U bent hier

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, uit het rapport dat de Zorginspectie naar aanleiding van de thematische inspectieronde over vrijheidsbeperkende maatregelen bij kinderen en jongeren in de kinderpsychiatrische afdelingen van algemene en psychiatrische ziekenhuizen, blijkt dat dagelijks bezoek van de ouders op een kwart van de afdelingen mogelijk is. Op de overige afdelingen is dat een stuk beperkter. Tegelijk is een hogere betrokkenheid van ouders bij de behandeling van hun kind vaak wenselijk, alleen lenen de werkvormen en/of de infrastructuur zich daar vaak niet toe.

Een kinderspychiatrische afdeling is vaak niet voorzien op inslapende ouders en het is op veel plaatsen nog zoeken hoe het werken in leefgroepen met de jongeren, kan worden gecombineerd met de aanwezigheid van ouders. Dat betekent evenwel niet dat dit onmogelijk is, getuige daarvan onder andere de praktijk in het Kinderpsychiatrisch Centrum Genk waar bijvoorbeeld inslapende ouders bij een crisisopname van hun kind heel gewoon is. Daar is ook veel voor te zeggen: een kind maakt, in de meeste gevallen toch, deel uit van een gezin, en heeft de geborgenheid van dat gezin nodig. Bovendien is ook de psycho-educatie van ouders minstens zo belangrijk als onderdeel van de behandeling van het kind.

Er zijn natuurlijk ook casussen waarbij de aanwezigheid van ouders niet vanzelfsprekend is, maar binnen de sector van de geestelijke gezondheidszorg zelf bestaat een consensus dat de mogelijkheid daartoe echt wel een meerwaarde betekent. Zo krijgt het behandelteam veel meer kansen om te leren uit de interacties tussen ouders en kind. Bovendien is er ook het Handvest van de rechten van gehospitaliseerde kinderen waarin de grondbeginselen voor de zorg voor kinderen in ziekenhuizen is vastgelegd. Daarin wordt in artikel 2 gesteld: “Kinderen hebben het recht hun vertrouwenspersoon – ouders of verzorgers – in alle omstandigheden bij zich te hebben.”

In bovenvermeld rapport van de Zorginspectie wordt ook aanbevolen dat de rechten van minderjarigen zoals ze zijn geformuleerd in het decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp – juridisch niet van toepassing in de sector van de kinder- en jeugdpsychiatrie –, worden gegarandeerd tijdens een opname in de kinderpsychiatrie. Het is ook naar aanleiding van dat rapport dat het Vlaams Parlement op 7 februari laatstleden een voorstel van resolutie unaniem heeft goedgekeurd. In die resolutie worden een aantal concrete vragen gesteld met het oog op het zo min en zo kort mogelijk hanteren van vrijheidsberovende maar ook vrijheidsbeperkende maatregelen te hanteren.

Minister, hoe wilt u er vanuit het beleid voor zorgen dat een voldoende hoge betrokkenheid van ouders mogelijk wordt voor elk kind of elke jongere die, naar aanleiding van een psychiatrische problematiek, wordt opgenomen in een ziekenhuis? Hoe staat u tegenover de aanbeveling van de Zorginspectie om de rechten van minderjarigen zoals ze zijn geformuleerd in het decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp, middels de nodige juridische grond, te garanderen tijdens een opname in de kinderpsychiatrie? Welke stappen hebt u al gezet naar aanleiding van de vragen die aan de Vlaamse Regering zijn gesteld in de resolutie betreffende maatregelen om de grondrechten van kinderen en jongeren bij vrijheidsberovende en vrijheidsbeperkende maatregelen in de geestelijke gezondheidszorg te vrijwaren?

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Minister, mijn vraag om uitleg gaat over het meer betrekken van ouders bij de zorg van kinderen die verblijven op een psychiatrische kinderafdeling. Ik heb verwezen naar het beleid op kinderafdelingen van algemene ziekenhuizen, zodat, indien mogelijk en wenselijk, de kinderen de kans hebben hun ouders bij hen te laten slapen op hun kamer.

