U bent hier

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, het is een saga die intussen alweer een aantal weken loopt. De vraag is ook al wat langer geleden ingediend naar aanleiding van de onderhandelingsprocedure tussen de Europese Raad en het Europees Parlement van een aantal weken geleden.

Vorige week was er een bijeenkomst van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER) maar ten gronde heeft dat weinig verandering gebracht, in die zin dat Vlaanderen blijkbaar lijdt aan een eigenaardige vorm van schizofrenie. Aan de ene kant financieren we ‘cutting edge’-onderzoek naar hernieuwbare energie en alle technologie die daarbij hoort op het vlak van netwerken, opslag enzovoort en met bijzonder veel succes trouwens als we kijken naar het niveau dat wordt gehaald bij instellingen zoals imec, EnergyVille – u laat zich daar trouwens graag zien, ik ook overigens, dus dat is geen verwijt –, maar aan de andere kant gedragen we ons in Europese onderhandelingen en beleidsdaden in vele gevallen als een soort blok aan het been van onze buurlanden wanneer het erop aankomt om de lat voor de toepassing van de nieuwe technologieën, van die spitstechnologieën hoog te leggen. En zelfs wanneer het niet zou zijn dat de nieuwe technologieën de klimaatopwarming zouden tegengaan en de luchtkwaliteit zouden verbeteren, dan nog zou het eigenaardig zijn. Een beetje alsof de Brazilianen zouden voorstellen om het WK voetbal niet meer te laten doorgaan, al hoop ik dat ik die woorden mag terugnemen na vrijdag.

Het is niet alleen schizofreen, minister, het is ook nog eens onzinnig. Intussen is immers gebleken, zowel na die onderhandelingsprocedure als na de Europese Raad, dat België en Vlaanderen toch te klein zijn om dit echt tegen te houden, zelfs wanneer we samenspannen met een aantal andere Europese achterblijvers. Als dat wel zou lukken, zou het voor het eerst in de geschiedenis zijn dat een hele koers zou wachten op het volk dat in de bezemwagen zit. Want dat is blijkbaar waar de Vlaamse Regering op rekent wanneer zij probeert om het optrekken van de doelstellingen inzake hernieuwbare energie-efficiëntie te blokkeren op Europees niveau.

Behalve dat we ons door die futiele poging nogal ongeloofwaardig hebben getoond tegenover onze buurlanden en een aantal potentiële investeerders in toekomstgerichte industrie in dit land, is het resultaat nul, want de Europese doelstellingen zijn wel degelijk opgetrokken naar 32 procent groene energie tegen 2030 en voor energie-efficiëntie zelfs naar 32,5 procent.

Ik denk dat het dan ook tijd wordt om een aantal vragen te beantwoorden, minister.

Bestaat er binnen de Vlaamse Regering, nadat die lat is opgetrokken, eensgezindheid over de noodzaak om die Europese doelstellingen te halen? Die bestond in elk geval niet op voorhand bij het vastleggen daarvan. Acht u ze zelf haalbaar?

De minister-president klaagde naar aanleiding van die Europese Raad aan dat er voor Vlaanderen en voor België geen ‘impact assessment’ zou zijn gemaakt door de Europese Commissie. Ik heb het eens opgezocht en in een land als Nederland is die eigen ‘impact assessment’ wel degelijk gemaakt door het Planbureau, zowel wat de economische impact als wat de financiële impact op gezinnen betreft. Wat heeft ons tegengehouden om zelf dat soort studies te laten maken? Dit is toch een land waar de middelen en het verstand daarvoor meer dan aanwezig zouden moeten zijn.

Vreest u niet dat we door deze houding waarbij we ons bij de steenkoollanden hebben gevoegd, zowel ten aanzien van onze buurlanden voor toekomstige onderhandelingen als ten aanzien van potentiële investeerders de indruk geven een land te zijn waar men daar zelf niet in gelooft? We geven de indruk dat men beter elders kan gaan waar men ook echt achter die nieuwe technologieën staat en waar men echt bereid is daarin te geloven en die stappen te zetten. Daardoor komen een aantal investeringen die u zelf doet, zoals in EnergyVille, voornamelijk anderen ten goede en creëren zij geen extra jobs en groei in België of Vlaanderen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik heb een iets minder defaitistische insteek dan de heer Tobback in deze vraag.

We hebben een aantal doelstellingen, te beginnen met het akkoord van Parijs dat we willen uitvoeren. We hebben daarover in het parlement een resolutie goedgekeurd die u veelvuldig gebruikt als leidraad voor een aantal beleidskeuzes, waarvoor dank. We hebben intussen ook een interparlementair klimaatoverleg opgestart waarbij heel duidelijk is bepaald dat wij nood hebben aan een ambitieus energiebeleid gelet op de noodzakelijke omslag naar hernieuwbare energie en rekening houdend met de federaal besliste kernuitstap. De verschillende parlementaire assemblees vragen ook uitdrukkelijk om betrokken te worden bij de opmaak van het energie- en klimaatplan 2030 dat ons land moet bezorgen aan de Europese Unie in de loop van de komende maanden.

Tegelijk zijn er een aantal beslissingen genomen op Europees niveau en heeft de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) een stevig advies afgeleverd, ‘Brede blik op energie- en klimaatdoelen 2020’ waarbij aan de Vlaamse Regering wordt gevraagd om via overleg een draagvlak te creëren voor een bijdrage van Vlaanderen aan het Nationaal Energie-Klimaatplan 2021-2030. De SERV vraagt ook heel uitdrukkelijk om een geïntegreerd plan waarbij een systeemaanpak voorop staat, gebaseerd dus op de plannen van zowel de gewestelijke als de federale overheid.

Minister, wat is uw reactie op het advies van de SERV over de energie- en klimaatdoelen 2030? Zult u die systeemaanpak incorporeren in het klimaat- en energiebeleidsplan dat u aan het opmaken bent?

Intussen zijn op Europees niveau een aantal knopen doorgehakt met een verhoogde doelstelling voor hernieuwbare energie. Wat is de impact van die grotere doelstelling op de Vlaamse bijdrage aan deze globaal te realiseren Europese doelstellingen?

Tegelijkertijd is beslist om de doelstellingen inzake energie-efficiëntie op te trekken van 30 naar 32,5 procent. Welke instrumenten ziet u heel concreet om die hogere doelstellingen hier in Vlaanderen waar te maken? Hoe ver staat u met de opmaak van dat energie- en klimaatplan 2030? De afspraak was immers om tegen deze zomer de Vlaamse bijdrage daartoe klaar te hebben.

Hoe zal de integratie van de plannen van de gewesten en van de federale overheid tot één plan worden aangepakt?

Hoe zullen dit  parlement en het interparlementaire klimaatoverleg worden betrokken bij de opmaak van het Nationaal Energie-Klimaatplan?

Welke maatregelen worden genomen om het gebruik van fossiele brandstoffen uit te faseren?

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Tobback, u weet dat ik mij elke dag inspan, zodra de zon begint te schijnen tot de zon ondergaat, om de energietransitie uit te dragen. En zelfs als de zon ondergaat, doe ik daar nog mee verder. Daarbij pleit ik zowel voor doorgedreven investeringen in energie-efficiëntie, wat nog altijd het belangrijkste is, als voor meer productie van energie uit hernieuwbare bronnen. We hebben daarvoor tijdens de voorbije twee jaren ook actieplannen opgesteld die zijn goedgekeurd door de Vlaamse Regering en die volop in uitvoering zijn. Overal waar ik kom, pleit ik voor meer inzet van zon, wind, geothermie en groene warmte. En we zien dat ook in de cijfers: al twee jaar op rij doen we het voor zon en wind beter dan in de plannen werd vooropgesteld. Voor een aantal criticasters en pessimisten onder ons: in 2016 zijn de doelstellingen inzake zon en wind overschreden. In 2017 zien we hetzelfde scenario. Dat betekent dat het dus wel degelijk kan.

