U bent hier

Commissievergadering

donderdag 31 mei 2018, 10.00u

Voorzitter
van Valerie Taeldeman aan minister Liesbeth Homans
1982 (2017-2018)

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, zoals we allemaal weten, is het conformiteitsattest een attest dat kan worden aangevraagd om de kwaliteit van een woning in kaart te brengen. Zo kan een eigenaar-verhuurder een conformiteitsattest aanvragen om aan te tonen dat de huurwoning die hij verhuurt, aan alle kwaliteitseisen voldoet. Anderzijds kan ook een huurder een attest kunnen aanvragen, bijvoorbeeld om aan te kaarten dat de woonkwaliteit van zijn huurwoning niet zou voldoen aan de basisvereisten inzake kwaliteit. Als uit het onderzoek blijkt dat de woonkwaliteit van de woning niet in orde is, dan zal de woning geen conformiteitsattest krijgen en kan dat aanleiding geven tot ofwel een ongeschiktheidsverklaring ofwel een onbewoonbaarheidsverklaring.

Er zijn twee heel specifieke gevallen waarin Vlaanderen een conformiteitsattest verplicht. Als een eigenaar-verhuurder in het systeem stapt van een sociaal verhuurkantoor (SVK), als hij bereid is zijn woning te verhuren via een SVK, dan wordt zo’n conformiteitsattest opgelegd. Er wordt ook een conformiteitsattest opgelegd bij het systeem van huursubsidie, als een huurder dus verhuist naar een kwaliteitsvollere woning.

Minister, uit uw antwoord op mijn schriftelijke vraag over conformiteitsattesten blijkt dat er in Vlaanderen toch een twintigtal steden en gemeenten zijn die hebben beslist om een eigen conformiteitsattest in te voeren en op te leggen voor hun stad of gemeente. U hebt in uw antwoord ook laten weten dat u en uw administratie jammer genoeg geen zicht hebben op het aantal steden of gemeenten die een eigen attest hebben ingevoerd. Er is bijvoorbeeld het groene label dat de stad Leuven uitreikt voor studentenkamers die een conformiteitsattest krijgen, en daarnaast ook in orde zijn op het vlak van brandveiligheid, binnennummering en ruimtelijke ordening.

Collega’s, ik verwijs graag naar een project in Nederland, dat de naam Nul op de Meter heeft gekregen. Dat project is hier ook al diverse keren aan bod gekomen. Dat gaat over het verbeteren van de energiezuinigheid. Men heeft bij dat project in Nederland het volgende vastgesteld inzake investeren in een woning met het oog op energiekwaliteitsvereisten of energieprestatievereisten: het argument dat je je investering zult terugverdienen als je je dak isoleert of dubbelglas installeert, overtuigt de mensen onvoldoende om over te gaan tot renovatie. Als je diezelfde mensen echter benadert met het voorstel om ook werken te doen aan de keuken, of de badkamer te vernieuwen, of als je voorstelt de woning ook veiliger te maken door de elektrische installatie te vernieuwen, of gezonder te maken inzake het gevaar voor CO-vergiftiging, en je combineert dat met energiebesparende werken, dan zijn de mensen plots sneller te overtuigen om over te gaan tot renovatie. De combinatie van energie en woonkwaliteit overtuigt de mensen dus blijkbaar sneller van een renovatie.

Vanuit die vaststelling hebben wij er al diverse keren, zowel hier in de commissie Wonen als in de commissie Energie, voor gepleit om het Vlaamse woon- en energiebeleid beter op elkaar af te stemmen. Concreet hebben we al het voorstel gelanceerd om het aspect van de woonkwaliteit toe te voegen aan het nieuwe energieprestatiecertificaat EPC+, dat vanaf 1 januari 2019 van kracht zal worden. Op die manier zou het EPC+ een volledig beeld kunnen geven van de toestand van de woning en ook van welke werken moeten worden uitgevoerd om zowel de energetische toestand van de woning als de woonkwaliteit op peil te brengen. Op dezelfde manier denken we dus dat het conformiteitsattest zou kunnen helpen om mensen ertoe aan te zetten over te gaan tot het renoveren van hun woning.

