoofdvragen zijn al gegeven.

Het is toch belangrijk om ook te zeggen dat de afgelopen twee weken een zuiverend proces zijn geweest voor de VRT. We hebben nog eens goed gekeken naar onze aanpak, om die zeer scherp te stellen, omdat dat ‘Huis van Vertrouwen’ zo belangrijk is voor ons.

De vragen zijn gekomen en we hebben zelf nog eens alles opgelijst voor iedereen, niet alleen voor het netmanagement of de directie, maar ook voor alle medewerkers op de VRT. Zo hebben we hun ook nog eens bevestigd dat er geen enkele verwarring kan zijn tussen het engageren van de VRT via een contract enerzijds en de redactionele keuzes die onze mensen maken anderzijds.

We hebben daarbij vier maatregelen voorgesteld. De belangrijkste daarvan is het schrappen van die type B-overeenkomsten. We geloven wel dat een interventie op locatie, bijvoorbeeld bij die binnenwateren, bij de opdracht van Radio 2 hoort, namelijk aandacht hebben voor wat er in Vlaanderen leeft. We willen wel absoluut de verwarring vermijden dat daarvoor betaald zou kunnen worden.

Die maatregel was voor ons een zeer concrete oplossing om het perceptieprobleem dat was ontstaan, aan te pakken en om de transparantie te verhogen ten opzichte van de verschillende niveaus, op het niveau van het jaarverslag, de raad van bestuur en het auditcomité, tot hier in de commissie Media van het Vlaams Parlement.

Paul Lembrechts, gedelegeerd bestuurder VRT

Als laatste spreker van de VRT wil ik nog enkele bedenkingen rond dit onderwerp meegeven. Ik denk dat VRT-radio dit doet omdat wij vinden dat het onze opdracht is met twee voeten in de Vlaamse samenleving te staan en om ervoor te zorgen dat wij Vlaanderen voelen en voeden, en een win-winsituatie kunnen creëren samen met mensen die iets willen organiseren. Dat is een win-winsituatie voor de luisteraar, die de beleving op afstand kan horen, maar ook voor de organisator, die ervoor kan zorgen dat zijn evenement vele malen groter kan worden.

Het beste bewijs daarvan is dat de vraag voor dit soort uitzendingen op afstand of op locatie vele malen groter is dan het aanbod. De vraag is veel groter, wat betekent dat de waardepropositie die de VRT daarvoor in de markt zet, veel goedkoper is dan wat een organisatie zelf zou moeten investeren om een evenement op eigen kracht te kunnen promoten. U zult zeggen dat we hier een promopraatje houden, maar dat is niet zo. Wij voegen echt wel waarde toe voor de organisatie in kwestie en voor Vlaanderen. Als de VRT één ding wil en moet zijn, dan is het wel een hefboom om de Vlaamse samenleving van morgen mee mogelijk te maken en te versterken. Dat is ons belangrijkste uitgangspunt.

We werken bovendien met een mechanisme van kostendeling, dat slechts een beperkt deel van de extra productiekosten dekt. Dat is, denk ik, voldoende onderschreven.

Mevrouw Segers en mevrouw Brouwers, ik wil toch graag zeggen dat 0,64 procent van het totale budget van de VRT geen peanuts is, in tegenstelling tot wat sommigen zeggen. Bij de VRT bestaan er geen peanuts meer in het budget. De VRT moet schrapen om ervoor te zorgen dat ze haar opdracht kan blijven uitvoeren op alle mogelijke platformen: digitaal, radio, televisie en alles wat daar in de toekomst nog bij kan komen. Er zijn geen peanuts meer, dus we hebben alle middelen nodig die we kunnen verwerven. Volgens mij doen we dat binnen een kader dat we voor onszelf strikt genoeg hebben vastgelegd.

Wat me persoonlijk en ook heel veel van onze medewerkers bijzonder geraakt heeft, is de manier waarop dit nieuws commotie heeft gecreëerd. Het is niet aan mij om collega’s van andere persorganen te bekritiseren, maar ik ben toch enigszins verwonderd door de manier waarop dit nieuws door sommigen van hen naar voren is gebracht.

Ik stel mij daar grote vragen bij, vooral dan bij het feit dat er door een bepaalde framing een soort van insinuatie of verdachtmaking ontstaat die ver staat van de realiteit.

Wat de VRT doet, doet ze al jaren op dit gebied, maar dat meldt ze ook aan alle controleorganen die ze heeft. Iedereen die bij de VRT controlerecht heeft, heeft toegang tot de gegevens die wij u vandaag tonen. Die gegevens zijn al jaren beschikbaar. Die vragen kunnen al jaren gesteld worden. De informatie is er voor diegenen die informatie nodig hebben om ons te controleren.

