U bent hier

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, we hebben in deze commissie al meermaals gediscussieerd over de vraag hoeveel bos we hebben, hoeveel bos erbij komt, hoeveel bos verdwijnt en wat het nettoresultaat is. Ik denk dat we het er ondertussen jammer genoeg over eens zijn dat dit voorlopig moeilijk te meten is. We weten echter wel dat er in geen enkel meetsysteem dat we tot nu toe hebben gebruikt, netto bos bij komt. Het lijkt minstens belangrijk al het mogelijke te doen om ervoor te zorgen dat we, los van wat er verdwijnt, in elk geval geen hindernissen opwerpen tegen de aanplanting van nieuw bosoppervlakten en tegen de bruto toename van bossen. Dat blijkt echter wel het geval te zijn.

Naar aanleiding van de communicatie door de Vlaamse Bosgroepen vorige week blijkt nu dat er een aantal serieuze hindernissen zijn. Een van de belangrijkste hindernissen is blijkbaar dat een aantal private eigenaars, die natuurlijk niet enkel de kosten van de aanplanting maar ook de kosten van het alternatief grondgebruik in rekening moeten brengen, wel degelijk beschikken over grond voor bebossing. In veel gevallen beschikken ze zelfs al over de vergunningen om de grond te bebossen, maar ze voeren de bebossing niet uit omdat ze verkiezen te wachten tot ze in het licht van de boscompensatieregeling een vergoeding krijgen. Volgens de Vlaamse Bosgroepen bedraagt die vergoeding aan de huidige marktwaarde ongeveer 30.000 euro per hectare. De eigenaars wachten hier veeleer op dan gebruik te maken van de generieke regeling van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) voor nieuwe bebossing. Die subsidie bedraagt eigenlijk maar ongeveer een tiende, namelijk ongeveer 3500 euro per hectare.

Dit leidt er natuurlijk toe dat bossen die zouden kunnen worden aangeplant, nu niet worden aangeplant. Het leidt er ook toe dat de nieuwe bebossing er enkel komt indien eerst een ander bos wordt gekapt. Om die reden heb ik het pervers genoemd. Zonder compensatie wordt er niet aangeplant, en dit betekent dat we per definitie blijven stilstaan, in het allerbeste geval op het punt waar we nu zitten.

De suggestie van de Vlaamse Bosgroepen gaat misschien wat ver. Zij stellen voor de subsidie voor bebossing meteen ook tot 3 euro per vierkante meter op te trekken, zoals nu al het geval is voor boscompensaties. Misschien gaat dit te ver, maar er is in ieder geval een algemeen probleem dat bestaat en dat we beter oplossen. Zoals het nu gaat, is het niet in orde. Het kan niet dat we enkel bebossen indien elders eerst wordt gekapt. Gezond is dat niet.

Minister, ik heb eerst een algemene vraag. Wat is ondertussen de stand van zaken? Ik vraag niet om de bosoppervlaktecijfers. Ik wil die discussie vandaag niet opnieuw voeren. Ik wil weten hoeveel bos er bruto bij is gekomen. Er is ooit de doelstelling geweest 10.000 hectare bos bij te creëren. Ik denk dat die doelstelling ongeveer twintig jaar geleden is geformuleerd. Waar staan we?

Deelt u de analyse van de Vlaamse Bosgroepen dat er een pijnlijk onevenwicht is tussen de financiële steun voor boscompensatie en de generieke subsidieregeling voor gewone bebossing en dat de nieuwe bebossing hierdoor wordt vertraagd?

Valt het eventueel te overwegen om, zoals de Vlaamse Bosgroepen voorstellen, de subsidie van het ANB voor bebossing gelijk te stellen met de vergoeding voor boscompensatie, met inbegrip van de vergoeding voor de grondwaarde?

Zijn er eventueel andere suggesties en mogelijkheden om ervoor te zorgen dat het minstens snel gaat? We weten dat er nog wat middelen in het Boscompensatiefonds zitten die op gebruik wachten. Als er effectief 85 hectare klaarligt voor bebossing, zouden we dat geld dan niet eventueel onmiddellijk hiervoor kunnen inzetten? Kunt u misschien iets anders doen? Kunt u, in plaats van het Boscompensatiefonds, denken aan een nieuw op te richten generiek ‘bosbebossingsfonds’ voor nieuwe bossen waarvan ook private eigenaars eventueel op een of andere manier gebruik zouden kunnen maken? We zouden in ieder geval een stap vooruit moeten kunnen zetten.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, we moeten, voor alle duidelijkheid, goed het onderscheid maken tussen boscompensatie en bosuitbreiding. Boscompensatie betekent dat er eerst bos verdwijnt dat moet worden gecompenseerd. Dat kan in natura of financieel gebeuren. Daarover hebben we het in het Vlaams Parlement al vaak gehad. Het is belangrijk dat dit twee verschillende zaken zijn.

