U bent hier

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

De Europese vleesveemarkten blijven onder druk staan door de import van buitenlands vlees. Dit was één van de titels die we vorige week konden lezen in de landbouwvakliteratuur. Het ging hier in hoofdzaak om de situatie in twee landen, die elk om hun eigen redenen voor onrust zorgen binnen de Vereniging van Industriële Pluimveeslachterijen (VIP).

Het eerste land waarover het ging, was Brazilië. In het geval van Brazilië bracht Foodwatch aan het licht dat, sinds het grootschalig fraudeschandaal met Braziliaans vlees, vorig jaar slechts 20 procent van het ingevoerde Braziliaanse vlees in een laboratorium werd gecontroleerd op volksgezondheidsrisico’s. De overige 80 procent wordt alleen op het zicht gecontroleerd. Zo kan je natuurlijk mogelijke besmettingen met salmonella niet vaststellen. Bovendien bleken uit de wel uitgevoerde labotesten dat er maar liefst 340 meldingen waren over de vondst van salmonella in de kippen. Dit was voldoende voor Foodwatch om te besluiten dat er door de niet-controle van de overige 80 procent, er nog veel besmet vlees op de Europese markt terechtkwam. De Europese Commissie heeft dit probleem trouwens bevestigd en reeds een voorstel voor het schrappen van bepaalde Braziliaanse inrichtingen waaruit de invoer van producten van dierlijke oorsprong momenteel is toegestaan.

Daarnaast kwam ook Oekraïne in het nieuws. Oekraïne heeft sinds 2016 een actieve handelsovereenkomst met de Europese Unie. Deze overeenkomst bepaalt dat er een tariefvrij quotum is van 20.000 ton voor hele kippen en 20.000 ton voor kippenvlees en bereidingen afkomstig uit Oekraïne. Vorig jaar is de import gestegen tot 80.000 ton.

Uit deze cijfers zou je dus kunnen afleiden dat er meer buiten dan binnen de tariefvrije quota wordt uitgevoerd door de Oekraïense bedrijven, maar schijn bedriegt soms. In het handelsakkoord is namelijk een douanetarieflijn geslopen die Oekraïne toelaat aan het nultarief kippenborst met vel en vleugel te exporteren naar de EU. Bovendien wordt die Oekraïense kip ook nog eens in Europa, namelijk in Nederland en Slowakije, verder verwerkt, zodat men de Europese regelgeving probeert te omzeilen. Zo komt ze als Europese kipfilet op de versmarkt en vormt ze een directe vorm van concurrentie voor de Europese pluimvee-industrie. De pluimveebedrijven vrezen dan ook te worden overspoeld door Oekraïense kip.

Minister, uiteraard bent u op de hoogte van de problematiek inzake de kwaliteit van het Braziliaanse vlees en inzake de kwantiteit van het Oekraïense verhaal. Wat is uw houding tegenover de overspoeling van de Europese markt met buitenlands vlees? Bent u van mening dat alle achterpoortjes buiten het tariefvrije quotum zo snel mogelijk moeten worden gesloten? Zo ja, op welke wijze? Is er binnen de Europese Commissie al gedebatteerd over deze problematiek? Zo niet, zult u dit op de Europese agenda plaatsen? Zo ja, wat zijn de voorgestelde oplossingen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer De Meyer, ook hier moeten we een onderscheid maken tussen voedselveiligheid en het internationaal handelsbeleid. Ze hebben wel gemeen dat ze allebei onder de bevoegdheid en de coördinatie van de Europese Unie vallen. Het is logisch – niemand stelt dat in vraag, daarvoor moeten we heel waakzaam zijn – dat de invoer van producten geharmoniseerd moet verlopen en aan de buitengrenzen van de EU moet worden gecontroleerd. Als dat binnen de vrijgemaakte markt terechtkomt, is het een onderdeel van het vrij verkeer, want we zitten in een douane-unie.

