U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 26 juni 2018, 14.00u

Voorzitter
van Jan Bertels aan minister Jo Vandeurzen
2254 (2017-2018)
De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Afgelopen vrijdag, 15 juni, was het internationale dag tegen de ouderenmisbehandeling of de ouderenmishandeling. De begrippen spreken voor zich. Naar aanleiding van deze dag haalden sommige, ik vermoed de meest recente, cijfers rond ouderenmisbehandeling de media. Volgens die cijfers ontving VLOCO, het Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmisbehandeling, vorig jaar 505 meldingen van ouderenmisbehandeling of ontspoorde zorg. Dat is een stijging van 16 procent tegenover het aantal meldingen dat zij ontvingen in 2016. De stijging zou – met de nadruk op zou – verklaard kunnen worden door bijvoorbeeld een betere registratie bij de hulplijn 1712 of door het bereik van de sensibiliserings- en vormingsacties die VLOCO in 2017 ondernam om het onderwerp bespreekbaar en herkenbaar te maken. Bespreekbaar en herkenbaar zijn twee termen die heel belangrijk zijn in deze thematiek.

Ook qua profiel van de slachtoffers en daders zagen we eerdere trends terugkomen, waarbij volgens de cijfers twee op drie van de geregistreerde slachtoffers vrouwelijk zouden zijn, en vaak ouder dan 80, terwijl de plegers in 81 procent van de gevallen tot de dichte familie zouden behoren en bij het slachtoffer zouden inwonen. De meest voorkomende vormen van ouderenmisbehandeling blijken psychische, fysieke en materiële mishandeling te zijn. Sowieso blijft het, dixit VLOCO en andere experten, het topje van de ijsberg. Er blijkt nog steeds een groot gevoel van schaamte te heersen, alsook een gebrek aan aandacht of vorming bij hulpverleners om alarmsignalen op te vangen.

Minister, dat we met het topje van de ijsberg te maken zouden kunnen hebben, werd recent ook duidelijk door de publicatie van een Nederlandse prevalentiestudie rond ouderenmisbehandeling die werd uitgevoerd op verzoek van het Nederlandse Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Die studie werd eind mei 2018 opgeleverd. In die studie werd gesteld dat 170.000 Nederlanders, of 5,5 procent van alle senioren, tijdens hun oude dag ooit slachtoffer zijn of zullen zijn van ouderenmisbehandeling of ouderenmishandeling. Als je dit omzet of omrekent naar Vlaanderen zou dit bij eenzelfde prevalentie betekenen dat ongeveer 55.000 Vlamingen op hun oude dag slachtoffer zouden kunnen zijn van ouderenmisbehandeling. De omvang van de problematiek zou met andere woorden veel groter zijn dan het aantal meldingen in Vlaanderen laat vermoeden. Het topje van de ijsberg.

Ook het gemiddeld leeftijdsprofiel van de persoon die slachtoffer is van ouderenmisbehandeling is volgens die Nederlandse studie genuanceerder. Waar de meeste meldingen in Vlaanderen over slachtoffers ouder dan 80 jaar blijken te gaan, zou het in Nederland volgens dat onderzoek zo zijn dat twee op drie slachtoffers jonger zijn dan 80. Een mogelijke verklaring hierbij is het stigma of de schaamte, zoals de onderzoekers aangeven. Andere trends omtrent daderprofiel en type misbehandeling worden wel bevestigd.

Minister, uw Nederlandse collega, minister De Jonge, verwees in een reactie naar het actieplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ en beloofde een voortzetting van de inspanningen, waarbij overleg en samenwerking met de verschillende actoren centraal staan.

Minister, die cijfers en de studie uit Nederland nopen mij tot het stellen van een aantal vragen.

Hebt u kennis kunnen nemen van het jaarverslag van VLOCO, dat wij gewoonlijk rond deze periode ontvangen? Zo ja, welke conclusies trekt u hieruit omtrent de evolutie van het aantal meldingen van ouderenmisbehandeling en het gegeven dat de gedane meldingen naar alle waarschijnlijkheid slechts het topje van de ijsberg betreffen?

VLOCO pleit er nog steeds voor meer in te zetten op sensibilisering en het bespreekbaar maken van het onderwerp. Ook zou – dat is een nieuwe insteek – ouderenmisbehandeling in het onderwijs aan bod moeten komen en zou er een betere afstemming met de parketten, de gerechtelijke wereld moeten zijn omtrent de vervolging van klachten omtrent ouderenmisbehandeling. Minister, hoe staat u tegenover deze beleidsaanbevelingen, die een nieuwe insteek bevatten, en welke acties zult u ondernemen om ze te realiseren?

