U bent hier

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Artikel 135, paragraaf 2, van de Nieuwe Gemeentewet is misschien geen dagelijkse maar toch een wekelijkse realiteit voor veel burgemeesters. Dat artikel stelt dat de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen gewaarborgd moet zijn. Dat artikel kan worden toegepast om twee redenen: gevaar voor de openbare veiligheid of gevaar voor de openbare gezondheid.

In toepassing van dit artikel kan een burgemeester alle nodige maatregelen nemen om bijvoorbeeld over te gaan tot het onbewoonbaar verklaren van een pand. Het is mijn oprechte zorg, en ik denk die van veel lokale bestuurders en vooral van burgemeesters, dat een onbewoonbaarverklaring nog altijd niet kan verhinderen dat mensen zich toch inschrijven op een bepaald adres. Dat is een schrijnende realiteit. Bij een onbewoonbaarverklaring worden huurders uit een pand gezet, maar een week later dienen zich nieuwe families aan om zich in te schrijven en de gemeente is verplicht om dat te doen. Dat is natuurlijk een straatje zonder einde.

Een onbewoonbaarverklaring kan alleen als er echt een acuut gevaar is voor de gezondheid of voor de openbare veiligheid. Het is niet logisch dat een gemeente niet kan verhinderen dat in zo'n pand mensen worden ingeschreven. De bestuurlijke aanpak is iets dat meer opgang maakt, namelijk om zonder tussenkomst van het parket op een bestuurlijke wijze, geïntegreerd, te kunnen overgaan tot een aanpak van een problematiek, in casu huisjesmelkerij of slechte kwaliteit van woningen. De voorzitter van deze commissie heeft daar ook al bij verschillende gelegenheden op gehamerd. Minister, welke initiatieven kunt u nemen voor een sluitende bestuurlijke aanpak om dergelijke toestanden te verhinderen?

De inschrijving van personen in onbewoonbaar verklaarde woningen is uiteraard een federale bevoegdheid. Kunt u toch geen stappen ondernemen om die problematiek aan te kaarten zodat het Vlaams woonbeleid een sluitstuk krijgt via die bestuurlijke aanpak?

Als er administratief kan worden vastgesteld dat bijvoorbeeld in een woning van 80 vierkante meter elf personen zijn ingeschreven – dat is een voorbeeld uit het leven gegrepen – kan er dan niet aan worden gedacht om de procedure bij Wonen-Vlaanderen te verkorten? Want als de Wooninspectie wordt ingeschakeld, zijn we alweer enkele maanden verder, hoewel administratief onomstotelijk kan worden vastgesteld dat er een probleem is van overbewoning. Kan er niet sneller worden ingegrepen of kan die procedure worden verkort?

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Partyka, ik ben blij dat u in uw vraagstelling zelf hebt aangehaald dat dit inderdaad grotendeels een federale materie is. Dat neemt natuurlijk niet weg dat we ook hier in Vlaanderen met die problematiek geconfronteerd worden.

Als ik uw vraag mag samenvatten – maar u mag mij straks in uw repliek tegenspreken – wilt u eigenlijk het inschrijvingsbeleid dat federale wetgeving is, verzoenen met de woonkwaliteit. (Instemming)

Daar zijn we het dan al over eens.

U vroeg welke initiatieven ik al heb genomen om een gecoördineerde en sluitende bestuurlijke aanpak van het veiligheids- en kwaliteitsbeleid door de lokale besturen mogelijk te kunnen maken. De gemeente beschikt over twee verschillende rechtsgronden om te kunnen optreden tegen veiligheids- en woningkwaliteitsproblemen. Enerzijds is er artikel 135 van de federale Nieuwe Gemeentewet en anderzijds titel III van de Vlaamse Wooncode. Het eerste is dus federale wetgeving en de Vlaamse Wooncode is uiteraard Vlaamse bevoegdheid, maar beide hebben een andere finaliteit.