Wij kunnen nog meer doen om burgers mee te laten genieten van dit systeem. Wanneer het gaat over energie-efficiëntie en energieproductie wordt er veel gepraat over de kost maar nooit over het rendement. Groene energie heeft ook een meerwaarde en zorgt voor meer groene jobs.

De Europese 32 procentdoelstelling zal worden ingevuld door de bijdragen vanuit de lidstaten. Belangrijk is dus dat de 32 procentdoelstelling op Europees niveau een Europese doelstelling betreft die collectief door de lidstaten moet worden gerealiseerd. De lidstaten bepalen zelf in hun nationale energie- en klimaatplannen de nationale bijdrage die zij zullen leveren. Als de optelsom van de nationale bijdragen niet zou leiden tot de realisatie van de Europese 32 procentdoelstelling, kan de Europese Commissie aanbevelingen geven om hun doelstellingen te verhogen. De Europese Commissie kan echter niet zomaar een lidstaat juridisch verplichten om bepaalde hogere 2030-doelstellingen aan te nemen. Ik weet dat daar wat twijfel en discussie over bestaat.

Ik ben ervan overtuigd dat de doelstelling van 32 procent door alle lidstaten samen kan worden gehaald. En vanuit Vlaanderen zullen we op een ambitieuze, doordachte en financieel verantwoorde manier ons steentje bijdragen.

In de Europese governanceverordening die vorige week is aangenomen, wordt een formule opgenomen waarop de Europese Commissie zich kan baseren om voor de lidstaten te berekenen wat hun bijdrage zou kunnen zijn. Het resultaat van deze berekening heeft enkel een indicatieve waarde. In deze formule wordt ook rekening gehouden met het kostenefficiënte potentieel van de lidstaten. De Europese Commissie kent de contouren van het potentieel voor hernieuwbare energie in België en in Vlaanderen, bijvoorbeeld de densiteit van de bevolking.

Mijnheer Tobback, de opmaak van het energieplan zit inderdaad in een eindfase. Als het is goedgekeurd, wordt dit geïntegreerd in het nationaal energie- en klimaatplan. Dit ontwerpplan moet tegen eind dit jaar worden voorgelegd aan de Europese Commissie. De Commissie zal deze plannen evalueren en controleren of de bijdragen van de lidstaten voldoende zijn om de vooropgestelde 32 procent te bereiken. Indien bijsturingen nodig zijn, zal dit door de Commissie worden aangegeven, en tegen eind volgend jaar, eind 2019 dus, moeten dan eventueel bijgestuurde plannen worden ingediend, als we dat wensen.

Het is in het kader van deze klimaat- en energieplannen dat de Belgische bijdrage en de impact van het voorgestelde scenario zullen worden onderzocht. Daarbij kunnen we een beroep doen op eerdere studies en op bijkomende simulaties met modellen die door het Planbureau werden opgesteld. In de gezamenlijke Nationale Klimaatcommissie-ENOVER (Energieoverleg) werkgroep prognoses onder voorzitterschap van het Planbureau, zullen de komende maanden verdere analyses worden uitgevoerd. U vroeg: kunnen we dat niet zelf? Ja, we zijn daarmee bezig. Onder het voorzitterschap van het Planbureau zijn we daarmee bezig.

Mijnheer Bothuyne, het SERV-advies ‘Brede blik op energie- en klimaatdoelen 2030’ is zeer welkom en omvat verschillende waardevolle elementen, waarvan ik er een aantal wil aanstippen.

De door de SERV geïdentificeerde nood aan een sterkere integratie tussen het energie- en klimaatbeleid en het beleid inzake economie, ondernemen en innovatie is een element dat ik volledig kan onderschrijven, en waarvoor op het terrein reeds inspanningen worden geleverd, onder andere in het kader van de energiebeleidsovereenkomsten en de speerpuntcluster Flux50. De energieadministratie is ook betrokken bij een verkennende studie ter voorbereiding van de ontwikkeling van een industriële low carbon roadmap voor Vlaanderen.

De SERV vraagt om het overleg op te starten over de Vlaamse bijdrage aan het nationaal energie- en klimaatplan 2021-2030. De voorbije jaren is er hierover in het kader van het traject Stroomversnelling uiteraard al een uitgebreid voorbereidingstraject geweest waarbij heel wat stakeholders, waaronder de SERV, werden betrokken. Nu wordt een verder consultatietraject besproken.

De Europese planningsverplichtingen gelden voor de lidstaat België. In samenwerking tussen de gewesten en de federale overheid zal er dus een geïntegreerd Belgisch nationaal energie- en klimaatplan 2021-2030 worden opgemaakt. Het uitgewerkte interfederaal Energiepact zet als ambitienota de grote lijnen uit voor de noodzakelijke energietransitie en vormt als dusdanig een belangrijk beleidskader. Onder andere omtrent de defossilisering van de verwarming van onze gebouwen zijn in het energiepact verschillende acties opgenomen.

Eerst en vooral zal er een plan worden uitgewerkt voor de ontwikkeling van alle hernieuwbare-energietechnologieën, rekening houdend met het type warmtedrager. Er zal ook een afbouwtraject voor installatie op mazout en fossiel gas worden opgestart. De ombouw van centrale verwarming op basis van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare alternatieven en warmtenetten zal worden gestimuleerd. Er zal een kosten-batenanalyse worden opgesteld om te bepalen welke koude- en/of warmteproductie het meest aangewezen is, rekening houdend met verschillende mogelijkheden die allemaal koolstofarm zijn.

De politieke bespreking van het Energieplan 2030 is reeds lopende. Het onderdeel energie werd al een eerste maal besproken door de Vlaamse Regering. U zult zich herinneren dat de minister-president enkele keren heeft verklaard dat ik voor 1 juli voorstellen moest doen aan de regering. Mijn voorstel ligt al op tafel. De doelstellingen die bottom-up zijn berekend door mijn administratie, zijn volgens mijn inschatting realistisch. Bijvoorbeeld tegen 2030 zouden we 6,7 gigawatt zon moeten kunnen halen. Ik zeg dat speciaal als het gaat over de zon, want de berekeningen van VITO over het aantal geschikte daken voor zonne-energie in Vlaanderen zijn heel duidelijk. Er is nog heel wat onbenut. In Limburg heeft 6,6 procent van de geschikte daken vandaag PV-installaties. Dat betekent dat meer dan 93 procent van de daken nog altijd onbenut is. Het aandeel van West-Vlaanderen in de geschikte daken is 3,8 procent. Dat betekent dat daar nog meer dan 96 procent onbenut is. Als alle provincies, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, mijnheer Tobback, en Antwerpen hetzelfde zouden doen als Limburg, werd er berekend dat we de doelstellingen 2020 al zouden hebben behaald.

Mensen die dus twijfelen over zonne-energie en over het nut ervan: vandaag hebben we de duidelijke boodschap gekregen dat zonne-energie op dit moment boomt in capaciteit. We moeten er wel een klein detail bij vertellen, namelijk dat er misschien wat stof ligt op de zonnepanelen omdat het niet genoeg regent. Dat neemt niet weg dat we vandaag records neerzetten. Zon en wind samen zorgen ervoor dat we voldoende produceren. Als we dat kunnen aanvullen met flexibele installaties, dan bewijst dat eens te meer dat het wel degelijk kan.

