U bent hier

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, u besliste in het voorjaar van 2018 aan elke beheersovereenkomst van het jeugdwerk een strategische doelstelling rond integriteit toe te voegen. Deze doelstelling bestaat uit twee concrete acties, namelijk dat elke jeugdvereniging tegen uiterlijk 31 december 2018 een integriteitsbeleid uitwerkt en dat zij een aanspreekpunt integriteit (API) aanduiden. Die API moet ook een eerste opleiding en intervisie hebben gevolgd tegen 30 juni 2019. Om dit alles in goede banen te leiden, kreeg De Ambrassade als extra opdracht om een ondersteuningsaanbod te voorzien.

Dit kadert binnen het Vlaams Actieplan Integriteit en is zeker een waardevol initiatief, waar zowel ik als de jeugdsector zelf volledig achter staan. Op deze manier kan er structureel worden gewerkt aan een maatschappelijk probleem dat zich ook manifesteert in het jeugdwerk. Toch zijn er een aantal bezorgdheden rond de implementatie van deze acties. Deze zijn namelijk toegevoegd nadat de subsidiebedragen al waren goedgekeurd. De uitwerking van een beleid, het volgen van opleiding en intervisie en de ontwikkeling van een ondersteuningsaanbod vragen wel wat tijd en middelen. De Ambrassade kan dit opnemen binnen hun werking, maar dit betekent dat een ander aanbod zal moeten sneuvelen. Minister, dit kwam onlangs trouwens aan bod op het congres #Jeugdwerkwerkt, waarop u ook aanwezig was. Zij kunnen hiervoor samenwerken met andere partners in het jeugdwerk die hier expertise rond hebben, zoals Pimento of Tumult, maar voor hen geldt hetzelfde. Het aanbod van De Ambrassade is in principe ook steeds betalend, wat maakt dat jeugdverenigingen verplicht worden hier een deel van hun middelen aan te besteden.

Het is belangrijk om te werken aan deze problematiek, en daarom is er een grote wens om de impact van deze maatregelen te maximaliseren. Daarbij is het essentieel dat er voldoende ruimte is om een degelijk en doordacht beleid uit te werken in plaats van een aantal losse acties om af te vinken. Ik vrees dat dit net de uitkomst zal zijn als er geen extra inspanning wordt gedaan vanuit Vlaanderen.

Minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de uitwerking en opvolging van het ondersteuningsaanbod kwaliteitsvol is en bovendien niet ten koste gaat van andere ondersteuningsbehoeften?

Op welke manier kunt u garanderen dat deze opgelegde doestellingen de jeugdverenigingen niet verplichten om hier een deel van hun werkingsmiddelen aan te besteden, waardoor andere zaken naar de achtergrond worden verschoven?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

In de subsidieovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en De Ambrassade werd een strategische doelstelling opgenomen, die bepaalt dat de Ambrassade het jeugdwerk op een gedifferentieerde en inspirerende manier versterkt. Daarbij ligt er op dit vlak in de overeenkomst maar één inhoudelijke prioriteit vast, namelijk een jaarlijks vormingstraject voor aanspreekpunten integriteit in het jeugdwerk organiseren vanaf 2019. Binnen de afgesproken vormingsuren die De Ambrassade jaarlijks zal organiseren – in 2018 zijn dat 5300 uren voor vormings- en studiedagen – kan dit vormingstraject perfect een plaats krijgen. Daarnaast blijft er meer dan voldoende ruimte over voor andere vormingsnoden en prioriteiten.

Gezien de sector sterk achter het Vlaams Actieplan Integriteit staat, is het onwaarschijnlijk dat het vormingstraject voor aanspreekpunten ten koste gaat van andere studiedagen en vormingen van De Ambrassade. Bovendien is er in overleg met De Ambrassade uitdrukkelijk gekozen om een jaar tijd te voorzien om dit vormingstraject te ontwikkelen. Dit geeft De Ambrassade onder meer de mogelijkheid om te bepalen of ze zelf de nodige knowhow verwerft of daarvoor een beroep doet op partners. Als De Ambrassade hiervoor samenwerkt met een andere vereniging die wordt erkend in het decreet Jeugd- en Kinderrechtenbeleid, dan is het mogelijk dat die activiteiten bijdragen tot het aantonen van de erkenningsvoorwaarden of tot het realiseren van hun subsidieovereenkomst, mits ze voldoen aan de vereisten. Het vormingstraject hoeft dan ook niet ten koste te gaan van het overige aanbod van mogelijke partners binnen het jeugdwerk.

