U bent hier

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik heb deze vraag om uitleg al eind maart 2018 ingediend. Dat is ondertussen al een tijdje geleden, maar ik denk dat het onderwerp nog actueel is en voor hele tijd zal blijven. Sommigen vragen zich misschien af waarom ik deze vraag om uitleg over energie in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting heb ingediend, maar ze herinneren zich ongetwijfeld de heftige discussie die de afgelopen maanden vooral binnen de meerderheid is gevoerd over de visienota over het Energiepact. Ze herinneren zich ongetwijfeld ook de vragen om uitleg en actuele vragen over het standpunt van de Vlaamse Regering die ik heb gesteld in de commissie en tijdens plenaire vergaderingen. Op 30 maart 2018 is met het Goedevrijdagakkoord blijkbaar een beslissing genomen over deze visienota. Om die reden wil ik mijn vraag om uitleg stellen aan het hoofd van de Vlaamse Regering.

Er zijn heel wat debatten gevoerd over dit Goedevrijdagakkoord. Het is trouwens altijd een goede timing een akkoord over een moeilijk dossier net voor een reces goed te keuren. In elk geval hebben de Federale Regering en de Vlaamse Regering de visienota over het Energiepact goedgekeurd.

Iedereen weet dat het grote struikelblok om de visienota al dan niet goed te keuren, erin bestond al dan niet vast te houden aan de sluiting van de kerncentrales in 2025. Voor zover ik heb begrepen, is er een akkoord gekomen omdat aan het pact een aantal expliciete voorwaarden zijn toegevoegd. Het is trouwens niet langer een pact, maar een strategie. Het gaat om de permanente monitoring van de evolutie van de prijzen, de veiligheid, de bevoorradingszekerheid en de klimaatimpact. Mij lijkt het een beetje eigenaardig dat dit als een toevoeging aan het akkoord of het pact wordt voorgesteld. Ik denk dat de veiligheid, de prijs, de bevoorradingszekerheid en de klimaatimpact ook zonder deze visienota altijd moeten worden gemonitord. Ik begrijp echter dat dit is aangegrepen om net voor het reces toch een akkoord te forceren.

Er zou tevens meer worden geïnvesteerd in andere productiecapaciteit, in een betere energieconnectie met de buurlanden en in een beter beheer van vraag en aanbod. De Vlaamse Regering wil de visienota nu omzetten in een eigen Vlaams energie- en klimaatplan dat tegen 1 juli 2018 klaar zou moeten zijn. De cruciale factoren zouden bestaan uit de bewaking van de concurrentiekracht van onze bedrijven en de medewerking aan de uitwerking van een energienorm, die al heel lang uitblijft. Een andere cruciale factor zou de kostprijs voor de gezinnen zijn. Wij hebben ook altijd gesteld dat de betaalbaarheid voor gezinnen en bedrijven naast de bevoorradingszekerheid en de duurzaamheid voorop moet staan. Er zou speciale aandacht zijn voor een actief energiearmoedebeleid.

Minister-president, tegen de zomer van dit jaar zouden concrete afspraken worden gemaakt over de verdeling en de financiering van de inspanningen, het zogenaamde burden sharing. Volgens u zou het mogelijk moeten zijn tegen 2030 minstens 35 procent hernieuwbare energie te produceren. Minister Tommelein, die misschien altijd wat voluntaristischer is, spreekt over 40 procent.

Kunt u wat meer toelichting geven over het Goedevrijdagakkoord van 30 maart 2018? Het komt misschien wat eigenaardig over, maar ik zou toch graag wat verduidelijking krijgen over de relatie tussen de visienota en het Energiepact. In de commissie en tijdens plenaire vergaderingen is me altijd meegedeeld dat de Vlaamse Regering dit nooit heeft besproken, maar op 30 maart 2018 zijn dan plots de visienota goedgekeurd en het Vlaams energie- en klimaatplan aangekondigd. Ik vraag u dan ook om wat verduidelijking over de relatie.

Wat zijn of moeten volgens u de doelstellingen zijn in verband met hernieuwbare energie? Er is natuurlijk de vraag of het de bedoeling is de kerncentrales te sluiten.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Sintobin, u hebt een aantal zaken aangehaald die niet altijd honderd procent precies overeenkomen met wat in de tekst staat die u kent en hebt. Ik zal dit zeker niet herhalen. Het heeft weinig zin dat ik als antwoord op uw eerste vraag die pagina’s voorlees. Het Vlaams Parlement heeft die tekst.

Ik wil nog een correctie aanbrengen. U hebt het gehad over 35 procent hernieuwbare energie, maar het gaat om 35 procent hernieuwbare elektriciteit. Dat is een zeer groot verschil. Dat is een subdoelstelling van de doelstelling met betrekking tot hernieuwbare energie. U vindt dat terug in de tekst die u hebt gekregen en waar ik niet nader op zal ingaan.

Het is misschien belangrijk dat ik een korte toelichting geef over de verdere aanpak hiervan. Zoals u weet, moeten België en de andere Europese lidstaten tegen het eind van dit jaar bij de Europese Commissie een energie- en klimaatplan indienen. Voor België wordt dit het nationaal energie- en klimaatplan. We moeten dit tegen het eind van dit jaar aan de EU bezorgen. Dit betekent dat de diverse entiteiten tegen de zomer van dit jaar hun huiswerk moeten maken. We zullen dat ook doen. Wat Vlaanderen betreft, zullen we tegen 1 juli 2018 onze doelstelling met betrekking tot hernieuwbare energie en onze subdoelstelling met betrekking tot hernieuwbare elektriciteit formuleren. Dat zal bottom-up gebeuren.

We hebben geoordeeld dat het haalbaar moet zijn om in België tot 35 procent hernieuwbare elektriciteit te komen. Dit is op het niveau van de Belgische staat afhankelijk van de inspanningen van de diverse entiteiten. We weten heel goed wat België zal doen, wat offshore zal worden aangeleverd en wat de andere entiteiten zullen doen. Zoals u weet, heeft Wallonië een aantal natuurlijke voordelen en grotere mogelijkheden dan Vlaanderen. In elk geval zullen we tegen 1 juli 2018 bottom-up onze doelstellingen formuleren.

We moeten ook voorzien in een invulling van de broeikasgasreductiedoelstelling. Hoe zullen we die doelstelling bereiken? Daarvoor moet er een burden sharing komen, want de Belgische doelstellingen zijn al vastgelegd. Het gaat om 35 procent, en er moet een uitwerking komen met betrekking tot de tweede belangrijke doelstelling, namelijk de reductie van de broeikasgassenuitstoot. Wat het eerste punt betreft, zal minister Tommelein het initiatief nemen om voorstellen te formuleren. