U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Het verkeer is voor jongeren een groot risico. Daarom is het belangrijk dat jongeren zich veilig voelen wanneer ze zich in het verkeer begeven. Verkeerseducatie beoogt het verhogen van de verkeersveiligheid. Onder verkeerseducatie vallen alle kennis en vaardigheden die nodig zijn voor een veilige verkeersdeelname. Om jongeren hierin wegwijs te maken, heeft de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) initiatieven ontwikkeld voor jongeren in het basisonderwijs en het secundair onderwijs, waaraan ze vrijwillig kunnen deelnemen. De Grote Verkeerstoets voor lagereschoolkinderen is daarvan een voorbeeld.

De Grote Verkeerstoets is een gratis online theorietoets waarin leerlingen twintig meerkeuzevragen beantwoorden aan de hand van digitale foto’s en filmpjes. Ze krijgen vragen over verkeersregels, maar ook over gedrag en risicoperceptie van voetgangers en fietsers. Dit schooljaar konden leerlingen uit het vijfde leerjaar deelnemen van 23 tot 27 april. In totaal legden 34.938 leerlingen de toets af. Minder dan de helft behaalde het vereiste minimum van 17 op 25 om te slagen.

Minister, welke conclusies trekt u uit deze cijfers? Hoe zult u verkeerseducatie nog steviger verankeren via de eindtermen? Hoe zult u scholen ertoe aanmoedigen om deel te nemen aan de Grote Verkeerstoets en bij uitbreiding andere initiatieven van de VSV? Welke bijkomende initiatieven wilt u nemen om de verkeersregels en vaardigheden, die extra aandacht vergen, aan te scherpen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Krekels, verkeerseducatie is vanuit mijn vorige bevoegdheid ook voor mij een belangrijk thema. Het is enerzijds zeker verontrustend dat zo weinig kinderen het vereiste niveau halen. Toch had ik anderzijds bij deze toets ook een aantal vragen. Als de resultaten op een toets niet goed zijn, kan dat vele oorzaken hebben.

Ik heb mijn vragen voorgelegd aan de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. Ik geef ze u ook mee. Hoe komt het dat zo weinig kinderen slagen? Was de test voldoende afgestemd op de kennis en het niveau van de leerlingen van het vijfde leerjaar? De toets werd immers afgenomen bij leerlingen vijfde leerjaar, terwijl de eindtermen geschreven zijn op het niveau eind zesde leerjaar. Hoe werd de test afgenomen? Op welke manier zijn de leerlingen voorbereid? Als je niet voorbereid ben om een test in te vullen… Kennis valt niet uit de lucht. Hoe verklaart men de schommelingen doorheen de jaren? In 2015-2016 lag het slaagpercentage op 31 procent, vorig schooljaar op 64 procent en dit schooljaar op 45 procent. Ik vind dat hele grote schommelingen in de slaagcijfers.

Het rapportje van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde gaf geen antwoorden op die vragen. De VSV heeft op mijn vragen geantwoord dat zij als leidraad hebben genomen wat leerlingen moeten weten als ze zich alleen in het verkeer begeven. Het vijfde leerjaar is ongeveer de leeftijd waarop kinderen voor het eerst zelfstandige fietser worden. Daarom is er gekozen voor het vijfde leerjaar. Het was dus niet echt afgestemd op de eindtermen, maar op wat ze in principe zouden moeten weten.

Ook voor de VSV is het afleggen van de toets maar een momentopname. De stichting geeft aan dat ze deze toets vooral aangrijpt om verkeers- en mobiliteitseducatie structureel op de kaart te zetten in de scholen. Ik vind dat op zich zeer goed. U hoort mij daar geen enkel woord van kritiek op geven.

Op de omstandigheden waarin de test werd afgenomen, heeft de VSV geen zicht. De VSV stelde vast – dit is wel relevant – dat er een groot verschil is in slaagpercentage wanneer leerlingen vooraf de oefentoets maakten. Het slaagpercentage van de leerlingen die vooraf oefenden, ligt veel hoger dan die van kinderen die zonder oefenen de test aflegden. ‘Geslaagd’ wil zeggen dat een leerling 17/25 haalt. De VSV geeft aan dat ze hiermee de lat hoog legt. Het is niet zo dat je met 12,5/25 geslaagd bent.

