U bent hier

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, na enkele incidenten in verschillende slachthuizen werd op 10 april 2017 een convenant afgesloten tussen u en de sectorfederatie Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV), waar onder andere de slachthuizen onder ressorteren.

Het convenant bestaat uit een vijftal hoofdstukken: cameratoezicht, animal welfare officer, doorlichting van de sector, opleiding en transparantie tussen de actoren. Binnen elk hoofdstuk werden engagementen afgesproken door beide ondertekenende partijen.

Het hoofdstuk doorlichting van de sector op het vlak van dierenwelzijn werd afgerond. We hebben ondertussen al een verslag gekregen van de Thomas More Hogeschool, die de doorlichting uitvoerde, en van FEBEV. De directeur van FEBEV heeft zijn ervaringen daarover hier meegegeven. We hebben gehoord dat er een zeer goede medewerking is geweest van de slachthuissector en dat iedereen in dit verhaal wil meegaan om het dierenwelzijn in de slachthuizen te verbeteren.

FEBEV bezorgde in aanloop naar de laatste hoorzitting een document ‘status convenant FEBEV’ op 14 juni 2018. Dit document geeft een stand van alle aangegane engagementen – dat zijn er 21 – en hoever het daarmee staat. Op een twaalftal punten is er nog heel weinig vooruitgang geboekt, is er een soort van stilstand, is er dus nog veel werk. Jammer genoeg wordt er vaak verwezen naar wat men noemt de bevoegde dienst. Ik neem aan dat die bevoegde dienst uw administratie Dierenwelzijn is, minister.

Minister, hoe gaat u om met de engagementen waarvoor nog niets is gebeurd? Is er een plan opgesteld om daar werk van te maken? De nog openstaande engagementen betreffen vaak de relatie met de dienst Dierenwelzijn. Hoe komt het dat na de gevoelige versterking van deze dienst – er zijn enkele personeelsleden bij gekomen – er nog zoveel werk voor de boeg is om dit convenant verder uit te werken?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik heb een overzicht gemaakt van de engagementen die de dienst Dierenwelzijn in het kader van dat convenant moet uitvoeren. U zult merken dat dit met betrekking tot de stand van zaken zeer goed meevalt.

Het eerste engagement is dat de dienst Dierenwelzijn de namen van de betrokken inspecteurs zal doorgeven aan het slachthuis zodat die mee op de lijst kunnen worden gezet van de personen die de camerabeelden kunnen bekijken. Zowel de dienst Dierenwelzijn als FEBEV zal de nodige stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat de privacywetgeving wordt gerespecteerd.

De juridische dienst van het Departement Omgeving heeft dit getoetst aan de privacywetgeving. In de Dierenwelzijnswet moet expliciet worden bepaald dat de beelden van de bewakingscamera’s kunnen worden gebruikt om vaststellingen te doen. Daarom hebben we hier verleden week, zij het in uitgesteld relais, in de commissie het ontwerp van decreet, waarin dat was vervat, goedgekeurd. We hebben daarvoor de rechtsbasis gecreëerd. Dat komt dus in orde.

Een tweede engagement: de dienst Dierenwelzijn onderzoekt de mogelijkheid om de animal welfare officer (AWO) te beschermen, vanaf het ogenblik dat hij een eventuele inbreuk meldt bij de dienst Dierenwelzijn totdat de dienst het dossier afsluit. Daarvoor hadden we een wettelijke basis nodig. Die is wel vervat in het ontwerp van decreet dat we hebben goedgekeurd. Er was wel een wettelijke basis vervat in het decreet op onverdoofd slachten, maar dat treedt pas in werking op 1 januari 2019. Om toch zo snel mogelijk van start te kunnen gaan, hebben we dat ook vervat in het ontwerp van decreet dat we in de schoot van deze commissie vorige week hebben goedgekeurd.

Het ontwerp van uitvoeringsbesluit ligt klaar. Zodra het ontwerp van decreet finaal is goedgekeurd, kunnen we overgaan tot de goedkeuring van dat besluit in de schoot van de Vlaamse Regering.

Een derde engagement: FEBEV en de dienst Dierenwelzijn werken samen toetsingscriteria uit voor de doorlichting van de slachthuizen. Dit is uiteraard gebeurd, dat hebben we hier besproken.

Een vierde engagement: de dienst Dierenwelzijn voorziet, samen met FEBEV, in periodieke opfristrainingen voor personeel dat in slachthuizen met levende dieren werkt en onderzoekt de mogelijkheid om de geldigheidsduur van het getuigschrift te koppelen aan het volgen van die opfristraining. In het ontwerpbesluit wordt een verplichte jaarlijkse opfristraining bepaald. Wordt hieraan niet voldaan, dan zal dit een weerslag hebben op de geldigheid van het getuigschrift. Ook dat is klaar.

