U bent hier

Mevrouw Soens heeft het woord.

Het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) heeft een advies opgemaakt over kinderrechteneducatie in de jeugdsector, op vraag van de afdeling Jeugd. De centrale vraag in het onderzoek is wat er in de praktijk van het niet-formele leren nodig is om kinderrechteneducatie sterker te maken. Men kijkt dan naar het expliciteren van bestaande praktijken, hoe die vandaag al beantwoorden aan de theoretische kaders rond kinderrechteneducatie en de mensen op het terrein aanmoedigen en versterken om werk te maken van kinderrechteneducatie in het jeugdwerk.

Op die manier wil men het burgerschap bij kinderen en jongeren vergroten.

KeKi formuleert ook een aantal aanbevelingen. Zo stelt men dat de overheid zo goed mogelijk het werken met kwetsbare groepen en de participatie ervan moet faciliteren, met het oog op maatwerk. Men moet kritisch staan ten opzichte van mogelijke drempels. KeKi merkt op dat dit reeds terug te vinden is in het masterplan Diversiteit in het jeugdwerk. Daarnaast wil men een zo groot mogelijk bereik van kansengroepen opbouwen. Belangrijk daarbij is een duurzaam netwerk in de doelgroep. Dat laatste gaat echter niet vanzelf. Daarom vragen zij enige soepelheid vanuit het beleid en vragen zij dat de overheid zich niet al te eisend op te stellen met betrekking tot output, efficiëntie en effectiviteit. Ze geloven dat de return op lange termijn wel zichtbaar zal worden. Uit het advies blijkt ‘tijd’ een belangrijke, zo niet de belangrijkste succesfactor. De overheid moet ook een rol spelen in het faciliteren van participatie bij het ontwerpen en voeren van beleid en ook de eigen definities van participatie steeds kritisch evalueren. 

Het tweede deel van het onderzoek is eerder verbredend en draagvlakversterkend. Men onderzocht er welke methoden hiervoor zouden kunnen werken. Specifiek gaan ze in op het gebruik van een charter, een label of andere tools. Uit dit deel van het onderzoek blijkt een charter evidenter voor het jeugdwerk, dan een label wanneer het over het implementeren van kinderrechtenbeleid gaat. Maar ook een charter ligt moeilijk. Men vreest dat het een dode letter blijft en te veel top-down werkt.

Een label wordt dan weer unaniem beschouwd als gevaarlijk. Gevaarlijk, omdat het beleid vaak ook de subsidies neigt te koppelen aan een label. Het versterkt bovendien organisaties die al goed bezig zijn, wat de concurrentie enkel maar vergroot. Een derde mogelijkheid is het gebruik van reflectietools. Over dit laatste is men vrij positief. Ze leggen de nadruk op vormingen en vinden het betrekken van kinderrechteneducatie in het jaarverslag een positief gegeven.

Welk gevolg koppelt u aan het advies van KeKi? Welke aanbevelingen zult u opvolgen? Welke initiatieven plant hij hiervoor? Zijn er plannen voor een charter, label of reflectietools binnen de jeugdsector? Hoe denkt u hierover?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Het departement Cultuur, Jeugd en Media heeft de eerste resultaten van de studie van het Kenniscentrum Kinderrechten meteen voorgelegd op een studienamiddag over Kinderrechteneducatie in het Jeugdwerk, dit op 20 november 2017 naar aanleiding van de verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Tumult en Stampmedia in het bijzonder, twee van de organisaties die KeKi heeft doorgelicht vanuit het kinderrechtenperspectief, brachten hun praktijkverhaal. Vervolgens gaf KeKi een toelichting bij de studie, de aanbevelingen en vragen die waren komen bovendrijven. De Ambrassade, het Kinderrechtencommissariaat, Uit de Marge en het afdelingshoofd van de afdeling Jeugd reflecteerden hierop in een panelgesprek. Met de aanwezigen ging men ook in debat over de meerwaarde van het gebruiken van de kinderrechtentaal.

Ook op de studiedag van 20 november werd over dit onderwerp gediscussieerd. De doelstelling waar zowel kinderrechtenactoren als jeugdwerk gezamenlijk aan werken, is het versterken van de maatschappelijke positie van kinderen en jongeren. Dat dit wordt gerealiseerd, moet centraal blijven staan. Voor sommige organisaties zijn kinderrechten daarbij noodzakelijk, voor andere niet.

Verder heeft het nieuwe Masterplan Diversiteit in het Jeugdwerk een kinderrechtengrondslag. Non-discriminatie is een van de leidende principes in het kinderrechtenverdrag. Het VN-Comité voor de Rechten van het Kind heeft ons land in 2010 aanbevolen om het recht van alle kinderen op rust en ontspanning te verzekeren, in het bijzonder voor kinderen in opvangcentra, kinderen met een handicap, gehospitaliseerde kinderen, kinderen onder psychiatrische begeleiding en kinderen uit armere gezinnen.

Het Comité vroeg ook naar een uitgebreide strategie ter bestrijding van discriminerende maatschappelijke houdingen, in het bijzonder tegenover kinderen die in armoede leven, kinderen met een handicap en kinderen van buitenlandse herkomst. Dat is exact wat we voor ogen hebben met het masterplan Diversiteit in/en het jeugdwerk. Het werken met en de participatie van kwetsbare doelgroepen, is het speerpunt van het masterplan Diversiteit.

Ook verwijs ik graag naar het netwerk beleidsparticipatie dat vorig jaar werd opgestart. Het verzamelt tools en concrete voorbeelden voor/over participatie, kritisch denken en burgerschap. We volgen dus verschillende sporen om de kinderrechten zoveel mogelijk in de praktijk gerealiseerd te zien.

U weet dat de begrotingscontrole toegelaten heeft dat we aan de doelstellingen van het masterplan Diversiteit voort werken. Die moeten niet alleen financieel worden vertaald, doch zullen in belangrijke mate financieel worden ondersteund de komende maanden met nieuwe projectwerkingen.

Ik wil eerst en vooral bevestigen wat KeKi ook al stelde, namelijk dat er in het jeugdwerk al heel veel gebeurt dat als kinderrechteneducatie kan worden beschouwd. Het gaat dan over toegankelijkheid, integratie, emancipatie, empowerment, ervaringsgericht leren, participatief werken, maar ook over inhoudelijke thema’s die aan bod komen: conflicthantering, duurzaamheid, integriteit, vluchtelingen…

Dit was ook de conclusie van de studienamiddag van 20 november. De gehanteerde jeugdwerkwaarden – denk aan verbondenheid, gelijkwaardigheid, kritisch denken, normaliseren van diversiteit – sluiten nauw aan bij het kinderrechtenverdrag. Ik wil in eerste instantie deze sterktes alle kansen geven en de bestaande praktijken verder versterken. Maar het klopt dat de kinderrechteneducatie nog kan versterkt worden.

Ik ben mij ervan bewust dat er incentives nodig blijven om de dialoog en het burgerschap in het jeugdwerk te bevorderen. Het decreet van 20 januari 2012 op het vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid biedt jeugdorganisaties daartoe al heel wat mogelijkheden. Met name geven de beoordelingscriteria voor de beleidsplannen ruimte aan verenigingen om op maat te werken van maatschappelijk kwetsbare groepen. Zo dagen de criteria bereik, gelijkekansenbeleid en stedelijkheid die gelden voor de beoordeling van de beleidsnota’s, de verenigingen nu al uit om hun specifieke initiatieven ten aanzien van deze doelgroep een plaats te geven in hun gesubsidieerde werking.

In het kader van de jaarlijkse rapportage kunnen verenigingen melding maken van acties die betrekking hebben op ‘het onderschrijven en uitdragen van de rechten van het kind’, een beoordelingscriterium bij de beleidsnota’s. Bij alle verenigingen een extra indicator of een bijkomend rapporteringsdeel toevoegen, lijkt me een minder goed idee. U herinnert zich nog van een antwoord in de commissie Jeugd dat de beleidsnota’s voor de meest recente ronde toch wel verder gingen in de richting van mijn huidig antwoord. We zien daar een gunstige evolutie.

