U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Voorzitter, de Vlaamse overheid kent financiële steun toe aan bedrijven in Vlaanderen. Dit begint meer en meer mijn stokpaardje te worden. Met de economische steun en de innovatiesteun heeft de Vlaamse overheid gedurende een periode van tien jaar in totaal 3,23 miljard euro aan subsidies aan bedrijven uitbetaald. Het gaat om 1,7 miljard euro aan economische steun en om 1,53 miljard euro aan innovatiesteun. Het is uiteraard de bedoeling onze ondernemers met die bedrijfssteun te professionaliseren en te versterken. Zo wordt bijgedragen aan de versterking van de Vlaamse economie.

Aangezien het om belangrijke bedragen gaat, denk ik dat we hier met een kritisch oog naar moeten kijken. Het gaat uiteraard om publieke middelen en we moeten onderzoeken of die middelen effectief zijn. In het verleden zijn al verschillende evaluaties uitgevoerd, bijvoorbeeld van de kmo-portefeuille, van de toenmalige strategische investerings- en opleidingssteun, van de bedrijfssteun voor onderzoek en ontwikkeling enzovoort.

Op 12 mei 2017 heeft de Vlaamse Regering drie besluiten goedgekeurd die het vroegere O&O-besluit van 12 december 2008 moeten vervangen. Met deze nieuwe besluiten is de Vlaamse regelgeving aangepast aan de nieuwe Europese kaderregeling. Op 22 december 2017 heeft de Vlaamse Regering een vierde besluit goedgekeurd met betrekking tot door ondernemingen uitgevoerde O&O-projecten met als doel een samenwerkingsverband met onderzoeksorganisaties aan te gaan. Aangezien de besluiten elk onder de budgettaire grens van 150 miljoen euro blijven, moest aan de Europese Commissie geen formeel evaluatieplan worden voorgelegd.

Minister, u hebt een traject aangekondigd om de beoogde effecten van de bedrijfssteun in kaart te brengen en te evalueren. Een systematisch evaluatiebeleid is noodzakelijk om de effecten en de impact van de verschillende steunmaatregelen na te gaan. Het gaat dan zowel om de economische steun als om de innovatiesteun.

Het gaat me vooral om de grootte van de bedragen, want u beschikt over een groot budget.

Uit een recent schriftelijk antwoord blijkt dat momenteel een evaluatie loopt van de impact van de Baekeland- en innovatiemandaten en dat een evaluatie van de O&O-bedrijfssteun in de planningsfase zit. Uit uw antwoord blijkt dat voorlopig geen evaluaties van de economische steunmaatregelen worden gepland.

Minister, er zou met betrekking tot de innovatiesteun een aanpak van evaluatie worden uitgewerkt. Wat is de stand van zaken? Welke aanpak en timing zult u in dit verband volgen? Welke criteria zult u hanteren? Welke specifieke instrumenten zullen worden geëvalueerd, gelet op de hervorming van de innovatiesteun die in januari 2018 van start is gegaan?

Welke aanpak van evaluatie volgt u met betrekking tot de economische steunmaatregelen? Zult u hierin maatregel per maatregel voorzien? Welke criteria stelt u hiervoor voorop?

Welke indicaties hebt u momenteel met betrekking tot de effectiviteit van de bedrijfssubsidies voor economie en innovatie?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, op 12 mei 2017 heeft de Vlaamse Regering een beslissing genomen over de innovatiesteun, en toen is ook aangekondigd dat we in eigen beheer een evaluatie zouden uitvoeren. Strikt genomen moeten we dit niet doen. Aangezien we met onze steunmaatregelen onder de grens blijven, is dit formeel niet vereist. We hebben echter beslist op eigen initiatief toch een evaluatieplan op te stellen. Dit plan is volledig identiek aan de vereisten die de EU zou stellen. We volgen dezelfde filosofie.

Het plan is gebaseerd op een econometrische analyse, waarbij op basis van statistische methodes een correlatie tussen steun en effecten wordt gezocht. Tijdens de eerste stap worden twee plannen opgesteld voor de twee besluiten met een omvangrijk budget. Dat is dan de steun aan ondernemingen voor onderzoek en voor innovatie. In een later stadium kan die uitgewerkte methode met weinig inspanningen naar de andere besluiten worden uitgebreid. Op 19 april 2018 zijn de plannen aan het Hermes-beslissingscomité voorgelegd. Aangezien het om een nieuw besluit gaat, vallen natuurlijk enkel de sinds 1 januari 2018 gestarte projecten onder deze evaluatie.