Mijnheer Tobback, u hebt een vraag gesteld over de gesubsidieerde bosuitbreiding die deel uitmaakt van de plattelandsontwikkelingsprogramma’s en van andere Europese regelgeving. In de periode 2001-2016 gaat het jaarlijks om gemiddeld 54 hectare. In diezelfde periode heeft het ANB gemiddeld 110 hectare gronden per jaar gekocht die voor bosuitbreiding bestemd zijn. Dat is nog iets anders dan de boscompensatie. Het gaat, voor alle duidelijkheid, puur om bosuitbreiding.

Het ritme van de effectieve bosuitbreiding dat met zekerheid is gekend, ligt op ongeveer 164 hectare per jaar. Dat omvat dus niet de spontane bosuitbreiding. Het gaat om wat we absoluut weten. Er zijn particuliere initiatieven die niet worden gesubsidieerd, en er is spontane bosuitbreiding. Dat zit niet in deze cijfers.

De bebossing door het opnemen van de boscompensatieplicht door een derde is een praktijk die door de wet wordt toegelaten. De prijs wordt vrij bepaald door de betrokken partijen. Daar speelt de wet van vraag en aanbod. Momenteel staat op de website een aanbod van 70 hectare. Dit betekent dat het aanbod groter is dan de vraag, wat een daling van de aanbodprijs met zich zal meebrengen.

Volgens het ANB is de bosuitbreiding gelijkaardig verlopen in de periode voor de optrekking van de bosbehoudsbijdrage tot 3,5 euro per vierkante meter. We hebben geen kentering gezien. Dat er na de optrekking van de bosbehoudsbijdrage plots minder zou zijn bebost, wordt niet in de cijfers weerspiegeld.

Het voordeel van de werkwijze die we nu kennen, is natuurlijk dat een zo groot mogelijk aandeel van de boscompensatie ook effectief wordt bebost en niet financieel in het Boscompensatiefonds wordt gestort. Dat was ook onze bedoeling. Om die reden hebben we het bedrag opgetrokken. Ik veronderstel niet dat hier een pleidooi wordt gehouden om dit aan te passen.

De subsidieregeling voor bebossing is in uitvoering van een Europese verordening opgenomen in het Vlaams plattelandsontwikkelingsprogramma. We zijn daar gebonden aan de context die is meegegeven. Wat de Vlaamse subsidies betreft, kan volgens die regelgeving niet meer dan de effectieve kost worden gesubsidieerd.

Een verhoging van de subsidie voor bebossing tot meer dan of gelijk aan het theoretisch maximum dat door de financiële boscompensatie wordt bepaald, zou het ongewenst effect kunnen hebben dat de ontbossers opnieuw meer voor financiële compensaties zouden kiezen. Dat is iets waar we geen voorstander van zijn, want we willen met zijn allen meer bos.

De middelen in het Boscompensatiefonds kunnen niet voor bosuitbreiding worden gebruikt. We bewandelen twee pistes. Ten eerste voeren we een systeem van verhandelbare boscompensatierechten in. Hierdoor zouden nu reeds uitgevoerde bebossingen door een registratiesysteem later als boscompensatie kunnen dienen. Dit betekent dat er wellicht sneller zal worden bebost, want er moet niet meer op een goedgekeurd compensatiedossier worden gewacht. Ten tweede hebben we in het Instrumentendecreet voorzien in het gebruik van verhandelbare ontwikkelingsrechten.

De vraag van de private eigenaars in verband met het grondwaardeverlies is me gekend. Omdat ik dit een terechte vraag vind, heb ik in dit verband een voorstel geformuleerd en op de tafel van de Vlaamse Regering gelegd.

De optrekking van de algemene subsidie voor de aankoop van gronden om te bebossen, staat straks op de agenda. Ik hoop dat het Vlaams Parlement dit zal goedkeuren.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, ik hoor een paar openingen maar toch ook weer niet zo heel veel. Uiteraard zijn we het er allemaal over eens dat we boscompensatie het liefst in natura hebben. Ik heb er ook niet voor gepleit om de regeling voor boscompensatie aan te passen. Laat ons die maar houden zoals ze is, en inderdaad maximaal gaan voor compensatie in natura.