Wordt er volgens u voldoende nauw samengewerkt met de lokale actoren zoals de CAW’s en de maatschappelijk werkers van het OCMW om ouderenmisbehandeling te detecteren? Zo neen, welke bijkomende inspanningen zult u eventueel ondernemen om tot een aanpak naar het Nederlandse voorbeeld, zoals uitgezet door uw collega, te komen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, we hebben uiteraard kennis genomen van het jaarverslag van VLOCO. We schatten, net als u, in dat de gestegen cijfers het resultaat zijn van een betere registratie en bespreekbaarheid van het thema.

Evenwel menen wij, net als VLOCO, dat het aantal burgers dat bij de CAW’s en 1712 terechtkomt en het aantal professionals dat contact opneemt met VLOCO voor een consult rond een vermoeden van of een situatie van oudermishandeling, niet de volledige realiteit weergeeft.

Immers, VLOCO neemt een consultfunctie op ten aanzien van de hulpverleners. De hulpverleners die bij VLOCO terechtkomen, zijn vaak hulpverleners die in een bepaalde situatie vastzitten. Hulpverleners die zelf de nodige expertisetools of interne intervisie hebben om met deze situaties om te gaan, zullen mogelijk geen contact opnemen met VLOCO.

Het is belangrijk dat de problematiek van ouderenmishandeling onder de aandacht wordt gehouden, zowel bij burgers als bij de professional. VLOCO zet daar zelf op in door onder meer jaarlijks een sensibiliseringsactie te voeren in het kader de Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling op 15 juni, communicatie te voeren via Facebook, een broodzakkencampagne te voeren waarbij aandacht wordt gevraagd voor ouderenmishandeling enzovoort.

In het kader van 1712, de hulplijn rond geweld, misbruik en kindermishandeling, voerden we in 2017 zelf een sensibiliseringsactie rond partnergeweld bij ouderen en andere vormen van ouderenmishandeling. Die campagne werd vorig jaar via verschillende kanalen verspreid, onder meer via regionale tv-zenders en Facebook. We bekijken op welke manier we het materiaal van die campagne kunnen gebruiken om ook dit jaar en in de toekomst sensibiliserende acties rond ouderenmishandeling op te zetten.

VLOCO werkt ook mee aan het op de agenda zetten van ouderenmishandeling binnen het onderwijs door het opnemen van gastcolleges in opleidingen. VLOCO neemt zijn rol van belangenbehartiger rond het thema ouderenmishandeling op een – denken wij – goede manier op. Wat de vervolging van klachten rond ouderenmishandeling betreft, is er recent overleg georganiseerd met het parket-generaal van Luik, dat het Expertisenetwerk Criminaliteit tegen personen samenbrengt. Binnen dat expertisenetwerk wordt nu bekeken op welke manier kan worden gekomen tot een blauwdruk rond het omgaan met ouderenmishandeling. Vanuit het parket wordt een consultatieronde gevoerd, waarbij wordt overlegd met organisaties en diensten die expertise hebben rond ouderenmishandeling. Ook VLOCO en de administratie zijn daarbij betrokken en volgen de ontwikkelingen in dat kader verder op.

Voor het detecteren van ouderenmishandeling wordt ingezet op drie grote lijnen: het sensibiliseren en vormen van professionals, het inschatten en registreren van risico’s en het ontwikkelen van protocollen rond het omgaan met ouderenmishandeling binnen verschillende settings.

Wat de sensibilisering betreft, verwijs ik naar het antwoord op de voorgaande vraag. VLOCO blijft daarnaast ook inzetten op het sensibiliseren van professionals rond dit thema, door onder meer netwerken uit te bouwen en overlegplatforms op te zetten en te ondersteunen waarbij ouderenmishandeling centraal op de agenda staat, er themagericht wordt samengewerkt, er ruimte is voor casusoverleg enzovoort. Die overlegplatforms staan open voor verschillende actoren en sectoren, zoals de huisartsen, de thuiszorgdiensten, de residentiële ouderenzorg, diensten voor maatschappelijk werk van ziekenfondsen enzovoort.

