U bent hier

Commissievergadering

donderdag 3 mei 2018, 14.00u

Voorzitter
Vraag om uitleg van Imade Annouri aan Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, over discriminatie in zowel het topvoetbal als het recreatief voetbal Vraag om uitleg van Bert Moyaers aan Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, over het actieplan racismebestrijding binnen Vlaamse sportfederaties
De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Mijn vraag gaat over racisme in het voetbal. Ik stel deze vraag breed, en dus zowel over professioneel voetbal als over recreatief voetbal, aangezien ik het een heel belangrijke thematiek vind. Het is een thematiek die jammer genoeg nog altijd springlevend is, zowel in het binnen- als in het buitenland, van de laagste regionen tot op het hoogste niveau.

De afgelopen maanden alleen al, onder meer in februari, waren er incidenten in topwedstrijden in België tussen Club Brugge en Standard en tussen Club Brugge en Charleroi, waarbij tweemaal een speler van zowel Brugge als Charleroi door supporterskernen van eerstgenoemde ploeg op een racistische wijze werd uitgejoeld. In het buitenland was er het voorbeeld van de Europa Leaguewedstrijd tussen Dortmund en Atalanta Bergamo. Tijdens die wedstrijd werd Michy Batshuayi, ons allen niet onbekend, slachtoffer van apengeluiden die de fans van Atalanta Bergamo maakten. Heel opvallend was dat in beide gevallen de verantwoordelijke instanties te kennen gaven dat er weinig fout was gegaan. Ze hadden het incident onderzocht en daar kon weinig aan gedaan worden. De supporters konden niet per se beschuldigd worden van onaanvaardbaar gedrag.

Er is nog een recenter voorbeeld dichter bij huis, namelijk de derby van afgelopen week tussen Beerschot en Antwerp waarbij een spandoek veel beroering veroorzaakte. Het was een antisemitisch spandoek, waarop de Pro League wel goed en duidelijk heeft gereageerd. Zij vonden dit absoluut onaanvaardbaar en verklaarden dat daartegen opgetreden moet worden. Zij hebben dan ook een heel duidelijk signaal gestuurd naar Beerschot Wilrijk.

Minister, deze voorbeelden geven aan dat het probleem nog springlevend is. Het doet me denken aan een opiniestuk dat sportjournalist Frank Van Laeken heeft geschreven op 16 april. Daarin schreef hij dat dit probleem al heel lang bestaat, dat veel experten hebben aangegeven dat er iets moet worden ondernomen om dit tegen te gaan, maar dat dit maar niet gebeurt.

Een van de zaken die Frank Van Laeken naar voren schuift om het hardnekkig probleem van racisme tijdens voetbalwedstrijden tegen te gaan, is bijvoorbeeld om bij het minste signaal als speler van het veld te stappen. Dat is een signaal dat men dat niet aanvaardt. Het probleem is natuurlijk dat daar een boete op staat. Maar als we dit absoluut onaanvaardbaar gedrag vinden, aldus Frank Van Laeken – en ik volg hem daarin –, dan moet dat signaal worden gegeven. Als men dat blijft doen, zowel de ploeggenoten als de slachtoffers zelf, dan zullen de bonden niets anders kunnen dan daar daadwerkelijk gevolg aan te geven.

Hij doet nog een aantal andere voorstellen, want met enkel sensibiliseringsacties zoals in het verleden is gebeurd – de heel goede internationale reclamecampagne ‘Say No To Racism’ waar allerlei topspelers aan meededen – zullen we het volgens hem niet halen, hoe mooi ze ook zijn en hoe goed ze ook zijn gemaakt. Hoe leuk het ook is om Arjen Robben in gebrekkig Nederlands ‘Say No To Racism’ te horen zeggen, hoe fier ik ook ben om Vincent Kompany dat te horen zeggen, dit zal het verschil niet maken, ook niet met alle goede intenties en kleine speeches die voetballers geven voor de wedstrijd om aan te geven hoe erg ze het allemaal vinden.

Terwijl er een duidelijke regelgeving is, bijvoorbeeld vanuit de Pro League over ‘match delegate’ die de wedstrijd moet stilleggen, lezen we in het boek van Frank Van Laeken dat veel verantwoordelijke mensen, vaak om administratieve rompslomp te vermijden, zich enkel beperken tot de zaken die zich hebben afgespeeld op het voetbalveld en zich dus niet bezighouden met de zaken die zich afspelen buiten het voetbalveld, onder andere bij de supporters. Dat is door anonieme bronnen gemeld aan de schrijver zelf.

