U bent hier

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, in uw beleidsbrief hebt u het al jaren over een publiek-private samenwerking (pps) om laad- en losinstallaties, kaaimuren zoals dat genoemd wordt, te installeren op nuttige plaatsen in Vlaanderen. Die pps liep af op 31 december 2016. In 2017 kreeg de verderzetting van de maatregel concreet vorm binnen de krijtlijnen van de halfweg 2017 gepubliceerde nieuwe Europese staatssteunregels en werd de bouw van laad- en losinstallaties verdergezet. Daarnaast maakt u werk van het realiseren van openbare kaaimuren langs watergebonden bedrijventerreinen, zodat de binnenvaart optimaal kan worden ingeschakeld in de afhandeling van het goederenvervoer.

Onlangs kwam daarop wat kritiek. De voorzitter van de vzw Vlaamse Waterbouwers, Jean-Baptiste Braet, lanceerde in het Vokamagazine ‘Ondernemers in West-Vlaanderen’ – het is geen toeval dat ik dat gelezen heb – een oproep om meer te investeren in kaaimuren. Er zou volgens hem te weinig en te traag geïnvesteerd worden in nieuwe kaaimuren, en het onderhoud van de bestaande kaaimuren zou al dertig jaar onvoldoende zijn. Daarom enkele vragen.

Minister, bent u het eens met de analyse dat het onderhoud van de bestaande kaaimuren al ettelijke decennia ondermaats is? Plant u bijkomende initiatieven om het degelijke onderhoud van de bestaande kaaimuren te verzekeren? Deelt u de analyse dat nieuwe kaaimuren slechts langzaam en in te kleine mate gerealiseerd worden? Zult u desgevallend initiatieven nemen om deze realisatie te bespoedigen? Zo ja, welke?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

U verwijst naar een uitspraak van de voorzitter van de vzw van de Vlaamse Waterbouwers. Deze vzw treedt op als belangenvereniging voor waterbouwkundige aannemingsbedrijven. Dus verbaast het pleidooi mij niet helemaal. Net zoals de federatie van de slagers nogal eens pleit voor een verhoogde vleesconsumptie, lijkt mij dat in de lijn der verwachtingen te liggen. Maar ik deel niet de ambitie van de vzw om meer te investeren in de waterwegbouw. Dat doen we resoluut.

U vraagt of het onderhoud ondermaats is. Wel, laat dan de cijfers spreken. Als ik de rekening maak van de budgetten waarin ik zelf voorzien heb in de periode vanaf 2014 tot vandaag – ik ga me niet uitspreken over de periode daarvoor – dan kan ik u volgende cijfers meegeven. Er is de fusie van de twee waterwegbeheerders Waterwegen en Zeekanaal NV en nv De Scheepvaart tot één entiteit, namelijk De Vlaamse Waterweg nv. In 2014 was er een totaal investeringsbudget van 143 miljoen euro en een onderhoudsbudget van 73 miljoen euro, samen 216 miljoen euro. Het onderhoudsbudget maakte 34 procent uit van het totaal budget. In 2017 was dat budget inmiddels verhoogd naar een totaal van 279 miljoen euro, dus een stijging met 30 procent, waarvan 216 miljoen euro investeringsbudget en 63 miljoen euro onderhoudsbudget. Het percentage onderhoud is gedaald naar 22 procent, maar in absolute cijfers is het nog altijd een zeer goede zaak. Ook in 2018 is dat eenzelfde totaal van 279 miljoen euro, verdeeld over 199 miljoen euro voor investeringen en 80 miljoen euro voor onderhoud. De verhouding in percentage voor onderhoud ten opzichte van investeringen is dan wel gedaald, maar in absolute cijfers is het investeringsbudget drastisch gestegen, zowel op het niveau van de investeringen als op het niveau van onderhoud.

De Vlaamse Waterweg nv beheert vandaag een groot patrimonium met onder meer vaste en beweegbare bruggen, elektromechanische installaties, dijken, jaagpaden, stuwen, kaaimuren en noem maar op. Een van de bijkomende voordelen van de fusie is dat er voor het eerst een gemeenschappelijk investerings- en onderhoudsprogramma opgemaakt is. Voorheen was dat opgesplitst in twee vennootschappen. Daarnaast spelen natuurlijk ook schaaleffecten en effecten van voordelen op vlak van de planning. Nu kan over het volledig beheersgebied van de fusieorganisatie het beschikbare budget efficiënt en met een gepaste prioritering aangewend worden met slimme keuzes tussen onderhoud, vervangingsinvesteringen of investeringen in nieuwe infrastructuur, en dus ook met een uniforme aanpak, volledig gebiedsdekkend over heel Vlaanderen.

– Dirk de Kort treedt als voorzitter op.

Minister Ben Weyts

De Vlaamse Waterweg nv prioriteert hiervoor het onderhoudsprogramma op basis van de inspecties van haar patrimonium, waaronder de kaaimuren, en houdt ook rekening met de mogelijke maatschappelijke of economische impact en situatie op het terrein. Als er risico’s optreden, bijvoorbeeld op het vlak van stabiliteit, dan gaat men sneller kiezen voor vernieuwbouw. Alle infrastructuur wordt objectief beoordeeld en dit wordt omgezet in een meerjareninvesteringsprogramma en onderhoudsprogramma.