Er zijn intussen al een aantal regio’s waar een overlegplatform of stuurgroep bestaat. VLOCO bekijkt op welke manier ze die overlegplatforms in de toekomst ook in andere regio’s kunnen opzetten. Voor het vormen van professionals rond de problematiek neemt VLOCO zijn rol op en biedt het vorming aan voor CAW- en 1712-medewerkers en organiseert het tweejaarlijks een studiedag. Voor de vorming van andere professionals neemt VLOCO een ondersteunende rol op door bestaande vormingsdiensten te ondersteunen en input te geven rond de thematiek en injecties te geven aan bestaande netwerken. VLOCO zal ook bekijken op welke manier het een ‘train de trainer’ kan opzetten, om op die manier een groter bereik en impact te realiseren.

Wat het detecteren van ouderenmishandeling en het inschatten van de risico’s betreft, werd enkele jaren terug een belangrijk risicotaxatie-instrument ontwikkeld door de VUB, in samenwerking met VLOCO. Professionals kunnen van dat instrument gebruikmaken. Het instrument is een korte en praktijkgerichte checklist die gebaseerd is op de gekende signalen en risicofactoren voor ouderenmishandeling. Er wordt in de checklist rekening gehouden met signalen en risicofactoren bij het slachtoffer zelf, maar ook bij de pleger en in de omgeving. Dat helpt hulpverleners alerter te zijn voor bepaalde signalen en/of mogelijke probleempunten, zoals overbelasting van de mantelzorger. Het geeft dus een indicatie dat er in dat gezin belastende factoren aanwezig zijn of zich zouden kunnen ontwikkelen.

Specifiek voor huisartsen werd een projectfinanciering toegekend aan Domus Medica voor een e-learningmodule rond intrafamiliaal geweld, waarin naast partnergeweld en kindermishandeling ook een module rond ouderenmishandeling werd opgenomen.

Wanneer een risico op of effectieve feiten van ouderenmishandeling worden vastgesteld, is het belangrijk dat zowel de organisatie in haar geheel als elke individuele professional binnen de organisatie weet hoe ze daarmee kunnen omgaan. Het is dan ook belangrijk dat organisaties en voorzieningen protocollen rond ouderenmishandeling opzetten waarin een stappenplan wordt opgenomen. In dezen is er nog werk aan de winkel en moet er verder geïnvesteerd worden in het opzetten van dergelijke protocollen binnen organisaties en voorzieningen zoals thuiszorgdiensten en woonzorgcentra. VLOCO wil daar graag zijn ondersteuning bij verlenen en maakt in dat kader momenteel werk van een publicatie waarin de knowhow rond het opzetten van protocollen als instrument voor het omgaan met ouderenmishandeling zal worden verzameld. Die publicatie komt in samenwerking met Politeia tot stand en kan als inspiratie en concreet instrument dienen voor organisaties en voorzieningen.

De bovenstaande drie lijnen zijn uitgezet en worden nog verder ontwikkeld. Die kunnen dienen als tool voor afzonderlijke organisaties en netwerken van organisaties die met ouderenmishandeling in aanraking komen. Een voorbeeld van zo’n netwerk is het Geïntegreerd Breed Onthaal, waar we een afgestemde toegang tot hulp willen creëren en willen zorgen dat mensen hun rechten effectief kunnen realiseren. Het Geïntegreerd Breed Onthaal wordt momenteel uitgebouwd samen met de diensten maatschappelijk werk, de OCMW’s en CAW’s. In die triade van partners wordt nauw samengewerkt en wordt bijzondere aandacht besteed aan kwetsbare doelgroepen, waaronder mensen in armoede, mantelzorgers, chronisch zieken, mensen met psychische problemen.

Ook binnen de eerstelijnszones komen partners samen om enerzijds een community te creëren waarbij maximale inbreng en betrokkenheid van de leden van de eerstelijnszone wordt mogelijk gemaakt, en anderzijds in te zetten op preventie, zorg en ondersteuning met een effectief en efficiënt zorgproces en een integrale eerstelijnszorg tot doel. Het zal dus belangrijk zijn om ook het thema van ouderenmishandeling op de agenda te zetten, zowel binnen het Geïntegreerd Breed Onthaal als in de eerstelijnszones.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Bedankt, minister, voor de weergave van een aantal activiteiten, van onder meer VLOCO, die bezig zijn, en een aantal activiteiten die op stapel staan of net op stapel zijn gezet.

Het is belangrijk dat u bevestigt en erkent wat ons algemene aanvoelen is en wat ook al werd gesteld in die Nederlandse studie, namelijk dat de cijfers die we nu kennen, waarschijnlijk een ondergrens zijn en dat er daarnaast nog meer gebeurt in de praktijk dan we nu weten.

