U bent hier

De heer Maertens heeft het woord.

Mijn vraag gaat over de algemene verordening gegevensbescherming of GDPR, General Data Protection Regulation. Eind mei hebben we in het parlement een ontwerp van decreet goedgekeurd over de aanpassing van onze decreten aan de Europese verordening.

Deze problematiek leeft al een tijdje, vooral in de privésector en bij de overheden die weliswaar al wat beter voorbereid waren op de invoering van die nieuwe regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens en de privacyregels. Maar toch heerst er nogal wat ongerustheid, ook bij lokale besturen, over de impact van de invoering van die nieuwe regelgeving. We hebben dat kunnen lezen in de media, maar ook onze mailbox puilde de laatste weken uit van e-mails waarin wij moesten bevestigen dat we onze gegevens willen delen met bepaalde organisaties.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) signaleerde in haar nieuwsbrief van eind mei nog enkele struikelblokken en bezorgdheden over de implementatie van de GDPR bij de lokale besturen. Zo is de rol van de privacycommissie voor lokale besturen nog onduidelijk wanneer het gaat over het verlenen van machtigingen. Dat zou niet meer door de privacycommissie kunnen gebeuren maar rechtstreeks via de bronbeheerder, bijvoorbeeld de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of het kadaster. Voor veel mensen is het nog niet duidelijk hoe dat allemaal moet worden geregeld.

De VVSG vraagt ook expliciet naar ondersteuning en overleg met de lokale besturen over deze regelgeving. Bij de meeste lokale besturen is er aandacht geweest en is er nog altijd aandacht voor die problematiek. Men werkt daar vaak intergemeentelijk voor samen.

In mijn gemeente, in mijn stad, liever – ik moet opletten wat ik zeg, want de burger kan meeluisteren, als ik ‘gemeente’ zeg, dan krijg ik op mijn donder als ik naar Izegem terugkeer – is het zo dat er wordt samengewerkt via Cipal. Daarbij wordt iemand aangesteld als bevoegd ambtenaar, als data protection officer (DPO). Ik denk dat heel veel gemeenten daarvoor intergemeentelijk samenwerken, dus op dat vlak is er wel een oplossing, weet men hoe men de regelgeving moet volgen, maar toch denk ik dat dit een thematiek is die organisatiebreed eigenlijk weinig leeft. We zien dat die specialisten, de IT’ers, die DPO-medewerker wel op de hoogte zijn, maar dat de andere medewerkers, bijvoorbeeld van de dienst Burgerlijke Stand of de dienst Bevolking, daar wel wat minder mee bezig zijn.

Minister, de VVSG detecteert dus een grote nood aan ondersteuning en overleg. Wat hebt u geleerd of wat leert u uit contacten met de lokale besturen en overheden over de implementatie van die GDPR? Hebt u kennis van struikelblokken en bezorgdheden die er nog overblijven bij de lokale besturen? Ik refereer enigszins aan wat de VVSG stelt. Bent u daarvan op de hoogte? Zijn dat daadwerkelijk struikelblokken? Zult u vanuit uw bevoegdheden lokale overheden ook de eerstkomende tijd, de eerstkomende maanden nog bij de implementatie van de GDPR ondersteunen? Zo ja, op welke manier? Bijvoorbeeld via vormingen allerhande?

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Voorzitter, geachte leden, zoals u weet, is dit ontwerp van decreet vorige woensdag besproken en goedgekeurd in de plenaire vergadering, en twee weken ervoor of zoiets in de commissie. Dit is echter een specifieke vraag over de lokale besturen.

Mijnheer Maertens, uit de contacten met de lokale besturen en de berichtgeving van de VVSG hebben we geleerd dat er een zeer groot bewustzijn is bij de lokale besturen omtrent de AVG en dat er al heel wat inspanningen zijn gebeurd. Dat is uiteraard een zeer goede zaak. De gegevensbescherming is ook absoluut geen nieuw thema voor de lokale besturen, die al sinds 1992 onder meer de bestaande wet inzake de verwerking van persoonsgegevens moeten naleven. Er is dus al heel wat ervaring en er zijn ook al een aantal zaken ingevoerd.

