U bent hier

Mevrouw Remen heeft het woord.

Minister, in mijn schriftelijke vraag van vorig jaar kaartte ik al de problematiek van de te lage prijzen en marges voor onze landbouwers en onze voedingsproducten aan. Vooral de prijzenoorlog tussen binnen- en buitenlandse retailers zorgen voor onleefbare marges voor de Vlaamse kmo's en landbouwers. Hoge kortingen en gratis producten bij aankoop van meerdere stuks zijn de norm geworden. Niet alleen de prijzenoorlog, de onleefbare marges maar ook een verspillingscultuur zijn daar een spijtig gevolg van. We weten dat niets gratis is: iemand of iets betaalt altijd de prijs.

Van jongs af aan wordt deze consumptienorm ons al ingelepeld. Spijtig genoeg beschouwen we iets dat we gratis krijgen, als tweederangs of hebben we er niet voldoende respect voor.

Frankrijk zal dit nu wettelijk verbieden. Vorige maand keurde de Franse kamer een belangrijke landbouw- en voedingswet goed die vooral gezondere commerciële relaties garandeert in de voedingssector. Enkele details werden al onthuld: foodretailers zullen een minimummarge van 10 procent opgelegd krijgen en de verkoop met verlies zal veel strenger worden gehandhaafd. Maar deze Franse wet wil nog verder gaan. Er komt namelijk een verbod op de term ‘gratis’ bij de promotie van voedingsproducten. Zo zullen promoties als ‘een kopen, een gratis’ verboden worden. Ook de concurrentieautoriteit zal meer in de pap te brokken krijgen en streng waken over de toegenomen concentratie van inkoopcentrales en hun toegenomen dominantie die ze misbruiken. Er komen ook strengere regels op kraantjeswater en de verplichting voor doggybags in restaurants.

Ons consumptiegedrag en de overproductie om kortingen en ‘gratis’ zogezegd rendabel te houden, werken een enorme verspilling en vervuiling in de hand. Een minimumregulering zoals in Frankrijk is broodnodig in deze scheefgetrokken overdaad. In de commissie van 18 april stelde ik u reeds een vraag over het Nederlandse voorstel om op verpakkingen de ‘ten minste houdbaar tot’-datum af te schaffen. Dat is ook een maatregel die kadert in de strijd tegen voedselverspilling en vervuiling.

Wat is uw visie op dit Franse wetsvoorstel ter ondersteuning van de strijd tegen verspilling en vervuiling? Acht u het wenselijk dat ook Vlaanderen en België dergelijke specifieke maatregelen nemen om de negatieve effecten van ons consumptiegedrag in te perken? Welke belemmeringen moeten we eerst wegwerken? Zult u over dergelijke ondersteuningsmaatregelen samenzitten met de federale ministers Ducarme en Peeters?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Op het einde vraagt u of ik in overleg zal gaan met mijn federale collega's. Daaruit vloeit voort dat het inderdaad om een consumenten- en mededingingsaangelegenheid gaat. We zien dat ook in Frankrijk. Daar is inderdaad een initiatief genomen, maar niet vanuit Landbouw maar vanuit Consumentenzaken en Mededinging.

Ik heb hier al een aantal keren gesproken over de prijsvorming. In de agrovoedingssector is die een bijzonder complex gegeven. Tot eind vorige eeuw garandeerde Europa minimumprijzen voor onze boeren. Dat prijsgarantiesysteem kon enkel maar werken door de interne markt te beschermen. Die stap is ondertussen veranderd. Door bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten is de Europese markt verregaand geliberaliseerd en zijn minimumprijzen komen te vervallen. Net zoals ondernemers in andere sectoren, verwacht de wetgever van ondernemers in de primaire sector dat men marktgericht produceert en een verdienmodel zoekt om het inkomen uit de markt te halen. Er is de nuance dat de markt niet alle diensten die landbouwers leveren, kan vergoeden. Dat zorgt ervoor dat er binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) toch nog een compensatie is voor bijkomende verwachtingen en verplichtingen die worden opgelegd aan de sector.