Wat betreft energie-efficiëntie zal een doorgedreven renovatie aan de orde zijn zonder dat de gezinnen hier financieel op inboeten. Ook bedrijven en de industrie zullen hun bijdrage moeten leveren, maar de doelstellingen moeten redelijk zijn zodat er ook nog economische groei mogelijk is.

Dit energieplan zal de Vlaamse bijdrage tot de Europese doelstellingen inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energie vastleggen en beschrijven. Een goede waarnemer merkt dat ik er inzake hernieuwbare energie geen enkele twijfel over laat bestaan: ik geloof daar volop in. Ik heb wel nog een aantal bedenkingen over energie-efficiëntie. Het moet realistisch blijven en we moeten zorgen dat de bedrijven nog kunnen groeien in Vlaanderen, anders maken we het onszelf wel heel moeilijk. Ik hoop dat de Vlaamse Regering snel tot een beslissing kan komen.

Om een concreet ontwerp van Belgisch nationaal energie-en klimaatplan 2021-2030 uit te werken dat tegen eind 2018 aan de Europese Commissie zal worden bezorgd, is door ENOVER en de Nationale Klimaatcommissie overeengekomen dat de verschillende Belgische entiteiten tegen uiterlijk 15 juli 2018 – dat is volgende week – hun energie- en klimaatbeleidsplannen finaliseren. Voor alle duidelijkheid: dat is de dag waarop België waarschijnlijk de finale zal spelen.

Op basis van deze insteken zal een interfederale ambtelijke werkgroep met leden van zowel de energie- als klimaatfilière vervolgens een geïntegreerd Belgisch plan opmaken. In het najaar wordt deze ontwerpversie voorgelegd aan ENOVER en de Nationale Klimaatcommissie. Na goedkeuring wordt het ontwerp van Belgisch nationaal energie-en klimaatplan vervolgens eind 2018 aan de Europese Commissie genotificeerd.

Aangezien momenteel het overleg nog binnen de regering wordt gevoerd, is het Vlaams Parlement of het interparlementair klimaatoverleg nog niet betrokken. U weet ook dat de governance-verordening heeft gepland om in twee stappen te komen tot een eerste geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan. Het plan dat eind dit jaar aan de Europese Commissie zal worden bezorgd, is dus een eerste draft.

Ik zal advies vragen aan de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) als het Vlaamse plan door de Vlaamse Regering is goedgekeurd. Ook de Europese Commissie zal aanbevelingen geven in de eerste helft van 2019, waarna een iteratief proces is gepland om tot definitieve plannen te komen. Het is in diezelfde periode dat een consultatie van de parlementen me ideaal lijkt. Op die manier kunnen alle adviezen en suggesties op de ontwerpplannen simultaan en afgestemd worden verwerkt.

Maar ik zit, net zoals het Belgische elftal, met mijn werkzaamheden alvast op schema om 15 juli te halen.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, een ander antwoord zou me hebben verbaasd, maar op zich hebben we daar op deze manier natuurlijk niet veel aan. Het is niet defaitistisch, zoals collega Bothuyne zegt. Ik wil helemaal niet defaitistisch zijn, ik wil geloven… Om te beginnen, minister, geloof ik 200 procent dat u vanaf het begin van de dag tot het eind van de dag bezig bent met te proberen de zon te laten schijnen en wind te maken. Dat ga ik geen seconde betwisten.

Ik kan alleen maar vaststellen dat als puntje bij paaltje komt, u dat doet in het parlement, dat u dat doet bij het presenteren van zon- en windplannen en bij het geven van interviews, maar als het erom gaat met de Vlaamse Regering stelling en standpunten in te nemen, boter bij de vis te leveren, de kaarten op tafel te leggen en niet alleen maar te zeggen dat we dat gaan proberen, maar ook dat u het echt gelooft en dat u zich gaat engageren, dan is het antwoord ‘neen’, want dan doet u het niet. Zowel bij intern Belgisch overleg als bij Europese onderhandelingen staat u met alle voeten tegelijk op de rem, bent u het blok aan het been, wilt u niet dat de doelstellingen omhoog gaan. U zegt hier dat u ze gaat halen, maar u zegt tegen Europa: we willen ze niet. U zegt hier dat u erin gelooft, maar u bent niet bereid er uw handtekening onder te zetten. U geeft er wel verklaringen over, maar u wilt geen engagementen.

Daarvoor bestaan heel veel lelijke woorden, maar ik ga die niet gebruiken. Alleen, collega Bothuyne, het is wel heel erg moeilijk om bij dit soort tegenstellingen tussen de grote verklaringen en de daden die zouden kunnen leiden tot een engagement, niet een beetje moedeloos en twijfelend te worden. Als je ziet hoe ongelooflijk veel vragen er worden gesteld bij die hele mooie worden, minister, die u elke keer weer opnieuw op tafel legt, maar die u nooit ondersteunt met concrete engagementen …

Er zullen groene jobs komen, als we ze tenminste willen, als we ons tenminste als een geloofwaardige locatie presenteren voor het aanbieden van die groene jobs, als we de investeringen in energie-efficiëntie ook echt willen doen en pushen, als we daar eisen voor op tafel willen leggen en regels voor maken. In het andere geval zullen ze wel ergens anders gebeuren.

Minister, u maakt mij nogal ongerust als u daarnet zegt dat we toch moeten opletten dat de doelstellingen die we hebben, geen rem op de groei zouden zijn, zeker als het gaat over energie-efficiëntie. We zijn het er toch allemaal over eens dat als we proberen te investeren en te pushen in groei in niet-efficiënte bedrijven en sectoren, dat we waanzinnig dom bezig zijn, laat staan zelfs maar door ze proberen in stand te houden. Dat is zelfs niet kortzichtig, dat is proberen achteruit te kijken wat u in de praktijk doet.

Minister, ofwel wilt u klaar en duidelijk zeggen: daar gaan we naartoe, dat zijn onze ambities, dat zijn onze engagementen en daar willen we echt onze handtekening onder zetten, en daar gaan we ons voor smijten, niet alleen in woorden en in winst maken, maar ook in daden, in bouwen en de schop in de grond steken, ofwel is het allemaal een beetje om te lachen. Daar kun je even mee wegkomen, maar dat kun je geen jaren aan een stuk blijven doen. Die dubbelzinnigheid tussen wat er gebeurt voor de camera's en wat er gebeurt op onderhandelingstafels, die is toch echt niet houdbaar. Ik hoop dat u dat toch begrijpt, dat dat soort dingen naar boven zullen blijven komen.

Ik ben blij dat collega Bothuyne de vraag heeft gesteld over het nationaal energie- en klimaatplan. In de resolutie die we allemaal samen hebben goedgekeurd, is er ook gevraagd vanuit de verschillende parlementen, dus ook dit, om bij de opmaak ervan al betrokken te zijn vanuit het parlement, niet om het achteraf gepresenteerd te krijgen zoals de Europese Commissie het zal gepresenteerd krijgen, maar om vanaf dag één betrokken te zijn bij de opmaak. Collega Schiltz, ik zie u knikken, dat siert u.

