U bent hier

Commissievergadering

donderdag 21 juni 2018, 10.00u

Voorzitter
van Bart Van Malderen aan minister Liesbeth Homans
2242 (2017-2018)
De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, collega’s, ik hoef in deze commissie ongetwijfeld niet het VN-verdrag over de gelijke kansen van mensen met een handicap voor te stellen. Om het belang van de inspanning waar we nog altijd voor staan te duiden, wil ik er echter op wijzen dat op wereldschaal minstens 15 procent van de mensen te kampen heeft met een vorm van beperking die ertoe leidt dat actieve participatie aan economische, sociale, culturele en zelfs politieke activiteiten jammer genoeg nog altijd niet evident is.

Dat blijkt ook uit cijfers die het Interfederaal Gelijkekansecentrum Unia recent bekendmaakte. Unia heeft als opdracht het bekendmaken en het stimuleren van het VN-verdrag en zijn doelstellingen enerzijds en het controleren en registeren van klachten inzake discriminatie anderzijds. Het is in die hoedanigheid dat Unia bekendmaakte dat van de 2017 dossiers die Unia vorig jaar opende, 516 dossiers of ruim een kwart te maken had met discriminatie wegens een beperking. Nog zorgwekkender is dat dit een verdubbeling is ten opzichte van vijf jaar geleden.

Minister, kunt u de trend inzake stijging van het aantal dossiers over discriminatie van personen met een handicap verklaren?

Kunt u meer toelichting geven bij het aantal klachten? Welke conclusies trekt u uit deze resultaten?

Welke bijkomende initiatieven zult u nemen om discriminatie van personen met een handicap tegen te gaan? Registratie is een, duiden is twee, maar voorkomen is in dezen absoluut beter dan genezen.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Collega Van Malderen, ik heb het jaarverslag ook gelezen. Ik heb enkel het jaarverslag. Ik ga ervan uit dat u ook enkel over die informatie beschikt. Daarin staat inderdaad te lezen dat het aantal dossiers dat is geopend in verband met handicap, gestegen is van 487 in 2016 naar 516 in 2017, wat een stijging is van 6 procent.

Ik heb dus het jaarverslag gelezen en ik heb geen bijkomende informatie, dus kan ik moeilijk toelichting geven bij de cijfers. Voorzitter, ik weet niet wanneer Unia zijn jaarlijkse rapportering hier doet, maar ik heb totaal geen zicht op de concrete dossiers die geopend worden. We moeten dus absoluut weten wat er achter die cijfers zit om te kunnen inschatten of en wat er in het beleid eventueel kan en moet worden bijgestuurd.

Maar ik kom terug bij het probleem over Unia in de totaliteit, dat we in de commissie en in de plenaire al eens hebben behandeld. Noch mijn kabinet, noch mijn administratie, noch een onafhankelijke onderzoeker heeft recht tot inzage in die databank. Als ik niet weet welke dossiers daarachter zitten, kan ik daar moeilijk uitspraken over doen. In ieder geval kan op basis van deze cijfers niet geconcludeerd worden dat er meer gediscrimineerd wordt. Het is immers niet omdat er een dossier geopend wordt, dat er ook effectief sprake is van discriminatie. Nogmaals, we moeten weten welke data er achter die dossiers zitten.

Unia geeft zelf aan in het jaarverslag waar we het nu over hebben, dat de toename van alle meldingen, dus niet alleen van personen met een handicap, te maken heeft met een combinatie van factoren, onder andere dat ze meer media-aandacht hebben gekregen, dat er een betere toegankelijkheid van Unia op lokaal niveau is, wat een zeer goede zaak is, dat er gerichte acties zijn gebeurd, wat ook zeer goed is, en de actualiteit. Dat staat te lezen in het jaarverslag.

Natuurlijk blijft het sowieso zeer belangrijk om in te zetten op een beleid dat drempels voor personen met een handicap verlaagt en discriminatie mee bestrijdt. Dat is van cruciaal belang. Dat zal niemand hier aanwezig ontkennen, denk ik. We zetten daar vanuit diverse beleidsdomein ook volop op in met deze regering. Ik zal een aantal voorbeelden geven, mijnheer Van Malderen.