Wat Vlaanderen betreft, wij hebben juridisch ons huiswerk gemaakt. Ik zal alles van vorige week in de plenaire vergadering niet herhalen. Met het decreet dat vorige week werd goedgekeurd, nemen we voor de lokale besturen een belangrijk stuk van de onduidelijkheid weg op enkele van de punten uit de VVSG-nieuwsbrief. Wat bijvoorbeeld de aanstelling van de functionarissen voor gegevensbescherming betreft, de bestaande veiligheidsconsulenten in de lokale besturen kunnen die functie op zich nemen voor zover ze voldoen aan de vereisten vermeld in de AVG. Het AVG-aanpassingsdecreet voorziet ook in een regeling op basis van protocollen die de gegevensuitwisseling conform de AVG moeten vastleggen. Dat is een andere onduidelijkheid die wordt weggenomen. Deze regeling vervangt de regeling met betrekking tot de machtigingen uit het decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, en geldt dus ook voor de lokale besturen.

Verdere duidelijkheid hangt ook af van de federale overheid. Zo is er voor bepaalde gegevensverwerkingen binnen de OCMW’s, die lid zijn van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, een federale regeling in de maak. Als u daar meer info over wilt hebben, mag u de collega’s aan de overkant van de straat aanspreken, maar ik heb al gezegd dat wij de eerste entiteit zijn in deze federale staatsstructuur die in ieder geval in overeenstemming is met de Europese verordening.

Het is goed dat de AVG sinds 25 mei van kracht is. Dat zet druk om de nodige inspanningen te doen en vooral een proces op te zetten waarbij het beschermen van persoonsgegevens continu de aandacht, mensen en middelen krijgt die nodig zijn. Mijnheer Maertens, dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lokale besturen zelf, maar ik zal natuurlijk ook niet nalaten om verder te blijven inzetten op de ondersteuning hiervan, en daarmee kom ik vlotjes tot uw tweede vraag.

Er is al veel ondersteuning. Er zijn onder andere informatiesessies, en ook richtlijnen en sjablonen die worden aangeboden. Dat is ook al naar aanleiding van meerdere schriftelijke vragen aan bod gekomen en onder meer ook in deze commissie bij de bespreking van het ontwerp van decreet zelf, en ook naar aanleiding van de recente actuele vraag die een aantal weken geleden aan de minister-president werd gesteld.

Zetten we die ondersteuning nu voort? Het antwoord is zeer duidelijk ja, mijnheer Maertens. Er zijn diverse elementen. Ik laat verdere informatiesessies door de administratie inrichten. Daarnaast wordt de jurist van het agentschap Informatie Vlaanderen verder ingezet om deel te nemen aan de werkgroep informatieveiligheid van de VVSG en om vragen van lokale besturen met betrekking tot de AVG te kunnen beantwoorden. We stellen vanuit de Vlaamse overheid dus eigenlijk een belangrijk personeelslid vrij om de VVSG hierin te ondersteunen, wat de VVSG op haar beurt dan weer doet met de lokale besturen. Ook het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid zal verder een informerende rol kunnen blijven spelen.

Tot slot, met het AVG-aanpassingsdecreet hervormen we de Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (VTC) tot een volwaardige toezichthouder. Mevrouw Joosen heeft dat vorige week in de plenaire vergadering ook zeer goed en degelijk uitgelegd. Ook ten aanzien van de lokale besturen is dat daarmee natuurlijk in één klap gebeurd. De hervormde VTC moet de lokale besturen dan ook mee ondersteunen bij de implementatie van de AVG, bijvoorbeeld bij de protocollen voor gegevensdeling waarnaar ik daarnet ook heb verwezen. Het is daarbij onze uitdrukkelijke intentie om op basis van een samenwerkingsakkoord en een waarnemende afvaardiging van de federale hervormde Privacycommissie in de VTC te komen tot een consistente benadering ten aanzien van de lokale besturen, waarbij de rol van de toezichthouders zeer duidelijk is afgebakend.

De heer Maertens heeft het woord.

Het is zeer positief dat er ondersteuning is, dat er infosessies zijn, sjablonen en richtlijnen voor de lokale besturen. Het is niet altijd eenvoudig. We kennen de schaal van de gemeenten in Vlaanderen. Ik spreek dan niet voor mijn stad, maar het gaat toch soms over heel kleine gemeenten in Vlaanderen, die in bepaalde gevallen misschien niet altijd even vlot en even correct zien komen wat er hangende is in Europa. We leren daaruit. Heel veel gemeenten werken daarom ook intergemeentelijk samen, om precies die uitdagingen gezamenlijk aan te gaan. Ik merk ook dat dat lukt. Weinig gemeenten hebben op zich problemen met de regelgeving en de omzetting daarvan. Alleen blijf ik wel zeggen dat dit voornamelijk iets is van de vakspecialisten, de IT’ers in de gemeenten. Het zal als stad, als gemeente, een kwestie zijn van ervoor te zorgen dat dit organisatiebreed wordt uitgedragen en dat ook de diensten burgerlijke stand, bevolking, ruimtelijke ordening en andere diensten die heel veel gegevens moeten uitwisselen en verspreiden die regelgeving kennen. Dat is dan uiteraard – daarin hebt u gelijk – de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf.

