U bent hier

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Deze vraag is er gekomen naar aanleiding van een oproep aan VDAB om zelfstandig ondernemerschap actief te promoten bij werkzoekenden. Eerder stelde ik hier al vragen over om de opstart van een zelfstandige activiteit explicieter onder de aandacht van werkzoekenden te brengen in hun carrièreverandering of in hun zoektocht naar een nieuwe baan. Het klopt wel dat VDAB al vanaf de inschrijvingsfase aan werkzoekenden de kans geeft om aan te duiden in welke arbeidsregimes ze wensen te werken. Zelfstandige activiteit is er daar een van. Wie dit aanvinkt, krijgt alle informatie daaromtrent toegezonden. We hebben zo'n veertig gespecialiseerde VDAB-bemiddelaars die deze mensen begeleiden. Ze zorgen voor de instapcriteria en een beknopt stappenplan, wat ook terug te vinden is op de VDAB-website. 

Ik heb natuurlijk ook naar de cijfers gekeken. Daaruit blijkt dat van de ruim 217.000 'niet-werkende werkzoekenden' in september vorig jaar er zo'n 12.000 interesse betoonden in ondernemerschap. Van die groep hebben er maar 6383 de stap gezet of zowat 3 procent. UNIZO wijst erop dat het aantal startende ondernemers in Vlaanderen op 7,88 procent ligt en bepleit daarom meer ambitie bij VDAB, bijvoorbeeld door de invoering van een streefcijfer van 5 procent. Vooral bij oudere werkzoekenden moet dit een te overwegen optie worden. De hervorming van de werkhervattingstoeslag is alvast een goede eerste stap.

Net als UNIZO wil ik als kanttekening meegeven dat het uiteraard niet de bedoeling is om elke werkzoekende – met dwang zeg maar – in de richting van een zelfstandig statuut te duwen. Het moet een volwaardig alternatief zijn dat hun geduid wordt.

Minister, zult u gehoor geven aan de oproep van UNIZO? Zult u hierbij prioritair aandacht geven aan oudere werkzoekenden en mensen met een migratieachtergrond? Zal men de bestaande ondernemerschapstrajecten evalueren met het oog op het bereiken van een hoger doorstroompercentage? Wat denkt u van dat streefcijfer van 5 procent?

Minister Muyters heeft het woord.

De belangrijkste job van VDAB is werkzoekenden inzicht geven in hun competenties, kwaliteit en interesses, en aan de andere kant inzicht in de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Dat kan in dienstverband zijn, maar ook zeker als zelfstandige. Dat is wat VDAB uitdrukkelijk doet

De verdere bemiddeling, begeleiding, opleiding worden daarop geënt, vanuit de dialoog over het kennen en het kunnen komen tot de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Dat kan via een zelfstandige activiteit als dat een realistische piste blijkt voor die werkzoekende. Dan moet er in die richting verder worden gewerkt, en zo gaat dat ook. Vaak is er basiskennis aanwezig om zelfstandig te ondernemen, maar er is toch nog nood aan extra ondersteuning en kennis. Daarvoor hebben we de ondernemingstrajecten. Daar wordt opnieuw maatwerk geleverd en rekening gehouden met de individuele situatie en noden.

Naast de ondernemingstrajecten bestaan er bovendien maatregelen en/of specifieke projecten die drempelverlagend werken. U hebt de ouderen en de allochtonen genoemd. Daarvoor hebben we de recent gelanceerde transitiepremie voor 45-plussers, omdat in deze groep het aantal mensen dat koos voor een zelfstandig ondernemerschap, veel lager lag. Dat is begrijpelijk, want als het niet lukt, hebben zij geen uitkering meer. Een bedrijf opzetten is altijd risicovol, dat is deel van het ondernemen. Ik ga ervan uit dat de transitiepremie een positieve zaak is.

Voor de vluchtelingen hebben we de AZO!-projecten met heel veel partners opgericht om hen te begeleiden naar ondernemerschap. Als we drempels zien, proberen we instrumenten in te schakelen.

VDAB volgt de resultaten van de ondernemingstrajecten samen met de partnerorganisaties. Men probeert zo de impact en de relevantie van de trajecten in kaart te brengen. Als het nodig, is stuurt men bij.

De resultaten van ‘Maak werk van je zaak’ van VDAB zijn zeer positief: ongeveer zeven op de tien van de deelnemers die de begeleiding volledig doorlopen hebben, starten een eigen zaak als zelfstandige.

Er blijft nood aan begeleiding, maar tegelijkertijd mag men ook niet vergeten dat niet elke werkzoekende die zelfstandige wil worden, nood heeft aan een intensief traject. Ook hier zijn er heel wat zelfredzame werkzoekenden. Je mag dus niet zeggen dat de enigen die zelfstandige worden, diegenen zijn die een traject hebben gevolgd. Sommige mensen kunnen daadwerkelijk vanzelf beginnen als zelfstandige. Meer nog, er zijn veel initiatieven op de markt om ondernemers deskundig te begeleiden. We hebben het daar al vaak over gehad in deze commissie, vooral met mevrouw Turan. Dat gebeurt via boekhouders en incubatoren, maar er zijn ook nog de ondernemingsloketten en de werkgeversorganisaties. Dat kan dan nog met ondersteuning vanuit de kmo-portefeuille.