Dit thema werd op de agenda geplaatst door jeugdpsychiater Bie Tremmery die hierover een redactioneel stuk schreef in de mei-editie van het Tijdschrift voor Psychiatrie.  Ze werd algauw bijgetreden door het Kinderpsychiatrisch Centrum Genk (KPC) dat al langer inclusief werkt en de ouders van de patiëntjes nauw betrekt bij het zorgproces.  

Mevrouw Tremmery verwijst in haar betoog ook naar het beleidsrapport van Zorginspectie waaruit bleek dat slechts een kwart van de kinderpyschiatrische afdelingen dagelijks bezoek van ouders of familie toelaat. We hebben dit rapport in de commissie uitvoerig besproken. Daaruit bleek dat er veel verschillen zijn tussen afdelingen onderling, maar dat er toch ook ruimte is voor verbetering.

De bespreking van het betreffende rapport van Zorginspectie heeft ook geresulteerd in het voorstel van resolutie waarin uitdrukkelijk werd verwezen naar het recht van het kind om op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden. 

Minister, wat is de stand van zaken in de uitvoering van het voorstel van resolutie betreffende maatregelen om de grondrechten van kinderen en jongeren bij vrijheidsberovende en vrijheidsbeperkende maatregelen in de geestelijke gezondheidszorg te vrijwaren? Welke initiatieven hebt u genomen of kunt u nemen om de betrokkenheid van ouders bij de behandeling van hun kind binnen de ggz te verhogen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik geef eerst kort een stand van zaken met betrekking tot de resolutie betreffende maatregelen om de grondrechten van kinderen en jongeren bij vrijheidsberovende en vrijheidsbeperkende maatregelen in de geestelijke gezondheidszorg te vrijwaren. We willen vanuit Vlaanderen – maar nogmaals, en ik kan het niet genoeg benadrukken –, rekening houdend met onze beperkte bevoegdheden en mogelijkheden, de knelpunten in de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen in de kinderpsychiatrie echt aanpakken.

Zoals jullie weten, kregen alle bezochte kinderpsychiatrische afdelingen vanuit Zorginspectie een inspectieverslag met sterke punten en verbeterpunten, waarmee de ziekenhuizen aan de slag zijn gegaan.

Het agentschap Zorg en Gezondheid staat momenteel in voor de actieve opvolging van de inspectievaststellingen en voor de erkenning van deze diensten. Bij ernstige risico’s gaat Zorginspectie ter plaatse. Zorginspectie zet de thematische inspectieronde over vrijheidsbeperkende maatregelen bij minderjarigen ondertussen verder in andere sectoren, met name in de jeugdzorg en de gehandicaptenzorg. De volledige inspectieronde wordt afgerond in 2018. Vanaf 2019 volgt een inspectieronde over vrijheidsbeperkende maatregelen in de volwassenenpsychiatrie.

Om de kwaliteit van de zorg, ook bij de toepassing van vrijheidsbeperkende en vrijheidsberovende maatregelen, naar een hoger niveau te tillen, zijn duidelijke definities en een eenduidige cijferverzameling door de kinderpsychiatrische afdelingen noodzakelijk. Een preventieve en proactieve aanpak kan de inperkingen van de individuele vrijheden doen dalen en het aantal vrijheidsbeperkende maatregelen verminderen. Verbetering is enkel mogelijk door tegelijk in te zetten op meerdere terreinen: door meer nadruk te leggen op een de-escalerende omgeving en een preventieve aanpak, door het kind of de jongere meer regie te geven bij de volledige behandeling – en dus ook bij het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen – en door context en steunfiguren actief te betrekken, waarop ik dadelijk nog dieper inga.

We zijn een intensief traject gestart om de definiëring en de registratie rond deze thematiek op korte termijn te finaliseren. Wegens de complexiteit en de hoge gevoeligheid hebben wij recent een brede rondetafel georganiseerd met vertegenwoordigers vanuit de koepels, de beroepsverenigingen, maar ook vertegenwoordigers vanuit het Vlaams Patiëntenplatform, de Vlaamse Jeugdraad, Cachet en het Familieplatform Geestelijke Gezondheid om de laatste noodzakelijke stappen te zetten. We willen voor het zomerreces de laatste knopen ter zake doorhakken.