Laat me om te beginnen duidelijk stellen dat de wettelijke bescherming van personen met een handicap en hun naasten tegen discriminatie een sterke Vlaamse regeling kent, en terecht. Het Vlaams decreet van 10 juli 2008 over het gelijkekansen- en het gelijkebehandelingsbeleid voorziet in een volwaardige juridische bescherming van zowel personen met een handicap als personen die de zorg van een persoon met een handicap op zich nemen. Uiteraard kunnen we geen genoegen nemen met een sterke wettelijke bescherming. Ik wil natuurlijk ook inzetten op een preventief beleid dat de maatschappelijke inclusie van deze doelgroep verbetert en zo discriminatie kan tegengaan.

Binnen mijn verticale bevoegdheid Gelijke Kansen onderneem ik verschillende gerichte acties. Ik zeg heel expliciet verticale bevoegdheid, want u weet dat Gelijke Kansen, zoals zoveel van mijn bevoegdheden, ook een horizontale bevoegdheid is, waar ook andere collega's nog zaken ondernemen. Wat mijn verticale bevoegdheid betreft, maak ik bijvoorbeeld werk van een beleidsparticipatiestructuur van en met mensen met een handicap en hun organisaties in Vlaanderen. Het nodige budget is vrijgemaakt. We hopen dit jaar nog van start te kunnen gaan. Met de beleidsparticipatiestructuur zullen personen met een handicap hun stem kunnen laten horen in de voorbereiding en ontwikkeling van beleid dat invloed heeft op hen. Zij vormen dus op die manier een ideale gesprekspartner voor de Vlaamse Regering. Maar over dit punt hebt u nog niet zo lang geleden ook al een vraag om uitleg gesteld. Het is hier dus al aan bod gekomen.

Ook onderneem ik gerichte acties om pilootprojecten te ondersteunen. Op die manier geven we organisaties een duwtje in de rug om hun werking op te starten, waarna zij hun activiteit kunnen uitbreiden naar andere beleidsdomeinen. Eind juni zullen de nieuwe projecten van de projectenronde van dit jaar bekendgemaakt worden. Ook een goede toegankelijkheid van de publieke omgeving is een belangrijke hefboom tot participatie. Zoals u weet, heeft Vlaanderen daarvoor een specifiek agentschap in het leven geroepen, namelijk Inter, dat straks nog ter sprake komt in een decreet. Inter is op diverse terreinen actief en ondersteunt zowel verschillende overheden in de uitbouw van toegankelijkheidacties als private actoren bij de totstandkoming van infrastructuur die de toegankelijkheid voor iedereen moet verbeteren.

In het licht van de komende lokale verkiezingen van 14 oktober sensibiliseer ik de lokale besturen met een nieuwe brochure met handige tips rond een toegankelijke inrichting van het stemlokaal. Dat klinkt misschien allemaal zeer vanzelfsprekend, maar voor lokale besturen is het soms echt nog nodig om gewoon tips mee te geven over het toegankelijk maken van het stemlokaal voor mensen met een beperking. Samen met Inter bied ik aan de lokale besturen en aan de technische diensten ook een praktische vorming aan.

Het blijft natuurlijk ook belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat discriminatie en ongelijke kansen niet enkel de verantwoordelijkheid zijn van de beleidsmakers maar ook van de integrale samenleving. Daarom heeft zowel mijn collega bevoegd voor het werk als ikzelf tijdens het voorbije jaar sensibiliseringscampagnes georganiseerd naar het brede publiek, waarin werd gewezen op de nefaste invloed van vooroordelen die vaak de voedingsbodem zijn voor daadwerkelijke discriminatie, zowel bij sollicitaties en op de werkvloer als in andere contexten.

Discriminatie voorkomen is echter niet alleen een aandachtspunt voor mij als minister van Gelijke Kansen, maar vereist natuurlijk ook de aandacht en een actief engagement van de hele Vlaamse Regering. Ik zal nog voor het zomerreces een geactualiseerde versie van het Vlaams horizontaal gelijkekansenbeleidsplan op de ministerraad brengen. Daaruit zal blijken – dat hoop ik toch – dat er binnen de Vlaamse overheid vandaag al heel wat gebeurt, en ook wat er voor de toekomst nog extra in de pijplijn zit.