Wat de invoer uit Brazilië betreft, kan ik u meegeven dat de Europese Unie op 19 april heeft beslist om de invoer te verbieden vanuit negentien Braziliaanse pluimvee-instellingen en één Braziliaanse rundvee-instelling. Binnen België wordt dit dossier opgevolgd door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). Als daar nog specifieke vragen over zijn, zal mijn federale collega dat zeker toelichten.

Wat de invoer uit Oekraïne betreft, gaat het over een technische bepaling in het associatieverdrag dat de toenmalige eurocommissaris heeft onderhandeld. Mijn diensten hebben dit op 18 april aangekaart op het Committee for the Common Organisation of the Agricultural Markets. De afgevaardigden van het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie engageerden zich om dit door te geven aan het directoraat-generaal Handel. De bevoegde autoriteiten zijn dus op de hoogte van de kwestie met de douanetarieflijnen en bekijken dit verder.

Over de liberalisering van de vrijhandel hebben we het in deze commissie al vaker gehad. Globalisering is een verhaal met pro’s en contra’s, zoals de meeste verhalen. Terugtreden uit de Wereldhandelsorganisatie, of afzien van het sluiten van handelsakkoorden terwijl de rest van de wereld dat wel doet, is zeker geen optie, en al helemaal niet voor een regio als Vlaanderen, want voor onze welvaartstaat zijn we aangewezen op internationale handel. Het is dus geen kwestie van vóór of tegen handel te zijn, maar een kwestie van door middel van handel de globale situatie te verbeteren zodat finaal iedereen erop vooruitgaat.

Uiteraard ervaren Europese boeren het als zeer onlogisch dat er kooi-eieren uit Oekraïne worden ingevoerd, terwijl diezelfde kooien hier jaren geleden zijn verboden. Uiteraard is het ook zeer onaangenaam dat er granen worden ingevoerd die tijdens de teeltfase zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die in de Europese Unie al heel lang niet kunnen worden gebruikt. Net zoals er Europese kledingmakers zijn die het onlogisch vinden dat we goedkoop textiel invoeren uit landen waar men niet zo nauw toeziet op arbeidsvoorwaarden.

Dan kunnen we twee dingen doen. We stoppen alle import uit die landen, totdat men bereid is alle wetten te respecteren, maar dat zal niet werken, het zal de globale situatie verslechteren. De kloof met de Europese productiestandaarden is vaak dermate groot dat die enkel geleidelijk aan kan worden gedicht. Om die kloof te kunnen dichten, zijn handelspartners uit groei- of ontwikkelingslanden aangewezen op valuta en inkomsten die via handelsrelaties worden gegeneerd.

Ik had onlangs een onderhoud met mijn collega-landbouwminister uit Malawi. Het agro-handelsverkeer met de EU is daar van vitaal belang voor de ontwikkeling van het land en de bevolking. De Europese Unie opteert daarom voor een andere, een meersporenaanpak. Voor gevoelige producten wordt de handel niet volledig geliberaliseerd, maar worden douanetariefvrije quota afgesproken. Op die manier wordt voorkomen dat de lokale markt wordt overspoeld door massale import.

Het zijn niet de overheden of de derde landen die uiteindelijk bepalen welke volumes worden geïmporteerd. Dat wordt bepaald door de vraagzijde. Mochten de Europese consumenten minder koffie gaan drinken, dan zullen er minder koffiebonen worden geïmporteerd. Het is dus belangrijk om de consumenten correct te informeren.

Oekraïne en Brazilië exporteren voedingsproducten omdat er kopers voor die producten in de EU zijn. Via het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) onderstrepen we de kwaliteiten van onze lokale producten, zodat elke consument zelf een afweging kan maken. Via lastenboeken of private ketenafspraken kunnen de productiestandaarden in die landen stap voor stap worden verbeterd. Denk bijvoorbeeld aan duurzaamheidscriteria die door onze bedrijven worden geëist voor producten uit derde landen. Er zijn talrijke voorbeelden waar handelsovereenkomsten worden afgesproken en criteria worden opgelegd.