Daarom kunnen we het alleen maar toejuichen dat er infosessies blijven komen en dat die jurist vanuit de Vlaamse overheid wordt ingezet om de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten daarbij te ondersteunen. Want je zult maar die gemeente zijn die een fout maakt. De boetes zijn niet van de poes, zoals we weten. Het is dus van belang dat we daar zeker aandacht voor hebben. Een grote mate van steun vanuit de Vlaamse overheid is dan welkom, net als intergemeentelijke samenwerking op dat vlak.

De heer Dochy heeft het woord.

Collega Maertens, alstublieft. Ik apprecieer uw vraag. En ik ben speciaal naar hier gekomen om het antwoord van de minister te horen. Waarvoor dank, minister. Maar ik apprecieer allerminst dat hier andermaal wordt gesuggereerd dat kleine gemeenten het moeilijker zouden hebben met de implementatie van iets dergelijks dan grote steden, waartoe u zichzelf rekent. (Gelach)

Ik zie dat Roeselare, als stad van 60.000 inwoners, ook een beroep doet op een intergemeentelijke ambtenaar dienaangaande. En wij zitten inderdaad met het Midwestoverleg, met een gemeenschappelijke aanpak. We hebben via het Centrum voor Informatica Provincies Antwerpen en Limburg (CIPAL) DPO’s die ter beschikking worden gesteld van de gemeenten. In een kleine organisatie – en dat is het voordeel – is het waarschijnlijk net iets gemakkelijker om iets dergelijks te implementeren, om mensen mee te doordringen van het verhaal. Want het gaat over veel meer dan louter en alleen de digitale gegevens die beschikbaar zijn. Het gaat ook over het afsluiten van openbare gebouwen, het gebruik van alarmen. Het is een attitude die bij het personeel moet worden ingebakken.

Ik stel vast dat wij dat als kleine gemeente heel behoorlijk aanpakken, samen met vele andere collega’s in andere kleine gemeenten – en ik ben blij dat ik gemeente mag zeggen en niet stad moet zeggen. Ik denk niet dat wij beschaamd moeten zijn. Ik wil nogmaals benadrukken dat het niets te maken heeft met de grootte van de gemeente of de manier waarop dat wordt aangepakt.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Er werden geen bijkomende vragen gesteld. Ik zal mij niet mengen in de vete tussen Ledegem en Izegem. Misschien heeft de heer Maertens nog een afsluitend woord, maar ik heb er in ieder geval niets aan toe te voegen.

De heer Maertens heeft het woord.

Om de privacy te respecteren, zal ik niet ingaan op bepaalde details.

Mijnheer Dochy, u hebt mij misschien niet volledig begrepen. Ik heb vooral bewierookt dat er ondersteuning komt vanuit Vlaanderen en dat gemeenten zo slim zijn om intergemeentelijk samen te werken via CIPAL op dat vlak.

In bepaalde kleine gemeenten zal die informatiedoorstroming beter zijn dan in bepaalde andere. Of het nu een stad is, een gemeente, een grote stad of een kleine gemeente: overal kun je een diversiteit hebben aan informatiedoorstroming. Ik heb daarmee geen punt willen maken.

U zegt: ‘Ik wil zeker geen stad zijn.’ Maar Mesen en Damme zijn ook steden, om historische redenen. Ik denk dat zij er trots op zijn een stad te zijn. Dat is ook zo in mijn geval. Izegem is ook een stad, om historische redenen.

Ik denk dat we dezelfde lijn hanteren. Het is goed dat die infodoorstroming er is en die moet er zo goed mogelijk zijn, ongeacht of het een stad is van 80.000, 100.000, 60.000, 20.000, 7000 , 6000 of 5000 inwoners. Dat maakt niet uit. Het is goed dat de Vlaamse overheid die ondersteuning geeft en dat de gemeenten zo slim zijn om samen te werken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.