Wat uw tweede vraag betreft, wil ik allereerst duidelijk maken dat ik het erg belangrijk vind dat alle jeugdverenigingen werk maken van dit thema. Ook de jeugdsector zelf staat daar trouwens achter. De start van een nieuwe beleidsperiode en de subsidieovereenkomsten die in dat verband zijn afgesloten, waren dan ook het uitgelezen moment om dat engagement om te zetten in de praktijk. De subsidieovereenkomsten met de verenigingen bepalen dat de aanspreekpunten tegen 30 juni 2019 vorming zullen hebben gevolgd. De verenigingen krijgen dus ruim de tijd om na te gaan hoe ze zich hier het best rond organiseren. Ook al kreeg De Ambrassade een specifieke vormings- en begeleidsopdracht, toch kiest elke vereniging vrij welke vorming haar medewerker volgt.

Wat het financiële plaatje betreft, wil ik ook aanstippen dat de jeugdorganisaties tot de socialprofitsector behoren en dus ook kunnen gebruikmaken van een vormingsbudget, dat in het kader van het Vlaams Intersectoraal Akkoord 4 wordt verdeeld door het Vlaams Instituut voor Vorming en Opleiding in de Social Profit.

Ik heb zeker begrip voor uw vraag en het is niet de bedoeling om stapsgewijs bijkomende doelstellingen in de bestaande beleidsplannen binnen te smokkelen. Hier gaat het wel om een problematiek die meer vraagt dan een oppervlakkige reactie. We hebben een goede praktische oplossing kunnen vinden met De Ambrassade en met de gehele jeugdsector om hier een degelijk antwoord op te bieden.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik ben het met u eens. De manier waarop de sector en De Ambrassade daarmee zijn omgegaan en het feit dat ze zelf tijdig hebben ingezien hoe belangrijk het is om dit te doen, siert hen. Het is ook maatschappelijk een goede zaak en een sterk signaal. Op het recent door De Ambrassade goed georganiseerde congres in de AB over jeugdwerk is gebleken dat ze dingen graag bottom-up willen vormgeven en niet vraaggestuurd, van bovenaf. Die opmerking werd daar heel duidelijk verwoord.

De kracht van het jeugdwerk ligt erin dat ze zelf weten waaraan er nood is en dat ze welbepaalde maatschappelijke noden willen invullen. Ze willen echter niet continu bevraagd worden. Ik hoor duidelijk in uw antwoord dat dat niet de bedoeling is. U hebt dat eerder al aangegeven.

Wat deze specifieke thematiek betreft, ligt de timing vast tot 2019. Ik denk echter dat dit iets van lange adem zal zijn. Ik denk dat dit iets zal zijn dat structureel zal moeten blijven gebeuren. Dit is een maatschappelijk probleem, een maatschappelijke uitdaging, zoals er zoveel zijn, waarin we de komende jaren dagelijks veel tijd en energie zullen moeten steken. U antwoordt op de bestaande situatie met een planning tot 30 juni 2019. Als na de eerste analyse blijkt dat er wat u betreft een structurele aanpak nodig is omdat dit een structureel probleem is, is er dan ruimte om die budgetten te verhogen? Is er een mogelijkheid om daar budgetten aan te koppelen? Of vindt u dat dit dan behoort tot de algemene korf van initiatieven die genomen kunnen worden en waaruit ze zelf kunnen kiezen? Vindt u dat Vlaanderen, de overheid, daar niet specifiek zelf een extra luik aan moet koppelen?

Mevrouw Soens heeft het woord.

