U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, collega’s, ik heb mijn vraag opgemaakt op basis van een antwoord op een schriftelijke vraag over het aantal sociale energieprojecten. Het is geen geheim dat het woonpatrimonium in Vlaanderen verouderd is. Via allerlei manieren wordt getracht om mensen aan te zetten tot renovatie.

De huurmarkt in Vlaanderen is kwetsbaar. Huurwoningen die verhuurd worden aan kwetsbare huurders behoren vaak tot de ‘slechtere’, meer energieverslindende categorie. Voor deze huurders is het niet evident om te investeringen in energiebesparende maatregelen. De eigenaar van zijn kant ziet soms het nut van investeringen niet in omdat hij er geen direct voordeel van ondervindt. Daarom werden sociale energie-efficiëntieprojecten opgestart waarbij begeleiding op maat door een projectpromotor gecombineerd wordt met financiële ondersteuning voor dak- of zoldervloerisolatie, hoogrendementsbeglazing of spouwmuurisolatie.

Uit het antwoord op een schriftelijke vraag blijkt dat het aantal sociale dakisolatieprojecten in 2017 sterk gedaald is ten opzichte van 2016, namelijk van 935 in 2016 tot 504 in 2017. Het aantal sociale glasprojecten en het aantal sociale muurisolatieprojecten, ingevoerd begin 2017, is zeer beperkt, namelijk 139 rond hoogrendementsglas en 25 muurisolatie. Nochtans zouden dergelijke projecten en ondersteuning een serieuze boost kunnen geven aan dat segment van huurwoningen waar renovatie noodzakelijk is. Minister, hoe verklaart u de grote daling van het aantal sociale dakisolatieprojecten in 2017?

Het aantal sociale glasprojecten en het aantal sociale muurisolatieprojecten is beperkt. Kunt u toelichten wat de vooropgestelde doelstellingen voor 2017 waren? In hoeverre beantwoorden de cijfers hieraan? Wat is hier volgens u een mogelijke verklaring voor?

Op welke manier worden sociale energie-efficiëntieprojecten bekendgemaakt aan de burger? Plant u bijkomende acties om de projecten meer in de verf te zetten?

Wat zijn volgens u de belangrijkste belemmeringen voor eigenaar-verhuurders om over te gaan tot renovatie via sociale energie-efficiëntieprojecten? Ziet u mogelijkheden om verhuurders aan te zetten tot renovatie?

Beschikt u over gegevens over het aantal huurders dat het belang van het isoleren van de woning om het energieverbruik te verminderen inziet, maar waarbij de huurder noch de projectcoördinator de verhuurder kunnen overtuigen om deel te nemen aan een sociaal energie-efficiëntieprogramma?

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Deze Vlaamse Regering heeft als eerste werk gemaakt van een duidelijk actieplan om energiearmoede tegen te gaan. Er bestaan heel wat maatregelen die energiearmoede trachten aan te pakken, zoals een sociaal tarief. De meest goedkope en groene energie is nog altijd de energie die we niet verbruiken. Wij zijn van oordeel dat we beter kunnen inzetten op energiebesparing en -efficiëntie om de energiefactuur structureel te verlagen.

Ik heb ook schriftelijke vragen gesteld over dit onderwerp, het roept blijkbaar veel schriftelijke vragen op. Ik kon uit de antwoorden het volgende afleiden. De energiescans nemen af van 22.639 in 2016 naar 21.717 in 2017.  De sociale dakisolatieprojecten zijn meer dan gehalveerd van 2016 naar 2017. De sociale glas- en spouwmuurprojecten, die vanaf 2017 werden ingevoerd, kennen slechts een matig succes. Ten slotte is de tewerkstelling bij de energiesnoeibedrijven in 2017 met 15 procent gedaald ten opzichte van 2016. De energiescans, een energie-audit van de woning en de sociale isolatiepremies focussen nochtans op energiebesparing bij de kwetsbare doelgroepen. De kwetsbare doelgroep is moeilijk bereikbaar, de investeringskosten zijn een drempel en het pakket aan steunmaatregelen zijn – blijkbaar – onvoldoende gekend.