Doorheen de jaren kende de toets een andere invulling. Dit verklaart de schommeling in slaagcijfers. In het schooljaar 2015-2016 heeft de stichting voor het eerst vragen toegevoegd in verband met gedrag en attitude, bovenop de loutere kennis van de wegcode. Ze hebben bewust deze verschuiving gemaakt omdat gedrag, attitude en risicoperceptie van groot belang zijn in het dagelijks verkeer. Deze resultaten hebben de leerkrachten voor het schooljaar 2016-2017 ertoe aangezet om in hun lessen meer aandacht te besteden aan deze thema’s. Dit heeft de Vlaamse Stichting Verkeerskunde toegelaten om een leerlijn uit te werken in aanloop naar de verkeerstoets. Dat vind ik ook weer goed, namelijk dat er een voorbereidingstraject is op die toets.

Elke maand kwam er nieuw kant-en-klaar lesmateriaal op de website van De Grote Verkeerstoets rond een bepaald thema waar de leerkracht in de klas mee aan de slag kon gaan. Ik heb gevraagd of ze mij cijfermateriaal konden bezorgen over hoe vaak het lesmateriaal gedownload werd en of het effectief werd gebruikt in de klas. Ik heb daar nog geen antwoord op, maar VSV zegt wel dat de leerkrachten positieve feedback hebben gegeven over het lesmateriaal.

Dit schooljaar zijn er weer nieuwe thema’s in de toets en het oefenmateriaal verwerkt, waaronder gedragsregels om het risico op dodehoekongevallen te beperken. Een van de vragen die het vaakst fout werd beantwoord, heeft net te maken met deze dode hoek. De VSV wijt dit aan het feit dat ze voor het eerst het gedrag bevroegen in de buurt van grote voertuigen in plaats van dat de leerlingen gewoon de dode hoek moeten aanduiden. Dat is een levensechte situatie.

Daarom blijft de VSV inzetten op het aanbieden van extra lesmateriaal en ondersteuning en hopen ze voor volgend schooljaar op een forse stijging van de slaagcijfers. Ik hoop dat u hiermee toch al wat duiding hebt over waarom er zulke dalen en pieken zitten in de slaagcijfers. Dat heeft dus te maken met andere thema’s.

Collega’s, verkeerseducatie zit vandaag verankerd in onze eindtermen. U kunt terugvinden wat er allemaal in zit. De leerlingen kunnen gevaarlijke verkeerssituaties lokaliseren in de ruimere schoolomgeving, ze beschikken over voldoende reactiesnelheid enzovoort. Ik zal ze niet allemaal opsommen, maar er zitten heel wat goede elementen in onze eindtermen.

Scholen kunnen naast de initiatieven van de VSV ook een beroep doen op andere organisaties. Ik kan hen niet verplichten om deel te nemen aan de Grote Verkeerstoets. Maar er is wel een fantastische website waarop alle projecten en producten op het vlak van verkeers- en mobiliteitseducatie te vinden zijn, namelijk http://webshop.verkeeropschool.be/.

Voor verkeersveiligheid is het ook nodig dat niet alleen de scholen zelf inspanningen doen: ook ouders kunnen helpen, bijvoorbeeld door hun kinderen te voet of met de fiets naar school te laten gaan. Zo leren kinderen omgaan met levensechte situaties. Om ouders te overtuigen, heb je ook bijkomende inspanningen nodig. Want er is natuurlijk de ouderlijke bezorgdheid over de veiligheid van zowel de fysieke omgeving als de sociale omgeving van de pendelroute van kinderen.

Het aanpakken van die hindernissen kan ertoe leiden dat meer kinderen, jongeren en hun ouders kiezen voor actief in plaats van passief transport. En daarvoor zijn uiteraard vooral lokale overheden bevoegd, samen met mijn collega Weyts.