Waar de discussie over gaat, is dat momenteel de boscompensatie aan de ene kant en de bosuitbreiding aan de andere kant met elkaar in concurrentie komen door het feit dat het subsidiesysteem dermate is scheefgetrokken dat het ene nog wel interessant is en het andere helemaal niet. Daar hoor ik heel weinig oplossingen voor.

Ik kijk graag uit naar wat u op de tafel zult leggen van de Vlaamse Regering. Hopelijk zal dat een echt antwoord zijn, ik heb dat antwoord nu toch niet gehoord. Ik heb ook niet gehoord wat de stand van zaken is inzake die 10.000 bijkomende hectare. Ik heb een soort van tussenstand per jaar gehoord die erop neerkomt dat er 64 hectare per jaar wordt aangeplant. Als ik omreken naar 10.000 hectare, dan zijn we nog ongeveer 150 jaar bezig voor de doelstelling wordt gehaald. Ik neem aan dat dat niet de bedoeling is of in elk geval niet zou mogen zijn.

In wat u zegt, bestaat ook een grote discrepantie tussen de 54 hectare die per jaar wordt gesubsidieerd en aangeplant en de 114 hectare, als ik dat goed heb begrepen, die per jaar wordt aangekocht door ANB. Aangekocht betekent natuurlijk niet aangeplant. Als er 54 hectare per jaar wordt gesubsidieerd en 64 hectare per jaar effectief wordt aangeplant, dan betekent dit dat ANB gemiddeld aan 10 hectare per jaar komt. Wat gebeurt er met die andere 104 hectare die men dan heeft aangekocht om aan te planten? Dat is een beetje een rare Bermudadriehoek waarin bomen verdwijnen, heb ik de indruk, tenzij ik een verkeerde berekening maak op basis van uw antwoord en het dus verkeerd begrepen heb.

Ik voel in uw antwoord heel weinig urgentie over het feit dat dit probleem reëel bestaat en dat de huidige subsidiemechanismen niet leiden tot netto herbebossing of bosuitbreiding, terwijl we elke dag opnieuw beweren dat dat is wat we willen. Los van de vraag of u het idee van de bosgroepen mee ondersteunt – ik heb zelf ook gezegd dat ik denk dat het op een aantal punten te ver gaat – is er wel een reëel knelpunt. Dat merken we telkens opnieuw. U antwoordt zeer vaag dat u iets op de tafel zult leggen van de Vlaamse Regering, maar de ervaring leert ons dat het niet altijd zo succesvol is als er iets op de tafel van de Vlaamse Regering wordt gelegd. Daarnaast zie ik ook niet in hoe u dit wilt oplossen. We stagneren ondanks alle alarmkreten, zelfs van mensen die zeggen dat ze niets liever willen dan bomen planten. Zij hebben vergunningen aangevraagd, ze hebben grond ter beschikking gesteld, maar zij vragen een duwtje in de rug. Blijkbaar wilt u die steun niet geven, en dat is jammer.

De heer Vandaele heeft het woord.

De heer Tobback verwees al naar de taakstelling van het RSV, intussen al van 1997, met inderdaad de ruimteboekhouding die we kennen en waarvan het streefdoel door deze Vlaamse Regering wordt hernomen in de richting van het Witboek BRV. Streefdoel is minimum 150.000 hectare reservaat en natuur in Vlaanderen en minimum 53.000 hectare bos. Voor bos en natuur betekende dit een toename van 38.000 hectare natuur en 10.000 hectare bos ten opzichte van de situatie in 1997.

Volgens de meest recente cijfers die ik terugvind, ruimteboekhouding 1/7/17, is de toestand twintig jaar na het RSV nog altijd weinig rooskleurig. Van die 38.000 hectare extra natuur en die 10.000 hectare extra bos hebben we respectievelijk amper 16.500 hectare natuur en 3200 hectare bos gerealiseerd, dat is 40 procent, althans planologisch, want we weten dat er een verschil is tussen de planologische realisatie en wat er in de feiten is bijgekomen.