Daarnaast is het ook belangrijk dat de energiesnoeibedrijven voluntaristisch genoeg zijn om effectief bijkomende maatregelen te ondernemen en over te gaan tot het isoleren, bijvoorbeeld. We zien hierin een belangrijke informerende, sensibiliserende en ontzorgende taak voor de energiehuizen, die de snoeiers moeten kunnen aansturen.

Minister, hoe hebt u die resultaten geëvalueerd? Wat kunnen we doen om die kwetsbare doelgroep nog beter te informeren en te sensibiliseren? Energiescanbedrijven willen blijkbaar wel gewone scans uitvoeren, maar gaan amper over tot het isoleren van woningen. Wat is volgens u de reden waarom men niet overgaat tot het isoleren van de woningen? Krijgen de energiesnoeibedrijven voldoende incentives voor die sociale isolatieprojecten? Hoe is het vergoedingsmechanisme voor de energiesnoeier vandaag onderbouwd? Is de vergoeding die energiesnoeibedrijven krijgen voor het organiseren van de plaatsing van isolatie en dubbel glas voldoende? Soms gebeurt het ook dat de huurder, verhuurder of eigenaar niets betaalt. Hoe kunnen we dan de 0 procentenergielening daarin inschakelen?

Op welke manier kunnen de energiehuizen een meer maatgerichte aanpak uitwerken? Hoe kunnen ze beter samenwerken met de andere betrokken actoren, zoals gemeenten en OCMW’s en de andere partners, bijvoorbeeld Samenlevingsopbouw, enzovoort?

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik heb in dezen geen vragen gesteld, maar heb wel een tekst gelezen van KOMOSIE, de koepel van de milieuondernemers in de sociale economie en daarmee dus ook de koepelorganisatie van de energiesnoeiers. Zij hebben een evaluatie gemaakt van de activiteiten in 2017. Uit hun gegevens blijkt dat met 19.500 huisbezoeken het aantal energiescans op peil blijft in vergelijking met de voorgaande jaren. Toch ging het aantal dakisolatieprojecten in dalende lijn. In totaal werden er 530 daken, ofwel een totale dakoppervlakte van net geen 40.500 vierkante meter, van isolatie voorzien. De sociale isolatieprojecten, die naast dakisolatie ook in spouwmuurisolatie of hoogrendementsglas voorzien, komen niet echt op dreef, want in totaal werden er maar 478 van die sociale projecten gerealiseerd.

Zoals voorheen ook al het geval was, worden heel veel energiescans uitgevoerd in huurwoningen. Dat huurders niet zelf kunnen beslissen om een woning beter te isoleren en zo energie te besparen, blijft dus een belangrijke verklaring voor het grote verschil tussen het aantal uitgevoerde scans en de effectieve isolatieprogramma’s die daaruit gevolgd zijn.

Zowel de sector van de financieringsinstellingen als de bouwsector gaf eerder al aan dat het aantal renovaties in Vlaanderen in dalende lijn gaat. Meer dan waarschijnlijk is dat ook mee een verklaring voor de dalende trend in het aantal dakisolatie- en sociale isolatieprojecten, mee met de algemene beweging van minder renovatie.

Naast een algemene dalende trend in het aantal renovaties, zien we nog twee andere knelpunten die misschien mee kunnen verklaren waarom de sociale dakisolatieprojecten niet echt van de grond komen. Een eerste is de vergoeding per dossier, die op dit moment is vastgelegd op 200 euro. Rekening houdende met de verschillende partners die betrokken zijn en de erg intensieve begeleiding die noodzakelijk is bij een dergelijk sociaal project, is die vergoeding veeleer beperkt, zeker als we gaan vergelijken met de 400 euro voor de wijkrenovatie. Terwijl het in principe toch gelijkaardige activiteiten zouden moeten zijn, is de vergoeding hier twee keer zo hoog, zeker rekening houdend met het feit dat de gezinnen die in die sociale projecten betrokken worden, misschien nog moeilijker te overtuigen zijn dan de andere.

