U bent hier

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, u weet dat ik de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond intensief opvolg, omdat dat ook één groot knelpunt is op onze arbeidsmarkt. We scoren ter zake zo slecht, zowel op OESO-niveau als op Europees niveau, dus ik denk dat we allebei toch de ambitie delen om daar verbetering in te brengen. Over de manier waarop verschillen we grondig van mening, maar laat dat dan ook voer voor discussie zijn.

De aanleiding was de publicatie van de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018. In het nieuws ging het dan vooral over de vraag hoe gelukkig mensen met een migratieachtergrond zijn in Vlaanderen. Gelukkig is de grote meerderheid er heel tevreden over in Vlaanderen te wonen, en terecht, maar er werden toch ook wel een aantal knelpunten aangestipt. Men heeft in het onderzoek gefocust op drie groepen: mensen met een Congolese migratieachtergrond of afkomst, mensen met een Turkse afkomst en mensen met een Marokkaanse afkomst. Het zal ons niet verrassen, maar het is toch weer een spijtige vaststelling dat de personen met een Congolese afkomst aangeven bijzonder veel problemen te ervaren op de arbeidsmarkt. Ze worden afgerekend op hun kleur, ze worden afgerekend op hun afkomst. Dat bevestigt reeds bestaand onderzoek bij die groep. Men heeft vanuit de Afrikaanse gemeenschap al herhaaldelijk gevraagd dat men toch ook wel wat meer met hen zou overleggen, en ook samen naar structurele maatregelen zou gaan. Ik denk dat die Integratiemonitor toch nog maar eens benadrukt hoe belangrijk het is om voor die groep toch ook wel extra aandacht te hebben.

Minister, een ander knelpunt is de tewerkstellingsgraad van vrouwen van Marokkaanse en Turkse afkomst. Dat probleem is ook niet nieuw. Ik heb dat ook al ettelijke keren aangekaart. In juni 2017, een jaar geleden, stelde ik een vraag over het beleid ten aanzien van die vrouwen met een migratieachtergrond en wat u zou doen om hun tewerkstellingskansen te versterken. Toen antwoordde u dat u geen specifieke maatregelen zou nemen voor die groep, terwijl ik denk dat dat toch wel een knelpunt is dat we zeer gericht zouden moeten aanpakken.

Ik heb daarover een aantal vragen, ook gebaseerd op de Integratiemonitor. Ik wil toch nog maar eens pleiten voor een grotere focus op de tewerkstellingspositie van vrouwen met een migratieachtergrond. Wilt u toch geen specifiek beleid voeren ter zake? Er zijn ook organisaties die zich daarop toeleggen. Ik zou u willen vragen of suggereren om bijvoorbeeld met ella vzw samen te zitten en te bekijken of er geen extra maatregelen kunnen zijn, of men geen specifiek actieplan kan maken om de tewerkstellingsgraad te verhogen bij vrouwen met een migratieachtergrond.

Gelet op de vraag van verschillende organisaties die werken met onze medeburgers met Afrikaanse roots, zult u met hen samenzitten om te bekijken welke extra maatregelen genomen kunnen worden om de problemen die zij ervaren aan te pakken en hun arbeidskansen te vergroten? Is het niet aangewezen om extra maatregelen te nemen, omdat er nood is aan een beleid dat gericht is op personen met een migratie-achtergrond en gelet op de aanbevelingen van de Europese Raad op dat vlak? Mijn gevoel is dat we keer op keer dezelfde antwoorden krijgen, maar ook met dezelfde resultaten geconfronteerd worden.

Ten slotte, werd nog maar eens benadrukt, ook gisteren door professor Baert, dat de beste manier om de tewerkstellingskansen van jongeren met een migratieachtergrond op te drijven, is te zorgen voor een effectiever antidiscriminatiebeleid. Ik geef hem geen ongelijk. Ik heb er geen probleem mee dat de privésector via zelfregulering zijn deel wil doen, maar ik vind dat de overheid, en u in het bijzonder, als minister van Werk, ook verantwoordelijkheid moet opnemen, bijvoorbeeld met het uitvoeren van wetenschappelijke praktijktesten. Ik blijf daarop hameren. We kunnen een stap in de goede richting zetten, al was het maar om de problemen beter en objectiever in kaart te brengen.

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Kherbache, ik dank u en ik denk dat ik heel standvastig ben: op dezelfde vragen krijgt u inderdaad dezelfde antwoorden. Ik zal dieper ingaan op de nieuwe vragen, maar ik zal niet alles herhalen wat ik vind over de suggesties rond praktijktesten. U weet dat ik ondertussen, in de sectoren waarvoor ik zelf bevoegd ben maatregelen genomen heb, samen met die sectoren. We werken sensibiliserend en dat sluit heel dicht aan bij de voorstellen van professor Baert. Voor de andere sectoren zijn op het federale niveau een aantal maatregelen genomen. We kunnen dit niet blijven herhalen. Ik ga u niet overtuigen en u mij niet. Het is soms ook wel goed dat we daarover van mening kunnen verschillen.