Uw laatste vraag was dan of ik een streefcijfer wil opleggen. Ik denk dat we dat niet mogen doen, want dat zou te veel de richting uitgaan van hen forceren om zelfstandig te worden, ook als we er niet voor honderd procent zeker van zijn. Het moet de keuze van de werkzoekende zelf zijn om de stap naar het zelfstandige zijn te zetten. Ik dring er bij VDAB op aan, maar die doet dat ook, om het ondernemerschap zeker altijd mee te geven als een mogelijkheid, als men ziet dat de competenties van de mensen de mogelijkheid geeft om zelfstandige te zijn, maar ik denk dat we vooral door zo’n transitiepremie voor 45-plussers of zo’n AZO-project op termijn het effect wel zullen zien. Daardoor zullen we wellicht extra zelfstandige ondernemers krijgen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, dank u wel. Het is inderdaad niet de bedoeling om te komen tot vijftig op honderd werkzoekenden die de stap zetten naar een zelfstandigenactiviteit. Het gaat daadwerkelijk over dat actief promoten, over mensen wijzen op de mogelijkheid en het bekijken van hun eigen competenties: komen ze in aanmerking voor dat zelfstandigenstatuut? Als dat wel zo is, dan moeten we dat maximaal faciliteren. Het waren vooral de cijfers die me toch in het oog sprongen. Ik wou die vandaag even onder uw aandacht brengen. Ik weet ook wel dat er al heel wat gebeurt. Ik heb zelf in mijn inleidende vragen al gewezen op de mogelijkheden die bestaan, met de bemiddelaars en de informatie die kan worden verkregen. We mogen mensen zeker niet in een zelfstandigenstatuut duwen, met de kans op armoede en faillissementen die er is. We moeten dat doordacht doen. Op dat vlak hebt u mij dus volledig mee. Natuurlijk moeten we wie wel zin en potentieel heeft, maximaal de kansen geven. Ik denk dat dat eigenlijk het standpunt is dat we hier delen. Als de mensen dat graag willen doen en het ook kunnen doen, dan moeten we ervoor zorgen dat ze alle kansen hebben.

Ik heb nog een kleine kanttekening. Meestal begeleiden we hen bij de start, wijzen we hen op de mogelijkheid van zelfstandige worden, maar we voelen wel dat een aantal mensen in de loop van het proces, wanneer ze al zelfstandige zijn, het noorden wat kwijt zijn. Ik weet niet in hoeverre er dan voor VDAB, eventueel met partners, nog een rol is weggelegd om die begeleiding op korte termijn toch wat strakker in de hand te houden.

De heer Ronse heeft het woord.

De aanleiding van de vraag van collega Talpe zal wellicht de communicatie van UNIZO zijn geweest. Ik vind die communicatie eigenlijk bijzonder bizar. Men vond het eigenlijk bijzonder jammer dat het maar ging over 3 procent van de mensen die in een werkloosheidsstatuut zaten, ten opzichte van 7 procent gemiddeld. Ik vond die cijfers eigenlijk goede cijfers: 3 procent van de mensen die vandaag werkloos zijn, kiest voor het ondernemerschap.

Minister, ik vind het ook absoluut niet de rol van VDAB – en ik ben blij dat u ook in die richting hebt geantwoord – om standaard aan elke persoon die in een uitkeringstraject zit, voor te stellen aan ondernemerschap te doen, om die cijfers op te krikken. De rol van VDAB is bemiddelen en iemands afstand tot de arbeidsmarkt verkleinen. Dat doet VDAB ook goed. Er zijn programma’s. U hebt ernaar verwezen. Die worden nu uitgerold. Ik denk dat die ook succes kennen. Laten we dat echter alsjeblieft niet sturen. UNIZO zou beter dan welke organisatie ook moeten weten dat het zelfstandig ondernemerschap nog altijd van de persoon zelf uit komt. Het is nu alle hens aan dek om jobs in te vullen. Laat VDAB daar ook maar op focussen.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik ben het met zowel mevrouw Talpe als de heer Ronse eens. Ik denk dat ze elkaar ook niet tegenspreken. Wat vooral moet gebeuren, is dat VDAB dat ook snel genoeg als een mogelijkheid aangeeft. Het is een beetje zoals bij een carrièreswitch: als iemand die bijvoorbeeld heel zijn leven in de automobielsector heeft gestaan, denkt dat hij het best daar opnieuw kan solliciteren, dan kan VDAB hem zeggen dat hij met zijn capaciteiten ook zelfstandige zou kunnen worden. Dat moet rap genoeg worden meegenomen. Als die dan echter zegt dat hij daar geen interesse voor heeft, dan is dat zo. Ik denk dat de beide sprekers dat naar voren hebben gebracht. Dat is zeker zo.

Wat de begeleiding betreft van iemand die dan is begonnen, dat is uiteraard niet meer echt de zaak van VDAB. Mensen kunnen wel teruggaan naar VDAB om eens iets te vragen, maar daarvoor zijn er de samenwerkingsakkoorden met UNIZO, met Voka, met het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) en anderen. Die zijn net opgezet om in elke fase van de onderneming die mensen te helpen, te ondersteunen. Ik denk dus dat de markt ter zake voldoende speelt. Ik denk dat zij het ook niet zouden appreciëren indien VDAB die rol op zich zou nemen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Dank u wel. VDAB heeft net het maatwerk als rol. Dat is een korte reactie op wat collega Ronse zei. Ik begrijp absoluut de bezorgdheid, maar alles moet neutraal gebeuren, vanaf het begin. Of dat nu een werknemersstatuut of een zelfstandigenstatuut is, het gaat over de persoon. Daarom moet VDAB hem zo goed mogelijk begeleiden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.