Minister, wat u hier voorstelt als procedure, is: we gaan het in de regering achter gesloten deuren bespreken, want daar kunnen we de tegenstellingen die er bestaan in de regering, toedekken. Als het af is, als we al de puzzels hebben gelegd, als we iedereen zijn gezicht hebben laten redden, dan mag het parlement, ongeveer een week voor het naar de Europese Commissie gaat, het ook nog eens zien. Dan hoeven we onze tegenstellingen niet te verstoppen. Dat u die niet kunt blijven verstoppen achter mooie verklaringen, minister, dat is wel duidelijk. Dan zijn we er ineens ook vanaf.

Ik wil dan ook de vraag van collega Bothuyne ondersteunen, en van alle collega's die de resolutie hebben gestemd: kom daar nu mee naar hier en naar de verschillende parlementen. U hebt een voorbeeld gegeven van wat mogelijk is. Waarom krijgen we niet het volledige pakket van wat er op tafel ligt, van wat er zou kunnen in het kader van het Vlaamse engagement en de Vlaamse bijdragen tot een klimaat- en energieplan? Waarom komt dat hier niet allemaal in het parlement aan bod? Het zou een zeer boeiende discussie kunnen zijn. Als die gezamenlijke opmaak toch al bij de regering ligt, laat ons dat dan doen. Als u echt de daad bij het woord wilt voegen, denk ik dat u meer steun zou kunnen vinden in dit parlement dan in sommige delen van uw regering als ik zie hoe het er in de afgelopen maanden aan toegaat op dit domein. Het is dus een aanbod om u te helpen.

U zegt: ‘Ik denk dat het kan.’ Wel, ik denk dat ook. Ik denk zelfs dat we er alle belang bij hebben. Laat ons dit dus alstublieft samen aanpakken. Maar dan wel in het kader van concrete engagementen en niet van verklaringen hier en vervolgens steenkoolland spelen aan de onderhandelingstafel op Europees niveau – want dat is wat u daadwerkelijk hebt gedaan. Onze beste bondgenoten in dit land in deze discussie zijn de Polen en de Hongaren, terwijl alle ons omliggende landen al lang hebben gekozen voor de stap vooruit en ons opnieuw dreigen achter te laten als we niet opletten.

Vlaanderen heeft er toch geen enkel belang bij om in de bezemwagen te stappen wanneer het gaat over de doelstellingen inzake hernieuwbare energie, inzake energie-efficiëntie. Als we niet vooruitlopen, dan bollen we achteruit op die berg, minister. En ik kan me echt niet voorstellen dat u dat écht zou willen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik zal ingaan op een aantal elementen. Ik moet collega Dochy bijtreden, die u wilde corrigeren. We zullen op 15 juli uiteraard niet zomaar de finale spelen, we zullen ze ook effectief winnen. En dat is ook hetgeen we van u verwachten, als het gaat over het energiebeleid. En dat het kan, bewijzen inderdaad ook andere landen. Duitsland heeft dit jaar voor het eerst meer dan 40 procent hernieuwbare elektriciteitsproductie. Vorig jaar was dat tijdens dezelfde periode ongeveer 37 procent. Ook daar worden dus stappen vooruitgezet. En we kunnen zeker niet achterblijven.

Ik ben blij dat u zegt dat u uw huiswerk klaar hebt. Het is ook belangrijk dat deze regering tegen 15 juli effectief landt met de bijdrage in ontwerp voor het nationaal energie- en klimaatplan. Vlaanderen moet ook binnen de Belgische context een koploper zijn in dit debat, zowel qua timing als qua inhoud.

U zegt dat u wat betreft zonne-energie rekent op 6,7 gigawatt tegen 2030. Kunt u ook een indicatie geven wat betreft windenergie, bijvoorbeeld ook biomassa – op dit moment is biomassa immers nog altijd een bijzonder belangrijk onderdeel van onze hernieuwbare energiemix – en eventuele andere bronnen van hernieuwbare energie die u plaatst in de energiemix om de doelstellingen te bereiken tegen 2030?

Ik volg u volledig wanneer u het in verband met energie-efficiëntie hebt over een grootschalige renovatie, maar dan zonder kosten voor de gezinnen. Het lijkt mij belangrijk om op het vlak van energie-efficiëntie niet alleen doelstellingen af te spreken, maar ook tussentijdse heel concrete doelstellingen af te spreken. Minister, bent u bereid om zulke tussentijdse doelstellingen te formuleren? Hebt u daarin voorzien in uw plan?

Naast doelstellingen zijn er ook concrete maatregelen nodig. Renovatie is uiteraard bijzonder belangrijk. Industrie en kmo's zijn ook bijzonder belangrijk. Uiteraard willen we economische groei verder ondersteunen. Maar ook hier zullen we op het vlak van energie-efficiëntie stappen vooruit moeten zetten. Zult u bijvoorbeeld de doelstellingen in het kader van de energiebeleidsovereenkomsten verder aanscherpen door meer investeringen te vergen dan er vandaag worden gevraagd van de bedrijven in zo'n overeenkomst? Of ziet u nog andere concrete maatregelen? Kunt u daarover wat meer concrete informatie geven?

Tot slot, het SERV-advies was interessant, niet alleen wegens de aanpak die ze vooropstellen – met een breed draagvlak, de betrokkenheid van parlement en andere maatschappelijke actoren –, maar ook wegens de systeemaanpak, waarbij men ook kijkt naar de CO2-uitstoot buiten de landsgrenzen en waarbij men ook de totale keten van bijvoorbeeld energieproductie, zoals we hier eerder al hebben besproken, in ogenschouw neemt. Het is dan een soort levenscyclusanalyse van bijvoorbeeld hernieuwbare energieproducenten en instrumenten daaromtrent. Hanteert u dat ook in uw plannen?

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik wil graag geloven dat u op bepaalde deelaspecten heel hard uw best doet om de energietransitie vorm te geven. Maar ik twijfel eraan of dat bij de rest van uw regering ook het geval is. En als u spreekt, spreekt u, naar ik aanneem, niet enkel in uw eigen naam, maar vooral in naam van de Vlaamse Regering.

Wanneer ik minister-president Bourgeois, soms ook uzelf en zeker minister Schauvliege hoor spreken, heb ik heel sterk het gevoel dat men soms blij is om zo weinig mogelijk te moeten doen, om te proberen uitzonderingen te vragen, om op de rem te gaan staan. Men vindt altijd wel argumenten om zaken niet te hoeven te doen die men eigenlijk wel zou moeten doen. Ik vind dat heel jammer. En ik geloof zelfs dat u dat ook soms jammer vindt, maar dat u dan, gedwongen in het carcan van deze regering, toch niet anders kunt.

Ik vind het jammer dat collega Gryffroy niet aanwezig is, want anders zou ik hem daarover aanspreken. Ik stel namelijk vast dat hij ook heel vaak op de rem staat, terwijl hij eigenlijk het gaspedaal zou moeten induwen.

In verband met de energietransitie, zijn er een aantal werven die heel hardnekkig zijn en waarin ik heel weinig vooruitgang zie. De Europese Commissie heeft uw Vlaamse Regering daarvoor eind 2017 gewaarschuwd. Ik haal het voorbeeld aan van transport. Dat is een heel hardnekkige sector. Het is heel moeilijk om die sector te laten bewegen wat betreft de vermindering van CO2-uitstoot of om hernieuwbare energie daar ingang te laten vinden. Landbouw is ook zo’n sector, net als gebouwverwarming.

