U bent hier

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Voorzitter, hier zit een parlementslid dat het toch wel zeer nauw neemt met de rechtszekerheid. Als iemand een vergunning aanvraagt en als daar beroep tegen aangetekend wordt, moet er beslist worden binnen een redelijke termijn, wat de beslissing van dat beroep ook wordt.

En Vlaanderen – wij zien onszelf toch als een zeer sterk ontwikkelde regio in de wereld – zou er in 2018 toch in moeten slagen om binnen redelijke termijnen over beroepen te oordelen. We hebben nu het verhaal van omgevingsvergunningen dat zowel het milieu- als het stedenbouwkundige aspect samenneemt, maar we zitten natuurlijk ook nog met oude beestjes op het niveau van milieu en van ruimtelijke ordening. Het gaat over oude demonen, over beroepen die destijds nog werden ingesteld. En ze zijn zeer oud. Wat het milieuaspect betreft, heeft collega Jelle Engelbosch uit Limburg een schriftelijke vraag gesteld, en daaruit bleek dat er bij de minister dertig beroepsprocedures tegen milieuvergunningsdossiers liggen die nog moeten worden beslecht. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Op het vlak van ruimtelijke ordening is het nog erger, daar zijn er nog een dertigtal openstaande procedures, hoewel de beroepsmogelijkheid bij de minister tegen beslissingen van een deputatie al jaren geleden is afgeschaft. De beslissing van de deputatie in sommige van die dossiers dateert van meer dan vijftien jaar geleden. Het gaat dus over mensen die beroep aantekenen tegen een beslissing van de deputatie over een vroegere bouwvergunning. Dat wordt behandeld bij de minister, maar dat duurt al meer dan vijftien jaar. Dat is pure Kafka.

Minister, ik wil hier uiteraard geen schuldige aanwijzen, maar wel deze zeer perverse situatie aankaarten. Minister Muyters heeft tijdens de vorige legislatuur aan de administratie gevraagd om die dossiers door te lichten. Als we zien dat daar beestjes van vijftien jaar geleden tussen zitten, dan is dat ronduit problematisch. Het gaat eigenlijk over dossiers die bij toenmalig minister Van Mechelen zijn aangetekend. Minister Van Mechelen moest die beroepen dus behandelen, maar die zitten nu bij u, minister. Ik begin te begrijpen waarom u net iets te laat in de commissie komt, namelijk omdat er nog veel dossiers te behandelen zijn.

Mensen verkeren jarenlang in onwetendheid en onzekerheid, en daarom wil ik dat hier vandaag op onze parlementaire agenda plaatsen.

Minister, hoe komt het dat u over die oude beroepen nog geen beslissing hebt genomen? En het gaat dan niet enkel over u, maar over een aantal ministers.

Zult u uw administratie vragen al deze dossiers een voor een nogmaals te screenen zodat we op zeer korte termijn een beslissing kunnen nemen en mensen niet in onwetendheid laten?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Ronse, u hebt hier bijna alle politieke kleuren opgenoemd die met die achterstand hebben geworsteld, een aantal niet, maar ik zal daar niet verder op ingaan.

Als antwoord op de vraag van de heer Engelbosch werd een lijst met lopende beroepen bezorgd. Ondertussen zijn er al een aantal dossiers hiervan afgehandeld. De redenen waarom deze beroepen nog lopen, zijn heel divers. Het gaat vaak over ministeriële beslissingen die na een vernietiging door de Raad van State heroverwogen moeten worden. Heroverwegingen van milieuvergunningsaanvragen die voor de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning zijn ingediend, worden nog volgens de oude VLAREM-procedure behandeld. Wat stedenbouwkundige vergunningen betreft, loopt de beroepsprocedure conform het decreet van 18 mei 1998 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Daarnaast zijn er enkele complexe beroepsdossiers die nog bijkomend onderzoek vragen.

Ik heb mijn diensten de opdracht gegeven om alle beroepsdossiers op te volgen en die zo snel mogelijk af te werken. Want in tegenstelling tot wat u laat uitschijnen, mijnheer Ronse, liggen die niet in een of ander hoekje te vergelen. Ze zijn nog niet tot op mijn bureau geraakt.

Het overzicht is beschikbaar en is bezorgd als bijlage bij de schriftelijke vraag. Het is een terechte vraag dat dit zo snel mogelijk moet worden opgelost.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

In het overzicht van de schriftelijke vraag ging het over milieudossiers en niet over stedenbouwkundige dossiers. Het zou wel interessant zijn om het overzicht te krijgen van alle stedenbouwkundige dossiers volgens oude spelregels, met vermelding hoe oud ze zijn en wat hun status is.

