U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Minister, u maakt oude beroepen opnieuw trendy door een nieuw beurzenssysteem in te voeren waarbij jonge creatievelingen twee jaar lang bij een ervaren ambachtsmeester een stiel kunnen leren. Op die manier wil u ons Vlaams erfgoed bewaren.

U hebt de oproep gelanceerd in het mooie Limburgse Bokrijk via het traject meester-leerling. Beiden, leerling en meester, krijgen een beurs voor maximum twee jaar en krijgen per maand 2.000 euro per maand ter ondersteuning van een leertraject.

Vandaag worden onder andere via SYNTRA Vlaanderen, de hotelscholen, de centra voor volwassenenonderwijs en het kunstonderwijs al ambachten aangeleerd maar bepaalde waardevolle beroepen vallen uit de boot. Er is ook te weinig instroom van nieuwe ambachtslui.

Vlaanderen heeft helaas veel van zijn maakindustrie verloren. Men zegt vaak dat geen enkel beroep eeuwig blijft bestaan en dat is ook zo. Nostalgie is leuk maar niet voor lang. Ik denk dat het echter uw bedoeling is om traditionele beroepen terug te halen met aandacht voor innovatie. Het lokale moet opnieuw een stem krijgen om zo moet de magie van doorgeslagen globalisering te doorbreken. Een Vlaamse lokale industrie verdient een toekomst en het zou jammer zijn indien alle waardevolle vakkennis in onze regio zou verdwijnen. Vlaanderen heeft een sterke kennisindustrie maar die kan volgens mij pas slagen wanneer er in onze regio effectief producten worden gemaakt. Ik juich uw maatregel dan ook ten volle toe.

In de lijst staan beroepen zoals schoenmakers, boekbinders, instrumentenbouwers, wevers, pruikenmakers, smeden. Een uitbreiding van het beurzensysteem naar een volledige ambachtelijke maakindustrie zoals voeding, kleding, reparatie en andere sectoren uit de kleinhandel zou daarbij wenselijk zijn, want deze mensen verdwijnen uit ons straatbeeld en ook uit ons economisch beeld.

Minister, hoe zullen de leerlingen binnen deze opleiding begeleid worden naar een openstaande vacature of een mogelijke overname van bestaande ambachtelijke ondernemingen? En op welke manier zal men dit monitoren? Wordt in het traject ook aandacht geschonken aan zelfstandig ondernemerschap? Het leertraject zou starten op 1 januari 2019 voor twee jaar. Zal het project een tussentijdse evaluatie krijgen of zal dat enkel na afloop gebeuren?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, het hoofddoel van deze experimentele beurzen is vakmanschap met wortels in tradities niet verloren te laten gaan en tegelijkertijd een bewustzijn te creëren met betrekking tot dit immaterieel cultureel erfgoed. Hiermee sluiten we ons vanuit Vlaanderen aan bij het ‘Living Human Treasures’-programma van de United Nations Organization for Education, Science and Culture (UNESCO). Het Vlaams vakmanschap is immers het nieuw Vlaams meesterschap. Het doorgeven van vakmanschap aan toekomstige meesters is een voorwaarde om dat vakmanschap levend te houden.

Vaak gaat het om intensieve en tijdrovende processen. Om vakmensen de nodige tijd en ruimte te geven om intensief samen te werken met iemand die bij hen in de leer wil gaan om de stiel te leren, zet ik in op meester-leerlingtrajecten. Tegelijkertijd brengen we het belang van het leren van een ambacht of van een technische stiel onder de aandacht. De beurzen om vakmanschap door te geven, zie ik als een rugzakje, als een incentive of aanmoediging die meesters en leerlingen krijgen om samen een traject aan te vatten.

We spreken hier niet over een opleiding uit het opleidings- en tewerkstellingscircuit, zoals aangeboden door SYNTRA Vlaanderen of VDAB. Waar het traject nadien in uitmondt, laat ik volledig vrij. De ambities van de leerlingen mogen en zullen ook sterk verschillend zijn. Sommigen zullen op zoek gaan naar een job op de reguliere arbeidsmarkt, anderen zullen een onderneming willen starten en nog anderen zullen het veeleer zien als een nevenactiviteit als zelfstandige in bijberoep, als zelfontplooiing of als vakmanschap dat ze op hun beurt aan anderen kunnen doorgeven.

Indien nodig, zullen we de meesters en de leerlingen naar het Cultuurloket doorverwijzen. Met het Cultuurloket wil ik ondernemerschap en professionalisering in de Vlaamse culturele sector bevorderen en wil ik de toeleiding naar aanvullende financiering, bijvoorbeeld door middel van microkredieten, faciliteren. Deze organisatie verstrekt zakelijk en juridisch advies op maat en kan ambachtslieden helpen nadenken over hoe ze hun onderneming of loopbaan vorm kunnen geven. Het Cultuurloket zal de vragen uit het veld ook matchen met de juiste private spelers en met organisaties als Flanders DC, Scwitch, het Agentschap Innoveren & Ondernemen en het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (FIT). Het Cultuurloket is ook goed op de hoogte van bestaande toeleidingstrajecten als de individuele beroepsopleiding (IBO) of Maak werk van je zaak. Die trajecten kunnen voor ambachtslieden een vervolg zijn op het meester-leerlingtraject dat ze met een beurs hebben gevolgd.