Een aantal jaren geleden hebt u heel ambitieus het Energierenovatiepact gelanceerd. Ik vond dat toen, en vind het nog steeds, heel belangrijk en ik geloofde daar toen ook in. Maar als ik zie wat de resultaten daarvan zijn, dan stemt me dat toch redelijk ongerust en ongelukkig. In die drie domeinen – transport, landbouw en gebouwverwarming – beweegt er veel te weinig. En natuurlijk zijn er een aantal ad-hocsuccesjes – dat zou er nog aan mankeren. Maar om een echte energietransitie te laten plaatsvinden, moet er veel meer gebeuren.

Ik hoop oprecht dat u tegen 15 juli inderdaad met een ambitieus plan komt, met tussentijdse doelstellingen en concrete actieplannen, die effectief worden geïmplementeerd. Want ik stel vast dat er inderdaad wel heel veel plannen worden gemaakt, maar dat de uitvoering daarvan op een aantal vlakken achterwege blijft. En natuurlijk communiceert u over de dingen die goed gaan en die succesvol zijn, zoals de zonnepanelen. Maar over heel wat andere domeinen, zoals transport, landbouw en gebouwverwarming hoor ik u inderdaad heel weinig spreken.

Minister, zult u tegen de volgende ministerraad een ambitieus plan hebben – u zegt dat het er al ligt – zodat we mee fier kunnen zijn op deze Vlaamse Regering en zodat we 11 juli een beetje in majeur kunnen vieren?

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, u bent optimistisch wat betreft het halen van de doelstellingen tegen 2020. U kijkt dan een beetje in onze richting, omdat wij ons ooit wat pessimistischer hebben uitgelaten. Maar dat betrof dan vooral de periode na 2020, want ik denk dat het dan inderdaad moeilijker zal zijn. Bovendien weet u dat we nog altijd een kloof van 1400 gigawattuur hernieuwbare energie te dichten hebben. Een beetje marge, wat extra ruimte, wat extra zuurstof op dat gebied is dus zeker welkom en nuttig.

Maar het is goed dat u op schema zit. Het is in elk geval een goede zaak dat het vooruitgaat.

Minister, ik heb een niet onbelangrijke vraag. Er is iets dat wij ons af en toe afvragen. Er is al heel wat cijfermateriaal, er liggen al heel wat prognoses op tafel. Maar hebben wij vandaag al een grondige analyse met een kostenraming, zodat wij ook voor Vlaanderen goed kunnen aangeven welke trajecten voor de verschillende sectoren op het gebied van kostenefficiëntie het beste zijn? Zijn wij momenteel voldoende beslagen op dat vlak? Hebben wij voldoende materiaal om die oefening te maken? Want het is toch een belangrijke oefening. We hebben het er vaak over. De inspanningen die wij doen, moeten zo kostenefficiënt mogelijk gebeuren, maar zijn we daarvoor al voldoende geëquipeerd? Hebben we daarover voldoende materiaal?

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega's, ik dank u. Alweer een zeer boeiend debat in dit Vlaams Parlement.

Het is wel opvallend dat de oppositie precies meer bezorgd is over de coherentie, de samenhang en de goede ploegsfeer – ik dacht dat ik geen voetbaltermen zou gebruiken, maar ik doe het dan toch. De goede ploegsfeer in de Vlaamse Regering is blijkbaar belangrijker dan welke vooruitgang we boeken in het halen van de doelstellingen inzake hernieuwbare energie. Dat is heel opvallend.

Ik zie hier voor mij een minister zitten die nu een berichtje uitwisselt met zijn medewerker, maar in het algemeen volop bezig is om hernieuwbare energie zo goed mogelijk te promoten, om niet op de rem te gaan staan, maar integendeel vol vooruit te kunnen gaan. Er is natuurlijk wel een verschil. We zijn in het verleden al eens vol vooruit gegaan, met zonnepanelen. Maar dat was niet zo doordacht. Daarvoor moeten we nu nog altijd de kost betalen. Het heeft wel wat tijd kost om dat recht te trekken. En dat is gelukkig gebeurd.

Dus, collega, hier vol ‘goesting’ en vol voluntarisme zeggen ‘We moeten 50 procent hernieuwbare energie halen, tegen 2040 moeten we 70 procent halen en in 2050 willen we 100 procent hernieuwbare energie’: ja, dat willen wij zeker, dat willen we allemaal, maar je moet het dan ook nog realiseren.

En opnieuw, het verschil is dat deze regering dat niet alleen met belastinggeld zal doen. Je moet daarvoor investeringskracht van burgers en bedrijven aanboren. Je moet dus op zoek gaan naar kaders om die investeringen los te maken. Zulke kaders verwachten wij in het nationaal energie- en klimaatplan. Ik vermoed dat die daarin zullen staan.

Maar, minister, het is volgens mij inderdaad wel een legitieme vraag dat het parlement vrij vroeg in het proces op de hoogte wordt gesteld en dat we het debat mee kunnen voeren terwijl ook de stappen worden gezet om tot een finale validatie daarvan te komen.

Er is een reden waarom dat belangrijk is, minister. Ik zie u doodgraag. Maar het is helemaal niet zeker dat u over een paar jaar nog altijd minister van Energie bent. En zo'n plan moet langer meegaan dan een legislatuur. Het moet liefst langer meegaan dan twee legislaturen, dat is tot 2030. En als je langetermijnplannen gevalideerd wilt krijgen en daarvoor draagvlak moet krijgen, moet je er niet alleen voor zorgen dat de SERV of andere betrokken partijen en sectorfederaties daarover hun licht hebben laten schijnen, maar ook dat het parlement zo breed mogelijk mee is. En het voordeel is dat we inderdaad, mijnheer Tobback, al een klimaatresolutie hebben goedgekeurd met een zeer brede meerderheid. Er zit veel vervat in die klimaatresolutie. Ik ben er zeker van dat de minister daaruit inspiratie zal hebben geput. Af en toe zien we dingen opduiken die daaraan refereren.

Minister, ik heb een aantal concrete vragen, los van mijn algemene beschouwingen. Op welke maatregelen wilt u voor uw bevoegdheidsdomein prioritair inzetten in dat nationaal energie- en klimaatplan? Zijn er volgens u nog struikelblokken die moeten worden weggewerkt, eventueel met het parlement, met sectorfederaties of andere stakeholders?

We zien vandaag stelselmatig hier en daar meer nieuws opduiken, het is nog geen groot nieuws, maar er wordt gezocht, er wordt verkend, er worden studies besteld over een koolstofprijs. Minister, luister goed, mijn bijkomende vraag is: zal het nationaal energie-en klimaatplan gewag maken van de uitwerking van de invoering van een koolstofprijs voor de niet-ETS-sectoren (emissions trading scheme)? U hebt het vast al gehoord in andere toelichtingen en u weet het ongetwijfeld ook: in de niet-ETS-sector is er nog heel wat winst te boeken om het energieverbruik proper te maken en onze doelstellingen te halen.

Ik kijk uit naar uw antwoord.

De heer Dochy heeft het woord.

Ik denk dat niemand in deze commissie betwijfelt dat onze minister een bijzondere ambassadeur is voor de hernieuwbare energie. Hij is in het parlement de zon in huis en desnoods maakt hij de wind zelf. In elk geval chapeau voor hetgeen op dat vlak allemaal wordt gerealiseerd en voor het voluntarisme waarmee u de sector van de hernieuwbare energie vleugels geeft.