U haalt terecht een heel aantal acties aan voor het herkennen, signaleren en rapporteren door professionals. We weten dat het rapporteren en het signaleren door professionals diverser is en meer thema's omvat dan het rapporteren door de ouderen zelf, de zelfrapportage. Ik kom daar straks nog even op terug.

De rapportage door onder meer professionals waarnaar u verwijst, is belangrijk om preventie te kunnen opzetten. Op dat vlak ben ik het met u eens. De verschillende activiteiten daaromtrent moeten verder worden ontplooid en uitgespreid over het hele grondgebied, want dat is nu nog niet helemaal het geval. Dat hebt u zelf aangehaald.

Ik heb nog een specifieke vraag. In de activiteiten die u opsomt door voornamelijk professionals, heb ik iets gemist in verband met zelfrapportage. In de Nederlandse studie is het frappant om vast te stellen dat heel veel ouderen aangeven dat ze collega's-ouderen kennen die slachtoffer geweest zijn of zouden zijn van ouderenmisbehandeling of ouderenmishandeling. Het percentage dat slachtoffer zou kunnen zijn, kan dus veel hoger liggen. Als er wordt gevraagd of ze zelf slachtoffer zijn, dan duikt de schaamte weer op of willen ze de familie of de hulpverlener niet in diskrediet brengen. Daardoor liggen die cijfers lager. Volgens mij moet er een sensibiliseringscampagne gebeuren, niet om met het vingertje te wijzen maar wel om preventie te ontwikkelen met betrekking tot zelfrapportage. Zult u daartoe bijkomende activiteiten op het getouw zetten?

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Ouderenmishandeling is een onderwerp waar we altijd aandacht aan zullen moeten besteden en sensibiliseren. De minister heeft erop gealludeerd. Er is heel veel gebeurd, maar dat zal altijd nodig blijken, net omdat we te maken hebben met een kwetsbaarheid die ontstaat ten gevolge van het ouder worden.

Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Dit is een thema dat heel belangrijk kan zijn om op te nemen in de seniorenbeleidsplannen van de lokale overheden. Door de vermaatschappelijking van de zorg blijven mensen langer thuis en is de kwetsbaarheid van ouderen niet altijd heel zichtbaar. Er komen soms zelfs geen professionelen over de vloer. Kunnen lokale overheden op dat vlak verder worden gesensibiliseerd?

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Voorzitter, dit onderwerp is hier al een aantal keren aan bod gekomen. Mevrouw Coppé en ikzelf hebben er ook al vragen over gesteld. We hebben telkens gehamerd op het feit dat we wellicht te maken hebben met een zware onderschatting. Schaamte en stigma spelen zeker een grote rol. Ik dacht dat maar 2 procent van de meldingen bij VLOCO van de ouderen zelf komt. Dat zegt genoeg.

Er is dus een enorme drempel. Hoe kunnen we verder werken aan het verlagen van die drempel? Ik denk dan niet alleen aan ouderen. Ik hoor ook van mensen die tewerkgesteld zijn in de thuiszorg dat als ze bij kwetsbare gezinnen komen met geweld naar kinderen, er vaak heel complexe systemische verhoudingen zijn met afhankelijkheid, al was het maar op het vlak van inkomen. Er blijft dan ook een grote drempel om daar melding van te maken, niet alleen als gevolg van de privacy maar ook uit schrik voor escalaties van situaties. Op die manier raakt de probleemsituatie natuurlijk niet opgelost.

Ik heb er in het verleden al voor gepleit om het daderprofiel veel verder te specifiëren, want uit eigen ervaring en uit zaken die ik daarover lees, weet ik dat heel vaak een verslavingsproblematiek en zeker ook een financiële problematiek gevaren meebrengt voor misbruik. We weten dat het in 15 tot 20 procent om financieel misbruik gaat. Is dit opgenomen in de risicotaxatie?