Heel kort. Als ik het goed begrijp, krijgt De Ambrassade een jaar tijd om de vorming te organiseren. In principe moet die pas tegen 2019 helemaal rond zijn, terwijl de jeugdorganisaties wel al eind dit jaar een beleid uitgestippeld moeten hebben. Mij lijkt dat een beetje een vreemde logica: de aanspreekpunten integriteit kunnen tot juni volgend jaar hun opleiding volgen bij De Ambrassade of ergens anders, maar het beleid zelf moet al uitgestippeld zijn eind 2018. Kan daarop geen uitzondering worden voorzien? Het lijkt me toch wel een wat vreemde logica, die daarachter zit.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Ik denk dat het heel duidelijk is dat iedereen achter het invoeren van die aanspreekpunten integriteit staat. Collega Annouri heeft het gezegd, de CD&V-fractie staat daarachter, samen met iedereen in deze commissie en in de jeugdsector zelf, denk ik. Dat toont aan dat iedereen de noodzaak van zo’n integriteitsbeleid heel duidelijk inziet.

Ik heb er tijdens de hoorzitting al op gewezen dat die aanspreekpunten alleen maar kwalitatief kunnen zijn en kwalitatief werk kunnen leveren als daar voldoende middelen tegenover staan. Het gaat namelijk niet enkel om het aanbieden van opleidingen en vormingen. Er moet ook een toolbox ontwikkeld worden. Die toolbox moet vervolgens ook verspreid worden naar de verschillende organisaties.

Collega Annouri wijst er terecht op dat de strategische doelstellingen van die API’s pas werden toegevoegd nadat de subsidiebedragen bekend waren. Minister, het is positief dat u hier nogmaals bevestigt dat het niet de bedoeling is dat er in de toekomst nog op deze manier gewerkt wordt, maar dat de nood hier wel hoog was.

Met andere woorden: binnen die toegewezen middelen moeten de organisaties nu zelf ruimte maken voor die API’s. Willen ze dat goed doen, dan zal dit ten koste gaan van iets anders, vrees ik. Minister, u kunt wel zeggen dat dit niet ten koste gaat van andere vormingen of dat ze gemakkelijk kunnen schuiven, maar als je bekijkt wat de jeugdsector allemaal al doet, dan durf ik dat toch wel te betwijfelen.

Om de vraag van collega Annouri over de extra middelen concreet te maken, heb ik even geïnformeerd bij De Ambrassade naar de kostprijs van het aanbieden van die vormingen. Volgens hun berekeningen zou het in het eerste jaar ongeveer 15.000 euro kosten om die opleiding tot een API door honderd personen te laten volgen. De kost voor de ontwikkeling zou eventueel gespreid kunnen worden als die toolbox ook gebruikt kan worden in andere sectoren. De eerste schatting spreekt toch van 15.000 euro nu en vervolgens elk jaar opnieuw 5000 euro voor het verder aanbieden van die opleidingen. Ik wil dus de vraag van de heer Annouri iets concreter stellen. Bent u bereid om die middelen te voorzien voor de jeugdsector?

De heer Wouters heeft het woord.

Dank u, voorzitter. Ik dank ook collega Annouri voor deze vraag. Het is een belangrijk thema, dat we onder de aandacht moeten blijven houden. Daar zijn we hier allemaal van overtuigd. De collega’s hadden het al over de doelstelling rond integriteit ter aanvulling van een integriteitsbeleid. De aanstelling van een API is een goede zaak en een noodzakelijke zaak.

Enerzijds begrijp ik dat extra doelstellingen ook vragen om extra middelen. Dat is, zeker gezien het belang van het thema, niet onlogisch. Anderzijds is het ook te begrijpen dat workshops en opleidingen betalend zijn. Dat geldt trouwens niet alleen voor opleidingen over grensoverschrijdend gedrag. De mensen die vormingen geven, moeten immers ook betaald worden. Vaak gebeurt dit gewoon via een vrijwilligersvergoeding. Het is dus niet zo dat er immense bedragen gevraagd worden. Op de website van Pimento kunt u trouwens al verschillende richtprijzen vinden.

