U bent hier

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ik kom regelmatig terug op het punt van de promotie en de bekendmaking van het goede leven in Brussel. Daarbij komt het er niet alleen op aan eventueel te kijken naar nieuwe instrumenten die ons daarbij kunnen helpen. We moeten vooral ook de bestaande instrumenten maximaal aanwenden.

Minister, een van die instrumenten zijn schoolbezoeken, waarmee we jonge Vlamingen van buiten Brussel van kinds af aan vertrouwd kunnen maken met onze hoofdstad. Op 22 maart 2018 hebt u in deze commissie gezegd dat u Muntpunt had gevraagd het totaalaanbod in kaart te brengen om Vlaamse scholen in Brussel te ontvangen, eventuele lacunes te detecteren, eventueel met het werkveld na te gaan hoe dit aanbod kan worden aangevuld en performanter kan worden gemaakt en na te gaan hoe de onderlinge afstemming kan worden verbeterd. Muntpunt speelt immers de centrale rol inzake de promotie van het Vlaams aanbod in Brussel. U hebt toen ook gezegd dat het overzicht vermoedelijk tegen Pasen 2018 klaar zou moeten zijn, zodat tegen het volgend schooljaar, dat in september 2018 begint, bijkomende stappen zouden kunnen worden gezet.

Minister, hebt u het overzicht van het totaalaanbod al in uw bezit? Welke conclusies kunnen uit het overzicht worden getrokken? Kunnen verbeteringen worden aangebracht? Wat zijn die verbeteringen? Blijft u bij het voornemen tegen het volgend schooljaar, dus binnen 2,5 maanden, bijkomende stappen te zetten? Met welke actoren hebt u overleg gepleegd om ten aanzien van de scholen tot een nog beter aanbod te komen? U hebt een Burgerkabinet over Brussel georganiseerd. Een van de geselecteerde aanbevelingen is dat we groepen en scholen die naar Brussel komen een incentive moeten geven of een Brusseldag voor scholieren moeten organiseren. Gaat u verder met die concrete aanbevelingen? Hoe staat een instelling als Muntpunt hiertegenover?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mijnheer Poschet, ik dank u voor uw terechte vraag en voor uw interesse in de promotie van Brussel, wat ons allemaal na aan het hart ligt. Ik zal proberen een uitgebreide stand van zaken te geven.

Bij wijze van inleiding zal ik met uw laatste vraag beginnen. Het is wel degelijk zo dat de extra initiatieven die we momenteel bespreken, een rechtstreeks gevolg zijn van de aanbevelingen van het Burgerkabinet voor Brussel. Wie deze aanbevelingen overloopt, zal merken dat er heel wat vragen waren over de band tussen Vlaanderen en Brussel en in het bijzonder over de mogelijkheden om groepen uit Vlaanderen naar Brussel te halen. Het betrekken van schoolgroepen kwam in dit verband uiteraard expliciet naar voren.

We hebben het deze legislatuur al meermaals hierover gehad in het Vlaams Parlement. Leerlingen uit het Vlaamse Gewest door middel van begeleide schoolbezoeken kennis met hun hoofdstad laten maken, is en blijft een uitgelezen kans om een positieve band te smeden tussen Brussel en de toekomstige volwassenen in Vlaanderen. De nood om hierop in te zetten, is na de aanslagen nog acuter geworden. Ik wil hier niet op blijven terugkomen, maar dit is een sterk pijnpunt geweest.

Ik breng even de debatten in het Vlaams Parlement in herinnering over scholen die afspraken hadden afgebeld vanwege tegenstribbelende directies, leerkrachten en ouders. Het was een gemengde aangelegenheid. Ik heb hierover eerder al persoonlijke gesprekken met scholen gevoerd. We merken duidelijk dat er op elke school directies en leerkrachten zijn die door Brussel worden geboeid, maar dat die mensen ook collega’s hebben met een vorm van koudwatervrees om naar Brussel af te zakken. We hebben gezocht hoe we een tandje bij kunnen steken.

De Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) beschikken uiteraard over een instelling die goed is geplaatst om een structurele aanpak te ontwikkelen. Muntpunt is een agentschap dat in Vlaanderen en in de Vlaamse Gemeenschap over een groot netwerk aan partners beschikt die de brug naar scholen kunnen slaan. Ik denk dan aan de goede relaties en partnerschappen met bibliotheken in Vlaanderen die de link met het lokaal scholennetwerk en hun scholenwerking kunnen leggen. Ik denk aan de band van Muntpunt met het beleidsdomein Onderwijs in het algemeen en met Klasse als actor of partner in het bijzonder.