Een ander element is dat de stewards vaak met alle goede intenties die ze hebben – zij zijn vrijwilligers die zich inzetten om een voetbalwedstrijd goed te laten verlopen en die contact hebben met de supporters – niet durven in te gaan tegen hun eigen supporters omdat ze hun eigen bruggen niet willen opblazen, zelf niet beschouwd willen worden als een soort van buitenstaander. Dat zijn allemaal begrijpelijke, psychologische effecten die meespelen in het niet te hard willen aanpakken van of het niet altijd even correct optreden tegen racistische gedragingen van supporters tijdens voetbalwedstrijden.

Het is heel frappant dat Vlaanderen en België beschikken over een heel sterke antidiscriminatiewetgeving, die heel duidelijk is over wat wel en niet mag, terwijl in de praktijk het aantal vervolgingen en sancties zeer laag ligt. Er is een kloof tussen enerzijds de systematiek die voetbalbonden zelf hebben opgericht en anderzijds de gevolgen die daaraan worden gegeven wanneer er buiten de lijntjes wordt gekleurd.

We zitten in een sport, of het dan gaat de hoogste regionen of over de lagere regionen, waarbij voetballers het plein opkomen om te voetballen, met elkaar in competitie te gaan, te winnen, te wedijveren in de geest van de sportiviteit, en we mogen dan ook nooit tolereren dat er plaats is voor zulke gedragingen in, rond en naast het veld. Dat is onaanvaardbaar en ik weet dat u het daarover met mij eens bent, minister.

De inspanningen die vandaag gebeuren, zijn te vrijblijvend en hangen af van de goodwill van de Voetbalbond en de Pro League. Zij opereren nationaal maar sport is een gemeenschapsbevoegdheid waardoor er dus geen politieke verantwoordelijkheid is om hen aan te sporen. De overheid legt allerlei preventieve maatregelen op, maar voor het repressieve luik, wanneer het gaat over racisme, is er weinig aandacht. Er moet verder worden gedacht want er is nood aan brede actieplannen die iedereen, ook de lagere en de jeugdreeksen, bij het probleem betrekken. Zelfregulering en sensibilisering zijn belangrijk, maar wat mij betreft niet genoeg.

Ik herhaal dat ik de inspanningen van de Pro League en van elke club op eigen niveau apprecieer om te proberen het racisme te tackelen en het probleem aan te pakken. We zien dat er heel wat goede zaken gebeuren en dat heel wat ploegen zich bewust zijn van het probleem en het willen aanpakken, maar globaal volg ik Frank Van Laeken wanneer hij zegt dat het probleem er de afgelopen jaren niet minder om is geworden en nog altijd zeer sterk aanwezig is. De mensen die buiten de lijntjes kleuren, worden niet gestraft. Het is dan ook tijd voor meer actie.

Minister, hoe zult u als minister van Sport clubs responsabiliseren zodat er meer consequent wordt opgetreden tegen racisme? Welke rol kan de overheid hier verder in spelen? Hebt u contact gehad met collega’s over de taalgrens of op andere beleidsniveaus om na te denken over hoe de politiek hier een rol in kan spelen? Welke initiatieven zult u nemen met betrekking tot repressie en bestraffing van racisme, niet enkel op professioneel niveau maar ook bij de lagere en de jeugdreeksen?

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Enkele maanden geleden, als ik me niet vergis was het op 20 februari, stelde de Pro League een actieplan voor om racisme en discriminerende en kwetsende spreekkoren definitief uit onze voetbalstadions te bannen. Zo zullen clubs die met dergelijke acties in hun stadions worden geconfronteerd, die systematisch en ondubbelzinnig veroordelen en met behulp van de veiligheidsdiensten actief op zoek gaan naar de schuldigen. Na afgelopen weekend kwam de Pro League voor het eerst in actie tijdens de match tussen Beerschot en Antwerp.

Overtreders krijgen onmiddellijk een stadionverbod opgelegd van minstens één voetbalseizoen – in principe zijn het er twee maar mits aansporing om een cursus te volgen kan die straf worden ingekort – en worden enkel nog in de stadions toegelaten na het volgen van specifieke vormingen.

Dit is een krachtig signaal van de Pro League, dat ontegensprekelijk navolging verdient. Uit studies blijkt immers dat het probleem rond discriminatie in de sport werkelijk enorm is in ons land, zeker in het voetbal. Op dat vlak hebben we helaas de dubieuze eer aan de top van Europa mee te spelen, ik had dat liever op sportief niveau gezien. Dit is een weinig benijdenswaardige positie, en dat in een van de meest populaire sporttakken ter wereld, die qua beïnvloeding en sfeerschepping bij de publieke opinie een zeer grote impact heeft.

Met het huidige Federatiedecreet worden sportfederaties financieel gestimuleerd om in te zetten op een kwalitatief sportaanbod van a tot z voor elke Vlaming, ongeacht zijn of haar leeftijd, geslacht of afkomst. Daarnaast krijgen sportfederaties ook toegang tot bijkomende subsidies om projecten binnen een bepaalde beleidsfocus te realiseren, zoals het wegwerken van bepaalde drempels om te sporten voor kansengroepen en het op poten zetten van een inclusief diversiteitsbeleid.