Binnen mijn beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) heb ik werk gemaakt van de uitbouw van een gemeenschappelijk assetmanagementsysteem waarbij alle beherende entiteiten van het beleidsdomein MOW het beheer van hun assets optimaal kunnen uitvoeren, inclusief de prioriteitstelling voor onderhoudswerken. Het exact prioriteren van onderhoudsbehoeften, afgetoetst volgens verschillende criteria, moet ertoe leiden dat onderhoudskredieten op het juiste moment op de juiste plaatsen worden ingezet. Het gebruik van een centraal en digitaal assetmanagementsysteem maakt behoeften, niet alleen voor kaaimuren of waterwegen, maar voor het volledige pakket van assets, namelijk bruggen, sluizen, kaaimuren, kanaalbodems en installaties allerhande die onder ons ressorteren, zichtbaar en zal ertoe bijdragen dat de verhouding tussen investeringskredieten en onderhoudskredieten kan worden bijgesteld. Ik denk niet dat het de bedoeling kan zijn om daar een statisch gegeven van te maken.

Er kunnen dan ook lifecyclecost-analyses gemaakt worden en prognoses voor toekomstige kosten zullen efficiënter beschikbaar zijn.

In verband met het kaaimurenprogramma, heb ik recent, in april, de laatste voorstellen van de kaaimuurcommissie goedgekeurd. Ik heb een principieel akkoord gegeven voor elf nieuwe kaaimuurprojecten waarvan de publieke tussenkomst – want u weet dat dit een publiek-private samenwerking is (pps) – geraamd wordt op 16,5 miljoen euro, waarvoor de investeringen voorzien worden in de prioritering van het investeringsprogramma van De Vlaamse Waterweg nv. Initieel had de Raad van Bestuur van De Vlaamse Waterweg in slechts 4 miljoen euro voorzien in het werkprogramma van 2018 voor momenteel 22 goedgekeurde kaaimuurprojecten. Ik verhoog voor 2018 naar 10 miljoen euro door een extra budgettaire impuls met de middelen vanuit het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven (FFEU). Dat is een extra budgettaire impuls van 6 miljoen euro bovenop de in 2018 reeds uitgetrokken 4 miljoen euro. Ik deel dat met enig voorbehoud mee. De verdeling van FFEU-budgetten staat morgen op de agenda van de ministerraad. Dit zou het mogelijk maken om in 2018 versneld een aantal kaaimuurprojecten te kunnen opstarten. 

De Vlaamse Waterweg nv voorziet in de opmaak van het werkprogramma en prioritering voor 2019 en volgende jaren, om alle goedgekeurde kaaimuurprojecten te kunnen inplannen binnen een realistische en haalbare termijn. Daarnaast bekijkt De Vlaamse Waterweg nv ook hoe een efficiënt gebruik van kaaimuren kan worden verhoogd. Dat sluit een beetje aan bij mijn ambitie, vanuit de wetenschap dat meer dan 80 procent van de bedrijven in Vlaanderen zich op tien kilometer of minder van een bevaarbare waterweg bevinden, dat alle bedrijventerreinen, die historisch dikwijls in de nabijheid van een bevaarbare waterweg ingeplant zijn, minstens één kaaimuur zouden hebben waar gemeenschappelijk gebruik van kan worden gemaakt. Dat moet de ambitie zijn, dat we ondernemingen niet alleen wijzen op de file aan hun voordeur, maar ook op de boulevard aan ruimte op het water aan hun achterdeur. Het wordt nog al te vaak onderschat dat bedrijven ook daar een escaperoute hebben voor de organisatie van hun logistiek.

Wat u het laatst zei, is natuurlijk de mooiste ambitie, ervoor zorgen dat alle bedrijventerreinen minstens één kaaimuur gemeenschappelijk kunnen gebruiken. Dat zal de toekomst moeten zijn, als we vrachtwagens van de weg willen halen en naar duurzamer transport willen gaan. Het pleziert me dat, als u de cijfers citeert, we merken dat er een verhoging is inzake het budget voor onderhoud en investeringen aan kaaimuren. Ik merk ook dat we in 2018 wellicht – want het is een voorafname op morgen – meer budget krijgen om kaaimuren in te richten. Dat is allemaal goed nieuws.