Mevrouw Vanwesenbeeck, de eigenlijke uitvoering van de evaluatie is voor 2020 geagendeerd. De evaluatie kan immers pas na de afsluiting van de projecten gebeuren. Het is belangrijk dat we de bedrijven niet om bijkomende data vragen. Ik denk dat u hierachter kunt staan. Wat ons betreft, moet de evaluatie kunnen plaatsvinden op basis van de gegevens die we al tot onze beschikking hebben. Aangezien we natuurlijk niet zo lang op resultaten willen wachten, heeft het Hermes-beslissingscomité beslist dezelfde evaluatiemethode toe te passen om naar de resultaten uit het verleden te kijken. Die evaluatieopdracht zal nog dit jaar worden gestart.

Voor de innovatiesteun hebben we volgens mij een goede evaluatiemethode op basis van een econometrisch model. Dit is klaar voor de toekomst en we zullen die methode ook toepassen op het verleden om hier toch een indruk van te krijgen.

Wat de economische steun betreft, zijn de verschillende maatregelen zeer divers qua doelgroep en qua finaliteit. Het is dan ook veel moeilijker dan met betrekking tot innovatie om dit met dezelfde methode te onderzoeken en te evalueren. Ik geef even een voorbeeld. Met de hinderpremie wordt aan handelaars een forfaitair bedrag toegekend. We kunnen dit moeilijk toetsen aan dezelfde criteria als, pakweg, de strategische transformatiesteun. Een generieke aanpak is dus niet mogelijk.

Dit betekent niet dat we onze economische steunmaatregelen niet zouden evalueren. Met het oog op de optimalisering van de maatregel en op de verbetering van de procedures en de werking, worden voor elke maatregel periodiek interne evaluaties uitgevoerd. Dergelijke evaluaties leiden al dan niet tot kleinere of grotere bijsturingen. Zo is in oktober 2017, bijvoorbeeld, de ecologiepremie naar aanleiding van een interne evaluatie bijgestuurd. Hierbij is onder meer de methode van de kosteneffectiviteit ingevoerd om de invulling van het ecologiegetal te bepalen.

De volgende vraag is of ik op dit moment indicaties heb met betrekking tot de effectiviteit van de bedrijfssubsidies. Op macro-economisch vlak zijn er voldoende studies die aantonen dat economische steun en innovatiesteun globaal positieve effecten hebben op de groei en de tewerkstelling. Verschillende studies van het Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), althans gedeeltelijk de voorganger van het huidig agentschap, tonen dit zonder twijfel aan. Indien u hier wat dieper op wilt ingaan, denk ik dat de meeste van deze studies nog bij het agentschap te verkrijgen zijn.

Gemiddeld genomen, mogen we er zeker van uitgaan dat deze instrumenten die positieve effecten hebben. Op het niveau van het individueel instrument of het individueel project kan dit echter zeer moeilijk worden aangetoond. Ik kan zeer moeilijk individueel onderzoeken of een bedrijfsleider een bepaalde investering al dan niet zou hebben gedaan indien hij geen steun zou hebben gekregen. Dat is een zeer moeilijke oefening.

Het is ook moeilijk aantoonbaar omdat de steun soms zeer klein is, bijvoorbeeld in het geval van de kmo-portefeuille, of omdat de tijd tussen de toekenning van de steun en het mogelijk economisch effect zeer lang kan zijn, bijvoorbeeld in de farmaceutische sector.

We kunnen de farmaceutische sector vandaag steunen. Ik vind dat een terechte steun. Er zijn vormen van steun waarvan ik denk dat we misschien beter de vennootschapsbelasting zouden verlagen. Dat kunnen we echter niet en dus is dit de op een na beste optie. Er zijn ook de risicovolle onderzoeken die moeten plaatsvinden. De kans op mislukking is groot. Een aantal onderzoeken zouden niet gebeuren indien er geen steun zou zijn. Het economisch effect kan dan natuurlijk pas twintig jaar later komen. In de farmaceutische sector kan het nog mislukken.

Er zijn veel factoren die ertoe leiden dat geen oorzakelijk verband kan worden gevonden tussen een specifieke subsidie en het later succes van een onderneming. Wat we wel zien, is dat Vlaanderen het, ondanks onze concurrentiehandicaps inzake loon-en energiekosten, in tal van indexen, bijvoorbeeld het Regional Innovation Scoreboard, goed doet. Dit zijn indicaties dat onze aanpak, gericht op de stimulering van innovatie en de verankering in innovatieve ecosystemen, lijkt te werken.

Mevrouw Vanwesenbeek, ik denk dat we, algemeen genomen, ongeveer dezelfde filosofie hebben. Soms moeten we tevreden zijn met de second best optie omdat dit de enige instrumenten zijn die we in handen hebben.