Het tweede knelpunt dat we zien, is de maximale huurprijs die als grens wordt gehanteerd om te bepalen welke woning wel of niet in aanmerking komt voor een sociaal dakisolatieproject. Rekening houdend met de actuele huurprijzen, is die grens te laag ingesteld, waardoor te veel potentiële woningen uit de boot vallen. KOMOSIE merkt nog op dat de BENOvatiecampagnes, hoewel het een belangrijk informatiekanaal zou moeten zijn om gezinnen te overtuigen om over te gaan tot renovatie, geen melding maken van de sociale isolatieprojecten. Mocht het voorzien van muurisolatie als verplichting worden opgenomen in de Vlaamse Wooncode, zou ook dat kunnen helpen om eigenaar-verhuurders aan te zetten tot het isoleren van hun huurwoning.

Een probleempunt van een heel andere orde is dat er, door een wijziging in de regelgeving, vanuit VDAB een beperktere toeleiding is naar de sociale tewerkstellingsprojecten die de energiesnoeiers tenslotte zijn, waardoor er minder mensen zijn om de dakisolatieprojecten effectief uit te voeren op het terrein.

Komosie schrijft in de inleiding van zijn evaluatie over 2017 nog dat de energiesnoeiers niet alleen een sociaal tewerkstellingsproject zijn, maar er ook echt in slagen om laagdrempelige dienstverlening te realiseren die kwetsbare gezinnen bereikt rond energiearmoede. Daardoor vormen de energiesnoeiers een belangrijke inrijpoort en draaischijf voor de strijd tegen energiearmoede, een kernpunt van het actieplan met de 34 maatregelen van 2 jaar terug.

Dat ligt helemaal in lijn met wat wij hier allemaal al gezegd hebben in de commissie met betrekking tot de energiesnoeiers. Het instrument is een belangrijk kanaal om een voet tussen de deur te krijgen bij mensen die sowieso moeilijk te bereiken zijn via de klassieke communicatiekanalen. Daarenboven is de ervaring van de sociale sector dat, wanneer ze terugkeren naar de gezinnen waar reeds een energiescan is uitgevoerd, die gezinnen energiebesparende maatregelen die na afloop van de energiescan werden voorgesteld, in de praktijk hebben gebracht, met een effectieve vermindering van het energieverbruik tot gevolg. Herhaaldelijk terugkeren helpt om bijkomende maatregelen uitgevoerd te krijgen. Energiesnoeiers zijn en blijven dus een belangrijk project in de strijd tegen energiearmoede, ook als de cijfers van de uitvoering van de isolatieprojecten op dit moment te beperkt zouden zijn. We moeten er dus alles aan doen om die weer de hoogte in te krijgen.

Minister, welke verklaringen ziet u voor het beperkte aantal uitgevoerde isolatieprojecten? Bent u bereid om de vergoeding voor sociale isolatieprojecten op te trekken, bijvoorbeeld tot het niveau van de burenpremie, als daar effectief een betere en uitgebreidere dienstverlening tegenover staat?

Hoe staat u ten opzichte van het idee om de maximale huurprijs die als grens wordt gehanteerd, op te trekken, zodat meer woningen en wooneenheden in aanmerking komen voor een sociaal isolatieproject? Is het volgens u een goed idee om de verplichting van muurisolatie op te nemen in de Vlaamse Wooncode? Zo ja, zult u daarvoor pleiten bij de minister van Wonen, u welbekend? Zo neen, waarom niet?

Bent u op de hoogte van de knelpunten met betrekking tot de toeleiding naar het sociale tewerkstellingsproject dat de energiesnoeiers uiteindelijk zijn? Zult u daarvoor een oplossing vragen of uitwerken, samen met de minister van Werk?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, mijn excuses dat ik hier door verkeersproblemen te laat was. U weet dat dat niet mijn gewoonte is. We gaan proberen dat in de toekomst zeker te vermijden.

Mevrouw Taeldeman, zoals ik al heb vermeld in het antwoord op de schriftelijke vraag, zijn er twee redenen voor de grote daling in het aantal sociale dakisolatieprojecten in 2017, ten opzichte van 2016.

In 2016 zijn een uitzonderlijk hoog aantal, namelijk 935, dakisolatieprojecten gestart. Het gevolg was dat heel wat in 2016 goedgekeurde projecten in 2017 nog verder moesten worden uitgevoerd. Hierdoor zat de planning voor de uitvoerende promotoren in de sociale economie meer dan vol en bleef minder capaciteit over om nieuwe projecten te starten. De daling van het aantal dakisolatieprojecten in 2017 is ook gerelateerd aan de start van de projecten voor spouwmuurisolatie en voor de plaatsing van hoogrendementsglas. Het zijn immers dezelfde uitvoerende promotoren die voor deze projecten instaan.

Ik beschik niet over gegevens over het aantal huurders dat het belang van woningisolatie inziet om het energieverbruik te verminderen, maar de projectcoördinator of verhuurder niet kunnen overtuigen deel te nemen aan een sociaal energie-efficiëntieprogramma. Dit lijkt me enkel in kaart te brengen door middel van een gerichte en grootschalige bevraging.

In april 2017 heeft het Vlaams Energieagentschap (VEA) ter promotie een nieuwe brochure over de uitbreiding van de maatregelen verspreid. Deze brochures worden actief verspreid onder een brede groep stakeholders uit de sectoren armoedebestrijding en welzijn, met als doel mensen uit de doelgroep door te verwijzen. De netbeheerders zetten ook hun kanalen in om de sociale dakisolatieprojecten te promoten. Tijdens infosessies over het sociaal energiebeleid is onder meer deze maatregel in de kijker geplaatst.

In samenwerking met een in doelgroepcommunicatie gespecialiseerd bureau bereidt het VEA momenteel een bijkomende campagne voor in verband met deze maatregelen. Aangezien het rechtstreeks bereiken van een doelgroep erg moeizaam verloopt en bovendien de eigenaar-verhuurder verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de huurwoningen en voor eventuele investeringsbeslissingen, wordt de focus in deze campagne verlegd. Er zal rechtstreeks met de eigenaars worden gecommuniceerd over het interessante aanbod in deze projecten.  Daarbij zal ook nadrukkelijk worden verwezen naar de dakisolatienorm en naar de dubbelglasnorm in de Vlaamse Wooncode.

Naast het feit dat het voordeel van energetische investeringen niet rechtstreeks de eigenaar maar de huurder toekomt, weet de eigenaar niet altijd of zijn huurder tot de vastgelegde sociale doelgroepen behoort. Hierdoor weet hij ook niet of hij voor deze projecten in aanmerking komt.

In het kader van de evaluatie van de energiescans wordt vanaf 2019 een bijkomende rol toebedeeld aan de energiehuizen als kanaal om de doelgroep rechtstreeks te bereiken en om een coördinerende rol te spelen in het aanbod van opvolgingsscans voor mensen die energetische werken willen uitvoeren. Het traject om dit takenpakket in te vullen, is lopende.

Wat de energiescans betreft, denk ik dat het bereik zeker niet problematisch is. Jaarlijks worden meer dan 20.000 energiescans uitgevoerd. We gaan ervan uit dat grosso modo 200.000 gezinnen in energiearmoede leven.

Mijnheer Gryffroy, u hebt in deze context gevraagd waarom energiesnoeibedrijven niet vaker overgaan tot de isolatie van woningen. Het antwoord is vrij eenvoudig. Ze isoleren enkel woningen wanneer ze daartoe van de eigenaar de opdracht krijgen.

Of het huidige vergoedingsmechanisme voor de uitvoering van de sociale isolatiemaatregelen, 200 euro per werf en per maatregel, volstaat, zal het VEA de uitvoerders dit jaar bevragen in het kader van een update van het Energiearmoedeprogramma tegen dit najaar.

U hebt verder gevraagd of de 0 procentlening niet kan worden ingezet indien de huurder, de verhuurder of de eigenaar niet kan of niet wil betalen. Indien de investeerder aan de voorwaarden voldoet, is dit uiteraard mogelijk. In het kader van de begeleiding wordt dit nu al standaard als een mogelijkheid aangekaart.

Mijnheer Bothuyne, ik heb, net als u, met interesse het rapport ‘Energiesnoeiers 2017’ doorgenomen dat KOMOSIE op 17 april 2018 heeft verspreid. Ik had me voorgenomen in mijn antwoord te verwijzen naar het antwoord op de schriftelijke vraag van mevrouw Taeldeman en op de vragen om uitleg. De vergoeding van 200 euro die projectpromotoren ontvangen voor de integrale begeleiding van huurders en verhuurders tijdens deze projecten, heeft tot nu toe volstaan. Recent hebben de promotoren echter gesignaleerd dat ze een evolutie opmerken van het profiel van de eigenaars en van de kwaliteit van de woningen. De tijdsinvestering door projectpromotoren om nieuwe projecten te vinden en te begeleiden, wordt groter. Hierdoor zijn zij vragende partij om de vergoeding op te trekken tot het niveau van de burenpremie, namelijk 400 euro per dossier. Deze aanbeveling is opgenomen in de evaluatie van het Energiearmoedeprogramma. Het bedrag van de maximale huurprijs is al verhoogd tot 500 euro buiten en 500 euro in de centrumsteden.

Ik hoop dat de verdere communicatie over de Vlaamse dakisolatienorm, die in 2015 in werking is getreden, en over de glasnorm, die vanaf 2020 stelselmatig zal worden ingevoerd, in de Vlaamse Wooncode meer eigenaars die aan kwetsbare groepen verhuren, tot actie zal aanzetten. Zoals u weet, ben ik hiervoor echter niet bevoegd. Dit valt onder de bevoegdheden van minister Homans. Zoals ik reeds heb gesteld, ben ik niet bevoegd voor een verdere uitbreiding van de Vlaamse Wooncode met een norm voor muurisolatie. Hierover moet goed worden nagedacht, want dit zou immers betekenen dat alle Vlaamse woningen op korte termijn over muurisolatie zouden moeten beschikken. Dit is technisch noch financieel haalbaar.

Ik ben op de hoogte van de knelpunten met betrekking tot de toeleiding naar het sociale tewerkstellingsproject van de energiesnoeiers. Deze problematiek valt onder de bevoegdheid van minister Muyters en zal worden opgenomen in de evaluatie van het Energiearmoedeprogramma. Ik wil echter opmerken dat de huidige regelgeving de uitvoering van sociale isolatieprojecten geenszins tot bedrijven in de sociale economie beperkt. Ik denk dat deze spelers wel het voordeel hebben dat ze dicht bij de doelgroep staan. Op basis van de aanbeveling die ik zal ontvangen, ben ik dan ook bereid te bekijken welke stappen we kunnen zetten.

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We weten allemaal dat de dakisolatienorm en de glasnorm in de Vlaamse Wooncode zijn opgenomen. Ik vind uw aankondiging in deze commissie dan ook positief. Er zal een nieuwe campagne worden gestart die de focus op de eigenaar-verhuurder legt. Hij zal goed worden ingelicht over de dakisolatienorm en de glasnorm. Er wordt een koppeling gemaakt naar de bestaande sociale energie-efficiëntieprojecten.

Wanneer wordt deze campagne precies uitgerold?

Ik wil nog een voorstel doen om zo veel mogelijk mensen te bereiken. Het is immers niet evident om de kwetsbare doelgroep op een goede en efficiënte manier te bereiken. Er zijn maar een aantal unieke momenten waarop distributienetbeheerders of anderen een woning betreden. Ik denk daarbij aan de operatie die bezig is omtrent de omschakeling van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas. Behoorlijk wat mensen van Eandis en Infrax komen daardoor binnen in de huizen. U hebt vorige week een persconferentie gegeven over de uitrol van de digitale meter. Dat zijn unieke momenten waarop mensen van Eandis of Infrax de woning betreden, specialisten of professionals dus. Van die gelegenheid zou kunnen worden gebruikgemaakt om de nodige informatie te geven over het Vlaamse premiebeleid. Ik wil daarom graag dit voorstel aan u doen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord

Minister, ik dank u voor de duidelijke antwoorden, maar we blijven met de vaststelling zitten dat de audit en de scans wel gebeuren maar dat de omzetting naar effectieve maatregelen ontbreekt. U zegt dat als de eigenaar geen opdracht geeft, men niets kan doen. Ik heb al drie jaar geleden gezegd dat er meer tot uitvoering moet worden overgegaan, maar dat lukt niet. Wat zullen we doen opdat dat beter zou lukken?