Minister, hoe staat u tegenover het initiatief van de Pro League om een actieplan tegen racisme in onze voetbalstadions uit te rollen? Op welke manier kan de Vlaamse Regering daarbij een ondersteunende rol vervullen?

Heeft de Vlaamse voetbalfederatie ook een dergelijk actieplan uitgewerkt? Hoever staat Voetbal Vlaanderen met de aanpak van racisme en discriminatie in het voetbal?

Zijn er binnen de Vlaamse sportfederaties good practices terug te vinden op het vlak van aanpak tegen racisme en discriminatie? Op welke manier zetten deze sportfederaties een inclusief diversiteitsbeleid op poten? Welke lessen kunnen andere sportfederaties daaruit trekken?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Moyaers, u zegt in uw inleiding – en daar ben ik het helemaal mee eens – dat de Pro League en de profclubs met het actieplan dat zij op 20 februari 2018 hebben aangekondigd, de problematiek van racisme wel degelijk ernstig nemen. De profclubs scherpen hiermee hun interne procedures en tuchtstructuren aan. Het specifieke kader van de federale Voetbalwet, die belangrijke verplichtingen oplegt inzake veiligheid in de stadions, schept mogelijkheden inzake samenwerking met de politie, ook op het vlak van racismebestrijding. Zij doen dit via het opsporen van inbreuken, met spotters en stewards in het stadion.

Mijnheer Annouri, over deze problematiek is er geen overleg geweest met de collega’s over de taalgrens of met andere beleidsniveaus. Dat is ook niet nodig, aangezien de bevoegdheid heel duidelijk is. Er is wel contact tussen mijn kabinet en dat van federaal minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon, in functie van de opvolging van de Voetbalwet. Vandaag vormen racistische uitspraken al een duidelijke inbreuk op deze wet.

De rolverdeling in een integrale aanpak is voor mij duidelijk. Ten eerste is er sensibilisering en stimulering, ten tweede is er zelfregulering en ten derde is er bestraffing.

De Vlaamse Regering en ikzelf als minister van Sport zetten in op sensibiliseren en stimuleren. De sector zelf moet zelfregulerende acties ondernemen zoals de Pro League nu heeft gedaan. Voor de bestraffing is er de federale strafwetgeving.

Als minister van Sport neem ik mijn rol alvast zeer ernstig. Binnen ethisch sporten zijn er drie pijlers: de individuele integriteit, de fair play en de sociale integriteit. Voor racisme en discriminatie is er overduidelijk geen plaats op en rond het sportveld.

U kent allemaal het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES). Deze organisatie wil meer en meer werken vanuit een algemene en structurele benadering, met een kader voor sportorganisaties om een ethisch sportklimaat te creëren en te behouden, en om daar structureel rond aan de slag te gaan. Dat is echt nieuw, dat is deze legislatuur gerealiseerd.

Het doelstellingenkader rond seksueel grensoverschrijdend gedrag, u welbekend, dat ik oplegde aan de sportfederaties, vloeide bijvoorbeeld voort uit zo'n algemene benadering. De punten die we bij dat seksueel grensoverschrijdend gedrag opleggen aan de federaties zijn: één, het hebben van een aanspreekpersoon; twee, het hebben van gedragscodes; drie, het aanpakken van de preventie en de vorming; vier, het hebben van een ethisch comité; vijf, een handelingsprotocol bij vragen en incidenten, en ten slotte, disciplinaire procedures op dat vlak. Deze aanpak op zes vlakken zijn eigenlijk dezelfde handvatten die ook rond het thema racisme en discriminatie kunnen worden ingezet. Volgende week zullen we over een ander thema samenzitten om ook daar een specifiek actieplan te vragen.

De langdurige beheersstructuren die we hebben aangereikt, kunnen telkens een deel van de oplossing vormen. Ik denk dat we die aspecten gemakkelijk aan onze huidige manier van werken kunnen hangen. Ook het Federatiedecreet en de code goed bestuur zijn aanjagers naar kwaliteitsverbetering en professionalisering. Zoals u weet, is dat een groeipad waarin we de sportfederaties zullen blijven ondersteunen en begeleiden. Een sterke sportfederatie kan veel beter optreden tegen discriminatie. Uw voorbeeld lijkt mij heel juist. Als je een goed bestuur hebt, dan zal je vrijwilliger ook worden aangezet om in naam van het bestuur op te treden tegen supporters die discriminerende factoren doen. Het sterk maken van uw bestuur is de stap naar het sterk maken van de anderen. Ik vergelijk het even met de werkvloer. Als de bazen niet zeggen dat discriminatie niet kan, dan moet je het ook niet aan de middengroep vragen.