Wat dus pijn doet in dit verhaal, is dat die vele mensen bij de VRT die programma’s maken, het gevoel kregen dat zijzelf en hun integriteit als radiomaker en medewerker van de publieke omroep in vraag gesteld werden. Ik wil u verzekeren dat dat in generlei geval terecht is. Integendeel, ik denk dat de mensen van de VRT bijzonder fier mogen zijn dat ze Vlaanderen kunnen ondersteunen en dat ze dat blijvend willen doen, in samenwerking met alle mogelijke partijen die geloven dat we daar samen iets beters en groters van kunnen maken.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Ik denk dat het belang van een helder mechanisme inderdaad is gebleken om te weten wanneer wel en wanneer niet tegen betaling op locatie wordt gegaan. De CEO geeft de indruk zich wat bedreigd te voelen, maar dat zal maar een indruk zijn. Als onze parlementaire vragen er echter toe bijdragen om dat kader scherper te krijgen, dan denk ik dat dat een goede zaak is, en ik heb de indruk dat dat in dezen wel is gebeurd.

Misschien brengt het schrappen van dat type B meer helderheid. Meer vragen wij niet. In die zin denk ik dat dit een vruchtbare voormiddag is geweest.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

De aanleiding van deze commotie is een aanvullende opmerking die ik heb gemaakt op 27 september bij een vraag van de collega’s Segers en Van Werde, over Klara. Ik heb dit soort reportage- en locatiewerk toen ook aangehaald en vragen gesteld. Daar is de pers op doorgegaan. De wijze waarop kan ik, evenmin als de heer Lembrechts, hier vandaag beoordelen. Laat dat terzijde, maar aan de andere kant kunnen we ook zeggen dat het goed is dat er soms eens commotie wordt gemaakt.

U had de perceptie tegen, dat is duidelijk. Zoals de heer Vandaele zegt, ook wij brengen punten aan die toch te maken hebben met het belang van deze omroep voor Vlaanderen. De heer Lembrechts had het daarover. Het is een stap vooruit dat we daar helderheid over kunnen krijgen. Laten we dat ook zeggen. Ik denk dat dit geldt voor mezelf en veel van mijn collega’s: het is niet omdat er kritische vragen worden gesteld dat we geen liefhebbers zijn. Je mag des te kritischer zijn voor mensen die je graag ziet.

Het is goed dat een en ander wordt opgehelderd. Ik denk dat de zaken nog eens opnieuw op een rijtje zetten en grondig bekijken soms wel eens mag na een zekere tijd, vooral als het wat oudere praktijken zijn, om iedereen terug bij de les te krijgen.

Ik sluit af met deze bedenking. Ik heb altijd erbij gezegd: dat de VRT ter plekke gaat, Vlaanderen rondreist en voeling heeft met de samenleving, is en blijft een belangrijke zaak. Als we dat niet zouden willen, zou ze bijvoorbeeld ook geen regionale ontkoppeling moeten hebben, trouwens. Ze moet met de voeten in de samenleving staan, met de laarzen in de modder. Dan is het een relevante omroep.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Collega Caron heeft de kwestie inderdaad aangehaald, omdat wij natuurlijk vanuit de culturele sector daarover waren benaderd. Ik denk dat het echt goed zou zijn, mocht de VRT dat cultuuroverleg heel regelmatig organiseren. We horen immers vanuit die sector dat ze zich niet genoeg gehoord voelen. Dat wil ik dus maar meegeven.

Er is niet concreet op geantwoord, maar ik begrijp dus dat het inderdaad alleen type B zal zijn, en niet A en C. Daarvoor zal nog altijd moeten worden betaald. Ik blijf dat een beetje moeilijk vinden.

Mijnheer Lembrechts, ik ben het ermee eens dat de VRT geen peanuts meer heeft. Ik heb gezegd dat er zeer zware besparingen zijn gebeurd en dat dat in absolute bedragen wel veel geld vertegenwoordigt. Ik blijf ter zake echter op mijn honger zitten. Waarom? Vorig jaar heeft het Nederlandse Commissariaat voor de Media geoordeeld dat twee publieke zenders, NPO en 3FM, niet langer concerttickets mochten uitdelen die ze kregen in ruil voor promotie. Het commissariaat stelde letterlijk dat de onafhankelijkheid van de publieke omroep te allen prijze moet worden bewaakt: kijkers en luisteraars moeten er immers op kunnen vertrouwen dat programma’s van de publieke omroep niet worden gekleurd door commerciële belangen. Ik denk dus dat we daar toch nog grondiger over zullen moeten nadenken.

De voorzitter

Ik dank de minister en de mensen van de VRT, en vooral de CEO. Dit bewijst de belangrijkheid van deze commissie.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.