De Nieuwe Gemeentewet biedt de juridische basis voor een optreden bij hoogdringendheid wegens acute gevaren voor de openbare veiligheid en/of gezondheid. De Wooncode beoogt de burgemeester een algemene verbetering van de woningkwaliteit tot een bepaald minimumniveau te kunnen aanbieden. Ondanks de verschillende finaliteit en bevoegdheden, is er uiteraard een raakvlak tussen beide. Vlaanderen heeft de voorbije jaren meerdere initiatieven genomen om daaromtrent een coherent en consistent lokaal beleid te faciliteren, in de mate van het mogelijke natuurlijk. Als we natuurlijk niet voor alles bevoegd zijn, is dat niet altijd evident. Maar waar we konden, hebben we het in ieder geval al wel gedaan.

Ik geef een aantal voorbeelden. De onbewoonbaarheidsbesluiten worden altijd opgenomen op de Vlaamse inventaris van ongeschikt en onbewoonbare woningen, ongeacht de rechtsgrond.

Wonen-Vlaanderen heeft een grondig juridisch onderzoek verricht naar de toepassing van artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet en naar dat raakvlak met de Vlaamse woningkwaliteitsprocedures. Op basis daarvan heeft het agentschap, samen met enkele gemeenten, een draaiboek uitgewerkt voor het kunnen optreden bij acuut gevaar in woningen. Dat draaiboek dat naast aanbevelingen ook een aantal modeldocumenten bevat, maakt deel uit van de handleiding ‘Woningkwaliteitsbewaking in uw gemeente’ dat we in 2016 hebben verspreid naar alle lokale besturen en naar alle intergemeentelijke samenwerkingsverbanden aangaande het lokaal woonbeleid.

Op dit moment legt het Agentschap Wonen-Vlaanderen bovendien ook de laatste hand aan het Vlaams Loket Woningkwaliteit (VLOK) dat de gemeenten vanaf juni de mogelijkheid zal geven om alle procedures met betrekking tot woningkwaliteit, inclusief de onbewoonbaarheidsbesluiten Nieuwe Gemeentewet, op haar grondgebied te kunnen opvolgen.

U vraagt of ik al gevraagd heb aan de Federale Regering om de inschrijving van personen in onbewoonbaar verklaarde woningen onmogelijk te maken. Zo ja, wat zijn daar de resultaten van en zo niet, wat zijn de redenen? Het klopt dat de gemeente een inschrijving in het bevolkingsregister niet kan weigeren op basis van een onbewoonbaarheidsbesluit. De federale regelgeving houdt er absoluut geen rekening mee. Belangrijk is om de finaliteit van beide instrumenten te onderscheiden: woningkwaliteit versus het inschrijvingsbeleid dat via de federale regelgeving wordt geregeld. De finaliteit van inschrijving in het bevolkingsregister is om te weten waar op het Belgisch grondgebied inwoners het ‘centrum van hun belangen’ hebben. Dat is belangrijk voor de bewoners zelf, bijvoorbeeld omwille van administratieve verplichtingen, maar uiteraard ook voor de Belgische staat, namelijk weten waar burgers zich bevinden en kunnen worden aangetroffen. Om die reden moeten de gemeenten sowieso inschrijven, maar voor onregelmatige toestanden, zoals een ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woning, kan de gemeente voorlopig inschrijven en vervolgens administratieve of gerechtelijke procedures starten om een einde te maken aan de onregelmatige toestand.

De voorlopige inschrijving wordt niet omgezet in een definitieve inschrijving zolang de inbreuk die aanleiding heeft gegeven tot de voorlopige inschrijving, niet is opgeheven, bijvoorbeeld door middel van een comformiteitsattest. Ik denk dat wel deels aan uw bezorgdheid wordt tegemoetgekomen door te werken met die voorlopige inschrijving, wat nu ook al gebeurt in bepaalde gemeenten. De procedure van de voorlopige inschrijving zou de lokale besturen de mogelijkheid moeten geven om ook bij een onbewoonbaarheidsbesluit een coherent beleid te voeren. Het is natuurlijk wel belangrijk dat de gemeente de bewoner goed informeert over de aanleiding voor en de consequenties van dergelijke voorlopige inschrijving en dat de gemeente in kwestie ook effectief en snel optreedt tegen de nieuwe bewoning van de ongeschikte of onbewoonbare woning. Het zou raar zijn mocht er een voorlopige inschrijving zijn en er zich nadien opnieuw iemand inschrijft op dat adres als er niets aan de toestand van de woning is veranderd.

