U bent hier

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, het onderwerp van mijn vraag is al een aantal keren aan bod gekomen in deze commissie, maar ook in de commissie Buitenlands Beleid. Op 10 oktober 2017 gaf de minister-president daar een stand van zaken met betrekking tot het dossier kanaal Seine-Nord Europe en de toenadering die gezocht werd met Frankrijk.

De voorgeschiedenis is gekend. De Leiewerken aan Vlaamse kant in het kader van de Seine-Scheldeverbinding vorderen goed. Maar het kanaal Seine-Nord Europe is een noodzakelijke aanvulling op de Seine-Scheldeverbinding, de Leiewerken hier in Vlaanderen, de werken aan het Albertkanaal enzovoort, precies om de ontsluiting van de Vlaamse havens naar het Franse hinterland mogelijk te maken.

De werken in Vlaanderen zijn niet nutteloos mocht het kanaal er niet komen, daar hebben we het al over gehad, maar het zou zeer jammer zijn mocht dat kanaal niet gerealiseerd worden. Vandaar de sterke ongerustheid die al langer leeft, niet alleen bij mezelf maar ook bij heel wat collega's en bij de Vlaamse administratie die bij monde van de minister-president in oktober al verklaarde toch optimistisch te zijn. Er zijn uitspraken van de Franse ministers van Transport en Begroting en van president Macron die zich engageren ten aanzien van de Franse staat om het Canal Seine-Nord Europe te realiseren. Alleen blijft het wachten op die eerste spade in de grond en op concrete realisaties op het terrein.

Misschien een nieuw element of een nieuwe wending, en alleszins de aanleiding voor mijn vraag, is een bezoek op 26 maart van Xavier Bertrand, de Président du Conseil régional des Hauts-de-France, aan de prachtige provincie West-Vlaanderen, samen met de minister-president. Hierbij bracht hij goed nieuws in verband met het kanaal – dat hoor ik althans in zijn verklaring zinnens te zijn vaart te zetten achter de realisatie van het kanaal. Dat noopte me te polsen naar een stand van zaken in dit dossier.

Minister, welke initiatieven nam de Vlaamse Regering sinds begin oktober 2017, dus sinds de toelichting van de minister-president, om de realisatie van het Kanaal Seine-Nord Europe te bepleiten bij de Franse collega's en dit te faciliteren? Bent u van oordeel dat er nu, zeker na de uitspraken van de heer Bertrand, een gunstiger gesternte is voor de realisatie van het kanaal dan enkele maanden geleden? Is het mogelijk om al een indicatieve timing te geven voor de realisatie van het kanaal? We gaan er immers van uit dat door het niet-accuraat optreden aan Franse kant en het getreuzel rond de budgetten en dergelijke meer, de vrees terecht is dat de realisatie op het terrein vertraging oploopt. Heeft de opgestapelde vertraging van de realisatie van het kanaal gevolgen voor de Europese engagementen inzake cofinanciering niet alleen van het project aan Franse kant, maar ook voor de Vlaamse projecten in het kader van de Seine-Scheldeverbinding? Hebt u reeds een volledig beeld van de fiscale inkomstenbronnen die de Franse overheid wil aanwenden om de kosten voor de realisatie van het kanaal te drukken? Aan Franse kant werd zeer duidelijk gesteld dat er op een fiscale manier zou moeten worden bijgedragen tot de realisatie van het kanaal. De vrees is dan natuurlijk dat er een soort waterwegentolheffing op het kanaal komt, wat contraproductief kan zijn voor de modal shift en voor de binnenvaart en dus voor de export vanuit onze Vlaamse havens naar het Franse hinterland.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Aan Vlaamse kant kunnen we inderdaad gelukkig rekenen op de zeer grote inzet en de bijdrage van onze minister-president die dit dossier uitermate ter harte neemt, waarbij hij verschillende initiatieven heeft genomen. Ik ga niet de volledige voorgeschiedenis schetsen.

– Dirk de Kort treedt als voorzitter op.