Heel belangrijk is het flankerend beleid dat de EU voert voor het ongelijke speelveld op de wereldmarkt, namelijk het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Bij handelsakkoorden heb je altijd offensieve en defensieve belangen. Het GLB compenseert de Europese boeren voor de stringente productierandvoorwaarden die hier gelden, maar niet in andere werelddelen. Daar is het deze ochtend trouwens ook al over gegaan in de media, waarom er subsidies naar onze Europese boeren gaan. Daar ligt dan ook een verantwoording.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, bedankt voor uw antwoord. Het thema gelijk speelveld is hier al vaker aan bod gekomen, op basis van vragen om uitleg van collega's en van mezelf. In de komende maanden en jaren zal het vermoedelijk nog vaak op de agenda komen. Gelijk speelveld is een zorg niet alleen van onze producenten naar aanleiding van deze concrete dossiers, maar begrijpelijkerwijze ook van de consument, zeker als het gaat over volksgezondheid. Ik begrijp dat er ondertussen inzake de invoer uit Brazilië al is opgetreden.

Gelijk speelveld heeft te maken met volksgezondheid, maar uiteraard ook met normen op het vlak van leefmilieu en dierenwelzijn. Vrije handel is een zaak, maar de grote zorg om een zo goed mogelijk handelsakkoord te hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van onze producenten, is natuurlijk een ander element in het debat.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Minister, het is een eeuwig probleem. U zegt dat als we Malawi niet laten uitvoeren, er problemen zullen zijn in Malawi. Toen de handelsakkoorden werden getekend met Oekraïne, was het ook een enorm probleem om Oekraïne, dat onder druk stond van Rusland, een minimale uitvoercapaciteit te geven. Dat zijn altijd argumenten die we in balans moeten brengen.

Minister, ik heb een grote bewondering voor de ‘trade capacity’ van onze Nederlandse buren, maar ze maken toch gebruik – ik zal niet zeggen misbruik – van een gaatje in de wetgeving.

Hebt u daar destijds contact genomen met uw Nederlandse collega’s of vermijdt u dat wanneer zij Oekraïense mogelijkheden hebben die in Vlaanderen, gelegd door het nabuurschap, een effect kunnen hebben?

Dat speelt ook in de andere richting. Er zijn landen zoals Zuid-Afrika dat zware importtaksen legt, bijna 14 procent, op onze uitvoer van kippenbestanddelen. Er was een termijn, terminus ad quem, om dat eventueel te beoordelen of te herzien. Wordt dat ook bekeken? Want als men dat laat binnenkomen, is dat één probleem, maar wanneer men moeite heeft om naar buiten te gaan, is dat ook een probleem.

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Het belang van de handelsakkoorden voor Vlaanderen is niet te beschrijven, we halen er meer voordelen uit dan nadelen. Ik zie daar ook opportuniteiten in om onze eigen kippen te promoten. Er zijn heel wat stappen gezet op het vlak van antibioticagebruik. Het mag ook wel eens in de verf worden gezet dat we echt wel de goede richting uitgaan met onze telers.

Ik heb een bijkomende vraag, minister. De Oekraïense kip wordt in Nederlands opeens een Nederlandse kip, maar hoe zit het dan met de traceerbaarheid daarvan voor de eindverbruiker?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

De vraag van de heer De Meyer is een interessante vraag omdat ze ingaat op een bredere problematiek die nu zeer direct en concreet wordt behandeld. Het is inderdaad een dilemma wanneer men met andere landen handelsakkoorden sluit die niet aan dezelfde voedsel-, gezondheid- en kwaliteitsnormen voldoen als de onze. Ik deel de mening van de minister dat men daar niet hard en radicaal in kan zijn omdat op die manier een aantal trajecten van ontwikkeling worden ondersteund.