Het is een lange inleiding, ik besef het. Dit zijn mijn concrete vragen. Minister, hoe staat u ten aanzien van het idee om via de Vlaamse Wooncode te werken en zo op te leggen dat men voor huurwoningen vanaf een bepaalde leeftijd verplicht een conformiteitsattest moet aanvragen, om zo een beeld te krijgen van de woonkwaliteit in Vlaanderen? Ik verwijs naar huurwoningen, omdat de twintig reglementen die bestaan in steden en gemeenten, ook allemaal een toepassingsgebied hebben wat de huurwoningen betreft. Sommige steden en gemeenten werken met het afbakenen van bepaalde gebieden: ze gaan werken aan wijken en straten met oudere woningen. Er wordt dus een gedifferentieerd beleid gevoerd in die steden en gemeenten inzake het opleggen van een conformiteitsattest naarmate een verhuurde woning 30, 35, 40 jaar is. Ik verwijs naar de Wooncode, omdat daarin ook wordt gewerkt met die bepalingen inzake dakisolatie en dubbelglas. Daarom stel ik die vraag.

Verder verwijs ik naar de uitleg die ik heb gegeven over de synergieën tussen woon- en energiebeleid en het nieuwe EPC+ dat eraan komt.

Minister, ziet u ook mogelijkheden om vanuit het woonbeleid mensen ertoe aan te zetten hun woning te renoveren om zo de energiezuinigheid van het Vlaamse woonpatrimonium te verbeteren?

Minister Homans heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter en talrijk opgekomen parlementsleden. Dat is een compliment voor degenen die aanwezig zijn. Dat mag af en toe eens.

Dit compliment wordt hierbij in de annalen van het Vlaams Parlement genoteerd.

Inderdaad.

Mevrouw Taeldeman, hoe sta ik ten opzichte van het idee om via de Vlaamse Wooncode op te leggen dat eigenaars van woningen vanaf een bepaalde leeftijd verplicht een conformiteitsattest moeten aanvragen om zo een beeld te krijgen van de woonkwaliteit in Vlaanderen? Het is mijn oordeel – ik ben ervan overtuigd dat u het met mij eens zult zijn, anders moet u mij zeker tegenspreken – dat het conformiteitsattest het instrument is om verhuurders te sensibiliseren over woningkwaliteit. Zo is het conformiteitsattest ook verplicht na renovatiewerken aan ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen en geldt elk proces verbaal van uitvoering van de Wooninspectie meteen als conformiteitsattest.

Verder werd er in het ontwerp van Vlaams Woninghuurdecreet, dat twee weken geleden definitief is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, bepaald dat een verhuurder die bij aanvang van de huurovereenkomst over een conformiteitsattest van maximum drie maanden oud beschikt, kan genieten van een weerlegbaar vermoeden dat de woning aan de minimale kwaliteitsvereisten voldeed. Dat houdt absoluut een belangrijke bescherming in tegen de absolute nietigheid van de huurovereenkomst. Ik kan heel veel zeggen over het Huurdecreet op zich, maar ik neem aan dat wanneer het in deze commissie belandt, we dan wel een uitvoerige bespreking zullen voeren.

Ten slotte beschikken de gemeenten over de mogelijkheid om een eigen beleid te voeren rond het conformiteitsattest. Zo kunnen ze de geldigheidsduur van het attest beperken. Ze kunnen het attest al dan niet gefaseerd verplicht stellen voor de huurwoningen op hun grondgebied, zowel voor zelfstandige woningen als voor kamers. Die kamers gelden dan vooral in studentensteden.

Ik heb begrepen dat het alleen over de huurwoningen gaat. We hebben natuurlijk ook andere woningen, zoals woningen waar eigenaars in wonen die niet worden verhuurd. Ik ben er absoluut van overtuigd en ik ben het eens met uw pleidooi: hoe meer conformiteitsonderzoeken er kunnen plaatsvinden en hoe meer conformiteitsattesten er kunnen worden uitgereikt, hoe beter dat is. Een aantal gemeenten stellen het conformiteitsattest al gradueel verplicht, afhankelijk van de leeftijd van de woning. Vanuit Vlaanderen hebben we dat mogelijk gemaakt en faciliteren we die gemeenten om van het instrument gebruik te kunnen maken.