Een vijfde engagement: de dienst Dierenwelzijn verstrekt duidelijke informatie over de bevoegdheidsverdeling, de verwachtingen ten aanzien van de operatoren en de informatiestroom. Dat past in een periodiek overleg dat we hebben opgestart met de slachthuissector. Via dit kanaal kunnen problemen en onduidelijkheden worden gemeld en besproken. Daarnaast heeft de dienst Dierenwelzijn ook een rubriek, gericht op slachthuizen, toegevoegd aan de website. Hierop is intussen heel wat informatie te vinden over de juiste interpretatie van de regelgeving, zoals de vereisten voor het personeel, de standaardwerkwijzen en monitoring. We gaan permanent informatie op de website aanvullen, maar vandaag is er al een apart luikje.

Een zesde engagement: de dienst Dierenwelzijn communiceert naar landbouwers en vervoerders de criteria voor het beoordelen van de geschiktheid voor transport van dieren. Op de website van de dienst Dierenwelzijn werd ook een rubriek toegevoegd met duidelijke richtlijnen voor de beoordeling van de geschiktheid voor transport. Ook daar zijn we dus tegemoet gekomen aan de behoeften. Daarnaast werd per diersoort een laagdrempelige brochure ter beschikking gesteld waarin met foto’s wordt aangegeven welke dieren op welke wijze vervoerd mogen worden. Die brochures zijn ook terug te vinden op de website van de dienst Dierenwelzijn.

Een zevende engagement: de dienst Dierenwelzijn versterkt de rol van de dierenarts met opdracht (DMO) als toezichthouder op dierenwelzijn. De DMO’s zijn natuurlijk in dienst van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV), waardoor Vlaanderen niet al te veel zeggenschap over hen heeft. Zoals besproken tijdens de hoorzitting, heb ik een extern bureau een eerste analyse van de controles en een aanvullend controlesysteem laten onderzoeken. Dat resulteerde in de aanbeveling om een eigen Vlaams controlesysteem op te zetten, dat de autocontroles grotendeels in handen legt van de Animal Welfare Office (AWO) en deels de controle door DMO’s behoudt. Voor de praktische uitwerking, onder andere op het vlak van de organisatiestructuur, hebben we een studieopdracht toegewezen, die volgend jaar klaar moet zijn. Dat hebben we hier onlangs nog besproken.

In afwachting van de uitwerking van een eigen Vlaams controlesysteem, heeft de dienst Dierenwelzijn de DMO’s van het FAVV wel duidelijke richtlijnen bezorgd voor het uitvoeren van de controles inzake dierenwelzijn in de slachthuizen. We hebben ook specifieke opleidingen georganiseerd.

Een achtste engagement: de dienst Dierenwelzijn onderzoekt de mogelijkheid om dierenwelzijnsopleidingen voor transporteurs op te nemen binnen het pakket nascholing vakbekwaamheid. Op dit punt is de FEBEV ons voor geweest: zij hebben zelf een opleidingsverstrekker voor nascholing vakbekwaamheid gecontacteerd.

Een negende engagement gaat over het organiseren van een formeel overleg tussen de dienst Dierenwelzijn en de FEBEV. Dat werd ondertussen structureel en met een vaste periodiciteit opgestart.

 

Dat zijn de punten uit het convenant waarvoor een actie van de dienst Dierenwelzijn vereist is. We hebben dus niet stilgezeten, integendeel: al wat op dit moment uitgevoerd kon worden – gelet op de soms afwezige decretale basis – werd ook uitgevoerd. Voor het overige wacht ik op de finale goedkeuring van het ontwerp van decreet. Dan kunnen we de volgende stap zetten, namelijk het maken van uitvoeringsbesluiten.

De heer Dochy heeft het woord.

Dank u, minister. Ik heb natuurlijk begrip voor die zaken waarvoor de decretale basis nog in ontwerp is en die nog niet volledig door het parlement gegaan zijn. Toch zijn er een aantal punten, waarvan u zegt dat er reeds rond gewerkt is, terwijl de FEBEV dat in haar nota in vraag stelt. U zegt dat er een brochure gemaakt is over de criteria, ophaling, transport, aflevering enzovoort, terwijl de FEBEV zegt dat dat nog niet gebeurd is.

Wat opleiding en training betreft, zegt u dat de verplichting in een besluit te gieten is. Langs de andere kant kan de inhoud van die training en die opleiding in principe al uitgewerkt worden. Ik voel in die nota aan dat de sector voor een stuk op zijn honger blijft zitten en dat er op zijn minst een communicatieprobleem is. Dus ook al is het decreet nog niet gemaakt en zijn de uitvoeringsbesluiten nog niet volledig goedgekeurd, dan nog zou het goed zijn om in het kader van een convenant samen rond tafel te zitten en te luisteren naar de insteek van de sector, om te komen tot een goed systeem. De ervaring zit natuurlijk niet alleen bij de dienst Dierenwelzijn, maar zit ook op de werkvloer, bij de mensen van de slachthuizen.