We moeten natuurlijk beseffen dat Muntpunt een extern verzelfstandigd agentschap is, dat werkt met een overeenkomst met de Vlaamse Gemeenschap en met de VGC voor een hele legislatuur. Het agentschap heeft een eigen operationele bevoegdheid en werkplanning. Niet alleen de acties liggen vast in jaarplanningen, maar de doelgroepen zijn ook vanuit een strategische visie bepaald en omschreven. In functie van de continuïteit van de opdracht van Muntpunt kunnen we vanuit de politiek niet elke keer zomaar met nieuwe accenten en opdrachten afkomen.

Mijnheer Poschet, dit neemt niet weg dat Muntpunt zeer snel op onze of uw suggestie is ingegaan om na te kijken wat meer kan worden gedaan. Zelfs al zijn in de beheersovereenkomst een aantal goede afspraken gemaakt, Muntpunt ziet wel in dat hierop scherper moet worden ingezet. Ik apprecieer Muntpunt zeker en vast. Toen we de elementen van het Burgerkabinet voor Brussel aanbrachten, heeft Muntpunt dit helemaal niet ambtelijk benaderd. Muntpunt ziet in de eigen werking een aantal kansen om hieraan extra mensen en middelen toe te wijzen.

Hoe zit het met het totaalaanbod? In eerste instantie heeft Muntpunt het aanbod aan begeleide stadswandelingen door Nederlandstalige organisaties in Brussel in kaart gebracht. Het gaat dan om klassen uit het Vlaams lager en middelbaar onderwijs en om organisaties die in hun wandeling een meerwaarde hebben ingebracht en die Brussel vanuit een coherente visie en invalshoek benaderen. Ik heb momenteel een eerste overzicht van dat aanbod. Het gaat om de organisaties die we kennen en die ik trouwens ook al vanuit mijn bevoegdheid voor Brussel of vanuit mijn andere bevoegdheden subsidieer. Voorbeelden zijn Brukselbinnenstebuiten, Korei, Jeugd en Stad (JES), Studio Globo, Scholen zonder racisme, Kuumba, Stapstad, de Federatie Voor Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties (FMDO) met hun project ‘Twee (t)huizen, één gids in Brussel’ en  USE-IT met hun wandelapp. Er zijn al heel wat aanspreekpunten.

Naast de stadswandelingen zijn er in Brussel uiteraard nog heel wat instellingen en organisaties met een Nederlandstalig aanbod dat openstaat voor de bezoeken van schoolgroepen. Zo zijn er de grote Vlaamse instellingen, zoals de VRT, de Ancienne Belgique (AB) en uiteraard het Vlaams Parlement, maar dit aanbod beperkt zich niet exclusief tot Vlaamse huizen. Ook BOZAR, de Munt, het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, het federaal parlement, de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en enkele grotere gemeentelijke musea zijn voorbeelden die in dit netwerk kunnen worden ingeschakeld. Het is de bedoeling het eerste aanbod aan het tweede aanbod te schakelen, want dit kan een goede match zijn. Voor een schoolbezoek aan Brussel kan dat een concrete combinatie vormen. Ik kom daar nog op terug.

Een andere vraag betreft de conclusies die we voorlopig uit het overzicht van het aanbod kunnen trekken. Een eerste conclusie is dat reeds een ruim aanbod aanwezig is. Dat is geen verrassing, maar we hebben het nog eens allemaal opgelijst. Op het eerste gezicht is er niet meteen nood aan bijkomend aanbod. Een tweede conclusie is dat elke instelling of vzw haar eigen bekendmakingskanalen heeft, maar dat er geen algemene of generieke aanpak van de bekendmaking van het globaal Brussels aanbod is. Daar kunnen we zeker nog op inzetten. Een derde conclusie is dat er weinig onderlinge afstemming of koppeling van het aanbod is.

Dat zijn de belangrijkste conclusies. Het aanbod voor het doelpubliek, kinderen en jongeren tussen 6 en 18 jaar oud en de schoolteams, is voldoende aanwezig, maar komt diffuus over. Het verbaast dan ook niet dat sommige organisaties geen moeite hebben om regelmatig schoolgroepen naar Brussel te krijgen, terwijl dat voor andere organisaties niet het geval is.

De volgende vraag is of we verbeteringen kunnen aanbrengen. Uit mijn vorig deelantwoord blijkt dat er een verbetermarge is. We zullen een algemene bekendmakingscampagne van het aanbod aan begeleide stadswandelingen voor scholen moeten opzetten. Muntpunt wil in dit verband zeker de leiding nemen en hiervoor het eigen Vlaams netwerk inzetten. Ik ga hier straks nog op in.