Een algemene verplichting is op dit moment niet onmiddellijk aan de orde. Dat heeft verschillende oorzaken, onder andere de capaciteit aan controleurs. Twee weken geleden heb ik in deze commissie gezegd dat ik absoluut stappen onderneem om de capaciteit aan controleurs op te trekken. Dat is absoluut noodzakelijk, maar we moeten dat wel doen. Als we zouden zeggen: het is sowieso verplicht – ik ben absoluut geen tegenstander om dat te doen – dan vind ik ook dat je dat moet kunnen handhaven. Dat wil zeggen dat je voldoende controleurs moet hebben om er een zicht op te kunnen hebben of de wetgeving wel of niet wordt nageleefd.

Verder is het ook de bedoeling om door middel van de Woningpas steeds meer informatie over woningen te bundelen. Ook dat is een vrij intensief proces dat de nodige tijd zal vergen voor het ten volle voor woningkwaliteit kan worden gehanteerd. De Woningpas is een samenwerking tussen mezelf, minister Schauvliege en minister Tommelein. Op dit moment kunnen we het effect op de woningmarkt nog niet inschatten om het conformiteitsattest verplicht te stellen.

Zie ik mogelijkheden om vanuit mijn bevoegdheid mensen ertoe aan te zetten hun woning te renoveren om zo de energiezuinigheid van het Vlaamse woningpark te verbeteren? U hebt zelf verwezen naar het EPC+-model. In mijn antwoord op uw eerste vraag heb ik gerefereerd aan de Woningpas. Ik dacht dat het de bedoeling was dat EPC+ zou worden geïntegreerd in die Woningpas, maar ik kan me vergissen. In ieder geval is het wel min of meer hetzelfde verhaal.

Ik wil wel benadrukken dat de woningkwaliteitsbewaking natuurlijk wel haar eigen finaliteit heeft. Dat houdt in dat het grondrecht op menswaardig wonen moet worden gegarandeerd. Wil dat zeggen dat ik een tegenstander ben van zoveel mogelijk samenspraak tussen de beleidsdomeinen Energie en Wonen? Neen, absoluut niet, maar woningkwaliteit heeft natuurlijk wel een andere finaliteit. Dat is duidelijk en dat staat ook heel duidelijk in de Wooncode.

Er zijn dan ook zwaarwichtige rechtsgevolgen verbonden aan het niet naleven van de minimale veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsvereisten. In het licht daarvan moet er absoluut over worden gewaakt dat de woningkwaliteitsinstrumenten niet zomaar worden ingezet voor andere doelstellingen. Dat sluit niet uit wat u vraagt, maar in de commissie Wonen moeten we toch de nadruk leggen op de woningkwaliteit. Die kan uiteraard wel worden gecombineerd met allerlei energetische verbeteringen, maar woningkwaliteit blijft toch ook primeren.

Uiteraard moet er wel een goede afstemming zijn. Het is ook duidelijk dat beleidsveldoverschrijdende initiatieven de realisatie van verschillende beleidsdoelstellingen kan versterken en zelfs versnellen. Daarbij kan het transitieproject Slim Wonen en Leven een belangrijke rol spelen in het verhogen van de kwaliteit en energiezuinigheid van de Vlaamse woningen. Dat behoort tot een van de vier pijlers van die transitieprioriteit.

De betrokken domeinen, beleidsvelden, stakeholders en experts zetten samen hun schouders onder dit toch wel zeer ingewikkelde transitieproces. Het is dus ook voor het raakvlak Wonen en Energie een zeer aangewezen samenwerkingsmodel.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Tot vandaag wordt er gewerkt met die gedifferentieerde aanpak in verschillende steden en gemeenten. Ik begrijp dat er op die manier wordt gewerkt aangezien we al jaren een beleid voeren waarbij we de lokale besturen als regisseur beschouwen van het lokale woonbeleid.

Ik heb er alle begrip voor dat het het lokale bestuur zelf is dat prioriteiten vastlegt als het over wonen gaat en dat nagaat waar het aangewezen zou zijn om te werken met een conformiteitsattest bij het in huur nemen van woningen van een bepaalde leeftijd.