Het is al een aantal keren vernoemd dat ook woonzorgcentra hierbij betrokken zijn. Het wordt een beetje voorgesteld alsof het een problematiek is van de thuissituatie, maar steeds meer duiken er berichten op dat er ook in de woonzorgcentra bij heel kwetsbare, zwaar zorgbehoevende bejaarden dingen mislopen die het daglicht niet zien. Vanuit de zorgverlening, en niet vanuit de familie, wordt er soms heel brutaal opgetreden naar ouderen. Soms worden mensen vastgebonden en dergelijke. Hoe kan de lijn worden doorgetrokken naar de woonzorgcentra zodat hier voldoende aandacht voor is en zodat dit uit de schemerzone wordt gehaald?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Zoals gezegd, bestaat er op dit moment een risicotaxatie-instrument dat niet alleen rekening houdt met signalen van de betrokkene, het potentieel slachtoffer, maar ook met de context en de risicofactoren. Ik probeer de schaal online terug te vinden, maar er wordt rekening gehouden met gegevens die te maken hebben met mogelijke risico's veroorzaakt door de omgeving. Ik denk uit mijn geheugen te kunnen zeggen dat de beschrijving van situaties waarbij er een grote kwetsbaarheid is in relatie tot mensen in een gezagspositie of mensen die macht kunnen uitoefenen, zeker is opgenomen in die schaal. Dat instrument zal ook naar de woonzorgcentra vertaald worden, wat een goede zaak is.

Wat de zelfrapportage betreft, is er in de campagne omtrent 1712 naar een breed publiek gezegd om over de drempel heen te stappen en contact op te nemen over iets dat in de omgeving gebeurt, maar ook over iets waar je zelf slachtoffer van bent.

Ik breng nog even de drie lijnen waarop de strategie gebaseerd is in herinnering: het verhogen van de sensibiliteit en de expertise van de professionals; het creëren van een risicotaxatie-instrument; ervoor zorgen dat de organisaties, bijvoorbeeld een woonzorgcentrum, voor hun interne werking en organisatie goede afspraken en procedures ontwikkelen. Ik blijf denken dat dit goede lijnen zijn om ook in de nabije toekomst mee door te gaan als het gaat over dit soort thema’s.

Wat de lokale besturen en ouderenbeleid betreft: uiteraard vormt aandacht voor risico’s die kwetsbaarheid met zich meebrengt daar een onderdeel van. Ik denk eerlijk gezegd dat, als we de eerstelijnszones voldoende kunnen equiperen en ondersteunen en als de samenwerking tussen de verschillende partners echt duurzaam gerealiseerd kan worden, daar een enorme opportuniteit zit om met zulke signalen om te gaan. Dat zijn natuurlijk de mensen die het meest in de huiskamer komen, bij wijze van spreken. Zij moeten dus ook het meest een manier ter beschikking hebben om met dit soort risico’s om te gaan.

Ik wil er nog aan toevoegen dat u dat risicotaxatie-instrument kunt vinden op kennisplein.be, mocht u dat willen opzoeken.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Dank u wel, minister en collega’s. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat deze topic blijvende aandacht nodig heeft. We moeten mee evolueren met de maatschappelijke tendensen die we allemaal kunnen zien. Wat mij betreft, is het heel duidelijk dat we deze topic moeten bekijken binnen de hele zorgsector. Ik wil wat dit betreft geen schotten plaatsen tussen woon- en zorgcentra, thuiszorg, enzovoort. We moeten het bekijken binnen heel de zorgsector.

Ik onthoud twee zaken en wil ook twee aanbevelingen doen aan de minister, als ik me dat mag permitteren.

Minister, u hebt terecht veel aandacht voor de professionals, ook in de drie grote strategische lijnen die u opgesomd hebt. Dat betekent ook, zoals u het heel treffend uitdrukte op het einde van uw antwoord, dat die professionals daaraan de tijd en de aandacht moeten kunnen geven. Ze moeten dus tijd krijgen om ook dat aspect van de zorg mee te kunnen nemen. U hebt het mooi en treffend uitgedrukt: de eerstelijnszones zijn een mooi voorbeeld met betrekking tot lokaal beleid. Ik denk dat ze absoluut een hulpmiddel kunnen zijn, onder de voorwaarden die u zelf genoemd hebt: we moeten de eerstelijnszones dan voldoende kunnen equiperen. Ik denk dat u dat woord letterlijk gebruikt hebt. Dat is volgens mij een noodzakelijke voorwaarde opdat ze op dat vlak een effectief en efficiënt beleid kunnen voeren.

Ik sluit af. Minister, u hebt verwezen naar de acties van 1712 met betrekking tot de zelfrapportage. Ik denk dat we ook daar een continuüm aan acties moeten blijven uitvoeren om de drempels naar zelfrapportage te verlagen, om die drempels te doen verdwijnen en meer zelfrapportage te krijgen, ter meerdere eer en glorie van preventieve maatregelen die we dan kunnen nemen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.