De link met het cultureel ondernemerschap is iets waar ik veel belang aan hecht. Dit komt uitgebreid aan bod in mijn conceptnota ‘Een langetermijnvisie voor aanvullende financiering en ondernemerschap in de Vlaamse cultuursector’. Met deze nota ambieer ik een ondernemingsinstrumentarium op maat van de culturele sector te creëren. Door middel van een dynamisch netwerk van relevante spelers en maatregelen wil ik het ondernemerspotentieel van de culturele actoren maximaal ontplooien.

Een van de speerpunten in de conceptnota is het Cultuurloket, waarnaar we aanvragers zullen doorverwijzen. Daarnaast werken we ook samen met Vaklab, het expertise-en dienstencentrum rond vakmanschap en ondernemen in Bokrijk, en met Handmade in Brugge. Deze twee initiatieven koppelen ambachten en ondernemerschap aan elkaar en zijn goed op de hoogte van deze nieuwe beurzen.

Halverwege mei 2018 heb ik de eerste oproep gelanceerd. We verwachten de aanvragen uiterlijk op 15 september 2018 en we zullen voor het einde van het jaar een beslissing nemen. De trajecten starten ten vroegste in januari 2019. Indien het nodig zou zijn, kan dat ook iets later, maar ze moeten zeker in de eerste jaarhelft starten. De maximale looptijd bedraagt twee jaar.

Het is belangrijk dat de trajecten die een beurs krijgen, inspirerend kunnen zijn voor anderen en kunnen worden gedeeld, zodat de betrokkenen ook van elkaars ervaringen kunnen leren. Het is de bedoeling om na de afronding van de eerste trajecten een inspiratiedag te organiseren voor de mensen die ook een dergelijk traject willen opzetten. Ook op dat vlak willen we expertise en ervaring doorgeven. We vragen de meesters en leerlingen die een beurs krijgen dan ook om hun traject gaandeweg te documenteren. Dit kan verschillende vormen aannemen. Op die manier kunnen we ook knelpunten makkelijker detecteren. Verder onderzoek ik met de administratie de mogelijkheid om de diverse projecten te bezoeken en tijdens de looptijd van de trajecten met de meesters en de leerlingen te spreken. Na afloop van de eerste trajecten zal de administratie, samen met de betrokkenen, een tussentijdse evaluatie van de eerste ronde maken en verbeterpunten voor de toekomst opstellen.

Ik denk dat dit met een redelijk goede basis is gestart en op een stevige leest is geschoeid. Wat nu juist de evolutie zal zijn en welke paden sommige meesters en leerlingen na het traject zullen inslaan, kunnen we nu nog niet voorspellen. Het is echter vrij goed omkaderd, zodat er een vervolg zou kunnen komen. Ik ben ook benieuwd waar we binnen een of twee jaar zullen uitkomen.

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Ik ben ook benieuwd, maar ik herhaal dat ik het een zeer goed initiatief vind.

In Nederland en Duitsland wordt daar ook aan gewerkt, maar misschien niet op dezelfde manier. In Nederland wordt de term ‘ambachteneconomie’ gebruikt. Ik vind dat een mooie term, omdat het een globale term is voor een grote groep arbeidsintensieve bedrijven. Er zijn geen exacte cijfers, maar naar schatting zou het gaan om een kwart miljoen kleine bedrijven, waarin meer dan een miljoen werknemers zijn tewerkgesteld. Dat kan een echte creatieve economie die op cultuur is gebaseerd enkel bevorderen. In Nederland wordt over de 'eredivisie van de economie' gesproken, wat ook leuk is. In Duitsland wordt gesproken over de 'ruggengraat van de economie' en vormen de makers de 'kraamkamers van de industriële innovatie'. Dat vind ik ook een mooie term.

Ik wil nog een bijkomende vraag stellen. Wilt u na een positieve evaluatie van het project, waarin ik wel geloof, eventueel samenzitten met minister Muyters om hier een breder initiatief aan te koppelen? Het doel zou dan de bevordering van de hele Vlaamse ambachtelijke maakindustrie zijn. Dit zou dan niet enkel gericht zijn op ambachten, maar op algemene traditionele beroepen.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik wil nog even op de bijkomende vraag antwoorden. Het is duidelijk dat we nu louter vanuit het perspectief van het erfgoed starten. We vertrekken niet vanuit een klassiek erfgoedperspectief, voor zover dat nog bestaat. Erfgoed wordt ook zeer breed. Dat is de startbasis.

Zodra we zicht beginnen te krijgen op wie met welk doel welke beurzen aanvraagt, denk ik dat het zinvol zou zijn dit met de minister van Economie in een breder kader te plaatsen. Daar zal nog tijd voor nodig zijn. Principieel ben ik zeker bereid dit te doen, maar op dit ogenblik zou ik eerst willen zien welke mensen daar met welke dromen op afkomen. Zijn dat veel of weinig mensen? Dan zullen we stilaan de link kunnen maken met wat er nadien op ambachtelijk vlak kan gebeuren voor sommigen of misschien voor een groot deel onder hen. Het kan, maar we moeten eerst nog even schakelen.

Minister, misschien kunt u ook samenzitten met minister-president Bourgeois in verband met het onroerend erfgoed.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.