Ik denk dus dat er, als ik dat mag zeggen, hier een klein probleem is op het vlak van overleg tussen de sector en de administratie Dierenwelzijn. Ik wil oproepen om in elk geval open en transparant met de sector te communiceren om de elementen van het convenant dan ook verder uit te voeren. We moeten namelijk echt gebruik maken van de goede wil die er is bij de slachthuissector om er iets beter van te maken en te voorkomen wat er in het verleden is gebeurd.

De heer Caron heeft het woord.

Ik wou ongeveer dezelfde vraag stellen als collega Dochy, maar heb ze niet ingediend. Ik sluit me dus graag aan bij zijn vraag. Er is een belangrijke stap vooruit gezet naar aanleiding van incidenten. Voor slachthuizen die in het onderzoek betrokken zijn, de slachthuizen die zichzelf aangemeld hebben, is er een individuele rapportage die voor hen bijzonder nuttig zal zijn. Daar twijfel ik niet aan. We moeten dit soort zaken natuurlijk generaliseren. De regels en de afspraken moeten voor iedereen gelden, niet alleen voor dezen die deelgenomen hebben. Ik merk een zekere spanning, die collega Dochy ook voorzichtig aanbrengt: er is een convenant waarover de sector in rode inkt schrijft dat het vooral u en uw diensten zijn die achterop hinken, minister.

We hebben het vorige week hier ook behandeld in de commissie. De decretale basis ontbreekt soms nog en daar heb ik ook begrip voor. Toch zou ik willen vragen om die goede wil en het engagement die de FEBEV zelf toont, ter harte te nemen en om maximaal samen te werken. We kunnen de problemen niet alleen oplossen met een leger nieuwe inspecteurs, bij wijze van spreken, maar ook met een goede samenwerking tussen de sector, zijn sectororganisatie en de overheid, meer bepaald uw diensten, minister. Ik heb de indruk dat er een zekere spanning leeft, die we beter zo snel mogelijk wegwerken om de problemen die er waren ten gronde op te lossen.

De heer Sanctorum-Vandevoorde heeft het woord.

Bij de slachthuisfederatie is er al een tijdje een knipperlicht dat af en toe brandt, waarmee ze willen zeggen dat het voor hen ook niet altijd even duidelijk hoe ver die punten nu staan. Ik heb al hun bezorgdheden eens opgelijst.

Inderdaad, er zijn een aantal zaken die nu decretaal verankerd zijn en die via de uitvoeringsbesluiten verder geregeld zullen worden. Ik weet dat er bij de slachthuisfederatie ook vragen worden gesteld bij de toekomst van het DMO-systeem.

U hebt zelf verwezen naar de studies. Er is een studie gebeurd en er is een studie die begin volgend jaar zal opgeleverd zijn over wat het nu precies zal worden. In tussentijd weten we dat er nogal wat problemen zijn met de DMO’s, dat hun taak nog altijd erg geënt is op het aspect van volksgezondheid en dat dierenwelzijn nog altijd wat lager staat in de prioriteiten. In uw antwoord daarnet verwees u naar richtlijnen die zouden uitgevaardigd zijn ten aanzien van de DMO’s. Kunt u daar iets meer over zeggen? Krijgen die DMO’s via het FAVV dan toch de vraag om zich expliciet met dierenwelzijn bezig te houden?

We hebben al een boeiende hoorzitting en gedachtewisseling gehad, ook over de opvolging van de gebeurtenissen. Iedereen is het erover eens dat er een ongelooflijke beweging in het hele gebeuren zit en dat alle antennes zeer alert zijn om te kijken op welke manier iedereen een bijdrage kan leveren voor een nog beter dierenwelzijn in een sector waar dat niet evident is. Iedereen staat heel duidelijk op scherp om het onderste uit de kan te halen. Niet enkel nu maar ook in de loop van het afsluiten van het convenant en de weg die in tussentijd afgelegd is met het resultaat dat er nu ligt, ben ik bezorgd om de signalen die ik krijg ten aanzien van onder andere de dienst Dierenwelzijn. In het overzicht dat wij hebben gekregen, staat heel duidelijk aangegeven hoe het vanuit de sector wordt ervaren. U zegt dat er een aantal dingen bezig zijn. Daar is wel overleg over, maar er wordt een duidelijke categorisering opgegeven en rond heel wat punten is er nog geen terugkoppeling ontvangen. Zo staat het effectief weergegeven. Omgekeerd is er ook nog geen terugkoppeling gebeurd. Het is heel duidelijk dat het nog niet is afgerond en dat de timing van waar men hoopte te staan, niet is gehaald. Natuurlijk willen we de vooral positieve vibe kunnen behouden. Daarom is het belangrijk dat iedereen op diezelfde snelheid kan blijven.