Ik geloof sterk in de integratie van het kinderrechtenbeleid en het jeugdbeleid. Het gemeenschappelijk doel moet zijn om de positie van kinderen en jongeren in de samenleving te versterken. Het jeugdwerk kan hiertoe bijdragen. Een jeugdwerkstrategie is zo een van de vele strategieën die naar dit doel leiden.

Ik ben blij verrast te horen dat de jeugdsector onder coördinatie van De Ambrassade ter voorbereiding van het grote congres #Jeugdwerkwerkt zijn nieuwe visie op het jeugdwerk van de toekomst heeft geënt op het Kinderrechtenverdrag. Het Kinderrechtenverdrag kan hierbij een kader bieden voor de aanpak van incidentele schendingen die helaas ook in het jeugdwerk nog voorkomen. Het kan een instrument worden voor zelfreflectie.

Ik vind het zinvol om incentives te blijven geven. We gaan de beleidsplannen binnen ons reguliere jeugdwerk en het masterplan Diversiteit intensifiëren en verder uitrollen. Het jeugd- en kinderrechtenbeleid gaat uit van een respect voor de rechten van kinderen en jongeren doorheen alles. Of daar een specifiek instrument voor moet worden ontwikkeld, weet ik niet. De meerwaarde van een charter kan inderdaad worden betwijfeld, want dat is veel te vrijblijvend. Een label schrikt blijkbaar af omdat men vreest dat het zou kunnen worden gelinkt aan de subsidiëring. We hebben nochtans het label voor kindvriendelijke steden en gemeenten dat steden en gemeenten motiveert om met kinderrechten aan de slag te gaan. Dat is een goede piste. Op 17 juni zullen de volgende labels worden uitgereikt.

Of een reflectietool of een andere piste meer aan de nood beantwoordt, wil ik met de sector bekijken en zal alvast meer dan duidelijk aan bod komen op het congres #Jeugdwerkwerkt van de Ambrassade op 12 juni. Ik kijk daar samen met u naar uit, om dan de volgende stappen te kunnen zetten, gekoppeld aan de twee voornaamste sporen die ik hier al noemde. Dat zijn de beleidsplannen in het reguliere jeugdwerk, want we moeten zoveel mogelijk kinderenrechten verankeren in de reguliere jeugdwerking; en de bijkomende initiatieven die we met het masterplan diversiteit nog gaan nemen.

Dank u voor uw uitvoerig antwoord, minister. Vandaag worden er inderdaad al verschillende sporen bewandeld om kinderrechten en kinderrechteneducatie in het jeugdwerk te verbeteren. Het wordt niet altijd als dusdanig bestempeld, maar in de praktijk is het dat natuurlijk wel.

U hebt verwezen naar het congres #Jeugdwerkwerkt dat geënt is op het Kinderrechtenverdrag. Dat is zeer positief. Ook de reflectietools zullen daar aan bod komen. Ik veronderstel dat de meeste commissieleden daar aanwezig zullen zijn. We kunnen de discussie samen met het jeugdwerk daar verder zetten over wat er nu precies kan gebeuren om die kinderrechten in het jeugdsector nog meer aanbod te laten komen dan vandaag.

Uit onderzoek blijkt ook dat de integratie van kinderrechten en het jeugdbeleid vandaag nog niet afgerond of voltooid is. En als we een verdere integratie willen, zal de overheid concrete acties en investeringen moeten starten. Ze vragen ook dat de Vlaamse overheid haar visie en ambitie met betrekking tot kinderrechteneducatie meer zou expliciteren.

Ik heb onlangs nog een schriftelijke vraag aan u en aan minister Crevits gesteld over de kinderrechtenscholen en de mogelijke koppeling met het label van kindvriendelijke steden en gemeenten. Minister Crevits keek een beetje naar u als verantwoordelijke minister voor kinderrechten en u ziet minister Crevits als verantwoordelijke voor de scholen. In hoeverre wordt er vandaag over nagedacht om bijvoorbeeld kinderrechtenscholen, een specifiek project van Plan België dat al een aantal zeer goede resultaten heeft neergezet, op te nemen in het label van kindvriendelijke steden en gemeenten?

De heer Van de Wauwer

Dank u voor uw vraag, collega's Soens.