Ik wil er tot slot ook nog op wijzen dat er heel wat informatie gratis ter beschikking staat. Ik denk maar aan alle informatie en brochures die te vinden zijn op de nieuwe webstek grenslijn.be. Daarop staat een massa aan informatie over hoe jeugdorganisaties een beleid kunnen uitwerken inzake grensoverschrijdend gedrag.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik ben blij te horen dat op alle banken, over meerderheid en oppositie heen, iedereen het een belangrijke maatschappelijke uitdaging vindt om het grensoverschrijdend gedrag terug te dringen en de integriteit in het jeugdwerk te verhogen. Dus, laat dat duidelijk zijn: soms worden we, om het in slecht Nederlands te zeggen, ‘gevat’ door een problematiek waarvan we niet wisten dat die zo groot was of zo diepgaand was. Dan is het nodig om een extra inspanning te leveren vanwege het belang van de problematiek.

Ik vind het dus goed dat de jeugdsector hierin het voortouw neemt en dat zij het thema ook belangrijk vinden. Ik wil de komende maanden bekijken hoe de verschillende organisaties zelf hun aanspreekpunt Integriteit op poten zetten. In die zin ben ik wel bereid om zo soepel als nodig om te springen met die timing. Er bestaat namelijk inderdaad een spanningsveld tussen de resultaatsverbintenis van de jeugdwerkorganisaties en de inspanningsverbintenis van De Ambrassade, die iets verder in de toekomst ligt. We moeten dus bekijken hoe we dat het best op elkaar kunnen afstemmen. Los daarvan is niemand van plan, en zeker de jeugdsector zelf niet, om tijd te verliezen.

Ik wil ook de vraag van het budget in die periode bekijken. Enerzijds kan men zeggen: als het maar 5000 of 15.000 euro is, al naargelang de parameters die hier gebruikt zijn en die ik niet betwist, dan zouden we dat vrij vlot moeten kunnen bijpassen. Maar anderzijds lijkt me, in het antwoord dat ik oorspronkelijk aan de heer Annouri gegeven heb, dit ook wel een haalbare kaart. Ik zeg nu niet dat hier per definitie geen extra middelen tegenover kunnen staan, maar ik wil het in overleg met de jeugdsector, afhankelijk van de timing van de aanspreekpunten integriteit en afhankelijk van het vormingsaanbod van De Ambrassade, toch nog even verder bekijken.

Ik ben niet iemand die alleen op voluntarisme steunt. Men moet ook budgetten hebben. Maar tegelijkertijd is dit, gelet op het belang van de maatschappelijke problematiek, ook niet onmogelijk om nu al zonder bijkomende middelen in gang te zetten. En dan gaan we kijken wat daar tegenover staat. Wat we zeker niet moeten doen, is nu instrumenteel of mechanisch denken dat het instellen van de aanspreekpunten integriteit en het organiseren van het vormingsaanbod de problematiek per definitie zal vatten en beantwoorden. Het zal een eerste basis zijn, en hopelijk zal het voldoende zijn, maar misschien zal er, zoals bij elke mentaliteitswijziging, wat het finaal wel is, een nog iets langere tijd en iets meer inspanningen nodig zijn.

Ik houd de deur dus op een kier, zowel voor timing als voor budget, maar op dit ogenblik gaan we van start binnen de grenzen zoals ik ze u aangegeven heb. Maar ik blijf daarover in gesprek met de jeugdsector.

De heer Annouri heeft het woord.

Ik dank de minister voor het antwoord en de collega’s om zich aan te sluiten.

Ik onthoud Piet Huysentruyt-gewijs drie dingen. Eén: we erkennen allemaal de omvang van de problematiek van grensoverschrijdend gedrag in onze samenleving en zien hoe actueel en hoe nodig het is dat we er structureel aan werken. Twee: de jeugdsector en De Ambrassade gaan hier op een ongelooflijk sterke manier mee om. Ze nemen hun verantwoordelijkheid op en we zijn hen daar allemaal erkentelijk voor. En drie: we delen allemaal de bezorgdheid dat ze geen taken die ze nu al goed doen, gaan doorschuiven en dat die onder druk komen te staan omdat ze extra taken opgelegd krijgen die minstens even fundamenteel zijn als de andere.

Ik onthoud ook uw flexibiliteit, minister. U zult dat verder opvolgen. Wij zullen het samen met u opvolgen indien nodig. Ga die conversatie aan met de sector, want ik denk inderdaad dat het mogelijk moet zijn om degenen die die verantwoordelijkheid opnemen, financieel ook in die mate te ondersteunen zodat ze hun verantwoordelijkheid ten volle kunnen opnemen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.