Ik sta weigerachtig tegenover overheidsingrepen die als wonderoplossing worden voorgesteld, bijvoorbeeld het wettelijk opleggen van een minimummarge van 10 procent voor retailers. Een retailer die een product inkoopt voor 1 euro, zou dat dan voor minstens 1,10 euro moeten verkopen. Maar hoe een dergelijke wet tot een hogere prijs voor de landbouwers zou moeten leiden en niet tot bijvoorbeeld een hoger dividend voor aandeelhouders van de retailer, is mij niet duidelijk. Het is niet omdat een product duurder wordt in de winkel dat de boer automatisch een hogere prijs krijgt. In een vrije markt hangt de prijs die de boer krijgt, af van de vraag en het aanbod op het ogenblik dat hij zijn oogst op de markt brengt, niet van de prijs die een schakel later verderop in de keten ontvangt voor het product.

Ik ben er wel van overtuigd dat voedsel en de voedselproducent weer in waarde moeten stijgen en dat we bewuster en bereid moeten zijn om een betere prijs te betalen. Sinds we in onze contreien geen voedselschaarste meer kennen, is voedsel een banaal product geworden. We beseffen niet meer welke luxe het is om elke dag uit heel veel producten te kunnen kiezen die dan nog betaalbaar zijn. We staan er ook niet bij stil dat we elke boer drie keer per dag nodig hebben om onze huidige levenswijze te kunnen volhouden. Minder dan 1 procent van de bevolking zorgt ervoor dat de rest andere taken kan uitvoeren die bijdragen aan onze welvaartsstaat, zoals handel drijven, zorg toedienen of onderwijs verstrekken.

Wat de reductie van voedselverliezen betreft, heeft Vlaanderen al belangrijke stappen gezet. Samen met de agrovoedingsketen werd een ketenroadmap opgemaakt waarin concrete reductiedoelstellingen zijn vastgesteld en onderschreven. Ondertussen is het Vlaams Ketenplatform Voedselverlies drie jaar actief en werden heel wat acties op de rails gezet. Ik verwijs daartoe naar de website www.voedselverlies.be.

Consumptiepatronen van consumenten veranderen gaat niet van de ene dag op de andere. Dat vraagt tijd. Onderwijs heeft daar samen met Welzijn heel wat initiatieven toe genomen met onder andere gezonde maaltijden op school. Daarnaast is vanuit Welzijn de voedseldriehoek op school voorgesteld, daar wordt nu volop op ingezet. Vanuit het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing gaan de sectoren de consumenten ook zelf informeren.

Mevrouw Remen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik pleit er ook voor om voedselverspilling en vervuiling preventief aan te pakken. Ik verwijs nogmaals naar de feiten: 20 procent van het in Europa geproduceerde voedsel wordt gewoon weggegooid. Dat kost ons jaarlijks 134 miljard euro. Dat is een enorme verspilling. En om die reden vind ik die Franse wet wel een goede maatregel. Die wet toont aan dat consumentenwelzijn meer is dan gratis en goedkoop voedsel. Ook de producenten moeten aan duidelijke regels worden onderworpen om te stoppen met overvloedig produceren ten gevolge van de prijzenoorlogen waar we nu voor staan. Kleine ondernemers maar nu ook de foodretailers zelf worden daar het slachtoffer van.

De Franse aanpak gaat natuurlijk verder dan het bestrijden van verspilling en vervuiling. Veel maatregelen hebben betrekking op de prijzen van de producten, net omdat ze die prijzenoorlog willen aanpakken. Frankrijk is niet het land dat tegen de EU of tegen de vrije markt is. Het pleit niet voor een staatsgeleide economie waar vraag en aanbod de prijsbepaling negeren. Ook Europa heeft nog geen kritiek geuit op deze nieuwe Franse wet om die desastreuze prijzenoorlog en verspilling te verbieden.

Ik verwijs ook even naar Olivier De Schutter, voormalig rapporteur van de VN voor het recht op voedsel, die het ook duidelijk heeft over het huidige destructieve voedselsysteem en de maatschappelijke kosten die daarmee verbonden zijn inzake gezondheid, sociale zekerheid enzovoort.

Een aantal weken geleden kwamen in Brussel een aantal stakeholders samen om een plan B voor Europa te ontwerpen, zeg maar een blauwdruk voor een nieuw voedselbeleid waarmee de Europese Commissie dan aan de slag kan gaan na de verkiezingen van 2019. Minister, u zegt ook zelf dat het taboe van het steeds goedkoper maken van voedsel moet worden doorbroken.

Ik vond ook het Nederlandse voorstel van de THT een goed voorstel. Ook Frankrijk neemt nu verregaande maatregelen en ik hoop dat ook Vlaanderen daardoor kan worden geïnspireerd. Denemarken is ook een heel inspirerend land voor een proactief en preventief voedselverspillingsbeleid. Dat is daar al jaren een prioriteit. Denemarken heeft zelfs voedselverspillingsjagers die gratis private en openbare kantines, waar wij toch ook verantwoordelijk voor zijn, bezoeken.