De voorlopige inschrijving is dus grotendeels het antwoord van het inschrijvingsbeleid op bijvoorbeeld inbreuken op de woningkwaliteit. Bijkomend wil ik er nog op wijzen dat er bijvoorbeeld ook in het kader van de renovatiehuurovereenkomsten, evengoed inbreuken op woningkwaliteit worden gedaan die niet per se hoeven te leiden tot een verhuisbeweging. Men kan ter plekke ingeschreven blijven en daar ook blijven wonen. Het is ook niet zo dat voor woningen waar een onbewoonbaarheid wordt vastgesteld, dit automatisch leidt tot het schrappen van de inschrijving. Ik geef u het voorbeeld van de renovatiehuurovereenkomsten. Waarom geef ik dit voorbeeld? Ik zeg dit maar om aan te geven dat er geen eenduidige oplossing is om zowel woningkwaliteit en inschrijvingsbeleid met elkaar compleet te verzoenen. Daarom dat de voorlopige inschrijving in feite mijn antwoord is op uw vraag.

U vroeg of ik de piste genegen ben om bij bepaalde administratieve vaststellingen, zoals overbewoning op basis van het aantal domicilies, het advies van Wonen-Vlaanderen over te slaan? Collega Parys heeft nog niet zo lang geleden een soortgelijke vraag gesteld, specifiek gericht op Leuven waar er veel koten zijn. Bij acuut gevaar kan artikel 135 van de nieuwe Gemeentewet worden toegepast en kan de gemeente alle maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de openbare veiligheid en gezondheid te garanderen. In die procedure is er geen advies van Wonen-Vlaanderen. De gemeente moet uiteraard ook dan handelen volgens de beginselen van behoorlijk bestuur. Ze zal haar optreden bij hoogdringendheid dus goed moeten motiveren en de genomen maatregelen zullen proportioneel moeten zijn.

Wat de Vlaamse procedure tot overbewoonverklaring betreft, zijn er in de regelgeving twee mogelijkheden om een besluit te nemen zonder advies van Wonen-Vlaanderen. De burgemeester mag conform de Vlaamse Wooncode voorbijgaan aan de zogenaamde ‘adviesverplichting’ als de adviestermijn van 75 dagen is verstreken of als de minister hem van de verplichting heeft vrijgesteld. Elke gemeente die een proactief woningkwaliteitsbeleid voert en voldoende onderlegde woningcontroleurs ter beschikking heeft, kan de minister om dergelijke vrijstelling vragen. Ik meen dan ook dat de regelgeving geen bijkomende afwijkingen moet hebben op deze adviesverplichting.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord.

Ik begrijp uw antwoord over de inschrijving en de administratieve ingewikkeldheid. U moet begrijpen dat bij manifeste overtredingen of manifest gevaar het administratieve grondvlak niet altijd even valabel is. Op het terrein hebben we er niet zoveel boodschap aan dat de Belgische staat er geen rekening mee willen houden.

Voor overbewoning is dus geen advies nodig na 75 dagen op basis van vrijstelling van de minister. Maar er kan natuurlijk een administratieve vaststelling zijn van overbewoning, en normaal is er dan een inpandig woononderzoek nodig, terwijl bij sommige overtredingen dat inpandig onderzoek niet nodig is. Het hangt natuurlijk af van de regels van de Vlaamse Wooninspectie. Op basis van administratieve vaststellingen zou men bijvoorbeeld kunnen overgaan tot het vaststellen van de feiten zonder dat er effectief een onderzoek is geweest.

U zegt dat een gemeente voldoende wooncontroleurs in dienst moet nemen, maar bij kleinere gemeenten is dat niet het geval, voor zover het al het geval is bij grotere gemeenten. Ik heb er zelf geen zicht op.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik heb uit uw antwoord begrepen dat de lokale besturen op 4 juni starten met VLOK, het nieuwe loket rond woonkwaliteit. Ik heb ook begrepen dat de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden rond wonen ook gezamenlijk via VLOK zullen kunnen werken. Als ik het goed begrepen heb, zal dat digitale systeem VLOK dus gekoppeld worden aan het systeem van elke dienst Burgerlijke Stand, zodat er gewerkt kan worden op het vlak van die voorlopige inschrijvingen. Daar kunnen we moeilijk onderuit, maar er treedt dan wel een soort van mechanisme op bij het definitief inschrijven.