Tijdens een tweede fase moet het dan de bedoeling zijn specifiek voor schoolgroepen de link te leggen tussen de organisaties die stadswandelingen organiseren en de andere instellingen waarover ik het heb gehad die ook een aanbod voor Nederlandstalige scholen hebben. Zo kunnen interessante en leerrijke klasuitstappen worden aangevuld met bezoeken aan musea, parlementen, mediahuizen en dergelijke.

Hoe we dit laatste punt moeten uitvoeren, maakt momenteel nog deel uit van gesprekken met en binnen Muntpunt. Er wordt gedacht aan een digitaal platform waar scholen terechtkunnen en waar ze op basis van hun profiel suggesties en doorverwijzingen krijgen. Het platform moet zeker handige informatie bevatten over de praktische aspecten van een schooluitstap, want dat is soms iets wat mensen kan afschrikken. We lachen er soms mee, maar er zijn mensen die nog nooit de metro hebben genomen. Er zijn ook mensen die de metro niet meer nemen, maar dat is minder om mee te lachen. In elk geval staan we er niet bij stil dat dit voor sommige mensen een drempel kan zijn. We willen een handig overzicht met praktische handvatten geven. Waar kan worden gepicknickt, is bijvoorbeeld een vraag die scholen stellen. Op dat vlak kunnen we zeker nog een aantal zaken doen.

Wat de bijkomende stappen tegen volgend schooljaar betreft, zijn met Muntpunt afspraken gemaakt en mogelijke pistes besproken. De promocampagne waarover ik het heb gehad en waarvoor ik de bouwstenen heb weergegeven, zal plaatsvinden tijdens de eerste twee maanden van het schooljaar. Wegens tijdsdruk en andere redenen is het net niet gelukt dit nu nog te doen. We weten echter dat we niet enkel voor een jaaraanbod zorgen, maar zeker ook voor meerjarenacties staan. De campagne zet Brussel in de kijker als een aantrekkelijke en leerrijke omgeving voor een klasuitstap. Daarbij wordt het aanbod van begeleide stadswandelingen in de kijker gezet als een middel om op ideale wijze met de stad kennis te maken.

We kunnen dit allemaal doen vanuit een voluntaristische aanbodfilosofie, maar om ervoor te zorgen dat Muntpunt de juiste doelgroep op de juiste manier bereikt, is dit nog gedubbelcheckt met interviews met een selectie van Vlaamse leerkrachten. Muntpunt wil goed aanvoelen waar er vanuit de vraagzijde nood aan is. De interviews handelden ook over de toon die de boodschappen en de filmpjes het best kunnen aanslaan om de boodschap ook werkelijk bij leerkrachten te laten overkomen en over de wijze waarop de filmpjes tot bij leerkrachten en kinderen kunnen worden gebracht.

De campagne nodigt de kijker uit om Brussel te bezoeken en moet verwijzen naar een online pagina met heldere informatie over hoe hij dat kan doen. Het aanbod van de begeleide stadswandelingen wordt online gebundeld en ontsloten volgens thema, doelgroep, stadsdeel, bijkomende werkvormen en dergelijke. Daar hoort telkens contactinformatie bij over de aanbiedende organisatie of organisaties. In september en oktober 2018 zullen we dat allemaal tot leven zien komen. Dan zetten we weer een belangrijke stap voorwaarts en zal Muntpunt zijn rol ten volle opnemen.

Wat het overleg in verband met het aanbod betreft, staan alle beleidsactoren, Muntpunt, mijn administratie en mijn kabinet, regelmatig in contact met de vele verschillende actoren, zoals gidsenverenigingen, Brik, JES, Studio Globo en dergelijke, maar ook met andere aanbieders, zoals de musea of de grote instellingen, bijvoorbeeld de VRT. Dat is iets wat permanent aan de gang is. Zoals ik al heb vermeld, heeft Muntpunt enkele interviews met leerkrachten en directies afgenomen om de campagne te conceptualiseren.

Het antwoord op de vraag over het Burgerkabinet voor Brussel is ja. Hoe staat het werkveld daartegenover? Het zal niemand verwonderen dat dit onze gezamenlijke bekommernis is. Hier zijn intern al veel positieve reacties op gekomen. Iedereen streeft hetzelfde doel na, namelijk openstaan voor een traject waarin we elkaar versterken om zoveel mogelijk Vlaamse scholen naar Brussel te halen.