Minister, CD&V wil erover waken dat het jeugdwerk niet wordt ‘geïnstrumentaliseerd’. We mogen binnen de beschouwingen over kinderrechten niet vergeten dat jeugdwerk op zich al een basisrecht is voor kinderen en jongeren. Ik ben blij te vernemen dat u ook geen voorstander bent van, of toch uw twijfels uit over, de invoering van een charter of een label. De jeugdsector zelf is daar evenmin grote vragende partij voor, integendeel. U wilt vooral in samenspraak met de sector bekijken of reflectietools een handige methodiek kunnen zijn.

U hebt verwezen naar het label van de kindvriendelijke steden en gemeenten. Daarnaast heeft De Ambrassade een eigen Trusty-label. Ik denk dat niemand in de jeugdsector zit te wachten op een extra label rond kinderrechteneducatie.

We kijken uit naar het congres dat eraan komt. We kijken uit naar de mogelijke plannen voor reflectietools, methodieken, vormingen enzovoort.

Minister Sven Gatz

Laten we het congres inderdaad even afwachten, niet om tijd te kopen, maar omdat het model waarop we ons jeugdbeleid baseren er een is van overleg en dialoog. Het expliciteren van de visie rond kinderrechten is een terechte vraag aan het kenniscentrum. Ik wil graag met de jeugdsector bekijken welke pistes de beste zijn. We denken aan een vorm van een reflectietool. Ik ben zeker bereid om daar concreter mee aan de slag te gaan.

Ik wil rekening houden met de laatste opmerking. Misschien moeten we vermijden om een bijkomend spoor te ontwikkelen, daar waar iedereen aanvoelt – en dat is de sterkte en de zwakte van kinderrechten tegelijk – dat het eigenlijk moet worden geïntegreerd in de bestaande sporen. Het is niet iets wat we alleen moeten nastreven, maar als we een goed en divers jeugdwerk hebben, dan hebben we in principe ook een jeugdwerk waar de kinderrechten centraal staan. Ik wil dat evenwicht bewaren. Kan er een nieuw instrument worden ontwikkeld om die doelstelling nog wat beter te bereiken? Ja. We moeten dat binnen de bestaande sporen voldoende opnemen.

Wat betreft de kinderrechtenscholen wil ik op uw instigatie, mevrouw Soens, wat actiever contact opnemen met minister Crevits om te kijken hoe we dat zouden kunnen doen.

De suggestie die u noemt in verband met het label ‘kindvriendelijke stad en/of gemeente’ lijkt me wel nuttig. Dat is soms het voorrecht van parlementsleden, dat men ministers interessante, goede vragen kan stellen, eerst schriftelijk en dan mondeling, en dat wij dan zeggen: we zullen toch beter nog eens samen gaan zitten en kijken wat we kunnen doen. Onze kabinetten zullen contact hebben met elkaar en zien hoe we daar een volgende stap in kunnen zetten.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Ik ben blij met uw laatste, positieve woorden, om te bekijken of het toch niet mogelijk is om kinderrechtenscholen meer te koppelen met het label dat vandaag al bestaat rond kindvriendelijke steden en gemeenten. Ik zal sowieso opvolgen wat daar dan uit komt.

Het is inderdaad een goede formule – we zien dat bijna altijd als het over jeugdbeleid gaat – om dat in goed overleg en in een goede dialoog te doen met de jeugdsector. Ook het onderzoek van KeKi zelf is uiteraard in dialoog met de jeugdsector gebeurd. De adviezen die daaruit zijn gekomen, zijn ook op basis van de vragen vanuit de jeugdsector zelf.

Ik ben uiteraard gevoelig voor het argument dat we de jeugdsector en het jeugdwerk niet mogen instrumentaliseren, vandaar ook mijn eerste opmerking dat er vandaag al heel veel gebeurt rond kinderrechten en kinderrechteneducatie. Het wordt vandaag niet altijd zo benoemd. Maar als er vraag is om daar nog meer op in te zetten dan vandaag al gebeurt, in goed overleg met de jeugdsector, dan denk ik dat we daar sowieso naar moeten kunnen kijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.