Ik spring naar het momentum van oktober 2017. Vanuit Vlaanderen en ook vanuit Wallonië hebben we de druk op het Franse niveau stelselmatig verhoogd. Er is een kentering gekomen begin oktober onder impuls van de heer Xavier Bertrand, zoals u zelf schetst. De afgelopen maanden werd en wordt het dossier van zeer nabij opgevolgd. Het is expliciet op de agenda geplaatst van de ontmoeting tussen de Belgische en de Franse eerste ministers op 16 oktober 2017. Dat hebben we uitdrukkelijk gevraagd vanuit Vlaanderen. In november is het besproken in een overleg tussen de minister-president en Xavier Bertrand, en ook in de vergaderingen van de Intergouvernementele Commissie (IGC) Seine-Schelde op 4 oktober 2017 in Brussel, op 6 december 2017 in Parijs en op 1 maart 2018 in Namen, waar de ontwikkelingen van nabij werden opgevolgd. Een volgende IGC-vergadering heeft vandaag 24 mei in Parijs plaats. We kunnen ook rekenen op de zeer goede inzet van de Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Frankrijk, de heer Filip D’havé.

Sinds begin oktober krijgen we signalen vanuit Frankrijk die wijzen op een positieve evolutie van het dossier. Er is de brief van 16 oktober 2017 van de Franse eerste minister, als antwoord op het gezamenlijk schrijven van de Vlaamse en Waalse minister-presidenten.

Er zijn de afgelopen maanden concrete stappen ondernomen. De in 2016 opgerichte projectvennootschap Société du Canal Seine-Nord Europe wordt nu voorgezeten door de regio Hauts-de-France en is formeel lid geworden van het Europees economisch samenwerkingsverband (EESV) Seine-Schelde.

Er worden ook stappen gezet gericht op de grondverwervingen, en dat is misschien het meest concrete en belangrijkste dat je tastbaar kunt maken op het terrein: we zijn wel degelijk bezig met de uitvoering van dat project, want we zijn al gronden aan het verwerven. Er lopen tal van ontwerp- en uitvoeringscontracten of ze worden in de markt gezet, zoals de ontwerpstudies voor sector 1 tussen Compiègne en Passel. Dat is echt heel concreet en tastbaar, want daar gaat het uiteindelijk over. Dat zijn de belangrijke werken die moeten gebeuren voor het graven van het kanaal tussen Cambrai en Compiègne.

Tussen september en december 2017 vond in Frankrijk de nationale ‘Assisen van de Mobiliteit’ plaats, met als doel de krijtlijnen vast te leggen van een nieuwe transportpolitiek, binnen een strikt financieel kader en gericht op een verbetering van de dagelijkse mobiliteit. Het probleem was dat het project Seine-Schelde daar zelf niet nominatim in was opgenoemd. De overige onderdelen van het Seine-Schelde project in Frankrijk werden wel degelijk als prioritair bestempeld: in het bijzonder de verdiepingswerken van de Oise en de kalibrering van de Grensleie. Deze investeringen zijn natuurlijk broodnodig en passen in ons kraam.

Dit neemt vanzelfsprekend niet weg dat er nog grote uitdagingen zijn, in eerste instantie op budgettair vlak zoals u zelf schetste. De voornaamste betreft de bijdrage van de Franse staat voor een bedrag van 1,7 miljard euro. Dat is 1 miljard euro rechtstreekse inbreng en 0,7 miljard euro als achtergestelde lening. Hiervoor moet nog een gepaste oplossing worden uitgewerkt, waarbij onder meer gedacht wordt aan een nationale heffing met lokale grondslag. Dat is iets nieuws, alleszins in onze ogen, ik weet niet of dat in Frankrijk al bestaat. De voorzitter van de regio Hauts-de-France heeft zich bij herhaling sterk gemaakt die belangrijke kaap nog in de eerste helft van dit jaar te kunnen ronden. Dat zou sterk zijn, maar we steunen hen daar volledig in. We hopen volmondig dat dit gerealiseerd kan worden.

De start van de infrastructuurwerkzaamheden voor het kanaal Seine-Nord Europe worden momenteel gepland voor eind 2019. De afwerking en indienststelling van het nieuwe kanaal wordt daardoor gesitueerd in 2026–2027. Dat is een zeer uitgebreide onderneming.

Voor het Vlaamse luik van het project zijn er geen aanwijzingen dat de Europese engagementen inzake cofinanciering zouden veranderen. Dat speelt natuurlijk aan Franse zijde. Er is een toekenning geweest van Europese financiering. Als men aan Franse zijde niets meer zou ondernemen, komt dat natuurlijk volledig te vervallen en verliest men daar een aanzienlijke Europese financiële steun. Het lopende subsidiecontract wordt in Vlaanderen verder uitgevoerd zoals gepland en aangemeld bij Europa.