Mijnheer Poschet, ik dank u dan ook voor uw aanhoudende inzet. Ik bedoel dat niet ironisch. Het is goed hier regelmatig eens op terug te komen. Ik denk dat we nu de volgende stap kunnen zetten om wat al aanwezig is sterker te bundelen en makkelijker bij de bestemmelingen in Vlaanderen te krijgen.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt zeer snel gesproken, maar ik denk dat ik de essentie heb kunnen opschrijven. Ik denk dat het belangrijk en heel positief is dat Muntpunt het breed gedragen en ongeveer door iedereen ondersteunde signaal vanuit de politiek heeft opgepikt en hiermee aan de slag is gegaan.

Zoals ik al eerder heb gezegd, is het belangrijk zo veel mogelijk met bestaande personen, organisaties en verenigingen met een aanbod te werken. We moeten niet telkens opnieuw het warm water uitvinden en op die manier kunnen we synergiewinsten boeken.

Als ik het goed heb begrepen, zal de focus liggen op een generieke bekendmaking van het aanbod ten aanzien van de scholen en ook op een onderlinge afstemming. Zo kunnen misschien partnerschappen ontstaan tussen, bijvoorbeeld, Korei en De Munt. Dat zou kunnen en mij lijkt dat absoluut interessant.

Minister, ik heb nog een aantal praktische vragen. Organiseert Muntpunt die promotiecampagne volledig zelf? Gebeurt dat met de bestaande middelen of krijgt Muntpunt daar extra middelen voor? Indien het om extra middelen gaat, over hoeveel geld gaat het dan en uit welke put komen die middelen? Zijn er cijfermatige ambities? Wilt u zoveel duizenden, zoveel honderden of zoveel percent meer mensen bereiken? Het gaat er niet om u nadien aan het kruis te nagelen, want dat zal in de loop van deze legislatuur niet meer gebeuren. Het is immers nog te vroeg om te vergelijken, maar misschien hebt u toch cijfermatige ambities.

Ik weet niet of u overleg hebt gehad met de minister van Onderwijs. We hebben dat zelf niet gevraagd, dus ook dat is een oprechte vraag.

Dan nog een aandachtspunt van iemand die niet pal in het centrum woont, maar toch in een zeer fijne gemeente, waar het goed wonen en leven is. Daarvoor heb ik acht jaar in een andere zeer fijne gemeente gewoond, namelijk Watermaal-Bosvoorde, en nu in Jette. Het blijft voor mij toch ook een strijdpunt om buiten die vijfhoek te komen, om de diverse delen van onze stad te ontdekken. Elke gemeente heeft immers wel iets bijzonders te bieden, bijvoorbeeld een ondergewaardeerd museum, zoals dat in Elsene, geklasseerde tuinwijken... Er zijn ook prachtige parken. Sint-Joost-ten-Node is gewoon al door zijn multiculturele vibratie op zich de moeite waard om eens door te lopen. Het zou dus interessant zijn om daar ook aandacht aan te besteden, buiten de vijfhoek en de traditionele bestemmingen waar je meteen aan denkt.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, dank u wel. Collega Poschet, dank u voor de vraag. Ik sluit me volledig aan bij uw laatste opmerking. Ik denk dat er in Brussel zoveel mooie plekjes zijn. We moeten daar inderdaad voor zorgen. De bezoekers, de scholen, maar ook de vele socioculturele verenigingen die Brussel bezoeken, moeten uiteraard kennismaken met het centrum, maar daarbuiten zijn er ook heel wat andere mooie plekjes om te bezoeken. Ik denk bijvoorbeeld aan de vele parken of bossen die er zijn en waarvan bezoekers dan zeggen dat ze niet wisten dat dat in Brussel daadwerkelijk bestond.

Ik sluit me aan bij de vraagstelling. Ik vind het een bijzonder goede zaak dat er initiatieven worden genomen vanuit Muntpunt om zoveel mogelijk scholen met de diverse verenigingen, zoals Brik, Studio Globo en Brukselbinnenstebuiten, naar onze stad te brengen. Tegelijkertijd gaat het echter, en ik zal daarop blijven hameren, niet alleen over promotiecampagnes of dergelijke meer. Minister, het gaat er natuurlijk over, en dat is geen verwijt aan u, dat men zich in Brussel ook goed moet voelen, zich veilig moet voelen, dat het leefbaar moet zijn. Ik verwijs naar de recente rellen in Peterbos die zijn gefilmd door de VRT. Niemand had verwacht dat een cameraploeg zou worden aangevallen. Dat gooit natuurlijk opnieuw dat beeld van Brussel aan diggelen, maar het is en blijft een realiteit. Dat valt niet binnen uw bevoegdheid, maar ik hoop dat u als bruggenbouwer, als iemand die reeds meermaals heeft gezegd dat hij die contacten met de burgemeester van Brussel, met lokale besturen wil verbeteren, dat ook telkens ter sprake zult brengen. Promotiecampagnes zijn inderdaad nodig, maar natuurlijk zijn die leefbaarheid, die veiligheid, die netheid van die stad even belangrijk om die scholen en die vele bezoekers naar Brussel te brengen.