Minister, ik denk dat mijn vraag de vraag is van bijna alle collega's: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we nogmaals twintig jaar na de taakstelling uit het RSV eindelijk die 10.000 hectare extra bos effectief kunnen realiseren? Dan zijn extra bosaanplantingen hoe dan ook noodzakelijk.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik denk dat we allemaal het persbericht hebben gezien. Ik had een gelijkaardige vraag ingediend, alleen was ik net te laat. Ik denk dat dit een zeer terechte bezorgdheid is van de mensen uit de Bosgroepen en van de heer Tobback dat het toch wel een anomalie is in het Vlaams beleid dat het interessanter is om bos te planten dat eerst elders is gekapt dan gewoon te gaan voor nieuw bos en voor bosuitbreiding. Dat is ook de kritiek van de Inspectie van Financiën en de Minaraad wanneer het straks gaat over de wijzigingen in het Bosdecreet die wij niet zullen goedkeuren maar die zullen worden goedgekeurd door de meerderheid. Ook daar is de grote kritiek dat op deze manier het verschil veel groter is en er niet aan echte bosuitbreiding zal worden gedaan, zeker niet aan een tempo dat aanvaardbaar is en waarmee de doelstelling zal worden gehaald.

Minister, hoe zult u ervoor zorgen dat die twee dichter bij elkaar komen, dat het effectief interessant wordt om gewoon te bebossen zonder dat dit in een compensatieverhaal moet passen? Hoe zult u ervoor zorgen dat die private eigenaars – en ik ken er veel in mijn streek – die echt wel heel graag willen bebossen maar toch ergens een correcte vergoeding voor willen, niet in de kou blijven staan? Is er ook een green deal op komst voor mensen die heel graag bos willen aanleggen om de samenleving beter te maken en voor wie dat op dit moment absoluut niet interessant is? Misschien kan daaraan worden gewerkt.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, we hebben het inderdaad al heel vaak gehad over de nodige bosuitbreiding. Waar we het hier iets minder over gehad hebben maar wat minstens even belangrijk is, is het verbinden van de bossen. Uiteraard gebeurt dat via bosbeheersplannen, beheersovereenkomsten met landbouwers en dergelijke maar wat de bosuitbreiding betreft, is er nog heel veel werk aan de winkel.

Minister, we hebben het een tijdje geleden tijdens de plenaire vergadering gehad over uw uitspraken over Natuurpunt. Naar aanleiding van deze vraag zou ik graag weten of er nu effectief bos bijkomt of weggaat op gronden van natuurbeheer en de verenigingen. Het ging er toen ook over dat Natuurpunt niet moet compenseren als men ontbost in het kader van een natuurbeheersplan. Naar aanleiding van deze vraag wil ik informeren of u intussen al gesprekken daarover hebt gehad met Natuurpunt.

Wij zijn altijd vragende partij om de private eigenaars zoveel mogelijk te betrekken bij het bosbeleid. 60 procent is eigenaar van het totale bosbestand in Vlaanderen. Op welke manier bent u toekomstgericht van plan om hen daar nog meer bij te betrekken en hun een grotere rol te geven om uw doel van bosuitbreiding op het terrein te verwezenlijken?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Tobback, u hebt de cijfers niet goed begrepen in die zin dat er 54 hectare per jaar door private eigenaars bijkomend wordt aangeplant met subsidies van het Vlaanderen. Daarbovenop komt nog eens 110 hectare via ANB.

Als je de ruimteboekhouding vraagt van het RSV, en dan gaat het over wat puur planmatig is ingekleurd als bos, dan zitten we nu aan 45.500 hectare bos. Dat is 3200 hectare meer dan de nulmeting in januari 1994.

De terechte opmerking van de heer Vandaele is dat dat puur boekhoudkundig is op basis van de inkleuring op een plan. Dat zegt eigenlijk niets over het effectieve gebruik van de grond.

Daarom is het voorstel van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen net om te monitoren op basis van het effectieve gebruik van de gronden op het terrein. In elk RUP dat de Vlaamse Regering goedkeurt, zit er bijkomend bos. We doen daarmee verder, en dat heeft vaak te maken met de afbakening van het buitengebied die de Vlaamse Regering goedkeurt.

De privé-eigenaars blijven niet in de kou staan. Straks ligt er een voorstel klaar om de subsidies op te trekken voor de gronden die je aankoopt om te bebossen. Ik hoop dat dat ook wordt goedgekeurd. Heel belangrijk is dat we ervoor hebben gezorgd dat in alle subsidies die worden verleend, iedereen op gelijke voet staat. Maak je een beheersovereenkomst, dan krijg je als privé-eigenaar voortaan dezelfde subsidies, of je nu een privé-eigenaar bent, of bijvoorbeeld Natuurpunt. Daar hebben we voor gezorgd. Dat geeft ook veel meer kansen aan de privé-eigenaars om daarin mee te stappen.