Om sportclubs sterker te maken, hebben wij het hele project Clubgrade om de bestuurskracht van de sportclubs te verhogen. We hebben het hier daarover al gehad. Sterkere clubs zijn zeker beter gewapend.

Voetbal Vlaanderen is tevreden met de acties van de Pro League. Profwedstrijden krijgen veel aandacht, maar komen helaas soms als slecht voorbeeld in het nieuws. U sprak daarnet over Antwerp-Beerschot. Daar zijn dingen fout gelopen, zeker en vast. Maar laat ons wel eerlijk zijn: ik heb de heenmatch en de terugmatch gezien. Bij de heenmatch waren er van de 15.000 supporters 50 die zich misdroegen. Dat wordt dan heel zwaar in de kijker gezet – en ik begrijp dat, want dat kan natuurlijk niet. Dat slechte voorbeeld is uiteraard nieuws. Maar laat ons eerlijk zijn: 14.950 supporters hebben zich normaal en goed gedragen. Ik hoop dat dat ook gezien wordt en dat men die 50 dan intern sterk aanpakt. Het is goed en noodzakelijk dat dit intern wordt aangepakt.

Zelf werkt Voetbal Vlaanderen aan de versterking van zijn beleid rond racisme en diversiteit, in samenwerking met de collega's van de Pro League, de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) en de Waalse vleugel. Voetbal Vlaanderen heeft ondertussen meerdere diversiteitsmedewerkers. Die mensen worden voltijds ingezet op doelgroepen. Ze hebben regelmatig overleg met Unia om meldingen rond racisme te bespreken en expertise uit te wisselen.

De federatie ontwikkelt specifieke charters en codes voor verschillende functies in het voetbal. Want het is juist: een bestuurder is geen trainer of coach en een speler is weer iets anders. Je moet weten wat daar wordt verwacht van wie. De strijd tegen racisme krijgt daarin zeker een plaats. In de toekomst zal men nog meer inzetten op de training van scheidsrechters om racisme te herkennen en ook om dat goed te kunnen rapporteren in het wedstrijdverslag. Dat is belangrijk, want het zijn heel vaak de scheidsrechters die die zaken zien. Zet dat dan in een wedstrijdverslag, dan kan men daar verder mee aan de slag.

Voetbal Vlaanderen voorziet zelf ook in een ethisch meldpunt, waar men ook voorvallen van racisme kan aankaarten. Iedereen kan daar in alle discretie terecht, via telefoon, sms of e-mail. Indien nodig verwijst Voetbal Vlaanderen dan door naar Unia of kan er zelfs met de politie worden voortgewerkt.

Voetbal Vlaanderen kan ook steeds gebruikmaken van de bestaande juridische en procedurele mogelijkheden. Wanneer er zaken op het veld gebeuren en de scheidsrechter heeft discriminerend of racistisch gedrag waargenomen, moet hij dat in zijn verslag noteren. Voetbal Vlaanderen kan op basis daarvan sanctionerend optreden of juridische stappen zetten, die dan daaraan kunnen worden gehecht.

 

Voetbal Vlaanderen gelooft dus net als ik – en jullie uiteraard ook – heel hard in de verbindende kracht van sport en voetbal in het bijzonder. Dat blijkt ook uit zijn beleidsplan, met diverse doelstellingen rond diversiteit, inclusie en doelgroepenbeleid. Gelet op die inspanningen vanuit Voetbal Vlaanderen zou het volgens mij zeer onrechtvaardig zijn om sanctionerend op te treden naar de Vlaamse federatie toe, wegens bijvoorbeeld racistische spreekkoren in de Pro League. Ik ben van mening dat we het dáár moeten aanpakken, met de wetgeving die er dáár is. Het zou verkeerd zijn om Voetbal Vlaanderen te gebruiken om druk uit te oefenen. Die druk ís er. De Pro League ís aan het werk. Ik denk dat je dat zo moet houden.

Mijnheer Moyaers, u polst ook naar goede praktijken bij andere federaties. Het is moeilijk om daar exhaustief op te antwoorden binnen dit tijdsbestek. Maar als ik het algemeen bekijk, kan ik u toch zeggen dat andere sportfederaties net als Voetbal Vlaanderen werken vanuit zo'n benadering van de kracht van de sport en vanuit een beleid voor inclusie en voor verdraagzaamheid.

– Miranda Van Eetvelde treedt als voorzitter op.

Ook daar zitten we natuurlijk positief met ons decreet, dat via de basiswerking en de a- tot z-benadering – u hebt het zelf aangegeven –, maar ook via de beleidsfocussen zorgt voor een stimulus. Ze kunnen financieel wat steun krijgen om bijvoorbeeld een laagdrempelig sportaanbod te doen. Ik ben ervan overtuigd en zie ook dat men daar zeer actief op inzet. Dat komt ook allemaal ten goede aan de kracht van de sport.