Minister, u haalt aan dat er een aantal decretale zaken nodig waren. Specifiek rond het organiseren van vorming, is het cruciaal dat men permanent de kans heeft om een goede vorming of eventueel een opfrissing daarvan te krijgen. Ik ga ervan uit dat we geen decretale basis nodig hebben om een vorming te kunnen organiseren, want we hebben reeds een verleden en de mensen werken vandaag reeds. Ik moet vaststellen dat die opfrissing nog niet georganiseerd is. Ik heb begrepen dat er ondertussen wel een aantal data zijn vastgelegd. Ik denk dat het belangrijk is dat we die snelheid erin kunnen houden.

Minister, om alle zaken correct en goed uit elkaar te kunnen houden, wil ik u concreet vragen of u de mogelijkheid hebt om ons eens een overzicht te geven waarin u per engagement duidelijk aangeeft welke decretale basis en welk effectief uitvoeringsbesluit u nodig had. Een decretale basis is ook maar een basis, en dan is men nog niet effectief aan de uitvoering bezig. De uitvoeringsbesluiten zijn dus ook zeer belangrijk. Kunt u ons een overzicht bezorgen waarbij u per engagement de decretale basis en de uitvoeringsbesluiten geeft of wanneer u die verwacht?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik heb ten aanzien van alle engagementen die de dienst Dierenwelzijn betroffen, een stand van zaken gegeven. U maakt gewag van andere bronnen die iets anders zouden zeggen. Men zou denken dat het een kwestie van geloof is, maar ik ben in tussentijd nog eens gaan kijken op de website of daar alles nog goed op staat. Wel, het is geen kwestie van geloof, het is een kwestie van feiten. De fiches waarnaar ik verwijs, vindt u als u gewoon de stapjes volgt op de website van de dienst Dierenwelzijn. U vindt daar de fiches zowel inzake transport als inzake andere elementen terug. Dat is oké.

Wat betreft het rond de tafel zitten: er is structureel overleg, heb ik u gezegd. Ook het besluit waarover sprake, is al voorgelegd aan de sector. Als dat niet straf werken is? Nog voor er een rechtsbasis is, is al een ontwerp van besluit klaar dat al is doorgenomen met de sector. Dat is sneller dan snel. Normaal gezien moet je eerst wachten. Maar dat is wel de ‘sequens’ der gebeurtenissen. Ik zal natuurlijk eerst naar de Vlaamse Regering gaan met die ontwerpbesluiten, als het niet geeft, voor ik daarmee naar hier kan komen. Niettegenstaande dat, is er met de sector al wel overlegd en is een en ander voorgelegd. Dat zit wel op schema. Ik denk dat ik zit op onze maximaal mogelijke tijdsinbeslagname, en wat betreft de ‘sequens’ zitten we oké.

Het is altijd zo geweest dat er richtlijnen zijn meegegeven aan de DMO’s. Zij hebben richtlijnen meegekregen. Die zijn nu nog eens hernieuwd. Zij werken in loonverband voor het FAVV. Via een protocol dat wij hebben afgesloten met het FAVV, krijgen zij additionele taken op het vlak van dierenwelzijn. Dat systeem blijkt imperfect te zijn. Dat is het resultaat van de studie. We waren het er trouwens met zijn allen over eens dat dat in de feiten een imperfect systeem is. Daarom moeten we overgaan naar een eigen Vlaams systeem. Maar in afwachting daarvan hebben we wel de richtlijnen ten aanzien van de DMO’s heel specifiek voor dierenwelzijn geactualiseerd en zijn er ook opleidingen op dat vlak, zodat men in slachthuizen specifiek oog kan hebben voor de aspecten van dierenwelzijn, naast de job ten aanzien van de volksgezondheid.

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Mijn oproep is om goed samen te werken met de sector, om overleg te plegen en ervoor te zorgen dat de mensen die nu mee zijn, mee blijven. Misschien is het ook mogelijk om dat op een positieve manier te communiceren. Misschien hebt u ooit op een zondag eens tijd om daar iets positiefs over te zeggen. Het zou niet slecht zijn om ook dat aspect eens in een positief daglicht te stellen. U zegt zelf dat er in het kader van het convenant vooruitgang is geboekt en dat er goed wordt samengewerkt tussen de slachthuissector en uw diensten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.