De kritiek die er geweest is van de voorzitter van de vzw Vlaamse Waterbouwers is hiermee weerlegd. Ik zal nog eens schriftelijk de cijfers voor investeringen en onderhoud van de laatste jaren opvragen, over de provincies heen en gedifferentieerd. Misschien zal de kritiek uit die hoek te verklaren zijn, maar dat zullen we dan wel bekijken.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

In de marge, want de kaaimuren zijn het verhaal van wat een overheid hoort doen: de voorwaarden scheppen, een beleid voeren en een kader creëren waarbinnen het vervoer over het water kan gedijen. Hoe staat het met de capaciteit van onze binnenvaartvloot? Men is volle bak bezig met watergebonden industrieterreinen, lokaal, maar ook op het niveau van De Vlaamse Waterweg en andere instanties. Daar gaat ook nooit iemand oppositie an sich tegen voeren. Maar hoe staat het met de capaciteit van onze binnenvaart? Volgt die eigenlijk ook? Ik weet, en dat komt hier sporadisch te berde, dat we op dat vlak te maken hebben met een vergrijzend publiek, met vaak familiale bedrijven, die ook vaak op het tandvlees zitten wat de mogelijkheden betreft. Hoe staat het daarmee? Het kader komt stilaan op orde. Applaus daarvoor. Dat is een van de vele maatregelen die zeker en vast meteen voelbare resultaten opleveren op de weg. Hoe staat het met de capaciteit van de binnenvaart?

Dirk de Kort (CD&V)

Ik was niet van plan om tussen te komen, maar ik wil me aansluiten bij de interessante tussenkomst van de heer Keulen. We kunnen er misschien op een ander moment nog eens verder van gedachten over wisselen. Ik hoor dat in vergelijking met het verleden, toen er een sloopfonds moest worden ingesteld voor de afbouw van de vloot van de binnenvaart, er nu eerder een vraag is in de omgekeerde richting. Er wordt zelfs gevraagd kleinere schepen te behouden, zeker omdat men nu merkt dat de kleinere schepen voor de kleinere vaartwegen op een goede manier kunnen worden ingezet. Heel wat ondernemingen vragen nu, voor de zekerheid van leveringen, een beroep te doen op kleinere schepen en dus vragen ze in plaats van die schepen te slopen, eerder een programma op te zetten om ze in vaart te houden voor de binnenvaart.

Minister Ben Weyts

Dat is een terechte bemerking. We zien een zekere consolidatie. Het aantal bedrijven neemt af, maar dat gaat gepaard met een vergroting van de bedrijven. Er zijn minder éénmansbedrijven en meer grotere rederijen. Dat heeft ook te maken met een investeringskost. Vroeger werd een kleiner schip nogal dikwijls overgedragen van generatie op generatie, tot wanneer het totaal versleten was. De problematiek van de eenzijdige wanden bijvoorbeeld speelt daarin ook een rol.

We proberen hier in het licht van de Europese regelgeving maximaal aan tegemoet te komen. De concrete gesprekken lopen nog, maar los daarvan moeten we wel voor de attractiviteit van het beroep zorgen. Er is heel wat meer mogelijk op het water dan vandaag al gebeurt.

We investeren hier serieus in, ook in de infrastructuur. Het Albertkanaal is echt een watersnelweg. Dat is een boulevard aan ruimte en we verhogen alle 68 bruggen tot een doorvaarhoogte van 9,1 meter. Het gevolg is dat daar schepen met vier containerlagen kunnen varen. Dat zijn echt grote jongens. Dit is echt een alternatief om vrachtwagens van de weg te halen op de oost-westas tussen Antwerpen en Duitsland.

We mogen echter niet uit het oog verliezen dat het beroep en de sector op zich voldoende attractief moeten blijven. Om die reden bereiden we, in samenwerking met minister Muyters, met de binnenvaartsector een sectorconvenant voor waarin we dit doel voor ogen hebben.

Ik wil hier nog iets interessant aan toevoegen waarover we het later nog eens moeten hebben. We proberen iets meer kleinschalige projecten uit te rollen. Ik heb het dan over projecten die misschien minder investeringen vergen, bijvoorbeeld met betrekking tot de duwbakken. Er worden vanuit dat oogpunt nieuwe schepen ontwikkeld. De duwbakken worden zelf gemotoriseerd. Dat is de toekomst. Nu werken we met duwbakken die nog door een schip worden geduwd. Dit gebeurt allemaal vanuit het oogpunt dat we voor een verlaging van de transportkosten willen zorgen. Daar hangt ook een verlaging van de loonkosten aan vast.

We werken aan innovatieve concepten die weinig personeel vergen. Vroeger zaten verschillende personeelsleden op een binnenvaartschip. In veel gevallen ging het om een familie. Nu gaat het in sommige gevallen zelfs maar om een personeelslid. We werken ook aan het onbemand varen met duwbakken. Hierdoor is er weinig personeel nodig. Die duwbakken lenen zich goed tot autonoom varen. Dat zijn allemaal vernieuwingen waarin we investeren. In sommige opzichten nemen we zelfs het voortouw.

Voorzitter, we moeten ooit eens opnieuw een hoorzitting met de binnenvaartsector houden. We hebben dat een hele tijd geleden gedaan. Ik denk dat u de sector toen zelf nog hebt uitgenodigd. We hebben toen met de sector rond de tafel gezeten en op korte tijd een aantal zaken gedaan. Dat is stilgevallen, maar de heer Maertens komt hier ook op gezette tijdstippen op terug. Misschien moet deze commissie tijdens het laatste jaar van de legislatuur nog eens met de sector vergaderen.

De voorzitter

Dat kunnen we tijdens de regeling van de werkzaamheden verder afspreken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Dirk de Kort aan minister Ben Weyts
2369 (2017-2018)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.