Minister, ik stel vast dat we toch niet in een impasse blijven zitten. Dat is positieve evolutie. U schetst de heel tastbare concrete zaken zoals de grondverwerving die is gestart op bepaalde locaties en de ontwerpstudies die in de markt worden gezet voor uitvoering. Dat is positief, al zegt u wel dat de start van de infrastructuurwerken is voor eind 2019, laat ons zeggen dat dat begin 2020 wordt, en duren tot 2026.

Ik dacht dat de werken oorspronkelijk in 2018 zouden starten, we kennen de context, dus dat kan niet meer. Waar komt die startdatum van eind 2019 vandaan? Is dit bevestigd door de Franse tegenpartijen? Is dat een foto van onze Vlaamse vertegenwoordiger? Misschien zijn deze vragen te gedetailleerd, dan hoor ik het wel later. Op welke manier is die datum bevestigd?

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Net als de heer Maertens volg ik dit dossier van nabij op. De collega heeft goed het zeer grote belang nog eens geschetst voor onze welvaart, voor onze havens. Dat er 200.000 voertuigen van de weg naar het water zouden verhuizen, is van groot ecologisch belang. De luchtkwaliteit is zeer, zeer belangrijk. Dat onderschrijft iedereen.

Ik denk, minister, en ik volg dit ook vanuit een andere hoedanigheid op, dat het juist is wat u zegt. Onze Vlaamse overheid zet op politiek vlak naar onze noorder- en zuiderburen zeer voluntaristisch en offensief in. Doe verder op die manier. Ook diplomatiek moeten we alles op alles zetten op dat vlak.

We moeten korte lijnen houden met de Europese Commissie en met de bevoegde Eurocommissaris ter zake. Het is heel belangrijk dat we dit drieluik steeds voor ogen blijven houden. Dit is relevant. Ik had nog vragen, maar u hebt er eigenlijk al op geantwoord. Hoe het allemaal loopt, hebt u zeer bevestigend naar voren gebracht. Ik hoop dat Frankrijk blijvend positieve steun biedt ter zake, zeker in het kader van de grote Europese droom van de nu 1 jaar oude president.

De voorzitter

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik moet u waarschijnlijk niet zeggen dat wij de bezorgdheid delen van de collega's. Ik word er als burgemeester dagelijks mee geconfronteerd, omdat wij ook aan de start staan van heel grote werken in onze eigen stad. In totaal moeten we 130 percelen onteigenen voor wegenwerken. Ik krijg heel vaak de vraag van bezorgde burgers of dit allemaal wel nodig is, of Vlaanderen dit allemaal moet doen als Frankrijk niet meegaat in ons project. Ik ben heel tevreden om nu te horen dat er concrete zaken worden gerealiseerd.

De collega verwees naar fiscale inkomsten.

Ik denk dat u toch wel heel duidelijk hebt gezegd dat er in Frankrijk weliswaar een nationale heffing zal komen met lokale grondslag. Dat wil toch wel zeggen dat er tol zal worden geheven voor de schepen die over het kanaal komen. Zal dat eventueel een impact hebben op het aantal schepen dat dit traject volgt? Ik ga ervan uit dat een dergelijke heffing in Vlaanderen momenteel niet aan de orde is.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Het verschuiven van de timing is een beetje de resultante van de Intergouvernementele Commissie Seine-Schelde. De reden die daar werd gegeven, is de overdracht van het dossier of van de trekkersrol naar de regio. Dat vraagt wel wat tijd inzake inwerking en opstart van een financiële structuur.

De opties die ons zijn meegedeeld inzake het Franse fiscale luik gaan over een ecotaks en een gunstig fiscaal regime voor watergebonden bedrijven en met hogere fiscale bijdragen voor niet-watergebonden bedrijven. Er is ook sprake van een extra belasting op diesel. Daarover zouden we normaal voor de zomer duidelijkheid moeten hebben. Dat is wat men mij meldt op dat vlak. Onze informatie komt vooral van Xavier Bertrand.

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Ik ben benieuwd wat die fiscale impact in de toekomst zou kunnen zijn. We zullen dat zeker opvolgen.

Ik wil mijn repliek afronden met u, minister, en de minister-president te danken voor de inspanningen die zijn geleverd en die u hopelijk zult blijven leveren om dit dossier vlot te trekken. Ik wil u zeker aansporen om op die manier vanuit Vlaanderen verder te werken, in diplomatiek overleg tussen ministers onderling en in nauw contact met de Europese overheden, en op een vriendelijke doch kordate manier druk te blijven uitoefenen op Frankrijk om de Seine-Scheldewerken ook aan Franse kant ingang te doen vinden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.