We hebben sinds eind oktober 2017, toen de vaststellingen van de Zorginspectie openbaar zijn gemaakt, een aantal concrete budgetten uitgetrokken en een aantal onderzoekstrajecten opgezet. Voor de ontwikkeling van een multidisciplinaire richtlijn voor de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen is ondertussen aan het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 136.000 euro toegekend. De startdatum van het onderzoek was 15 december 2017. De einddatum is gepland op 14 december 2018.

Bij de uitwerking van deze multidisciplinaire richtlijn zal ook een internationaal perspectief worden opgezet, waarna we inderdaad een voorstel naar samenstelling van een internationaal team kunnen uitwerken. Voor het exploratief onderzoek naar hoe voorkomen kan worden dat kinderen en jongeren in een cel moeten verblijven en rond de problematiek van de gedwongen opnames van minderjarigen in de volwassenenpsychiatrie en de mogelijke aanpak ervan in Vlaanderen is 68.000 euro uitgetrokken, waarvan 34.000 euro vanuit het agentschap Zorg en Gezondheid en 34.000 euro vanuit het agentschap Jongerenwelzijn. Dit onderzoek is gestart in 2017 en zal lopen tot eind oktober 2018.

Het budget rond agressie dient nog te worden afgestemd op de noden vanuit het werkveld. Die oefening is lopende. We willen evenwel op maat van de sectoren werken en wachten de resultaten van de andere inspectierondes af om de vinger echt aan de pols te kunnen houden.

Ondertussen is er, met betrokkenheid van het werkveld, in kaart gebracht welke infrastructurele maatregelen in de context van preventie van agressie en vrijheidsberoving opportuun kunnen zijn, zowel binnen de kinderpsychiatrische diensten, Jongerenwelzijn als het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Voor mogelijke verbouwingswerken of de aankoop van specifieke materialen kan het bestaande, reguliere subsidiekader van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) momenteel reeds worden aangewend. Voor het zomerreces zal evenwel een aanvullend regelgevend kader worden goedgekeurd op basis waarvan we middelen kunnen toekennen om onder andere de kinderpsychiatrische diensten in staat te stellen om specifieke bouwkundige ingrepen te realiseren. De mogelijkheid tot subsidie voor elk van de goed bevonden maatregelen wordt ingeschreven in de regelgeving. Met een eenvoudige subsidieaanvraag, waarbij een voorziening wel haar visie aangaande preventie van vrijheidsberoving als element van het dossier zal moeten indienen, zal een beroep kunnen worden gedaan op VIPA-betoelaging.

Een mogelijke evaluatie, in overleg met de Federale Regering, met betrekking tot de concrete personeelsinzet is momenteel niet evident, onder andere doordat de discussie met betrekking tot de exclusie van jongeren met een psychische problematiek in de Waalse gemeenschapsinstellingen, zoals ook blijkt uit hun laatste voorstel van decreet jeugddelinquentierecht, wel zeer veel ruimte in beslag neemt. Van zodra mogelijk, agenderen wij dit terug.

Om het luik met betrekking tot de vrijheidsbeperkende maatregelen af te sluiten, is het inderdaad belangrijk dat kinderen en jongeren die in kinder- en jeugdpsychiatrie terechtkomen, van dezelfde rechten kunnen genieten als kinderen en jongeren binnen de jeugdhulp. Daarom wordt toegewerkt naar een meer afgestemd beleid met betrekking tot de vrijheidsbeperkende maatregelen en de preventie van vrijheidsbeperkende maatregelen binnen de jeugdhulp enerzijds en de kinder- en jeugdpsychiatrie anderzijds.

Deze optie realiseren, kent heel wat aspecten: juridische, logistieke, personele en beleidsmatige. Om die in kaart te brengen, werd een intersectoraal, administratief panel opgestart, waaraan alle betrokken agentschappen en afdelingen participeren. Dit panel moet een hanteerbare en afgestemde aanpak uitwerken, vertrekkend van gemeenschappelijke uitgangspunten en definities met betrekking tot vrijheidsbeperkende maatregelen.

