U bent hier

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, de stad Gent zal, na een onderzoek van de Artesis Plantijn (AP) Hogeschool in samenwerking met de jeugddienst van Gent, waarbij in totaal 1200 ouders, kinderen en sleutelfiguren werden bevraagd, ook in de laatste week van augustus haar speelpleinwerking openhouden. Dat konden we lezen in De Standaard van 19 maart 2018. Omdat in die laatste week de meeste ouders al opnieuw aan het werk zijn en er nog geen opvang is in de scholen die, logischerwijze, volop bezig zijn met de voorbereiding van het nieuwe schooljaar, heeft men die beslissing genomen. Dat is niet het enige initiatief dat de Arteveldestad wil nemen. Schepen Decruynaere wil middelbare scholen en andere organisaties vragen om in de week na de examens en voor de vakantie ook in een aanbod te voorzien voor jonge tieners.

Naast deze initiatieven zijn er ook heel wat andere interessante zaken naar voren gekomen uit dit onderzoek, waar de stad Gent verder mee aan de slag zal gaan. Misschien is dit onderzoek iets dat ook andere plekken en zelfs de Vlaamse Regering kan inspireren, vandaar mijn volgende informatieve vragen.

De stad Gent heeft zelf geïnvesteerd in een onderzoek om te achterhalen wat de noden zijn op het vlak van opvang van kinderen en jongeren na de schooluren en in de vakantiedagen. Hebt u weet van soortgelijke onderzoeken op andere plaatsen? Zou het niet nuttig zijn om een soortgelijk onderzoek op Vlaams niveau uit te rollen? Zo ja, bent u dat van plan? Waarom eventueel niet? Hoeveel steden en gemeenten in Vlaanderen plannen een speelpleinwerking in de laatste week van augustus? Wat vindt u van het voorstel om de laatste week van de vakantie de speelpleinwerking open te houden om zo de ouders te ontlasten? Is dat iets dat op andere plaatsen ook uitgerold kan worden? Zo ja, kunt u dat als Vlaams minister mee ondersteunen?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik heb geen informatie over andere, soortgelijke onderzoeken als dat van de stad Gent. Ik zal proberen met het antwoord op uw volgende vragen daar voor een deel aan tegemoet te komen.

Het in kaart brengen van noden en behoeften van kinderen en jongeren is een taak die het best door de lokale besturen wordt opgenomen, aangezien de noden en behoeften in iedere stad en gemeente verschillend zijn. In iedere Vlaamse gemeente of stad is er zowel tijdens het schooljaar als tijdens de vakanties een sterk aanbod door het jeugdwerk uitgebouwd. Dit aanbod wordt vaak aangevuld met een gemeentelijk aanbod. Daarom is het lokaal bestuur de meest geschikte actor om de noden en behoeften verder te detecteren en juist te analyseren.

Dat wil niet zeggen dat we vanuit Vlaanderen geen tools kunnen aanreiken aan lokale besturen om een analyse te maken. Het voorbije jaar heb ik hierrond twee initiatieven gelanceerd. Een eerste initiatief is de jeugdmonitor, een digitale bevragingstool die alle lokale besturen kunnen gebruiken om kinderen en jongeren te bevragen over hun buurt, hun vrije tijd en hun hobby’s. Minister Homans en ikzelf hebben deze tool, zoals u zich herinnert, samen in september 2017 gelanceerd. De lokale vrijetijdsmonitor, het tweede initiatief, werd op 13 maart 2018 samen met minister Muyters en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) gelanceerd. Met de lokale vrijetijdsmonitor willen we de lokale besturen ondersteunen om een cultuur-, jeugd- en sportbeleid op hun maat uit te bouwen. Tegen het einde van 2018 brengen we daarom alle mogelijke, interessante en bruikbare gegevens over het lokale vrijetijdsbeleid nogmaals samen.

Hoeveel steden en gemeenten in Vlaanderen plannen een speelpleinwerking in de laatste week van augustus? We hebben daarover geen exacte cijfers, maar een aantal dingen kunnen toch een approximatief antwoord geven. Uit de resultaten van de speelpleinenquête die de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) om de vijf jaar organiseert, kan ik wel een aantal cijfers brengen. De laatste bevraging werd uitgevoerd in 2015. Hieruit blijkt dat de Vlaamse speelpleinen een gemiddelde werking van dertig dagen hebben in de zomer. 93 procent van die speelpleinen heeft een werking in augustus. In juli is dit 98 procent.

Er zijn heel wat speelpleinwerkingen die in de week van 15 augustus stoppen, en dat om volgende redenen. U kent die waarschijnlijk, maar ik wil ze nog even analytisch naar voren brengen. Er is een element van infrastructuur. Veel speelpleinen vinden plaats in scholen en na 15 augustus wordt het nieuwe schooljaar voorbereid en beginnen de leerkrachten hun klassen opnieuw in te richten. Er is ook een logistiek gegeven. Een werking die de hele zomer kinderen en jongeren plezante en gevarieerde activiteiten aanbiedt, beschikt over heel wat materiaal. Het vraagt dan ook tijd om dit materiaal te verhuizen, de locatie op te kuisen en dergelijke meer. Er is een financieel aspect. Particuliere speelpleinen ontvangen meestal een budget voor een werking van een beperkt aantal weken. Er is een inhoudelijk gegeven. Vaak werkt een speelplein met een grote groep vrijwillige animatoren. Op het einde wordt er dan ook tijd vrijgemaakt om de animatoren te danken, een evaluatie te maken en voorbereidingen te treffen voor wat er verder nog allemaal komt. Vaak wordt er op het einde van de vakantie ook in een teambuildingsmoment voorzien voor de animatorenploeg, iets wat de VDS trouwens actief stimuleert.