Het is natuurlijk leuk om scans te doen, maar dat kost 4 miljoen euro per jaar. We kunnen ons de vraag stellen of we daar zoveel geld in moeten stoppen. In 2017 kostte dit 4.343.400 euro. Als het enkel is om eens langs te komen maar eigenaars niet warm bevonden worden om te isoleren, om thermostatische koppen te steken en dergelijke, dan kunnen we dat geld misschien beter ergens anders in investeren. 21.000 scans per jaar en we zijn al tien jaar bezig: dat maakt 250.000 scans waar niets uit komt.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Het zal u niet verwonderen dat ik het niet eens ben met de conclusie van de heer Gryffroy. Die instrumenten hebben wel degelijk hun nut al bewezen. De vraag is hoe we dit nog kunnen versterken om de bezorgdheid omtrent de concrete uitvoering van de vooropgestelde adviezen te kunnen verminderen. Een aantal acties kan daarbij helpen. U kondigt inderdaad een nieuwe communicatiecampagne aan. Het lijkt me nuttig om die communicatie te integreren in het BENOveren-project dat is opgezet vanuit het Vlaams Energieagentschap.

Wat betreft een norm met betrekking tot muurisolatie in de Wooncode bent u inderdaad niet alleen bevoegd in dezen, maar als minister van Energie hebt u er zeker belang bij dat een dergelijke norm wordt geïntroduceerd, weliswaar met voldoende tijd om de investering te kunnen doen. Met de energielening en de premies die eraan gekoppeld zijn, moet dat betaalbaar en haalbaar zijn voor heel veel gezinnen, want het brengt een daadwerkelijke besparing aan energie en kosten met zich mee. Op dat vlak hoop ik dat u het overleg met minister Homans snel kunt voeren en effectief zo'n norm kunt introduceren.

Wat betreft de vergoeding moet worden gekeken – het is positief dat u dit zult doen in het kader van de evaluatie – naar de reële kosten in de praktijk. Als we willen dat de effectiviteit van de scans en de bezoeken wordt verhoogd, dan moeten we daar ook het juiste budget tegenover zetten. Ik ben blij met uw toezegging daaromtrent.

Wat betreft de huurprijs zijn 500 en 550 euro misschien nog altijd wat aan de lage kant als we kijken naar de reële marktprijzen. Misschien kan dit ook worden meegenomen in de evaluatie van het Energiearmoedeplan dat u hebt aangekondigd.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Wat betreft de vraag over de muurisolatie denk ik inderdaad dat dit niet zo evident is. Ik denk bovendien dat dit niet per se de prioriteit is. Als het gaat over sociale huur, dan zijn dat vaak geen alleenstaande woningen maar rijhuizen. Ik denk dat dakisolatie dan veel efficiënter is dan muurisolatie. Ik begrijp het antwoord van de minister dan ook volledig.

We mogen ook niet vergeten dat sociale projecten in eerste instantie of toch in mindere mate eigenaars zelf betreffen, maar dat het vaak om huurders gaat. Waar je huurder zegt, zeg je ook verhuurder. We moeten blijven kijken naar de kant van de eigenaar en de verhuurder. Daar kan er motivatie zijn om verder te gaan met een doorgedreven renovatie van ons oud patrimonium. Minister, ik weet niet op welke manier u nog bijkomende mogelijkheden ziet om eigenaars te bereiken.

Ik denk niet dat we de distributienetbeheerders de bijkomende taak van sociale-energie-installatierenovatiecoach moeten geven. Het project van de energiescans en de energiesnoeiers heeft wel degelijk veel potentieel. Meten is weten en het is maar wanneer je ziet welke besparingen er mogelijk zijn dat de goesting kan ontstaan om te investeren in energiebesparende maatregelen.

Minister, op welke manier kunnen we eigenaars-verhuurders nog sterker betrekken om voor hun, al dan niet sociale, huurders in een beter geïsoleerde woning te voorzien?

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik ga niet herhalen wat al gezegd is. De vragen waren heel pertinent, maar de antwoorden erop ontgoochelen me toch wel een beetje omdat de sector zelf zegt dat het beleid van de regering de ambities van de energiescans niet volgt. Ik vind dat jammer. Zij dringen aan op bijkomende beleidsmaatregelen. Zij zeggen ook dat er een aantal zaken ontbreken die wel ondersteunend kunnen zijn, onder andere het toeleiden van de geschikte profielen naar de isolatieprojecten. De samenwerking met minister Muyters, waar net naar verwezen werd, is dus ook heel belangrijk. Ik wil dus echt aandringen op een overleg met de ministers Homans en Muyters om het instrument ten volle de kansen te geven die het verdient.