In ieder geval zal ik het onderwerp op de agenda plaatsen. Jullie weten dat ik tussendoor met de Pro League, de KBVB en met Voetbal Vlaanderen overleg heb, onder meer in verband met de doorstroming van de jongeren. We hebben daarover al een aantal keer overleg gevoerd. Tijdens de volgende vergadering – die nog niet gepland is, om dat zij nu een aantal zaken zouden doen en mij dan op de hoogte zouden brengen – zal ik ook dit onderwerp nog eens op de agenda plaatsen, zodat we én met Voetbal Vlaanderen, én met de Pro League én met de KBVB samen kunnen bekijken wat de effecten zijn van de acties die ze al hebben genomen en of we daar nog extra acties moeten aan toevoegen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord. 

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben echter niet voldaan of gerustgesteld. Ik wil u uitleggen waarom.

Eerst en vooral: u en ik – en iedereen hier, denk ik – weten wat de verbindende kracht van voetbal en de verbindende kracht van sport tout court is. Kijk maar naar onze Rode Duivels, het uithangbord van onze nationale ploeg. Je ziet daar België en Vlaanderen anno 2018. Vraag aan elk van die Rode Duivels of ze ooit geconfronteerd zijn met een vorm van racisme, en ze zullen waarschijnlijk allemaal ja zeggen. Ik ben niet naïef en besef dat dat vandaag een stuk de realiteit is. Maar ik ga ervan uit dat het toch ons doel is dat dat niet normaal blijft en dat de Rode Duivels in de toekomst, in 2050 of 2060, zullen kunnen zeggen: 'We hebben dat nooit of toch veel minder meegemaakt.' We willen de situatie verbeteren en veranderen.

Ik vrees dat de kloof tussen alles wat u hebt gezegd, wat er op papier staat, de mogelijkheden die er zijn, de verschillende procedures die er zijn, alles wat er kan worden ondernomen enerzijds en wat er in de praktijk gebeurt anderzijds, heel groot is. Ik herhaal wat ik in het begin heb gezegd: er is heel veel goodwill. Dit is geen kwestie van het niet willen doen. Zowel bij de Pro League, als bij de clubs, bij heel wat mensen is er heel wat goodwill. Maar de daadkracht om het echt tegen te gaan, ontbreekt vandaag. Bij voetbalclubs – gemakkelijkheidshalve beperk ik mij tot de eersteklassevoetbalclubs – is er uiteraard geen enkele ploeg die zegt: 'We zullen dit tolereren.' Uiteraard is elke ploeg bereid om mee haar schouders te zetten onder een of ander plan of sensibiliseringsactie om te proberen dit tegen te gaan. Maar als je dan kijkt naar wat er gebeurt tijdens voetbalwedstrijden – de spreekkoren die er zijn, de gevolgen die eraan worden gegeven door bijvoorbeeld stewards of clubs zelf –, dan zie je daar een compleet andere realiteit. 

Hetzelfde geldt ook op lokaal niveau, bij jeugdploegen. We hebben het allemaal meegemaakt. Je ziet dat elke ploeg op papier een heel mooie filosofie heeft, dat coaches en ook spelers het heel goed bedoelen. Maar als er iets gebeurt in de marge van, dan negeren we het voor een stuk, dan geven we er geen gevolg aan – dat is de weg van de minste weerstand – of we weten niet goed hoe we ermee moeten omgaan. Dat is vandaag voor een heel groot stuk de realiteit. 

En ik vrees, minister, dat we daar, met wat nu voorligt, geen verandering in zullen kunnen krijgen, dat we niet voldoende verandering zullen zien. The ‘sense of urgency’ die er eigenlijk zou moeten komen, ontbreekt voor een heel groot stuk.

Minister, ik heb een tweeledige vraag. Het is misschien een stomme vraag, maar ik meen het echt en ik zal ze u later opnieuw stellen. Denkt u echt dat, met hoe het er vandaag voorligt en de dingen die u net hebt opgesomd, er een verbetering in de situatie zal komen? U geeft aan dat u zult samenzitten met de betrokken organisaties binnen uw bevoegdheden. Op welke manier zult u dat monitoren, om te zien of er daadwerkelijk, ja of neen, een stap vooruit wordt gezet?

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord. 

Bert Moyaers (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Mijnheer Annouri, ik dank u voor de aanvullende vragen.

Mijnheer Annouri, ik kan u volgen wanneer u zegt dat er al heel wat op papier staat, maar dat de vraag is hoe we het daadwerkelijk zullen aanpakken. De laatste tien jaar is er slechts één veroordeling geweest naar aanleiding van die kwetsende en discriminerende racistische spreekkoren. Dat is dan een heel duidelijk beeld. Vaak worden heel veel van die racistische spreekkoren afgedaan als een vorm van folklore. Dat is iets wat we niet kunnen en niet zouden mogen begrijpen.