De studie van het HIVA focust niet specifiek op vrouwen. Er loopt echter een andere studie waar er wel specifiek op vrouwen met een migratieachtergrond gefocust wordt. Het betreft de VIONA-leerstoel Migratie, Integratie en Arbeidsmarkt die wordt uitgevoerd door professor Karel Neels en professor Peter Raemaeckers aan de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waaraan zij werken heet voluit ‘Determinanten van arbeidsparticipatie en werkzaamheid van personen met een migratie-achtergrond, met specifieke aandacht voor inburgeringstrajecten van nieuwkomers en de latente vrouwelijke arbeidsreserve.’ Dat sluit volgens mij heel goed aan bij de vragen die u stelde. Bij deze leerstoel zal er een kwalitatief luik zijn dat dieper ingaat op het VDAB- beleid. Het onderzoek zal in juni 2019 afgerond worden.

Ook bestaat er de mogelijkheid om met bepaalde stakeholders in het veld, zoals Ella vzw, of het Minderhedenforum, te communiceren. Verder is er contact met verschillende organisaties in het kader van Focus op Talent. Deze projecten, zoals Mentor2Work van het Minderhedenforum, komen nu op kruissnelheid en we moeten ze de tijd geven om concrete resultaten te boeken. Er is alvast ook een evaluatie gestart van het Focus op Talent-beleid door het HIVA, die zal afgerond worden begin februari 2019.

De aandacht voor een beleid dat de kansen van personen met een migratieachtergrond vergroot, blijft hoog. Met ons Focus op Talent-beleid werken we op drie sporen: activeren van talenten, investeren in talenten en vooroordelen doorbreken. Daarnaast is er ons non-discriminatiebeleid. We hebben nog maar net een succesvolle sensibiliseringscampagne afgesloten. Ik reken nu op de sectoren voor het waarmaken van hun engagementen en acties op het vlak van het verplichte thema non-discriminatie in de sectorconvenants. We gaan hen nu van nabij opvolgen en blijven aansporen nieuwe acties te ondernemen. Ook werkgevers worden opgeroepen om iedereen kansen aan te bieden. In de werkloosheidscijfers zie ik dan ook een evolutie in de juiste richting.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, ik blijf op deze nagel kloppen omdat het een probleem is dat iedereen wil oplossen. Zeker in de steden zit een grote groep jongeren zonder werk. Dat is een probleem voor die jongeren zelf, maar het zorgt ook voor heel wat samenlevingsproblemen. We moeten de sense of urgency zeer hoog houden. Het middenveld en de organisaties die zich met deze problematiek bezighouden zijn in het algemeen ontgoocheld in het beleid. Ze vinden dat er te weinig ambitie is. Ik maak gebruik van mijn taak in het parlement om dit aan te kaarten. Het is niet omdat er een bepaalde richting is gekozen, dat ze niet kan worden bijgestuurd of dat u zelf geen extra maatregelen kan nemen. Dat zou getuigen van voluntarisme en openheid om dat probleem ook effectief aan te pakken.

U moet dat niet zien als een steekspel tussen meerderheid en oppositie. Ik doe dat niet vanuit die invalshoek. Ik doe dit echt vanuit een bekommernis en ik sta open voor elke discussie daarover. Ik had gehoopt dat u dat ook zou willen doen en dat we samen zouden kunnen kijken wat er beter kan, met wie we nog kunnen samenzitten om ervoor te zorgen dat we die grote groep jongeren met een migratieachtergrond, die nu niet aan de slag geraken, beter kunnen begeleiden.

Het is echt onvoldoende om bij elke aanbeveling en bij elk rapport telkens hetzelfde te antwoorden. Het is echt aangewezen, al is het maar met de onderzoekers, het middenveld en in het parlement met meerderheid en oppositie, om een tandje bij te steken.

De heer Ronse heeft het woord.

Dit debat is inderdaad al een aantal keren gevoerd. We lijken allemaal een beetje te kamperen op onze zelfde standpunten. Op dat vlak ben ik het eens met de minister en mevrouw Kherbache. Het is een belangrijk debat en daarom wil ik ook bewust aansluiten. Ik voel bijzonder veel empathie voor al die mensen die nog steeds als gevolg van hun afkomst of origine niet aan werk geraken. Het is een schande dat dit in Vlaanderen nog steeds het geval is. We voelen kamerbreed deze empathie, denk ik, en we willen allemaal dat dit omslaat. Daar gaat het debat niet over. Ons einddoel is hetzelfde.