Ik wil van deze gelegenheid ook gebruikmaken om nog eens te polsen naar de globale evaluatie, die toch al een tijdje aangekondigd is, van het volledige instrumentarium rond woonkwaliteit. Wanneer mogen we die evaluatie verwachten?

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Taeldeman, de evaluatie zit momenteel in een eindfase en zal nog voor het zomerreces gefinaliseerd worden en klaar zijn.

Het klopt dat VLOK start op 4 juni. Daar is een uitgebreide testfase aan voorafgegaan. Het kopt ook dat het per definitie gekoppeld kan worden aan de gemeentelijke dienst Burgerlijke Stand, maar wij faciliteren dat, en het is het desbetreffende lokale bestuur dat beslist of het dat wel of niet wil doen. Een gemeente zal zelf moeten beslissen of ze die koppeling maakt. Wij faciliteren dat. Het is mogelijk gemaakt, maar het is aan de lokale autonomie om te beslissen of men dat wil of niet. Als dus bijvoorbeeld de gemeente Maldegem zegt dat ze dat wil, dan kan dat perfect.

Mevrouw Partyka, zoals ik in mijn eerste antwoord al gezegd heb, is er bij manifest of acuut gevaar absoluut geen advies nodig van Wonen Vlaanderen en kan artikel 135 van de nieuwe Gemeentewet onmiddellijk aangesproken worden. We gaan uiteraard nog verder in overleg met de federale minister van Binnenlandse Zaken, collega Jambon, en ook met de administratie daar. Ik wil wel nog meegeven, collega’s, dat een zeer eenvoudige oplossing niet zo gemakkelijk is en niet voor de hand ligt.

Met betrekking tot de snelheid waarmee wij kunnen handelen wat de woonkwaliteit betreft, wil ik nog dit meegeven. Ik denk dat ontvoogden een goede piste is, maar niet elk lokaal bestuur is daar momenteel klaar voor of is in staat om dat te doen.

Ik kan tot slot nog meegeven – en ik hoop dat u dat positief kan stemmen – dat we momenteel nagaan op welke manier de woningkwaliteitscontroles zouden kunnen worden uitbesteed. Wij hebben er met Vlaanderen ook niet zo heel veel, dus ik begrijp dat het niet voor elk lokaal bestuur evident is om heel veel van die mensen in dienst te hebben. We zijn dus aan het bekijken op welke manier we dat kunnen uitbesteden. Maar natuurlijk willen we dat alleen maar uitbesteden als er gebruik wordt gemaakt van de certificaten die worden uitgereikt door de Vlaamse overheid. Wij gaan geen ‘vrijheid, blijheid’ creëren. Er moet op een zeer degelijke manier worden onderzocht aan wie we dat zouden kunnen uitbesteden, maar ik denk wel dat dat een valabele piste is om aan die problematiek tegemoet te komen.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Bedankt voor die aanvulling en die motivering. Dat weten we goed genoeg, want we worden heel creatief in het schrijven van dat soort motiveringen, omdat dat een dagelijkse realiteit is. Maar het probleem is dat we iedere keer opnieuw zelf juridisch moeten motiveren en dat dat niet altijd stand zal houden, wat ook normaal is. Ik geloof nogal in die bestuurlijke aanpak. Er zijn, denk ik, heel veel mensen op het terrein die dat zouden aankunnen. Ik vind het dus een heel goede piste om eens na te denken over hoe we dat samen kunnen doen. We hebben lokale woondiensten, we hebben intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, we hebben sociale verhuurkantoren. We moeten eens allemaal samen bekijken hoe we die woonkwaliteit op lokaal vlak kunnen handhaven en daar daadwerkelijk bevoegdheden verdelen, om daar adequaat te kunnen optreden. Bedankt voor uw antwoord en voor uw bereidheid om daarover na te denken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.