Elk actieplan is maar zo sterk als de uitvoering ervan. Op dat vlak heeft de Pro League afgelopen weekend een zeer goede communicatie gedaan. Zij zeggen nu namelijk echt dat een club niet langer de kop in het zand kan steken, maar dat zelf actief met de supporters mee moet zoeken naar een oplossing. Dat lijkt mij de juiste insteek.

Ik wil graag een suggestie doen. Voetbal wordt heel vaak als de dominante sport beschouwd. En andere sporttakken kijken soms wat negatiever naar het voetbal, omdat het zoveel aandacht krijgt. Maar in dit geval, zeker met wat de Pro League doet, genereert dat heel wat kansen om op te bouwen. Het voetbal heeft nu eenmaal ook veel meer middelen. En doordat er veel meer middelen zijn, hebben ze heel veel expertise kunnen opbouwen. De Pro League is dus als het ware een soort van expertisecentrum.

Als we het zo moeten bekijken, moeten we zowel de stok als de wortel gebruiken die we vanuit de overheid hebben. De stok is dan – u hebt het zelf al aangehaald, minister – dat je de algemene werkingssubsidies die je federaties geeft, onder andere in het kader van goed bestuur, bijvoorbeeld ook zou kunnen koppelen aan die kwaliteiten die de federaties zouden moeten bieden. Je zou daarin ook kunnen aansporen om nog meer te doen rond racismebestrijding. U hebt daar ook een actieplan, waarbij sportfederaties hun beleidsfocus zouden kunnen leggen op een laagdrempelig sportaanbod.

En wat de wortel betreft, denk ik dat het wel interessant zou zijn dat die federaties, die eventueel hun beleidsfocus op discriminatie willen inzetten, in een partnerschip met de Pro League zelf misschien kunnen zoeken naar een manier om racisme aan te pakken binnen hun sportfederaties. Zou dat eventueel in aanmerking kunnen komen, namelijk dat je de federaties kunt aanbieden om de subsidies die u ter beschikking kunt stellen wanneer je een beleidsfocus op een laagdrempelig sportaanbod doet, bijvoorbeeld ook in een partnerschip met Pro League, die de expertise blijkbaar heeft, nog verder uit te werken?

De voorzitter

De heer Wynants heeft het woord. 

Herman Wynants (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Bepaalde zaken die u hebt gezegd, wilde ik ook aanhalen. (Gelach)

Mijnheer Annouri, wat de representatieve uitrusting betreft, zegt u in eerste instantie zelf dat er niets wordt gedaan. Ik zal u voorbeelden geven. En het is niet alleen de Profliga, maar ook Voetbal Vlaanderen die er iets aan doet. Kortrijk is dit jaar ook gestraft geweest, met een financiële boete. Vandaag is er een bezoeker, een trainer van Beveren, een man van de Pro League. Zij zullen een nieuw recept uitdokteren, dat zal worden gesponsord door de Pro League.

Maar je moet verder kijken. Want met de representatieve voorbereiding die we doen.... Ik geef een voorbeeld. Als een scheidsrechter een rapport opstelt wat betreft racisme, voor zowel de Pro League als Voetbal Vlaanderen, dan hebben zowel de Voetbalbond als de clubs zelf het recht om te straffen. Alle clubs, ook de Vlaamse, kunnen dan refereren aan het verslag van de scheidsrechter. En dat gebeurt regelmatig. 

Ik geef nog een voorbeeld, van wat er in Westerlo gebeurd is, maar niet openbaar werd gemaakt. Op een gegeven moment begonnen een aantal hooligans – ik mag het niet hardop zeggen, maar ze waren van dat type (de heer Wynants doet alsof hij drinkt) – racistische uitspraken te doen. We zijn dan nagegaan wie dat nu juist waren. Het bleken Hollandse supporters te zijn. Normaal geraken zij niet binnen, omdat je geregistreerd wordt. We zijn dus nagegaan hoe zij toch zijn binnengeraakt. Als je geregistreerd bent, kun je ook voor je ouders of vrienden een aantal kaarten extra kopen. Een aantal geregistreerde bezoekers hadden die kaarten dus blijkbaar uitgedeeld.

Wat doen wij dan? We hebben die man een stadionverbod gegeven, want hij heeft die hooligans en vooral die racistische mensen binnengebracht. Maar je hebt daar niet altijd de macht voor om dat te doen.