Ik verwijs hiervoor heel graag naar een hele mooie publicatie, het ‘Werkboek Schoolomgeving, Samen werken aan een duurzame en verkeersveilige schoolomgeving’. Dat werd in mijn opdracht opgesteld toen ik minister van Mobiliteit en Openbare Werken was. Maar het blijft zeer actueel, omdat het een overzicht geeft van goede praktijken in schoolomgevingen en ook een methodiek, die kan worden gebruikt om knelpunten op schoolroutes op te lossen.

Mevrouw Krekels, uw vraag vind ik in die zin goed dat het de focus legt op iets dat heel belangrijk is, namelijk dat kinderen op school verkeersveiligheid aanleren. Ik hoop u wat duiding te hebben gegeven bij de cijfers en bij de methodiek die wordt toegepast door de VSV.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, in voorbereiding van de vraag ben ik een kijkje gaan nemen op de website van de Grote Verkeerstoets. Het is inderdaad niet mogelijk om de toets op zichzelf te zien, omdat je moet inloggen als een klas. Daarover kan ik dus niet echt oordelen. Maar ik maak mij wel wat zorgen over de combinatie van theorie en praktijk: hoe kun je in een toets het ene met het andere samenbrengen?

Ik stond ook even stil bij de leeftijd van de kinderen uit het vijfde leerjaar: tien jaar. Dan is het inderdaad vaak een van de eerste keren dat kinderen zelfstandig naar school fietsen, omdat ouders het kind dan voldoende vertrouwen, als de school tenminste niet te ver is en als er geen te gevaarlijke wegen moeten worden overgestoken. Misschien komt die toets in die zin een jaartje te vroeg en is het interessanter om op het einde van de lagere school, dus in het zesde leerjaar, de toets opnieuw of eerder dan te doen, omdat je dan inderdaad ook kunt kijken naar de eindtermen en de kinderen dan mogelijk wat meer praktijkervaring hebben in het omgaan met de verkeerssituaties.

Ik zag de voorbereidingen die er kunnen komen. U geeft zelf aan dat kinderen een hogere slaagkans hebben als ze de toets hebben geoefend. We moeten natuurlijk een beetje opletten dat we op die manier niet te veel voorbereiden op een toets. We moeten vermijden dat er bij het oefenen bepaalde situaties aan bod komen die heel herkenbaar zijn in de toets, waardoor men bij wijze van spreken op voorhand het antwoord al kent. Het zou de bedoeling moeten blijven om de toets een beetje als een onverwacht iets te zien, zodat men echt kan testen hoe de kinderen inzicht hebben in het verkeer. Heel de voorbereiding die ze maken, lijkt mij dus wel interessant. Per maand raken ze een bepaald thema aan. Er zijn werkbladen bij. Ze doen dus een hele voorbereiding. Maar we moeten voorzichtig zijn met die oefentoets. We moeten vermijden dat we oefenen op de toets zelf. Want dan zal het slaagpercentage 80 of 90 procent zijn, maar dan hebben we er natuurlijk niets aan.

Wat de infrastructuur betreft, wil ik toch nog een heel belangrijk punt aanstippen. Het is inderdaad zo dat de school een bepaalde doelstelling moet doen of een bepaalde taak heeft in verband met de educatie. Maar ook de omgeving, de ouders, wij als overheid, moeten ervoor zorgen dat de verantwoordelijkheid inzake de infrastructuur, de verkeersveiligheid wordt opgenomen. Het is zoals u aangeeft, minister. Als de infrastructuur op weg naar de school een veilige infrastructuur is, dan zullen leerlingen uiteraard makkelijker de fiets mogen nemen om zich in het verkeer te begeven.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, het is evident dat verkeerseducatie belangrijk is. En het is bijna met een cyclische beweging dat de Vlaamse Stichting Verkeerskunde een beetje druk zet om binnen het leerplichtonderwijs aan verkeerseducatie een prominente plaats te geven.