Ten behoeve van de documentatie van de heer Danen, wil ik twee elementen meegeven. Mijnheer Danen, ten eerste, u verwijst naar de landbouwsector, die een heel belangrijke bijdrage kan leveren in de toekomst voor het klimaat. Maar de landbouwsector is vandaag de enige sector die meer elektriciteit produceert dan hij verbruikt. Ten tweede, de landbouwsector is ook de sector die tussen 1990 en 2014 27 procent van de CO2-uitstoot van zijn eigen productie heeft gereduceerd. Dit gewoon te uwer informatie.

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Tobback, ik voel mij vandaag een beetje zoals Roberto Martinez. Hij boekte gisteren een klinkende overwinning en staat in de kwartfinales, bij de beste acht van de wereld. En dan nóg krijgt hij bakken kritiek.

Dat is een beetje wat u vandaag met mij doet. Ik haal de engagementen van 2016 en 2017. In 2016 ben ik minister van Energie geworden. Vandaag zijn we 2018. In de jaren dat ik verantwoordelijk ben voor hernieuwbare energie, haal ik die cijfers, met overschot. En nóg is het niet goed voor u. Want u zit hier eerlijk gezegd te kwebbelen: ‘U praat, maar u haalt geen resultaten.’

Ik haal ze wel, zoals Martinez ook de kwartfinale heeft bereikt. U kunt zich dan de vraag stellen of ik die kwartfinale wel zal overleven. We zullen in 2018 zien of ik die doelstelling in 2018 ook haal. Dat kan ik nu nog niet zeggen. Ik kan u alleszins al wel meegeven dat we op de goede weg zijn.

Mijnheer Vandaele, u moet zich niet te veel zorgen maken over 2020, want op dit moment halen we de doelstellingen. Er is een Zonneplan, er is een Windplan, er is een Warmteplan.

U kunt wel verwijzen naar het internationale niveau, mijnheer Tobback, maar ik hoef het u toch niet te leren. U bent federaal minister geweest, u bent partijvoorzitter geweest, u bent bijna alles geweest wat u kon zijn: u weet perfect hoe de zaken in elkaar zitten. Het is niet de Vlaamse minister voor Energie die het standpunt van België vertolkt in Europa. Het is de federale minister die overleg pleegt met de gewesten en dan bekijkt welk standpunt daar voorgelegd moet worden. U weet zeer goed dat er alleen maar een standpunt voorgelegd kan worden als iedereen het ermee eens is: alle gewesten, het federale niveau en alle partijen in een regering. Als dat niet het geval is, dan onthoudt België zich.

Als het gaat over hernieuwbare energie, zijn er inderdaad wat meningsverschillen over energie-efficiëntie. Op dit moment behoor ik tot diegenen die zeggen dat het wel haalbaar moet blijven. Het moet realistisch blijven. Voor hernieuwbare energie laat ik daar, met het Europese cijfer, niet veel twijfel over bestaan. Als we dat echt willen, dan doen we dat.

Voor energie-efficiëntie is dat natuurlijk wel iets anders. Dan gaan we naar iets wat ik niet graag doe, mijnheer Danen, en wat ik zo lang mogelijk zal uitstellen, namelijk verplichten en verbieden. Dat is, mijnheer Tobback, gewone mensen op kosten jagen terwijl ze daar de middelen niet voor hebben. Wel, daar pas ik dus voor. Ik zal ook bedrijven geen zaken opleggen waardoor ze beslissen om hier weg te trekken, mijnheer Tobback. Ik wil wel nog bedrijven in Vlaanderen. U misschien niet, maar ik wel. Dat is het grote verschil tussen ons.

Met andere woorden: ik denk dat ik mijn twijfels mag uiten. Dat betekent niet dat ik niet ambitieus ben. Ik begin altijd met te zeggen – ik zeg het overal in Vlaanderen waar het gezegd moet worden – dat energie-efficiëntie de eerste opdracht is van iedereen. Ik daag u uit om al mijn presentaties in heel Vlaanderen de voorbije twee jaar te bekijken: ik begin nergens met hernieuwbare energie, ik begin altijd met energie-efficiëntie en energiebesparing. Energiebesparing is ongelooflijk belangrijk. Het moet echter ook haalbaar blijven voor de mensen. Het moet haalbaar blijven voor de overheden, mijnheer Tobback, ook voor de gemeentebesturen. Het moet haalbaar blijven voor de bedrijven. Dus met andere woorden: ik denk dat de berekeningswijze die men op dit moment in Europa gebruikt, heel ambitieus is. Ik mag er toch wel even mijn twijfels bij hebben of dit realistisch en haalbaar is.

Betekent dit dat ik er niet wil geraken? Neen. Dat betekent dat ik zeg: als we dat willen halen tegen 2030, dan zullen we een rem zetten op onze eigen economie en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Op de groene economie zal er geen rem gezet worden. Ik ben namelijk ook diegene die overal zegt: groene economie betekent jobs en betekent meerwaarde. Dat is goed voor het land. Als het gaat over de vraag of we ergens anders energie moeten inkopen omdat we de doelstellingen niet halen, ben ik ook altijd diegene die zegt dat we dat niet doen. We gaan het hier doen, we gaan het niet halen in de Baltische staten als dat niet nodig is. We gaan hier produceren, we gaan hier zonnepanelen plaatsen, we gaan hier windmolens plaatsen, omdat onze eigen mensen daar ook belang bij hebben.

Ik steek ook niets weg, mijnheer Tobback. Er is openbaarheid van bestuur. Dat betekent dat u van mij alles mag weten. Trouwens, de cijfers die vandaag gehanteerd worden in het energieplan, verschenen eerder al officieel op de website van het Vlaams Energieagentschap. Ik steek dat niet weg. Als u een debat wilt voeren, ben ik daar altijd toe bereid. We zijn dat trouwens op dit moment aan het doen. Ik denk dan ook dat het niet helemaal correct is om ons te klasseren als steenkoolland, mijnheer Tobback.

Ons land was een van de eerste om de verklaring te ondertekenen. Ons land is ook een van de weinige landen die geen steenkool meer gebruiken voor elektriciteitsproductie, wat in andere landen wel het geval is.

Mijnheer Bothuyne, ik wens een koploper te zijn. Inderdaad, voor zonne-energie mikt het Vlaams Energieagentschap – niet ik – op een haalbare productie van 6,7 gigawatt. Dat lijkt me ook logisch. Volgens de doelstellingen 2020 zouden we 3,3 gigawatt moeten halen binnen twee jaar, mijnheer Vandaele. Dat is haalbaar. We zijn daarnaartoe aan het groeien. Ik zei het daarnet al. We bereiken de resultaten. We kunnen natuurlijk voor ons eigen gemak zeggen dat we daar wat vanaf doen. Ik merk echter dat we in Limburg 6,6 halen en in West-Vlaanderen 3,8. Dan zou ik zeggen, mijnheer Vandaele: als u in De Haan straks doet wat uw goede vriend Peumans in Riemst doet, dan zijn we goed bezig. Met andere woorden: er mag wat meer vanuit die andere provincies komen. U weet dat ik geen Limburger ben, maar niet zo ver van u woon. Op dat vlak ben ik best trots op wat Limburg doet. Limburg zet de toon op het vlak van hernieuwbare energie in dit land en krijgt nochtans minder zon en minder wind dan onze kust. Als er dus ergens iets zou moeten gebeuren, dan denk ik het in onze provincie is. Ik kijk daarvoor ook naar u, mijnheer Dochy. Daar zijn er de meeste mogelijkheden.