Zeg ik nu dat alles perfect is? Neen, dat heb ik niet gezegd. Wil ik uw vragen over cijfers van Unia ontwijken? Neen, absoluut niet.

Maar ik heb geen achterliggende data, geen achterliggende dossiers.

Het is natuurlijk niet aan mij, voorzitter, om de regeling van deze commissie en de werkzaamheden te bepalen. Maar het lijkt mij zinvol dat, wanneer Unia hier het jaarverslag komt voorstellen, er daarover dan gerichte vragen kunnen worden gesteld, niet alleen door de heer Van Malderen, maar ook door andere parlementsleden die begaan zijn met deze problematiek. En dan krijgen we volgens mij een veel beter zicht op welke dossiers nu eigenlijk achter die daadwerkelijke klachten zitten.

In ieder geval, wat de reden ook is – ligt het aan het feit dat ze meer in de actualiteit zijn gekomen, ligt het aan het feit dat ze bekender geworden zijn? –, mij niet gelaten. Hoe meer meldingen er komen, hoe beter. Dat vind ik sowieso een goede zaak. Natuurlijk betekent niet elke melding dat er ook werkelijk een dossier wordt geopend. Maar wanneer mensen met een handicap en ook andere mensen melding maken, kan ik dat alleen maar een goede zaak vinden. Ik kan dat alleen maar ondersteunen.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U verwijst naar een stijging op korte termijn. Maar als je de sequens wat verlengt naar vijf jaar, dan hebben we toch wel te maken met een verdubbeling. Sowieso is handicap een factor in 25 procent van de klachten. Ik ben het met u eens dat we op basis van deze cijfers moeilijk exact kunnen inschatten of het gaat over een grotere alertheid en een grotere aangiftebereidheid, maar op zijn minst is het een evolutie die ons moet bezighouden. Het zou goed zijn om dat uit te klaren.

Minister, het verbaast me dat u zelf nog geen contact hebt opgenomen met Unia om u die cijfers te laten toelichten. Dat zou heel handig zijn. Dan hadden we vandaag al een stap verder gestaan. Ik zou u ook aanraden om dat te doen, of om inderdaad, minister, met ons aanwezig te zijn bij een hoorzitting in deze commissie waarop we Unia vragen om deze cijfers toe te lichten. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Wel, minister, ik zou u aanraden om contact op te nemen met Unia en het u te laten toelichten. Dat is één. Twee, als dat blijkbaar problemen geeft, zouden we zo snel mogelijk Unia kunnen uitnodigen in deze commissie, waarbij u aanwezig zou kunnen zijn. En dan kunnen we met z'n allen proberen om stappen voorwaarts te zetten.

Een aantal van de zaken die u hebt opgesomd – projecten, participatieorgaan enzovoort – zijn op zich waardevol en kunnen het bewustzijn verhogen. Maar als je kijkt naar waarover de klachten gaan, denk ik dat we toch een tandje zullen moeten bij steken. De grote bulk van klachten gaat over Onderwijs, Werk en Wonen. U bent volledig bevoegd voor het wonen. En voor het werk bent u via de sociale economie – toch ook in belangrijke mate, gezien de doelgroep waarover we spreken – mee bevoegd.

Ik zal het hele debat hier niet heropenen. Maar het gegeven om in de praktijk te testen wat de problemen zijn die mensen ervaren en daar ook remediërend in kunnen optreden, is een aspect dat in uw antwoord echt niet aan bod is gekomen. Dat is niet nieuw. We kennen daar het meningsverschil. Maar ik wil toch meegeven dat ik betreur dat dat aspect niet is meegenomen in het antwoord.

Ik rond af. Ik doe een oproep om Unia uitleg te laten geven, de cijfers te laten duiden, de achterliggende dossiers enzovoort toe te lichten. Ik zou het normaal vinden dat u dat als minister doet. Maar goed, als dat niet lukt, dan moeten we dat misschien samen in het parlement doen. Ik zou toch willen aanraden om in de praktijk, op de woonmarkt, op de arbeidsmarkt, de nodige testen te organiseren om te kijken hoe het in de praktijk gaat.