Op basis van wat het panel voorstelt, wordt bekeken of, en zo ja, welke aanpassing – lees: actualisering – van het decreet Rechtspositie van de Minderjarige zinvol en werkbaar is. Omdat de resultaten van de inspectie hierbij mee richtinggevend zijn, en die nog volop aan de gang zijn in de andere sectoren, bepalen zij mee het te lopen proces en de timing ervan.

Binnen de geestelijke gezondheidszorg moeten context en familie, ouders in het bijzonder, maximaal worden betrokken. Het is zonder meer belangrijk dat kinderpsychiatrische diensten zo preventief mogelijk werken en dat het hulpverleningstraject vanuit een dialoog met het kind of de jongere en zijn ouders en steunfiguren geconcretiseerd wordt.

Zo willen we met de vrijgemaakte budgetten voor bouwkundige ingrepen voorzien in de mogelijkheid van rooming-in, zodat ouders of steunfiguren bij het kind of de jongere in de setting kunnen overnachten. We verwijzen hierbij graag naar het Familieplatform Geestelijke Gezondheid, dat we mee financieren. Door de ondersteuning van het Familieplatform willen we de stem van de familie, en de ouders, nog sterker laten klinken, zowel binnen de zorg als binnen de netwerken en binnen het beleid.

We zijn van mening dat de inzet van ervaringsdeskundigen, ook wat het familieperspectief betreft, cruciaal is om een aantal stappen te zetten. Het Familieplatform heeft overigens recent een brochure voor naastbetrokkenen uitgegeven ‘Voor familie in de geestelijke gezondheidszorg: samen zorgen we beter’, die ook verspreid is binnen de sector. Zoals gezegd, is daarin een hoofdstuk opgenomen ‘Hoe zit het dan met minderjarigen?’, waarin ingegaan wordt op vragen als ‘Kan de hulpverlener je buitenspel zetten als ouder? Wat mag, wat kan?’.

Ook bij de noodzaak tot het betrekken van ouders binnen kinderpsychiatrische diensten speelt het bevoegdheidsprobleem. Maar ik wil toch nog benadrukken dat in Vlaanderen alle actoren werkzaam in de integrale jeugdhulp contextgericht moeten werken en dus ouders en context moeten betrekken. Bij de missies en principes van de integrale jeugdhulp staat immers dat integrale jeugdhulp aan minderjarigen, hun ouders en, in voorkomend geval, hun opvoedingsverantwoordelijken en de betrokken personen uit hun leefomgeving die daar behoefte aan hebben, hulp en zorg op maat biedt die met een grote mate aan flexibiliteit aan de hulpvraag proberen te beantwoorden. Bij de principes staat dat de jeugdhulp een contextgerichte manier van werken hanteert.

Het decreet Rechtspositie Minderjarige bevat ook een aantal belangrijke gebruikersrechten die relevant zijn voor minderjarigen die verblijven op een psychiatrische afdeling. Een aantal bepalingen, zoals het principiële recht op regelmatig persoonlijk en rechtstreeks contact met de ouder of een opvoedingsverantwoordelijke, zouden we kunnen formuleren als een erkenningsnorm.

Een dergelijke aanpak, namelijk het kiezen voor het verruimen van de erkenningsnormen, waarvoor Vlaanderen sinds de zesde staatshervorming bevoegd is, veronderstelt evenwel een grondige analyse op juridisch en inhoudelijk vlak. Juridisch kunnen bijvoorbeeld een aantal bepalingen uit het decreet niet zomaar worden vertaald als erkenningsnorm voor ziekenhuizen omdat ze raken aan de federale bevoegdheden.

Er is dus een algemene oefening nodig die recht per recht uit het decreet nagaat of, en zo ja, hoe, die in de context van de kinder- en jeugdpsychiatrie van toepassing kunnen zijn. Dit veronderstelt bijvoorbeeld ook duidelijkheid over een aantal deelaspecten, zoals de momenteel nog lopende beleidslijn om te komen tot een de multidisciplinaire richtlijn over de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen binnen de geestelijke gezondheidszorg. De complexiteit van een en ander mag dus niet worden onderschat, maar ook niet overschat. Daarom bekijken we momenteel al welke waarborgen en cliëntenrechten essentieel zijn om als erkenningsnorm voor de kinderpsychiatrie te verankerd te worden.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.