Minister, ik hoor ook in uw antwoord dat u zelf aangeeft dat u er in se geen tegenstander van bent om de piste te bewandelen via de Wooncode, maar als we voor die piste gaan, moet worden ingezet op bijkomende controleurs. Als het in de Wooncode wordt opgenomen, dan komt het er inderdaad op aan om in te zetten op de handhaving, wat betekent dat er meer controleurs mogelijk zullen zijn.

Minister, u zegt ook dat, als we de piste van de Wooncode bewandelen, u wilt weten wat het effect zou zijn op de woningmarkt. Denkt u eraan om dat in kaart te brengen? Zijn er al plannen om dat in een studieopdracht te gieten?

Ik heb nog een bemerking over het Energieprestatiecertificaat+ (EPC+) en de woningpas. De woningpas is een mooi project dat is opgestart tussen minister Tommelein, minister Schauvliege en uzelf. Er gaat in drie fases worden gewerkt: eerst de lightwoningpas, dan de medium en dan de volledige pas. Er wordt ook een tijdslijn voor uitgestippeld. Wat wij een beetje zien als een tekortkoming, is dat in de plannen van de woning pas een checklist komt rond woningkwaliteit, maar die checklist zou moeten worden ingevuld door de particulier zelf en niet door een deskundige. Wij willen ervoor pleiten om die checklist die al is opgemaakt, ineens op te nemen in het EPC+. Het EPC+ zou toch een heel belangrijk en slagkrachtig instrument moeten worden. Vanaf het moment dat een woning wordt verkocht of opnieuw wordt verhuurd, wordt zo’n EPC+ verplicht. Vandaar ons idee om in één beweging ook de woonkwaliteit mee te nemen.

Ik heb nog een laatste vraag. Ik denk dat we deze week allemaal de mail van Steunpunt Wonen hebben gekregen, dat altijd heel interessante studieopdrachten uitvoert. Deze week heb ik gelezen dat zij een studieopdracht gaan uitvoeren rond ‘het opstellen van risicoprofielen ter prioritering van de conformiteitsonderzoeken in het kader van de aanvraag van een huursubsidie en bij de eerste inhuurname van een woning, aangeboden door een sociaal verhuurkantoor.’ Minister, is dat een opdracht die u hebt gegeven om na te gaan of er prioriteiten kunnen worden gelegd? Hoe moet ik dat zien?

Minister, in sommige gemeenten, zoals Boom, is er een gefaseerde invoering van het conformiteitsattest. Werkt dat? Hebt u er een zicht op? Hebt u daar al een evaluatie van?

Minister Homans heeft het woord.

Collega Parys, we hebben nog geen studie besteld en er is ook nog geen evaluatie, maar we zullen er werk van maken om een tussentijdse evaluatie te kunnen geven.

Collega's, de minimale energievereiste zit al vervat in de Wooncode, wat u allemaal weet. Ik heb het dan zeer duidelijk over de dubbele beglazing en de verplichte dakisolatie. Ik vind het terecht dat de vraag in de commissie Wonen wordt gesteld, omdat er wel degelijk een overlap is tussen allerlei zaken. Woningkwaliteit is toch wel heel belangrijk voor een minister die bevoegd is voor het wonen, wat niet wegneemt dat energiezuinigheid en de energieprestatie van een woning natuurlijk ook belangrijk zijn.

Het Steunpunt Wonen heeft momenteel een studieopdracht gekregen om de totale kost van de renovatie van het Vlaamse woonpatrimonium in kaart te brengen.

Wat de woningpas betreft, ben ik het wel eens met wat u zegt, namelijk dat het in drie fases gebeurt, maar de woningcontroleurs zijn natuurlijk geen energiespecialisten. Ze letten vooral op de woningkwaliteit.

De andere studie van het Steunpunt Wonen waaraan u refereert in uw vraag, is niet diegene die ik daarnet heb vernoemd, maar is een die er gekomen is op vraag van de administratie en met mijn akkoord om ze te laten uitvoeren.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, ik vond de bijkomende vraag ook interessant. Het is misschien onderwerp voor een schriftelijke vraag om eens te polsen bij die twintig steden en gemeenten die met een eigen conformiteitsattest werken dat verplicht wordt bij huurwoningen van een bepaalde leeftijd, welk effect dat heeft teweeggebracht.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.