Aan het begin van de legislatuur is er gezegd dat de energiescans en de energiesnoeiers zouden worden geëvalueerd en dat er bijkomende instrumenten zouden worden uitgerold, maar ik stel helaas vast dat dat voor een heel groot stuk ontbreekt. Ik denk dus dat het goed is om in eigen boezem te kijken waarom de resultaten niet zijn wat ze zouden kunnen zijn.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Ik ga evenmin herhalen wat er allemaal is gezegd. Collega Gryffroy, ik denk niet dat we het kind met het badwater mogen weggooien. Ik denk dat uw conclusie toch iets te kort door de bocht is, namelijk om de energiescans zodanig in vraag te stellen dat we ze beter kunnen afschaffen. Ik denk niet dat dat de juiste analyse is.

Kijken naar de eigenaars lijkt me absoluut noodzakelijk. Lokale besturen kunnen daar ook wel een rol in vervullen. Zij staan vaak dichtbij eigenaars om andere problemen op te lossen, dus is er in die zin nog wel een rol voor hen weggelegd.

Ik heb nog een andere tip. We hebben natuurlijk energiescan, maar misschien kunt u met uw collega-minister Schauvliege ook eens overleggen over de waterscan. Misschien moeten we die dingen samenbrengen, want heel wat mensen die problemen hebben met de energiefactuur, hebben ook problemen met de waterfactuur. Misschien is het een mogelijkheid om dat samen te bespreken en te bekijken of er geen synergieën mogelijk zijn om voor de basisbehoeften voor die specifieke doelgroep een win-winsituatie te creëren.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Collega's, dank u wel voor de bijkomende vragen. Dit is natuurlijk een vrij complexe materie. Ik voel van verschillende kanten dat men er nog dingen bij wil. Het enige waar ik altijd wel wat schrik voor heb – schrik heb ik niet vaak – is dat we de kar zodanig overladen dat die te vol zit en niet meer vooruit geraakt. Als ik de verschillende uiteenzettingen hoor, heb ik de indruk dat dat wel een serieus risico is.

Mevrouw Taeldeman, het VEA is in volle voorbereiding van een nieuwe campagne. Ik heb daar geen specifieke datum voor. Ze hebben daartoe de opdracht gekregen en dat zal worden bekeken. Wat betreft de netbeheerders die in de woningen kunnen komen om extra informatie te geven: de technici die de digitale meters installeren, zijn niet de mensen die de premies uitleggen, dat zijn andere mensen. De commerciële mensen komen de digitale meter niet installeren. Uiteraard moeten we elke gelegenheid te baat nemen, maar het is natuurlijk wel de taak van de netbeheerders. Het is misschien iets voor het kerntakendebat, dat dringend moet worden gevoerd, om te zien wat de taak is van de netbeheerders in onze Vlaamse samenleving. Ik heb nog altijd niet de indruk dat dat zeer duidelijk is. De ene geeft daar een andere invulling aan dan de andere.

Mijnheer Gryffroy, wat gaan we nog meer doen om de eigenaars overtuigen? Je kunt verschillende dingen doen. De enen zullen zeggen dat er nog meer geld moet komen. Ik ben er niet van overtuigd dat meer geld altijd de oplossing is. Dit is trouwens niet het enige dossier waarin ik vind dat meer geld de oplossing is. Wat betreft verplichten, weet u dat u bij mij niet aan het juiste adres bent om al heel snel over te gaan tot verplichten. We moeten blijven motiveren. Daar zullen waarschijnlijk verschillende meningen over zijn en verschillende invullingen aan worden gegeven. We gaan kijken in de evaluatie van het energiearmoedeprogramma hoe we dat verder kunnen aanpakken.

Ik wil heel veel overleggen, mijnheer Bothuyne. Ik wil ook overleggen met minister Schauvliege. Maar ook daar weer moeten we opletten voor het overladen van de kar.