De VDS geeft ook aan dat de nood van ouders aan opvang tijdens die laatste weken vaak wordt ingevuld met losse daguitstappen, kampen en dies meer, die door het lokaal bestuur worden georganiseerd en al dan niet door speelpleinvrijwilligers worden begeleid. Er zijn dus heel wat plekken waar er de laatste twee weken van augustus op een of andere manier toch nog een vervolg gegeven wordt op het reguliere speelplein.

Ik wil hier toch even benadrukken dat de speelpleinwerking een heel sterk merk is voor het jeugdwerk in Vlaanderen. U hebt in uw vraag trouwens ook niet het tegendeel beweerd. Het speelpleinwerk is er om te spelen, te experimenteren en om als kind of jongere aan een bepaalde zelfontplooiing te kunnen doen. Duizenden vrijwilligers maken het iedere vakantie waar dat kinderen en jongeren die kans krijgen. Ik wens te benadrukken dat het speelpleinwerk niet als eerste functie heeft om de ouders te ontlasten. Ik ben zelf ook ouder. Ik begrijp dus het perspectief, maar ik wil het niet alleen nuanceren maar ook herijken.

Het speelpleinwerk is zich wel bewust van de partnerrol die het binnen het opvangaanbod opneemt. Ik verwijs hierbij naar het onderzoek ‘Speelpleinwerkingen in Vlaanderen en Brussel’, dat in 2015 in opdracht van mijn departement werd uitgevoerd door Kind & Samenleving. Daarin werden ook aanbevelingen over die opvangrol geformuleerd aan de verschillende partners binnen dit verhaal: de speelpleinwerkingen, de organisatoren, de lokale besturen, de koepels en de Vlaamse overheid.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoorden, zowel de approximatieve als de andere. Ik ben het volledig met u eens: de speelpleinwerkingen in Vlaanderen doen ongelooflijk goed werk. Iedereen die actief is in het middenveld of in de jeugdsector weet dat. Iedereen die in de zomer in een stad of gemeente rondloopt, ziet het werk dat ze doen. Daarin volg ik u volledig, dat wil ik zeker nog eens onderstrepen. Iedereen weet natuurlijk ook – en u beter dan ik omdat u zelf ouder bent, in de beide definities – dat de laatste week voor de school begint, een enorm intense periode is voor de jongeren die in de speelpleinwerking hebben gestaan. Het is dan ook nodig dat zij hun werking afsluiten, dat ze op een bepaalde manier terugkijken naar wat ze hebben gedaan en dat hun werk wordt gevalideerd met een erkenningsmoment en alles wat daarbij hoort. Voor de ouders blijkt dat een moeilijke zaak en is er een zeker vacuüm dat moet worden opgevuld.

Ik ben geïnteresseerd in uw antwoord dat heel wat lokale besturen in die laatste week een extra aanbod hebben van daguitstappen en misschien kleine kampen. Ik vraag me af of ook daar cijfers over zijn. Hoeveel lokale besturen doen dat? Wat is het aanbod daarvan? In hoeverre wordt dat gelinkt aan en is er overeenstemming, overlap of samenwerking met de speelpleinwerking om te zien dat ze elkaar tegemoet komen?

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Voorzitter, ik heb niet onmiddellijk een bijkomende vraag. Het is wel zo dat het uitwerken en het verloop van de speelpleinwerking echt een lokaal gebeuren is. Het is de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur om dat te organiseren. Ik denk dat de nood in de stad Gent anders is dan bijvoorbeeld in een plattelandsgemeente.

Ik wil er nog aan toevoegen dat de laatste week van juni en begin juli heel wat jonge gasten van de leiding die op de hogeschool of de universiteit zitten, nog in de examens zitten. Hetzelfde geldt eind augustus als ze een tweede zit hebben. Dan is het soms moeilijk om de permanentie te garanderen. Ik vraag daar een beetje begrip voor.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Omdat het me zelf ook interesseert, wil ik een meer gericht zicht krijgen op wat het globaal aanbod in de verschillende gemeenten en steden is tijdens de laatste twee weken van augustus, dat dan losstaat van of een vervolg is op de speelpleinwerking. We zullen die cijfers zo goed en zo kwaad als het kan, opvragen omdat het een stukje met de monitoring te maken heeft. Ik zal u die bezorgen.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik ben tevreden met uw antwoord. Ik ben het ook eens met collega Van Eetvelde. De situatie is per lokaal bestuur of gemeente anders. Er is wel eenzelfde vraag van speelpleinwerkingen om hun werk goed te kunnen doen en van ouders om een zo goed mogelijk aanbod te krijgen. Heel veel lokale besturen leveren daar ontzettend mooi werk in, net zoals de mensen van de speelpleinwerkingen, maar ik denk dat we vanuit het Vlaamse niveau altijd moeten proberen om het overzicht te houden, en daar waar we kunnen helpen en bijsturen om een zo voldoende mogelijk aanbod te hebben, onze rol daarin op te nemen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.