Een voedselverspillingsjager is een consulent die het personeel kan helpen om de voedselverspilling te verminderen. Dat heeft al geleid tot 50 procent minder voedselverspilling. Ook verschillende foodretailers of supermarkten in Denemarken doen mee aan de actie om aanbiedingen te verlengen. Dat kan misschien ook wel interessant zijn voor Vlaanderen. Met die actie kunnen de klanten onder bepaalde voorwaarden gedurende twee weken genieten van een promotie. Zo willen de supermarkten ook verhinderen dat de consumenten op een bepaald moment heel veel producten inslaan om ze nadien in de vuilnisbak te gooien. Misschien is dit minder verregaand dan de aanpak van Frankrijk, dat een verbod instelt op gratis voedsel.

Frankrijk investeert ook in lespakketten. Ook wij doen al inspanningen in het onderwijs om voedselverspilling, ook op scholen, te vermijden. Er wordt al in de kleuterklas gestart met bewustwording.

Denemarken is ook een ‘broeihaard’ van de ‘restjes-apps’. Het gaan dan van buren die overschotjes uitwisselen tot restaurants, bakkers en slagers die tot op het einde van de dag hun overschotten verkopen met een korting van 50 procent. Dat zijn goede initiatieven. In Vlaanderen is de app ‘Too Good To Go’ actief, maar enkel de grote steden kennen dit initiatief. Misschien kan Vlaanderen daarover sensibiliseren en kunnen wij iets leren van de initiatieven die onder meer in Denemarken worden genomen.

De heer De Croo heeft het woord.

Dit is een heel mooi debat waarbij ik twee beschouwingen wil maken en één vraag wil stellen.

De hoge loonkosten in ons land hebben geleid tot een automatisatie van de productie. Wij moeten immers de loonkosten per verkochte eenheid milderen. De verenging van de ruimte die wij hebben en de daling van het aantal mensen die deze ruimte bewerken in land- en tuinbouw, hebben eveneens geleid tot een automatisatie en intensifiëring van onze productie. Dat zijn twee gelijklopende – misschien in andere disciplines – zaken die we moeten vaststellen. Wij beschikken over een bijzonder kleine oppervlakte, 650.000 hectare landbouwgrond in Vlaanderen, maar wij zijn enorm grote producenten: 4 miljoen ton diepvriesfrieten, en diepvriesgroenten die voornamelijk West-Vlaanderen op de Europese markt brengt.

Wat mijn bezorgdheid is, is dat de markt globaal is. We lijden verlies door overschotten die we hier kwijt geraken. Ik zie af en toe op de markt hoe de late klanten het saldo van het goede voedsel aan een lagere prijs kunnen kopen. We mogen ook niet vergeten dat in de derde wereld de helft van de oogst verdwijnt door ongedierte zoals ratten enzovoort.

Wat mij bezorgd maakt, minister, is dat in Vlaanderen wellicht ongeveer 70 à 80 procent van de landbouw niet rechtstreeks voor menselijke voeding dient, maar voor dierenvoeding, die dan menselijke voeding tot stand brengt. Zou die ‘curseur’ daar niet wat kunnen worden verschoven?

Al de andere initiatieven van de organisaties en uzelf, en alle studies die we ter zake hebben, deel ik met veel enthousiasme.

De heer Dochy heeft het woord.

Mevrouw Remen, bedankt voor de vraag, want het is een interessant gegeven. Het is goed dat we ook in Vlaanderen even bestuderen wat men in Frankrijk opvat rond die voedingsproblematiek in ruime zin. Het is ook typerend dat het initiatief niet vanuit de landbouwsector zelf komt. Het is goed dat de hele keten betrokken wordt in een dergelijk verhaal. We weten allemaal dat het met de huidige mogelijkheden die we krijgen in het kader van de WTO en in het kader van de Europese regelgeving, niet mogelijk is om met een minimumprijs te werken. Anders moet je ook productiebeperkingen gaan opleggen, want anders krijg je overproductie. We hebben dat meegemaakt in de jaren 80 en begin de jaren 90. In die zin zitten we beperkt qua mogelijkheden.