Ik heb hierbij nog enkele bedenkingen. Het is bijzonder goed dat Muntpunt en de vele verenigingen die u hebt opgesomd, zich inzetten om die scholen terug naar Brussel te brengen, maar ik denk dat we ook ruimer moeten gaan. Ik heb het reeds aangehaald. De vele socioculturele verenigingen die Vlaanderen rijk is, kunnen ook worden aangetrokken met diezelfde organisaties waarmee Muntpunt de lead neemt om die bezoekers terug naar onze stad te krijgen.

Ook is er natuurlijk de vraag welke initiatieven er in omgekeerde richting zijn. Op welke manier doet men de ketjes die naar onze Vlaamse scholen in Brussel gaan, kennismaken met wat er leeft in de rest van Vlaanderen, in de Rand? Dan denk ik bijvoorbeeld aan het bezoeken van kinderboerderijen. Ik weet het, er bestaat er een in Jette, in het Laarbeekbos. Op welke manier kan er een wisselwerking ontstaan, waarbij men Vlaamse scholen naar Brussel brengt en Vlaams-Brusselse scholen ook naar de Rand brengt? Worden er wat dat betreft ook initiatieven genomen, of is dat iets voor een volgende fase?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Muntpunt financiert deze actie wel degelijk vanuit zijn reguliere middelen, en doet de zaak inderdaad ook zelf. Dat is enerzijds een goede supplementaire zaak, zou men kunnen zeggen, maar anderzijds is dat ook hetgeen waarvoor het is opgericht. Zij doen dat dus snel en goed.

Ik denk inderdaad dat het wel de bedoeling moet zijn om cijfermatige ambities uit te spreken op het ogenblik dat de campagne op punt staat, omdat men dan toch kan bekijken of men vooruitgaat. Op dit ogenblik heb ik daar nog geen bijkomende gegevens over, maar die vraag is terecht. We zullen die zeker ook aan Muntpunt stellen.

We hebben geen rechtstreeks contact met de minister van Onderwijs, maar zullen dat zeker graag hebben op het ogenblik dat een en ander wat concreter wordt. Zoals ik u zei, is Klasse de partner binnen Onderwijs waarmee Muntpunt rechtstreeks samenwerkt. In die zin bestaat er dus al wel een contact, en zeker een goed functioneel contact.

Ik erken dat het goed is en dat erop moet worden gelet dat men ook een aantal interessante initiatieven buiten de vijfhoek mee in kaart brengt. Dat zal ook de bedoeling zijn. Het is anderzijds wel zo dat, wanneer scholen voor het eerst naar Brussel komen, ze die eerste keer natuurlijk graag de dingen zien die wij misschien al duizend keer hebben gezien in het centrum van Brussel. Dat heeft ook een beetje te maken met vraag en aanbod. We kunnen er echter zeker voor zorgen dat een aantal interessante zaken die niet meteen in het centrum zijn gelegen, worden meegenomen.

Het is wel duidelijk dat dit een promotiecampagne is die uitdrukkelijk gericht is op een scholenpubliek, ook met het oog op die eerste positieve ervaring, maar het spreekt voor zich dat dat aanbod en dat platform zeker ook kunnen worden verbreed tot het bredere verenigingsleven in Vlaanderen, en dat we ter zake ook zeker die doorstart kunnen maken.

Het goede is dus – u hebt het begrepen – dat we de zaken die toch al wel aanwezig zijn, en waarbij sommige uitstekend draaien en andere het wat moeilijker hebben, meer met elkaar in contact zullen brengen en de leesbaarheid ervan voor de mensen vanuit Vlaanderen gevoelig zullen vergroten. We zullen het overzicht dus helderder maken, we zullen veel meer concrete tips geven, we zullen meer uitgaan van de praktische en inhoudelijke vragen waarmee de mensen naar Brussel komen. Op die manier zullen we daarin de komende jaren zeker nog wel een mooie vooruitgang kunnen boeken.

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw bijkomende antwoorden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.