De voorzitter

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Voorzitter, ik dank u. De heer van Malderen haalt aan: ‘Het is een verdubbeling en een beetje problematisch.’ Maar mij lijkt het niet echt problematisch. De mensen worden inderdaad veel mondiger en vinden meer de weg naar het platform om het te melden. Er beweegt heel wat in die wereld. Er is het M-decreet, er is heel de persoonsvolgende financiering. Er beweegt heel wat in die wereld. Mensen kunnen dus ook meer klachten hebben dan vijf jaar geleden.

Zoals u zei, minister, moeten we eerst bekijken welke dossiers daarachter zitten. En dan lijkt het mij belangrijk om de ministers van het welbepaalde thema mee in het debat te trekken, om dan te bekijken waar we een tandje kunnen bij steken of waarin we nog iets kunnen betekenen. Maar dan kunnen we inderdaad het best eerst het rapport afwachten, wanneer Unia dat eventueel eens komt toelichten, om dan onze conclusies te trekken.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Ik kan natuurlijk bevestigen wat mevrouw van der Vloet heeft gezegd, omdat ik dat ter afsluiting van mijn antwoord heb gezegd.

Ik ben het ermee eens dat we Unia desgevallend hier in de commissie uitnodigen om toelichting te geven bij het jaarverslag. Ik begrijp dat de heer Van Malderen vraagt of ik dan zal samenzitten met Unia. Maar u weet dat we dat in het verleden al een paar keer hebben geprobeerd. We krijgen echter geen inzage in de data en dergelijke meer. ‘Never mind’, we spreken nog wel met Unia. We hebben daar ook periodiek overleg mee. (Opmerkingen)

Ja, natuurlijk wel. Maar ik wil wel meegeven, collega's, dat Unia onder de bevoegdheid van dit Vlaams Parlement valt. Het zou normaal zijn – maar nogmaals, ik moei mij niet met de regeling van de werkzaamheden – dat hier een voorstelling gebeurt van het jaarverslag. Ik ben natuurlijk heel erg en graag bereid om daarbij aanwezig te zijn, mijnheer Van Malderen. Dat lijkt me nogal logisch.

Het lijkt me dus nuttig om hier zo snel mogelijk die gedachtewisseling te houden, zodat we inderdaad meer conclusies kunnen trekken uit die cijfers. Maar ik blijf erbij: de toename van het aantal dossiers is een slechte en een goede zaak.

Dat is een goede zaak omdat de mensen mondiger zijn geworden en Unia als instituut bekender is geworden. Ik denk dat we alleen maar kunnen toejuichen dat veel meer mensen hun weg vinden als ze zich het slachtoffer van discriminatie en dergelijke voelen. Ik neem aan dat dit tijdens de eventuele gedachtewisseling over het jaarrapport van Unia uitgebreid ter sprake zal kunnen komen.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, ik kijk uit naar de regeling van de werkzaamheden.

Mevrouw van der Vloet, ik ben het in die zin met u eens dat het op zich een goede zaak is dat de mensen zich bewust worden van hun rechten en mogelijkheden om te participeren. Dat lokt uiteraard ook een confrontatie uit met de drempels die mensen met een handicap hierdoor in het dagelijks leven meer ontmoeten. In die zin is elke klacht eigenlijk een appel aan ons, beleidmakers, en aan iedereen die hier iets aan kan veranderen om die drempels weg te werken.

In het verdrag van de Verenigde Naties hebben we er ons tenslotte toe verbonden om tot een volwaardige participatie in elk van die domeinen te komen. Dat is niet min als doelstelling. Laat ons de stijging of de daling even opzijzetten. Elke klacht is op zich een appel om hieraan te werken.

Minister, ik nodig u en alle Vlaamse volksvertegenwoordigers op om hier mee de schouders onder te zetten.

De voorzitter

Mijnheer Van Malderen, we zullen dat tijdens de regeling van de werkzaamheden bespreken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.