Ik vind het geval van het kippenvlees en de eieren uit Oekraïne een merkwaardige situatie. Oekraïne is een land met wat crisis en wat burgeroorlogachtige problemen, maar het is toch ook geen ontwikkelingsland. Het was destijds kandidaat-partnerland van de EU, dus met ambities om nauwer bij het westen dan bij de Sovjetunie aan te sluiten. Dat is een geopolitiek probleem.

Mijn grootste probleem is dat we met basisproducten over de hele wereld slepen. Het gaat hier niet over onze topproducten zoals de Conference-peren of asperges van topniveau, maar over basic food zoals eieren en kippenvlees uit Oekraïne. Wij slepen dat de wereld rond. Wij exporteren vanuit België bijna 450.000 ton kippen en wij halen kippenvlees uit Oekraïne. Dat zou in de EU toch efficiënter moeten kunnen. Dat verstoort onze markt: aangezien de kwaliteitsnormen in die landen lager liggen, kunnen ze prijzen zetten die lager liggen dan interne marktprijzen en is er sprake van oneerlijke handel tussen die landen. Mijn fundamenteel probleem is dat wanneer we met basisproducten de wereld rondzeulen – we importeren evenveel als we exporteren – we niet goed bezig zijn. Ik vind dat de EU dit echt moet aanpakken.

Wat zijn wij met dat kippenvlees, terwijl in Vlaanderen de investeringen voor stallen voor kippen de laatste vijf jaar de pan uitswingen? In mijn provincie zijn er onwaarschijnlijk veel aanvragen voor heel grote stallen voor vleeskippen. Wat een waanzin is dat, denk ik dan.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Caron, dat gebeurt niet alleen in de landbouwsector. (Opmerkingen van Bart Caron)

Als ik kijk naar de auto-industrie, dan zie ik in de Gentse regio dat het staal wordt ontwikkeld naast de Volvofabriek, maar eerst de hele wereld rondreist voor het in een Volvowagen in de fabriek daarnaast terechtkomt. Al onze productie heeft haar export en dat geldt niet alleen voor landbouw. U zegt dat dat iets anders is, maar dat is hetzelfde principe. Wanneer men het principe zou hanteren dat wat lokaal wordt geproduceerd, ook lokaal moet worden gebruikt, ongeacht of het over voedsel gaat of over de chemische sector, dan zou onze maatschappij er volledig anders uitzien. Dat zou nefast kunnen zijn voor onze welvaart. Ik vind het heel eigenaardig om dat enkel te enten op de voedselproductie. Als dat de visie is, dan moet die gelden voor alle handel.

Mijnheer De Croo, u hebt het over de fraudecapaciteit in Nederland. Ik zal dat eens nagaan. De importtaks zal op Europees vlak moeten worden bekeken en behandeld zodat we daar met eenzelfde speelveld zitten en er geen achterpoortjes worden geopend. Import en traceerbaarheid moeten zowel op Europees als op federaal niveau goed worden bekeken.

Mijnheer De Meyer, u hebt het over een terechte problematiek die heel sterk leeft in de sector. Men heeft het gevoel aan allerlei strenge voorwaarden te moeten voldoen, terwijl er vlees en andere producten op de markt komen die aan veel lagere standaarden voldoen. Ik denk dat we de consument goed moeten informeren en hem of haar de juiste keuze moeten laten maken, want de grenzen sluiten zou wel eens als een boemerang in het gezicht van onze eigen producenten terecht kunnen komen. We moeten ervoor zorgen dat er goede voorwaarden en strenge afspraken zijn, maar de import afsluiten zou volgens mij geen goede zaak zijn.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, handelsakkoorden zijn oké maar achterpoortjes die ruiken naar misbruik moeten worden gesloten. Dat is natuurlijk de opdracht van de Europese Commissie, maar ik hoop dat ons land op dat vlak in dit dossier de nodige druk blijft zetten.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.