Ik herinner bijvoorbeeld aan de actuele vragen op 20 november 2013 aan de toenmalige minister van Onderwijs, maar ook aan een actuele vraag aan de voormalige minister van Openbare Werken, die nu in een andere hoedanigheid bij ons is. Dus u ziet: het komt regelmatig terug.

Minister, u hebt terecht even gewezen op de evolutie van de toetsen, die toch wel aangepast zijn. Ik las in het Laatste Nieuws ook dat het nu vooral om meer inhoudelijke, inzichtelijke vragen gaat en in het verleden eerder om kennisvragen.

Persoonlijk denk ik niet dat binnen het Onderwijs de vorige jaren op een andere manier wordt omgegaan met verkeerseducatie. Ik denk dat dat met dezelfde inzet en motivering gebeurt.

Samengevat: verkeerseducatie is belangrijk, maar de wijze waarop de scholen de minimumdoelstellingen willen bereiken, behoort natuurlijk tot de autonomie van de scholen zelf.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Meyer, uw laatste opmerking is zeker juist: het behoort tot de autonomie van de scholen. Het is de inspectie die de eindtermen controleert. De toegevoegde waarde van wat de VSV doet, is natuurlijk wel heel groot, omdat ze goed materiaal ontwikkelen voor scholen.

Collega Krekels, we kunnen discussiëren over wat het juiste moment is. Maar ik begrijp ook wel dat ze het vijfde leerjaar nemen. Ze zeggen zelf dat ze die toets als een trigger willen gebruiken om de aandacht er ook op te vestigen. En dan doe je het misschien beter in het vijfde leerjaar. Het is een eerste confrontatie. Scholen kunnen dat ook zo gebruiken. En misschien word je dan wel wakker. Het is natuurlijk geen rijbewijs dat je moet halen. In die zin begrijp ik wel dat ze het in het vijfde leerjaar willen doen, maar we moeten er dan ook maar de conclusies aan vasthangen die eraan vasthangen. Dat er dan in de titel van het persbericht staat dat er ‘maar’ zoveel kinderen slagen, vind ik niet helemaal correct.

Je kunt de genuanceerde informatie alvast terugvinden. Ik heb ook antwoord gekregen op de meeste van mijn vragen. Ik begrijp hun handelwijze. Ik vind het ook goed dat die verkeersveiligheid fel onder de aandacht wordt gebracht. Ik vind het ook zeer goed dat er zoveel materiaal aan onze leraren wordt aangereikt. Ik wil zeker eens nakijken of het materiaal al wordt aangeboden op KlasCement, ons deelplatform dat steeds populairder wordt. Indien het niet zo zou zijn, kunnen we er misschien voor zorgen dat het ook daar wordt aangeboden. Op zich is wat er gebeurt een heel goede zaak.

En dat ze de systematiek om het jaar of om de twee jaar veranderen, vind ik ook goed. Maar ze doen het ook om de aandacht erop te vestigen van de leerkrachten die er dan mee aan de slag moeten gaan.

Op zich ben ik eigenlijk wel positief over wat ze doen. In de hele eindtermendiscussie zijn we nu bezig met de eerste graad. Uiteindelijk zullen we ook het lager onderwijs moeten bekijken en zal de systematiek, de manier waarop ze geformuleerd zijn, ook moeten worden herbekeken. Maar dat is iets voor straks.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Het is inderdaad zeer goed dat de VSV bij haar toetsen inzet op gedrag en attitude en dat ze regelmatig een vernieuwing doorvoert. De verkeersregels veranderen ook geregeld. De klassieke borden blijven wel bestaan, maar vaak zijn er toch wijzigingen in het verkeer. Het is dan ook belangrijk dat ze dat inderdaad telkens meenemen. Het is ook goed dat omleggingen en werksituaties daarin worden betrokken.

De educatie is inderdaad een taak voor scholen, maar ook voor ouders en voor de lokale en de Vlaamse overheid. Als iedereen zijn steentje bijdraagt om zoveel mogelijk kinderen op de fiets en in het verkeer te krijgen, dan kunnen we er alleen maar op vooruitgaan inzake veiligheid.  

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.