We zeggen altijd dat in sport de kinderen ook met elkaar leren omgaan. Als er bij de beloften een Aziaat of een Afrikaan meespeelt, speelt dat voor ons geen rol. Die elf jongvolwassenen, 16- of 17-jarigen, vormen één geheel. En dat is ook een taak van de sport op termijn. Dan moet je daar geen probleem mee hebben. En natuurlijk, ik heb het nog eens als voorbeeld gegeven: ouders en grootouders zijn meer racisten, zoals wij al kunnen registreren.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het een beetje moeilijk vind. De indruk die ik krijg, collega Annouri, is dat u zegt: en nu gaat u toch wel eens optreden? Ik kan niet optreden. Wilt u dat ik daarvoor geld ga afpakken? Ik ga dat niet doen. Dat heb ik ook duidelijk gezegd. Ik kan niet strafrechtelijk optreden. U zegt: op papier. Neen, niet op papier. Op het veld zorgen we voor een versterking van het bestuur. Op de trainingsschool, in de cursussen voor de trainers, zorgen we voor begeleiding. We gaan de scheidsrechters verder begeleiden: hoe moet je daartegen optreden? Hoe moet je dat in je verslag zetten?

Het zijn dingen die gebeuren. Wat collega Wynants naar voren brengt, zeker bij de jeugd, dat zijn dingen die gebeuren. Ja, we zitten in een maatschappij waar discriminatie, ook in de maatschappij, nog altijd gebeurt. En neen, dat kan niet.

Als u het aan mij vraagt, kan ik ook ‘ja’ zeggen. Ik heb ook racistische reacties gekregen. Ik heb ook dingen te horen gekregen op het veld, van collega’s op het veld, waarvan je zegt: wat is dat hier, wat een niveau is dat? Ik was daar echt door gechoqueerd toen dat bij mij is gebeurd. Denkt u dat de collega’s van die spelers daarop hebben gereageerd? Maar neen! Dat zit een stuk mee in de maatschappij. We moeten dat bestrijden. Wij doen dat compleet, sensibiliserend, in de sport. Ik denk dat het op weinig plaatsen zo georganiseerd gebeurt.

Collega Moyaers, u spreekt over de middelen. We doen dat al, op de beleidsfocus ‘laagdrempelig’. Het is een aanbod van de Pro League om eens samen te zitten. We gaan daar zeker op ingaan, om te zien of we daar nog dingen uit kunnen leren, om ook aan andere federaties mee te geven. Maar er is opnieuw een verschil tussen federaties en clubs. Dat wil ik toch meegeven in zijn geheel. Laat me eerlijk zijn, en laat me heel duidelijk zijn: ik vind dat er zeer goed werk gebeurt vanuit Voetbal Vlaanderen. Ik ben het eens met collega Moyaers dat ook in de Pro League nu heel duidelijk een grens is gesteld.

Voor mij is het heel gemakkelijk: neen, het kan niet. En ja, ik zet alles op alles om te sensibiliseren, om een mentaliteitsverandering te krijgen. Ga je dat zien? Ja, je gaat dat zien op een aantal vlakken. Ga je dat wegwerken? Als het in de maatschappij weggewerkt is, zal het ook in het voetbal weggewerkt zijn, en ik hoop zelfs wat vroeger, omdat we sensibiliserend acteren, en ik denk veel duidelijker dan op andere niveaus.

Er zijn dingen waar ik geen macht heb, geen kracht heb en geen mogelijkheid heb om iets te doen, maar ik ben wel blij dat de Pro League daar zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. We hebben nog niet zo lang geleden de tifo gehad waarbij een speler zijn hoofd was afgehakt. Dat was dan zelfs in het Waalse landsgedeelte. Er zijn dingen waarvan u mij niet mag vragen om ertegen op te treden of om het te regelen. Strafrechtelijk, Voetbalwet: dat is allemaal federale materie. Maar als we niet geloven dat alles wat we nu doen, effect zal hebben, dan kunnen we er beter mee stoppen. Ofwel moet u mij zeggen wat ik dan nog moet doen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw bijkomende antwoorden. Ik wil een paar opmerkingen maken. Mijn vraagstelling was in het begin duidelijk, dacht ik, maar ik wil die ook wel herhalen – om mee te nemen, want u mag natuurlijk niet meer tussenkomen. Ik weet wat de bevoegdheden zijn. Ik weet hoe die verdeeld zijn. Mijn vraag was wat u nog allemaal extra ging ondernemen vanuit uw eigen bevoegdheden en op welke manier u zelf contact ging opnemen, over de bevoegdheidsdomeinen heen, met uw collega’s die daar wel verantwoordelijk voor zijn. Want het zou niet de eerste keer zijn dat we dat hier vragen, minister. U hebt in het verleden ook af en toe al overleg gepleegd om te zien wat daar mogelijk was. Dus zeggen van ‘wat ik kan doen’ en ‘contact opnemen, dat zal ik niet doen’, dat is voor mij irrelevant in dezen. Op een bepaald moment in uw tweede antwoord hebt u gezegd: ik ga geen contact opnemen daarmee, want dat is mijn taak niet.