De inschattingen van het VEA zijn bekend, mijnheer Bothuyne: voor wind is dat 2,5 gigawatt, voor geothermie is dat 1260 gigawattuur, voor warmtepompen is dat 1894 gigawattuur en voor biobrandstoffen is dat 4013 gigawattuur. Zijn dat de cijfers die ook afgeklopt zullen worden? Neen. Ik zegt u alleen maar wat het Vlaams Energieagentschap, de administratie, haalbaar acht. Zal dat het eindresultaat zijn? Dat zullen we dan zien.

Ik kom nog eventjes terug op energie-efficiënte: mijn ambities liggen inderdaad hoog. Ik moet daarbij wel zeggen dat de verschillende sectoren ook zullen moeten aangeven aan mij wat ze kunnen en willen doen. Als het gaat over industrie, dan zal ik het moeten horen van collega Muyters, wat mogelijk en haalbaar is. Als het gaat over landbouw, dan zal ik het moeten horen van mijn lieve collega Schauvliege. Als het gaat over transport, moet ik het horen van de heer Weyts. Als het over wonen gaat, moet ik het horen van mevrouw Homans. Ik zal het niet allemaal uit mijn losse pols schudden. Het zijn de bevoegde ministers voor de verschillende sectoren die hun inbreng hebben, samen met mij, niet alleen wat energie betreft maar ook wat klimaat betreft. Daarover zal mevrouw Schauvliege haar verklaring afleggen. Wat energie en energie-efficiëntie betreft, zal het inderdaad bottom-up moeten komen vanuit die verschillende sectoren. Moet ik dat opleggen? Moet ik dat verbieden? Ik zeg het nogmaals: liever niet. Maar als ik het ergens opleg, zal ik het overal opleggen. Het zal dus bij mij niet zo zijn dat ik het opleg aan de gewone Vlamingen terwijl ik de industrie en de bedrijven gerust laat, of de landbouw omdat die het al moeilijk heeft. Het komt er voor iedereen of het komt er niet.

Mijnheer Bothuyne, ik denk dat de tussentijdse doelstellingen op een bepaald moment in de fasering naar 2030 wel gehaald zullen moeten worden op bepaalde vlakken. Als men blijft vasthouden aan het feit dat er niks nodig is en dat het niet vooruit moet gaan, en als de motivatie en stimulering en ambitie om een aantal dingen te behalen niet voldoende is, dan denk ik dat we finaal wel een aantal verplichtingen zullen moeten opleggen. Neem het me echter niet kwalijk dat ik dat als liberale minister toch niet als eerste middel gebruik en dat ik probeer iedereen, ook de bedrijven, te overtuigen om de handen aan de ploeg te slaan, om het in landbouwtermen uit te drukken.

Mijnheer Bothuyne, die levenscyclusanalyse waarover u het hebt, zit er voorlopig nog niet in.

Mijnheer Danen, ik keer nog eens terug op dat Belgisch standpunt. Politiek is ook een teamsport, net zoals voetbal. Ik begrijp dat sommige mensen het leuk vinden om te zeggen dat we een ambitieuze en een energieke minister van Energie hebben in Vlaanderen, maar dat het Belgisch standpunt dat in Europa vertolkt wordt, niet overeenkomt met zijn visie. Ja, dat kan wel zijn. Ik maakt echter deel uit van een ploeg, mijnheer Tobback, net zoals u dertig jaar deel uitgemaakt hebt van verschillende ploegen en het ook niet altijd uw standpunt was dat het haalde. Af en toe hebt u toch ook een aantal zaken moeten aanvaarden, omdat uw coalitiepartners destijds dat wilden. Soms hebt u er ook dingen door gekregen, die uw coalitiepartners niet wilden.

Mijnheer Danen, wat transport betreft, denk ik inderdaad dat we nog meer tandjes bij moeten steken. Ik ben ontgoocheld in het feit dat het inzake milieuvriendelijke voertuigen niet snel genoeg gaat in ons land. Vlaanderen doet het, ten opzichte van de rest van België, zeker niet slechter. Als ik echter zie wat in Nederland kan, als ik zie wat in andere landen kan, dan denk ik dat wij dat ook kunnen. Wij moeten dus – en ik gebruik niet graag ‘moeten’ maar in dezen doe ik het toch – wij moeten in de richting van milieuvriendelijke voertuigen evolueren.

Daarvoor moeten wij natuurlijk wel een aantal businessmodellen en een aantal concepten mee ondersteunen. Zo hebben we vorige week in Gent vier e-taxi’s gelanceerd, iets heel belangrijk. De taxisector is bereid om daarin mee te gaan. Ik denk dat we de zaak in de taxisector moeten versnellen. De bussen, zeker het openbaar vervoer, moeten versneld evolueren naar zero-emissievoertuigen. We moeten bekijken op welke manier we dat kunnen doen.

Wat het personenvervoer betreft, is de studie over een kilometerheffing ondertussen afgerond. Het is duidelijk dat we daar in de volgende regering werk van zullen maken. Ik denk dat dat ook echt noodzakelijk zal zijn. Ondertussen gaan we naar overgangen met compressed natural gas (cng) en moeten we ook waterstofwagens heel scherp in de gaten houden.

Ook deelauto’s zijn heel belangrijk. Ik heb onlangs de voorzitter van het Wit-Gele Kruis ontmoet, de heer Piet Vanthemsche. Hij zei dat het Wit-Gele Kruis zesduizend voertuigen wil omschakelen naar elektrische voertuigen. Dat is een derde van de vloot van de thuisverzorging. Als alle thuisverzorgers in dit land de komende jaren zullen overschakelen van fossiele brandstoffen naar elektrische voertuigen – die autootjes rijden trouwens niet zo veel kilometers per dag, maar wel in stedelijke of centrumgebieden – dan hebben we een flinke stap vooruit gezet. Het is in die voorbeelden dat we sneller moeten gaan.

Het kantelmoment komt inderdaad naderbij. Ik ben er vooral van overtuigd dat dat kantelmoment eraan komt omdat er op dit moment nog een aantal innovatieve technieken in de pijplijn zitten, die we altijd moeten monitoren en desnoods moeten bijsturen in de richting van die innovatie.

Mijnheer Vandaele, is er een grondige analyse met kostenraming? Ja, die ligt er. Ik begrijp niet goed dat men altijd maar vraagt naar meer studies. De heer Tobback vraagt ernaar en u vraagt ernaar. De analyse is gemaakt. Er is geen weg terug. Die kosten zijn geraamd. Mijn collega’s in de regering weten dus wat die kosten zijn.

Mijnheer Schiltz, voor alle duidelijkheid: als er een conceptnota gemaakt wordt, dan komt de conceptnota ook voor het Vlaams Parlement. Ik heb niks te verbergen. Zodra de regering de conceptnota heeft goedgekeurd, komt ze hier ter discussie.

Mijnheer Schiltz, u vraagt wat er prioritair is voor mij. Ik zal niet alles herhalen. Alles is prioritair binnen de verschillende subdomeinen. Wonen, zowel residentieel als niet-residentieel, transport, landbouw, industrie, hernieuwbare energie op zich … Voor alles is het op dit moment vijf voor twaalf en we moeten er volop voor gaan.

Dan nog een laatste vraag van de heer Schiltz: zit de koolstofprijs al in dat Klimaatplan? Neen, want dat is federale materie. Daar wordt een Belgisch standpunt ingenomen. Ik ben op dit moment bezig met het Vlaamse plan. Dat zit daar niet in.