We verschillen natuurlijk van mening inzake het pad naar dat einddoel. Mevrouw Kherbache is deze legislatuur gestart met te stellen dat er praktijktesten tout court moesten zijn. Professor Stijn Baert is hier geweest en zei dat dit wetenschappelijk eigenlijk niet verantwoord is. Mevrouw Kherbache pleitte toen voor wetenschappelijke praktijktesten en naar meer academisch onderzoek om het beter in kaart te brengen.

Wat wij doen, is niet koppig vasthouden aan iets en er niet over willen spreken. Neen, de dienstenchequesector is overgekomen naar Vlaanderen. Er is nu voor de eerste keer een onafhankelijk bureau aangesteld door de sector om controles uit te voeren. Ik denk dat we dat bureau op termijn zeker in deze commissie moeten krijgen, maar ik hoop dat er effectief sancties zullen volgen, dat er spelers worden geschorst die ingaan op dergelijke verwerpelijke vragen.

Er is een hele omslag, die ruimer gaat dan het debat over discriminatie, naar competentiedenken. Ik ben zelf geen voorstander van positieve actie. Men moet mensen aannemen om wat ze kunnen en om hun potentieel. Het competentiedenken is ook een antidiscriminatieverhaal. Daarop wordt keihard gehamerd bij werkgevers en op gewerkt.

Een ander belangrijk spoor dat we in het parlement moeten blijven opvolgen, is de sollicitatiefeedback, niet enkel van werkgevers maar ook van werknemers. Dat is nog altijd een goede manier om laagdrempelig te melden, waardoor we te weten komen waar het schort.

Mevrouw Kherbache, waar u voor pleit, namelijk wetenschappelijke praktijktesten, zullen niet meer doen dan nog eens aan het licht brengen dat er een probleem is. Laat ons nu vooral werken aan de concrete stappen die worden gezet. Laat ons de stappen die nu worden gezet, evalueren en meten en kijken waar we staan, om effectief die enorme schande uit Vlaanderen te bannen.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik wil refereren aan de gekoppelde vragen om uitleg van 14 december 2017 over discriminatie op de arbeidsmarkt van personen met Afrikaanse roots. De heer De Croo is toen tussengekomen omdat hij Congo heel goed kent. Minister, u hebt toen een heel uitgebreid antwoord gegeven met diverse punctuele maatregelen en projecten waar inmiddels werk van wordt gemaakt om mensen met Afrikaanse en andere roots beter te wapenen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt en hun competenties en taalkennis te verbeteren. Dat is ook de kern van de zaak. Discriminatie bestaat en we moeten het bestrijden en voorkomen, maar we mogen de kar niet voor het paard spannen. Het is nu aan de praktijk om te bewijzen dat we daar de juiste keuzes hebben gemaakt. We hebben een aantal maatregelen uitgerold. De op til staande evaluatie zal dit moeten aantonen en daar zullen wij op wachten.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister en mijnheer Ronse, sinds het begin van deze legislatuur heb ik constructieve voorstellen gedaan, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het voorstel van decreet waaraan u refereert, mijnheer Ronse, was zeer omvattend en bevatte verschillende sporen, zoals wetenschappelijke praktijktesten, klachtgedreven praktijktesten en zelfregulering – het hele plaatje dus.

Na heel veel discussies stel ik vast dat er in de meerderheid twee partijen zijn die openstaan voor het meer inzetten op praktijktesten om discriminatie beter op te sporen en beter aan te pakken. Ik vind het bijzonder jammer dat zowel u, minister, als uw partijgenoten zich uitputten in argumenten om op dat vlak geen vooruitgang te boeken. Noch op sectoraal niveau is er vooruitgang geboekt, noch binnen het inspectiebeleid. Met betrekking tot alle voorstellen die ik heb gedaan, is geen enkele stap gezet.

Ik zal u daarover blijven ondervragen. Niet alleen ik doe dat, ook de samenleving doet dat, ook het middenveld doet dat. Ik wil er u echt op wijzen dat de activering van personen met een migratieachtergrond in Vlaanderen een groot probleem is. Dat is uiteraard niet omdat alle Vlamingen discrimineren of racistisch zijn. Niemand beweert dat, maar er zijn effectief wel grote knelpunten. Iedereen rekent erop dat u uw verantwoordelijkheid neemt en uw bevoegdheid gebruikt om daar iets aan te doen.

Ik ben vandaag zeer ontgoocheld in het antwoord dat u geeft, want we blijven in hetzelfde cirkeltje draaien. Op dat vlak is intussen in uw meerderheid en in de samenleving het bewustzijn gegroeid en toegenomen dat dit zo niet verder kan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.