Ik blijf zeggen dat we moeten zoeken naar systemen om de marge die verdiend wordt binnen de hele keten, op een eerlijkere manier te verdelen. Je kunt inderdaad geen minimumprijs geven aan die primaire producent. Je kunt geen vaste marge vastleggen voor de volgende schakels, tot aan de consument. Maar als er een marge is over heel de keten, moeten we zoeken naar systemen om die marge op een eerlijke manier te verdelen.

Ik heb ook de vraag gesteld in het kader van de discussie over het GLB, of we vanuit het GLB sturend kunnen optreden ten aanzien van heel de keten, en niet alleen ten aanzien van de primaire sector, in het kader van de eerlijkere verdeling.

We weten natuurlijk ook dat we met een complex productieapparaat zitten. Het gaat hier niet om een productie aan de lopende band, die je een beetje sneller of trager kunt laten draaien. Je kunt die koe niet wat meer of wat minder melk laten geven. Je zit met een natuurlijk proces. Je zit ook met eenmalige oogsten per jaar, bijvoorbeeld van wintertarwe of aardappelen. De productie is ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Het is dus een heel complex gegeven om het aanbod voor een stuk te gaan beheersen en te organiseren, en dan vooral ook in de versmarkt, waar producten die niet bewaarbaar zijn, op bepaalde momenten misschien in te grote hoeveelheden op de markt worden gebracht. Daarom zet men ook in het kader van de gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor groenten en fruit al vele jaren in op het proberen organiseren van een afstemming tussen enerzijds de productie en anderzijds de behoefte op de markt, via teeltbegeleiding en dergelijke meer.

De uitdagingen zijn dus zeer groot. In elk geval vind ik het zeer interessant om te zien welke mechanismen men in Frankrijk wil organiseren, opleggen en uitvoeren, en om even te kijken in welke mate wij dat hier in Vlaanderen – versus België dan, want het is voor een groot deel federale materie – eventueel ook kunnen meenemen.

Minister, ik wil bij één zinnetje uit uw antwoord even stilstaan. De consument heeft in ons land dagelijks een overvloedige keuze aan een veelheid van goedkope en gezonde voedingsproducten, en men staat daar nauwelijks bij stil. Als je dat historisch en geografisch bekijkt, dan is dat geen evidentie. Bij ons, op dit tijdstip van de geschiedenis, is dat wel zo. En eigenlijk heeft men dat te danken aan de producenten, aan de land- en tuinbouwers, die daar onvoldoende voor gewaardeerd worden. Veel consumenten gaan naar de grote warenhuizen en denken dat ze dat te danken hebben aan de retail. Niets is minder waar, natuurlijk.

Collega Remen heeft gewezen op een aantal voorbeelden in het buitenland, die mogelijk inspirerend zijn tegen voedselverspilling en voor een meer correcte prijs. Ik ben ervan overtuigd dat er in het buitenland zo nog voorbeelden zijn, en ook in Vlaanderen zelf. Ik denk dat het nuttig is om die inspirerende voorbeelden eens te bundelen en ze meer bekendheid te geven, want ze zouden sensibiliserend kunnen werken in Vlaanderen. Dat is een suggestie die ik wil meegeven.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega’s, ik ben een beetje verwonderd over het feit dat er nogal licht wordt gegaan over de vele inspanningen die we al jaren doen rond voedselverlies. Dat is een actieplan dat al jaren loopt en waar de volledige sector, van de primaire sector tot de retail, iedereen in de keten, bij betrokken is. Daar zitten heel concrete acties in, ook lespakketten op school, ook heel gerichte adviezen aan bedrijven. Heel het overzicht van al die concrete acties die bij ons gebeuren, staan allemaal op de website www.voedselverlies.be. Ik zou willen vragen om daar eens heel nadrukkelijk naar te kijken en te zien wat voor concrete acties daar allemaal op staan. Het gaat bijvoorbeeld ook over reststromen in de industrie, bijvoorbeeld wat men kan doen met bepaalde worteltjes die niet voldoen aan de afmetingen voor diepvriesgroenten. Dat zit zeer goed in elkaar. Ook in het kader van het onderwijs wordt daar heel hard mee gewerkt. U moet echt eens de moeite doen om die concrete zaken te bekijken op de website. Het is dus niet zo dat men in het buitenland zaken doet die bij ons niet gebeuren. We zijn daar echt wel volop mee bezig. En het sterke is dat iedereen daarin betrokken is.