Om te besluiten, mijnheer Dochy: ik ben blij met uw goedkeurende kritiek. Zeker de landbouw is heel belangrijk. Ik heb vandaag in de krant gelezen dat een collega van u in Veurne beslist heeft om renteloze leningen toe te kennen aan landbouwers die van plan zijn om kleinere windmolens te plaatsen. Ik denk dat dat cruciaal is. Ik ben daar heel tevreden mee, dat de stad Veurne dat gedaan heeft. Ik hoop dat het navolging krijgt in West-Vlaanderen en de rest van het land. Dat zal de kleine zelfstandige landbouwers ook de kans geven om hun energiefactuur op een betere manier te controleren, op een betere manier te beheren en op een betere manier in de hand te houden.

De heer Tobback heeft het woord.

Bedankt voor het voorlopige overzicht van mijn loopbaan, minister. Ik heb daarin inderdaad geleerd hoe standpuntbepaling op Belgisch niveau tot stand komt. Het is inderdaad namens de verschillende regeringen dat, in dit geval, de federale minister een standpunt mag innemen op een Europese raad. Daarom ben ik ook zo vrij geweest om even op zoek te gaan naar de verslagen van het overleg waarin dat standpunt tot stand is gekomen. Daaruit bleek dat zowat alle regeringen in dit land akkoord waren om stappen vooruit te zetten naar de doelstelling van 35 procent hernieuwbare energie, en dat degene die tegen alle anderen in, en ondanks waarschuwingen van alle anderen, de voet op de rem heeft gezet en zelfs niet verder wilde gaan dan 27 procent, de Vlaamse Regering was. Als u wilt, kan ik u dat verslag wel eens sturen, maar u hebt het ongetwijfeld ook.

Uw vertegenwoordiger was daar namelijk aanwezig want u bent degene die dat standpunt heeft ingenomen. Dat is uw standpunt namens uw regering, de Vlaamse Regering, die daar op alle mogelijke manieren op de rem heeft gestaan. De reden waarom België zich heeft onthouden, is omdat Vlaanderen niet mee wilde en omdat Vlaanderen, uw regering, uw ploeg, uw team, op de rem stond. Wie daarvoor verantwoordelijk is, u persoonlijk, uw medewerkster of uw coalitiepartners, dat weet ik niet. Dat moet u weten en daar mag u op antwoorden. Hoe dan ook is het uw verantwoordelijkheid. Als de Rode Duivels verliezen is het ook de schuld van Martinez. Ik neem aan dat de komende weken en maanden, zeker als we het nog een beetje verder brengen op het Wereldkampioenschap, heel velen zich zullen proberen te laven aan de zon van anderen, of het nu Roberto Martinez is of Kevin De Bruyne, en zullen proberen de dingen op hun naam te schrijven.

Minister, ik moet u zeggen dat ik de vergelijking in uw geval een beetje ongelukkig vind, want het verschil tussen u en Roberto Martinez is dat de ploeg van Roberto Martinez ondertussen effectief bij de beste acht van de wereld hoort terwijl u op dit ogenblik, zelfs tegenover de beste acht van Europa, misschien wel vooruitgaat maar tegenover de collega's en de concurrenten stap na stap achteruit gaat. De rest, zeker de omliggende landen met vergelijkbare economieën, gaat namelijk sneller vooruit dan u. Niemand hier heeft gezegd dat u niet een aantal realisaties doet, dat u het zelfs niet goed bedoelt, maar de realiteit is wel dat als de rest rapper blijft rijden dan wij, zich harder blijft engageren dan wij, wij dan, ook als we blijven vooruitgaan maar trager gaan, almaar meer achterstand oplopen. Dat is geen achterstand in mooie bedoelingen, minister, dat is geen achterstand in mooie plannen, dat is een achterstand in het aantrekken, in het vestigen van echte, nieuwe bedrijven met echte, nieuwe jobs, die ook voor de toekomst opportuniteiten bieden, die ook voor de toekomst duurzaam kunnen zijn en die economische groei tot stand kunnen brengen.

Misschien is het verschil tussen u en mij, minister, het volgende. Hoe meer tegenspraak u krijgt, en hoe meer u geconfronteerd wordt met de gebreken en de tegenstellingen in uw beleid, hoe harder u begint te roepen en hoe meer u persoonlijk wordt. Maar misschien is het verschil wel dat u op dit moment met handen en voeten gebonden bent aan een coalitie die u blijkbaar tegenhoudt om te doen wat u zegt dat u wilt doen, wat er eigenlijk op neerkomt dat ze vandaag een aantal dingen beschermt die op termijn dinosaurussen dreigen te worden en dat ondertussen de toekomstgerichte investeringen, de toekomstgerichte jobs en de toekomstgerichte bedrijven, in veel gevallen ook nog met in ons land ontwikkelde technologie, naar elders gaan. Dan eindigen we, minister, met een olifantenkerkhof en niet met een economie van de toekomst. Misschien is dat wel uw job, die u met wat meer overtuiging zou mogen doen, namelijk gaan voor die economie van de toekomst in plaats van wat u aan het doen bent, namelijk de dinosaurussen recht houden, vaak met geld van Belgische en Vlaamse gezinnen want het zijn zij die aan energieheffingen nog altijd een veelvoud betalen van wat bedrijven betalen. Waarom? Omdat we precies die inefficiënte bedrijven recht houden, die u met belastinggeld de poten omhoog houdt, terwijl we de nieuwe toekomstgerichte investeringen zien weggaan naar elders.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, ik heb de indruk dat collega Tobback iets verkeerd heeft gegeten deze middag, waardoor het wat moeilijker wordt om de realiteit te onderkennen. Ondanks de retoriek van sommigen die misschien wat defensiever zijn in hun aanpak, is onder deze regering effectief een recordniveau van investeringen in hernieuwbare energie bereikt, zonder oversubsidiëring, en worden onder deze regering wel degelijk stappen gezet in energiebesparing. Het is nu belangrijk – daarover gaat het hier – dat we sporen trekken voor de toekomst zodat we de ambities van vandaag kunnen doorvertalen naar hogere ambities en doelen voor de toekomst.

Europa heeft op dat vlak een kader gecreëerd. Het is jammer dat sommigen in ons land nog wat achterop lopen, maar Europa heeft de weg vooruit gekozen met duidelijke doelstellingen rond hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Wij vragen niet meer en niet minder dan dat deze Vlaamse Regering zich daarin inschakelt op een realistische maar toch ambitieuze manier. We zijn blij met een aantal elementen die op tafel zijn gelegd. Ik ben ook blij dat u aangeeft, minister, dat inzake energiebesparing allicht tussentijdse doelstellingen nodig zullen zijn en verbonden moeten worden aan concrete maatregelen, bijvoorbeeld op het vlak van wonen en mobiliteit.

Er is nog altijd geen goedgekeurd mobiliteitsplan van deze regering bijvoorbeeld. Op dat vlak moeten zeker nog grote stappen vooruit worden gezet. Ook als het gaat over energie-efficiëntie bij onze industrie en onze kmo's kunnen nog stappen vooruit worden gezet, zonder dat we de economische belangen of de economische groei schaden, integendeel.

Wat betreft hernieuwbare energie, heb ik goed begrepen dat u zich aansluit bij de prognoses van het VEA. Het VEA heeft ondertussen bewezen dat het op een realistische manier het potentieel in Vlaanderen kan inschatten. Ik denk dus dat we daar een goede basis hebben om tot een plan te komen. Wat ons betreft is het alleszins belangrijk dat we tegen de vooropgestelde timing midden juli dit jaar ons werkstuk neerleggen. We kijken ernaar uit en zullen ook in dit parlement daar graag het debat met u over aangaan.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.