Minister, ik wil absoluut niet de indruk geven dat u daarvoor aansprakelijk bent. Ik ben gewoon een bezorgd parlementslid dat vindt dat mensen die met dossiers en beroepsprocedures zitten die in sommige gevallen al vijftien jaar aanslepen, een antwoord verdienen. Wat mij het meest van alles zorgen baart, is dat van die dossiers nog een pak dossiers niet eens op uw bureau is beland. Misschien zit er dus wel een probleem bij de administratie en de manier waarop de dossiers daar worden behandeld. Wie weet zit er ook wat laaghangend fruit tussen die dossiers, bijvoorbeeld dossiers die op vandaag zonder voorwerp zijn geworden omdat de eigenaar, de ontwikkelaar of de spelers er niet meer zijn. Dat zijn toch allemaal zaken die op korte termijn moeten worden bekeken en die in een zichzelf respecterende en ontwikkelde regio als Vlaanderen zouden moeten kunnen worden aangepakt.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik vind de vraag van de heer Ronse bijzonder terecht. Misschien kunnen we inderdaad – en dat komt ook tegemoet aan de hiaat die hij in zijn vraagstelling heeft gelaten – de twee vorige ministers van Ruimtelijke Ordening uitnodigen om na te gaan waarom sommige dossiers al dan niet tussen de vloerpanelen van het kabinet zijn verdwaald.

Los van het gooien van stenen en verwijten – ik denk dat we dat beter niet doen – is het deze keer de schuld van iedereen, maar jammer genoeg is het wel een probleem. Ik wil de vraag een beetje opentrekken, want als we toch over de termijnen van beroepsprocedures en behandelingsprocedures willen praten, dan moeten we ook eens naar een aantal nieuwe beestjes, zoals de heer Ronse ze noemt, kijken. Ik ben in afwachting, maar u bent nog ruim binnen de termijn, minister, van het antwoord op een schriftelijke vraag die ik heb gesteld naar aanleiding van de vaststelling dat ook bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen nogal wat dossiers blijven liggen, tot frustratie van de Orde van Architecten en van indieners van beroepsprocedures. Dossiers blijven een jaar, twee jaar of langer liggen, in een aantal gevallen zelfs ondanks en flagrant in strijd met een ordetermijn die men heeft ingesteld voor uitmaken van uitspraken. Ik ben dan ook vragende partij om het geheel van de naleving van de termijnen en het uitrekken van de termijnen van beroepsprocedures in milieu en ruimtelijke ordening op de agenda te plaatsen. Ik heb immers het gevoel dat daar niet alleen oude maar ook wel een aantal recente problemen bestaan.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Nieuwe problemen inzake beslissingen over omgevingsvergunningen zijn er momenteel niet omdat er een heel strikte termijn is afgesproken. Het gaat vooral over een aantal oudere dossiers die hangende zijn. Maar ik heb, zoals ik net heb gezegd, opdracht gegeven om die zo snel mogelijk op te lossen.

Wat de Raad voor Vergunningsbetwistingen betreft, zijn er al hoorzittingen georganiseerd. De bevoegde minister, minister-president Bourgeois, heeft ook al heel wat inspanningen gedaan om in die raad in een aantal extra mensen te voorzien om die achterstand in te halen en ervoor te zorgen dat er sneller wordt beslist.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Het klopt op het niveau van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De minister-president maar ook wij in het parlement hebben de hele procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen aangepast. De jaarverslagen van de raad komen helaas niet meer in deze commissie maar in de commissie Algemeen Beleid. We hebben dat gevolgd en vastgesteld dat men daar heel bezorgd is over het digitale verhaal. Het zal ook uitkijken zijn naar de resultaten daarvan.

Ik deel de bezorgdheid van de heer Tobback over de nieuwe beestjes en zelfs over de werking van de Raad voor Vergunningsbetwistingen waarvoor we nochtans zelf het decreet hebben geschreven en goedgekeurd. We moeten dit zeer bedachtzaam opvolgen. Geen enkel parlementslid hier, van om het even welke politieke kleur, wil dat mensen vijf of tien jaar in onzekerheid leven over hun vergunning of een project dat in hun buurt komt. We kunnen dat niet maken, de basis van elke goed functionerende democratie is een goed functionerende rechtspraak.

Ik deel dus de idee van de heer Tobback om in deze commissie de administratie uit te nodigen en hun te vragen om te komen spreken over zowel de oude als de nieuwe beestjes. Op die manier kan de commissie daar een zicht op krijgen.

Ik wacht met veel interesse het overzicht af van de minister over de stedenbouwkundige beroepsdossiers die nu nog moeten worden behandeld.

Ik hoop dat we tegen het eind van deze legislatuur deze dossiers kunnen afhandelen zodat iedereen opnieuw weet waar hij of zij staat.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.