Collega Tobback, het blijft niet bij ‘floue’ voorstellen. Ik heb daarstraks verwezen naar het Instrumentendecreet. Dat is al een eerste keer goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Hopelijk gebeurt dat ook snel een tweede keer.

Voor grondwaardeverlies heb ik een concreet voorstel geagendeerd op de regeringstafel, namelijk om 12.500 euro per hectare toe te kennen. Dat zijn niet zomaar loze beloften, maar zaken die effectief op de tafel liggen van de Vlaamse Regering.

Wat de cijfers van Natuurpunt betreft: ik heb op dit moment geen cijfers of statistieken bij over wat er wordt gekapt in de domeinen van Natuurpunt en wat er wordt gecompenseerd. Ik zal dat opvragen. Op dit moment is er nog geen wijziging of daarvoor al dan niet moet worden gecompenseerd. Binnen de Vlaamse Regering is daarover nog geen consensus.

Minister, ik heb enkele opmerkingen. Ik heb een verschil gehoord tussen uw eerste en uw tweede antwoord. In uw eerste antwoord zei u dat er 110, en niet 114 hectare grond per jaar wordt aangekocht door het ANB. Ik had 114 verstaan, maar daar gaat het niet om. U hebt gezegd: 110 hectare per jaar aangekocht door het ANB om te bebossen. Het is niet omdat het ANB die grond heeft aangekocht dat er ook maar één boom op staat.

Minister, daarnaast hebt u gezegd – en dat heb ik niet meer gehoord in uw repliek – dat er netto samengeteld ongeveer 64.000 hectare bos per jaar wordt aangeplant. Dat betekent dat iedere hectare grond die het ANB heeft aangekocht, jaar na jaar ook onmiddellijk wordt bebost.

Ik herinner me uit de rapporten van het Rekenhof die we hier in het afgelopen jaar een paar keer hebben besproken, dat dat de facto absoluut niet zo is. Ik zou graag de onduidelijkheid daarover opgeklaard zien. Mogen we ervan uitgaan dat iedere hectare – die 110 hectare per jaar – de facto onmiddellijk wordt bebost? Dat had ik niet begrepen uit andere discussies en uit andere rapporten. Aankopen en bebossen schijnen twee zeer verschillende dingen te zijn in de praktijk. Daarover zou ik graag duidelijkheid hebben, zodat we correct kunnen discussiëren en onze cijfers correct op een rijtje hebben.

Ik heb nu al twee keer gezegd dat wat u straks voorlegt in het ontwerp van decreet, een oplossing is voor de privé-eigenaars. Ik heb het advies van de Minaraad over dat ontwerp van decreet, dat sp.a niet zal goedkeuren, bij me. De Minaraad zegt klaar en duidelijk dat de pistes om bebossing door privé-eigenaars te subsidiëren, absoluut tekortschieten, volkomen onvolledig zijn en er alleen maar voor zorgen dat u de middelen van het Boscompensatiefonds kunt uitgeven bij compensatie. Een van de redenen waarom we dit niet zullen goedkeuren, is dat al wat u doet, is ervoor zorgen dat als een boom wordt gekapt, er dan waarschijnlijk een zal worden geplant. 

Met de bosuitbreiding op zich heeft dit niets te maken: dit is een bosstandstill. In zowat de minst beboste regio van heel Europa is dat niet genoeg. We waren het er toch allemaal over eens in het parlement. Met alleen maar ervoor te zorgen dat er voor iedere boom die verdwijnt in het beste geval een wordt geplant, voert u uw eigen regeerakkoord niet uit, maar komt u ook absoluut niet tegemoet aan de reële noden en de reële vraag die in deze commissie bestaat. U blijft een soort van flou artistique spuien, waarvan u hoopt dat die tussen de bomen blijft hangen.

Het klopt allemaal niet, minister. Keer op keer blijkt dat er een soort van mistgordijn wordt opgetrokken om toch maar niet te moeten aantonen dat u eigenlijk niet de ambitie hebt om aan bosuitbreiding te doen. In het beste geval en met alle regelingen die u invoert, gaat er geen boom extra weg zonder dat er ergens een boom bijkomt. En zelfs dat blijkt op basis van rapporten van het Rekenhof in de praktijk niet zo te zijn.

Wanneer er vanuit de sector zelf, vanuit de betrokkenen, vanuit de grondeigenaren van goede wil, met goesting, met ambitie om bij te dragen aan wat we allemaal graag zouden willen, een alarmkreet komt – help ons alstublieft meer, want we willen wel meer doen –, dan verdient dat een beter en grondiger antwoord dan wat we hier krijgen. Dat vind ik jammer.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.