U bent hier

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Mijn vraag sluit een beetje aan bij het overleg met de provinciegouverneurs, toch interessant altijd, die toch een belangrijke coördinatieopdracht uitvoeren. Ze hebben van de Vlaamse Regering trouwens de opdracht om de coördinatie tussen de gedeconcentreerde diensten van de Vlaamse overheid te bevorderen.

Minister, wat me opviel in de jaarverslagen, is dat de gouverneurs een aantal niet onbelangrijke vaststellingen hebben gedaan. Ze zeggen dat de nood aan bovenlokale afstemming almaar groter wordt en dat ze dat op het terrein zo aanvoelen. Het is ook een beetje hun rol om dat hier te vertolken. Ze zeggen ook dat de verkokering, het feit dat alles in kokers wordt geduwd, niet vermindert en dat de Vlaamse overheid een beetje mee die versnippering aan het organiseren is. Ze zeggen ook dat de toenemende centralisatie van de diensten van de Vlaamse overheid een grotere afstand creëert tussen Vlaanderen en de lokale besturen. Ze voelen zich niet verslagen, maar je voelde wel een zekere verslagenheid uit die verslagen.

Minister, als de verkokering binnen de Vlaamse overheid niet vermindert, wat gaan we daar dan aan doen? Wat doet u met de vaststelling dat er een grotere afstand blijkt te groeien tussen de Vlaamse overheid en de lokale besturen? Wat gaan we daaraan doen?

Minister Homans heeft het woord.

De opmerkingen over de verkokering binnen de Vlaamse overheid zijn mij uiteraard niet onbekend. Zoals u zeer terecht aanhaalt, is de coördinatieopdracht van de gouverneurs erop gericht om de afstemming tussen de gedeconcentreerde Vlaamse diensten en de lokale besturen te bevorderen. Ik denk dat ze daarin heel goed werk leveren. Dat is ook gebleken uit de jaarverslagen die ze hier enkele weken geleden zijn komen voorstellen. De gouverneurs geven terecht aan dat ze zelf niet alle sleutels in handen hebben om deze problematiek volledig te verhelpen. Ik weet dus dat er nog werk aan de winkel is op dit vlak. Een toverformule bestaat natuurlijk ook niet.

Zoals u welbekend, ben ik van oordeel dat globale en omvattende oefeningen om de problematiek te verhelpen, zoals overkoepelende overlegorganen, niet werken. Dit is geprobeerd, maar dit verzandt vaak in principiële discussies waar geen echte terreinwinst mee wordt geboekt. Wil dit zeggen dat we ons moeten neerleggen bij verkokering? Neen. Ik ben er absoluut van overtuigd dat verkokering het best wordt opgelost op basis van concrete doelstellingen. Daarrond kunnen dan coalities worden gezocht, over beleidsniveaus heen, om zo tot concrete realisaties te komen.

Binnen mijn bevoegdheid Binnenlands Bestuur heb ik gemerkt dat dit werkt. Ik geef u een aantal voorbeelden. In de paritaire commissie decentralisatie werden onder mijn aansturing en in samenspraak met mijn collega-ministers en hun administraties en met vertegenwoordigers van lokale en provinciale besturen, voor verschillende sectoren heel concrete voorstellen uitgewerkt rond het verder verruimen van de lokale beleidsruimte. Een ander voorbeeld is dat bij de fusies van gemeenten en het afslanken van de provincies een interbestuurlijke afstemming en samenwerking werd opgezet. Ook hierin nam ik mijn coördinerende verantwoordelijkheid en werd met verschillende lokale, Vlaamse en federale diensten gezocht naar concrete pragmatische oplossingen voor reële afstemmingsproblemen. Ook het groen- en witboek ‘Open en wendbare overheid’ vertrekt vanuit deze optiek: op basis van concrete doelstellingen, gekoppeld aan een implementatieplan, wordt gewerkt aan het tegengaan van de verkokering en het stimuleren van interbestuurlijke samenwerking. Een ander mooi voorbeeld van concrete realisaties zijn de fusies van entiteiten. Door deze fusies is het aantal entiteiten bij de Vlaamse overheid met een kwart gedaald, van 98 naar 74, dus 24 entiteiten minder. Dit heeft uiteraard ook een positief effect op de verkokering.

Wat betreft het aspect van besparingen, ben ik ervan overtuigd dat de combinatie van het afbouwen van het overheidsbeslag en de stijgende maatschappelijke complexiteit, het besef juist doet groeien dat samenwerking absoluut noodzakelijk is. Geen enkel overheidsniveau of overheidssector kan immers nog alleen instaan voor het beantwoorden van de vele maatschappelijke vraagstukken die op ons afkomen. Ik meen dus niet dat dit meer verkokering genereert, maar eerder een tendens tot meer samenwerking teweegbrengt.

We zien dan ook dat veel Vlaamse departementen en agentschappen hun dienstverleningsmodel naar de lokale besturen aan het herbekijken zijn. Vroeger waren die georganiseerd vanuit een totaal ander concept, waarbij de Vlaamse overheid veel meer een keizer-kostermentaliteit aannam en heel dicht op het vel van de gemeenten zat. Met de recente decentralisatiegolf hebben veel administraties hun structuur herdacht. Hierbij staan lokale autonomie en subsidiariteit centraal. De Vlaamse overheid neemt hierbij steeds meer de rol van kaderstellende en ondersteunende overheid op.

De reorganisaties zijn zich nog aan het zetten. De voordelen zijn voor mij duidelijk: meer coherentie in de ondersteuning en meer bundeling van expertise. Er zijn uiteraard ook groeipijnen, daar moeten we eerlijk in zijn: de nieuwe rol die de Vlaamse overheid moet aannemen, is soms ook een cultuuromslag voor veel Vlaamse en lokale ambtenaren. Dat is gewoon de realiteit. De Vlaamse administratie is dus volop in transitie en er zijn een aantal heel interessante evoluties vast te stellen. Die zijn nieuw en moeten de tijd krijgen om zich te zetten en verder te verspreiden. Het is alleszins een boeiende beweging die we ook van nabij moeten en zullen opvolgen.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, dank u wel. U maakt met het antwoord duidelijk dat wat daar voorlag, ook uw bekommernis is. Ik vraag me soms af of we aan de gouverneurs, die nu het knelpunt hebben gesignaleerd, niet een aantal oplossingen moeten vragen waarbij ze in concrete dossiers voorbeelden van verkokering geven, heel concreet op het terrein, en waar men dan proefondervindelijk eens kan kijken hoe we daaruit geraken om daar ook wat mee te doen.

Als de afstand groeit, moeten we dan niet denken aan een aantal interbestuurlijke afspraken in de nabije toekomst? Is het gevaar niet dat Vlaanderen wat meer los groeit van de provincies en de lokale overheden? Is er geen nood om daar meer interbestuurlijke samenhang aan te geven op een of andere manier? Anders is het, om het in seizoenstermen te zeggen, een beetje aan het uitdrogen.

Minister Homans heeft het woord.

Ik vind de suggestie van de heer Doomst wel goed. De gouverneurs hebben hier de kans gekregen om hier een aantal zaken te zeggen, wat ze goed vonden en wat ze iets minder goed vonden. Je kunt natuurlijk wel knelpunten signaleren, en dat is ook goed, maar misschien hebben ze wel oplossingen in gedachten. Ik kan u in dit kader meegeven dat ik op 9 juli aanwezig zal zijn op het college van gouverneurs. Ik zal het op de agenda zetten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.