Ik denk dat de vraag heel duidelijk is. Wat gaat u doen binnen uw eigen beleidsdomeinen en op welke manier gaat u wel een rol, een stem in het debat spelen, om te zeggen: jongens, we moeten hier straffer tegen optreden, want dit is niet genoeg?

U hebt daar een antwoord op gegeven. U zegt: wat we nu aan het doen zijn, is voldoende. Vergeef mij, collega’s, dat ik – cynisch wil ik het niet noemen, maar ik plaats er wel vraagtekens bij. Ik heb nooit anders geweten dan dat er op papier altijd heel goede reglementeringen waren en dat er allerlei projecten waren om dingen op te lossen. En voor alle duidelijkheid, dat wil ik hier heel duidelijk onderstrepen: ik heb niet gezegd dat er niets gebeurt. Ik heb net gezegd dat er heel veel mensen zijn die heel veel goed werk doen, vanuit een heel goede intentie, maar dat we desondanks nog altijd met een enorm probleem zitten. Ik ben het niet die dat zegt, voor alle duidelijkheid. Het zijn experten die dat aanhalen. Het is Frank Van Laeken die het ook aangeeft. Er is een boek over geschreven. Vraag het aan voetballers zelf. Iedereen die bezig is met de sport – u hebt het zelf ook aangegeven, minister – kan het erkennen. Het probleem is nog altijd hardnekkig aanwezig.

U zegt dat het een maatschappelijk probleem is. Uiteraard. Het is geen probleem dat beperkt is tot sport alleen. Uiteraard is het een probleem dat zich breder in de maatschappij nestelt. Maar als we kijken naar voorbeelden in het buitenland, hoe andere sportcompetities omgaan met dat gedrag, met dit soort gedragingen die ook een maatschappelijk probleem zijn, dan zie ik daar toch wel een doortastender beleid. Ik geef twee voorbeelden: de Engelse voetbalcompetitie en de Amerikaanse basketbalcompetitie. Uiteraard is racisme daar ook een maatschappelijk probleem. Uiteraard heeft die sport niet de ambitie om dat maatschappelijke probleem op te lossen. Maar de zerotolerantie, de sancties en de manier van omgaan met zulke gedragingen, daar kunnen wij nog wel iets van leren. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Minister, ik geef gewoon heel duidelijk het voorbeeld aan. Als u zegt dat het een maatschappelijk probleem is en dat we het ook voor een stuk op die manier moeten plaatsen, dan zeg ik u dat ik daar geen genoegen mee neem. Als u zegt dat uw beleidsdomeinen daardoor beperkt zijn, dan zeg ik dat ik niet overtuigd ben dat wat u kunt doen, genoeg is. Wees een stem in het debat en betrek ook de andere collega’s die daar iets meer over te zeggen hebben. Zorg ervoor dat u daar een veel duidelijker signaal geeft. Want als we het enkel en alleen op papier gaan halen, dan zal er weinig vooruitgang geboekt worden.

U maakt zich hier sterk, en ik hoor dat ook. Het is mijn mening die ik u hier geef. U maakt zich sterk dat er wel vooruitgang geboekt zal worden. U zult dat ook meten, hebt u gezegd. Wel, dan zullen we over x-aantal maanden of x-aantal jaren zien hoe het eraan toegaat in de voetbalcompetitie en of er effectief stappen vooruit gezet zijn. Ik heb daar mijn twijfels bij.

De voorzitter

Dat was een zeer uitgebreide eindrepliek.

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Ik zal veel korter zijn, aangezien mijn collega zo uitgebreid geweest is. Ik heb er eigenlijk ook een beetje een ander gevoel aan overgehouden, omdat ik denk dat wat de Pro League hier doet, wel een goed voorbeeld is, dat dat wel een signaal kan zijn. En als de Pro League dat al kan, is dat iets dat navolging kan hebben. We moeten daarin geloven.

Zal racisme volledig van de baan zijn? Dat zal een beetje hetzelfde zijn als met grensoverschrijdend gedrag. We gaan dat aanpakken. We zullen het nooit 100 procent kunnen vermijden, maar we moeten er wel alles aan doen om het te vermijden. Daarom is het op zich wel goed dat we hier vandaag dit debat hebben. Ik twijfel er ook niet aan dat het in de toekomst nog komt.

Ik herhaal de suggestie om de expertise die we al hebben, te benutten om die eventueel ook door te geven in andere federaties.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vraag om uitleg van Marius Meremans aan Sven Gatz, Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, over een nieuwe promotiecampagne voor het boek
Vraag om uitleg van Imade Annouri aan Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, over het sportevenement 'Antwerp 10 Miles & Marathon'

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.