De voorzitter

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Minister, dat is ook zo. Ik moet echter mijn rol als Vlaams volksvertegenwoordiger opnemen en kritisch naar uw beleid kijken. Ik denk dat we op dezelfde golflengte zitten, maar ik kijk ook als ondernemer naar die bedragen. Ik vind dat dit geld zo goed mogelijk moet worden besteed. Dat betekent niet dat ik niet geloof dat u dat wilt doen. Ik zie hier en daar subsidies waarvan ik me afvraag of ze het beoogde effect hebben. Daar gaat het om. Ik volg uw redenering wanneer u stelt dat dit effect niet altijd even goed te meten valt. Het gaat om termijnen, projecten en dergelijke. Ik herhaal mijn visie. U hebt het interview in Trends wellicht ook gelezen. U stond er trouwens zelf ook in. De journalist had me al gezegd dat ik dat interview niet alleen zou krijgen. Ik heb een aantal hogescholen bezocht die subsidies krijgen. Dat is gedeeltelijk trial-and-error. We kunnen niet eisen dat 100 procent van de innovatiesubsidies een positief effect zal hebben. Dat hoort bij het aspect innovatie.

Wat de economische subsidies betreft, zal ik blijven werken. We moeten hier dieper op ingaan, want de vragen zullen blijven komen. Ik kijk uit naar de evaluaties die u zult starten. De hamvraag is in welke mate de subsidies voor de bedrijven een verschil maken. Zorgen ze voor investeringen en voor innovaties die er zonder steun niet zouden komen? Ik ga akkoord dat we hier nooit een volledig antwoord op kunnen krijgen, maar als we wel een antwoord kunnen krijgen, zou ik dat op termijn graag horen.

Als bepaalde subsidies misschien niet werken, moeten we ook naar alternatieven kijken. Hoe kunnen we het bedrijfsleven op een andere manier ondersteunen? Ondernemers liggen niet altijd wakker van die subsidies. Het gaat om mobiliteit, loonkosten en dergelijke. Kunnen we tijdens een evaluatie al eens kijken naar alternatieven die misschien een antwoord kunnen bieden op de vraag het economisch weefsel in Vlaanderen te versterken?

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Mevrouw Vanwesenbeeck, dit is een zeer terechte vraag om uitleg over de evaluaties. Het gaat om belastinggeld. Vooral het laatste punt blijft een moeilijkheid die u heel mooi hebt samengevat.

Minister, de subsidies moeten terechtkomen waar ze een verschil maken en geen bijkomend effect hebben. Ik volg u volledig. Ik denk dat dit de uitdaging en de moeilijkheid is.

Mevrouw Vanwesenbeeck, ik wens u in elk geval proficiat met uw artikel in Trends en met het mooie oppositiewerk dat u hebt neergezet.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Vanwesenbeeck, ik beschouw de elementen die u naar voren brengt, voor alle duidelijkheid, helemaal niet als oppositiewerk. Ik denk dat de filosofie hierachter zeer duidelijk is. Ik kan ervoor kiezen om geen subsidies te geven en geen andere maatregelen te nemen omdat ik de instrumenten niet heb of om subsidies te geven. Indien ik iemand zou vragen wat volgens hem het grootste effect op de werkgelegenheid en op de toegevoegde waarde zou hebben, zal hij meteen de stelling ondersteunen dat subsidies beter zijn dan geen subsidies.

Die subsidies zijn zeer generiek, zoals met de kmo-subsidies, of zeer specifiek, zoals met de transformatiesteun of de ecologiesteun, die enkel wordt gegeven indien duidelijk veel verder wordt gegaan dan wat de wetgeving naar voren schuift. Ik denk dat u het daarmee wel eens kunt zijn. Over de vraag of dit het efficiëntste instrument is, wil ik graag met u discussiëren, maar met de instrumenten die ik zelf heb, is het beter dan geen subsidies. Er zal in elk geval een effect op de werkgelegenheid en op de omzet zijn.

U hebt gelijk dat we het rechtstreeks individueel effect nooit zullen kunnen meten. Om die reden is een generieke maatregel wellicht beter. Door de steun zo generiek mogelijk te maken, zoals met de kmo-portefeuille, denk ik dat we het dichtst bij de filosofie blijven die u naar voren hebt gebracht.

Wat de innovatiesteun betreft, hebt u volledig gelijk. De trial-and-error is de reden waarom die subsidie altijd zal moeten blijven bestaan. Ik ben een econometrist. We zullen met een regressieanalyse proberen te zien of er een correlatie is tussen de steun en de efficiëntie. Indien we dat op lange termijn en met veel gegevens bekijken, kunnen we, al gaat het om trial-and-error, toch een correlatie zoeken.

De voorzitter

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Voorzitter, ik heb hier eigenlijk niets meer aan toe te voegen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.