Wat ik daarnet ten onrechte niet vermeld heb, is natuurlijk de korte keten. Als er één manier is om een correcte prijs te betalen aan de boer zonder dat er tussenschakels zijn, dan is het die korte keten. Daarom promoten we dat ook volop, collega’s.

Ik heb hier in de commissie naar aanleiding van een andere vraag al eens gezegd dat we heel hard moeten opletten met het opleggen van een verbod op het verkopen onder de kostprijs. Dat lijkt heel mooi, en dat is een heel nobel initiatief, maar elke boer heeft natuurlijk een heel ander kostenmodel. Degenen die het meest kostenefficiënt produceren, dat zijn vaak de grote, efficiënte bedrijven, die hier vaak ook industriële bedrijven worden genoemd – maar eigenlijk hebben we in Vlaanderen geen industriële bedrijven, als je vergelijkt met het buitenland.

Het zullen net diegenen zijn die een lagere kostprijs hebben, die heel goedkoop kunnen verkopen. De anderen worden verplicht om veel duurdere producten op de markt te zetten, waardoor ze eigenlijk uit de markt worden geconcurreerd. Ik zou daar echt voor willen waarschuwen: als je die verplichting oplegt, zal dat voor elke boer anders zijn. Dat zal als effect hebben dat een aantal van onze landbouwmodellen, die wij heel hard genegen zijn, het heel lastig en moeilijk krijgen omdat zij nu eenmaal tegen een hogere kostprijs produceren. Ik zou er echt voor willen waarschuwen om daar niet te hard op in te zetten. Vandaar dat ik net heb gezegd dat er volgens mij nog alternatieven zijn.

Mijnheer De Croo, 70 tot 80 procent van onze productie zou niet dienen voor consumptie, zegt u. Ik denk dat het minder is, ik zal de cijfers eens opvragen. Dat lijkt me heel veel, dat tot 80 procent alleen voor dierlijke voeders zou dienen. Ik kijk het na. We produceren natuurlijk ook veel voor de export, ook dat moeten we voor ogen houden.

Collega’s, als we kunnen leren uit het buitenland, als er goede voorbeelden zijn, nemen we die zeker mee. Daarom dat het actieplan voedselverlies constant in beweging is. We kunnen constant bijsturen als het nodig is en goede voorbeelden uit het buitenland overnemen. Ik weet dat men vanuit het buitenland ook vaak naar onze acties kijkt en deze ook meeneemt.

Er zit inderdaad muziek in het Franse initiatief, mevrouw Remen, maar dat is iets voor de federale overheid, daar kunnen wij vanuit Landbouw niets beginnen. Dat is iets voor de FOD Consumentenzaken en Mededinging.

Minister, zoals u zegt, er zullen veel zaken hier aan de overkant geregeld moeten worden met de federale collega’s.

Zoals collega De Croo zegt, de loonkosten liggen hier veel te hoog, zodat de consument grensoverschrijdend gaat kopen. Dat stond vandaag in De Standaard. Dat is ook een probleem. Dat sluit misschien niet direct aan bij dit onderwerp, maar toch.

Ik vind het goed, zoals de heer Dochy aangeeft, dat het debat in het ketenoverleg wordt opengetrokken.

In het actieplan voedselverlies zitten zeker goede initiatieven, minister. Ik ga het zeker nog eens grondig lezen.

Ik was gisteren bij een retailer, een supermarkt afhankelijk van een foodretailer. Die verklapte mij dat hij per dag zestien containers voedsel moet weggooien. (Opmerkingen)

Ik was zeer verwonderd. (Opmerkingen van Herman De Croo)

Het ging om verse voeding, algemene voeding. (Opmerkingen)

Dat zijn afvalcontainers, geen containers die worden uitgevoerd vanuit China, gelukkig.

Hij moet zestien voedselcontainers weggooien ten gevolge van die prijzenoorlog, minister. We mogen onze ogen daar niet voor sluiten. Ik hoop dat u met uw federale collega’s in overleg gaat. Europa staat er ook voor open. Het is een goed actieplan, maar we moeten op het terrein resultaten kunnen zien. Dit vond ik zo schrijnend. Dat dit in Vlaanderen en België nog altijd kan gebeuren! Ik denk niet dat het alleen hier gebeurt. Het gebeurt ook elders in Europa en wereldwijd. Het is een problematiek die we zeker ter harte moeten nemen. Voedsel is iets essentieels waar we toch niet zomaar mee mogen spelen en dat we niet zomaar mogen wegkieperen. Vandaar mijn oproep en mijn boodschap.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.