Ik ben altijd bereid om te kijken of er bijkomende manieren zijn, collega Schiltz, om verhuurders te overtuigen. Ik waarschuw u, ik ben ook lokaal bestuurder, niet alleen geweest, maar ik ben het de facto nog omdat ik titelvoerend ben. Ik ben schepen geweest in Oostende en straks hoop ik opnieuw een uitvoerend lokaal mandaat te bekleden, collega's. Ik weet ook dat de verhuurders een zeer gediversifieerde groep vormen. Men steekt dat in een hokje en zegt dat de eigenaar de facto rijk is en over geld beschikt. Maar soms heb je te maken met eigenaars die al op gevorderde leeftijd zijn, en niet alle eigenaars beschikken over een kapitaal om zomaar eventjes heel het huis in orde te brengen. Dat is een aandachtspunt waar we heel voorzichtig mee moeten omspringen: eigenaars hebben geld en die moeten het maar doen. Ik denk dat daar dikwijls nog heel veel problemen zijn op het terrein.

Mijnheer Danen, dat u ontgoocheld bent in mijn antwoorden, kan ik wel begrijpen. Ik denk dat u ook wel andere invullingen zult geven aan dingen die moeten worden gedaan. ‘De actie blijft beperkt’: ik denk het niet. Er worden heel veel acties opgezet. Je moet ook kijken wat de resultaten zouden zijn geweest zonder de acties. Dat is niet onbelangrijk.

Ik neem het allemaal mee. Ik ben uiteraard altijd bereid om open te staan voor argumenten. We gaan bij de evaluatie kijken wat we daar verder mee doen.

Ik kom in bijna elk antwoord terug op het takenpakket van de Energiehuizen. We hebben de Energiehuizen een andere invulling gegeven. We zijn dat volop aan het uitvoeren. We zullen de scans opnemen in het takenpakket van de Energiehuizen.

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, mijn fractie gelooft sterk in de sociale energie-efficiëntieprojecten. Ze zijn een zeer goed instrument om de precaire huurmarkt op te waarderen. Iedereen die kan, moet goed informeren – Energiehuizen, lokale besturen en distributienetbeheerders – en dan de eigenaars en verhuurders motiveren. De heer Schiltz heeft een ballonnetje over fiscaliteit opgelaten. Op dat vlak zijn er zeker nog mogelijkheden.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Beste collega’s, ik gooi graag de stok in het hoenderhok. Ik kijk enkel naar de cijfers. Het aantal scans is met een paar procent gedaald, maar de sociale dakisolatieprojecten zijn met 50 procent gedaald. Is er nog een één-op-éénlink tussen de scans en de uitvoering ervan? Neen. Wij zijn er voorstander van dat er meer isolatieprojecten worden uitgevoerd. Wij moeten dus sturen op de uitkomst. En als dat met minder scans gebeurt, dan is het maar zo. Maar blijkbaar is er geen relatie meer tussen de scans en de uitvoering. Voor glas en voor spouwmuren zijn er slechts 164 aanvragen – en dan is het nog niet eens zeker dat ze zullen worden uitgevoerd. Dat is dus geen succes. Als je eerst een scan moet doen vooraleer het dak aan te pakken, dan denk ik dat we niet goed bezig zijn.

Ik hoor hier waaien dat 21 distributienetbeheerders iets kunnen doen. De distributienetbeheerders moeten in dezen niets doen. De Energiehuizen moeten dat hier doen. Dat hebben we in de loop van deze legislatuur bijgestuurd. We moeten de Energiehuizen deze centrale verantwoordelijkheid geven.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

De netbeheerders kunnen wel degelijk een belangrijke rol spelen, zij het goed afgebakend en goed afgesproken. Dat moet of mag in het kader van een kerntakendebat zeker aan de orde komen.

Minister, ik ben blij dat u de komende weken met een aantal zaken rekening zult houden in de evaluatie van het Energiearmoedeplan. Er bestaat geen risico om de kar te overladen. De uitdaging is nog altijd gigantisch groot. Er is meer nodig dan wat we vandaag doen. Dat staat als een paal boven water. Er zijn ideeën over fiscaliteit, communicatie en normering. We zullen een mix van dat alles nodig hebben. We kijken uit naar de uitvoering van een aantal pistes die u hier op tafel hebt gelegd.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.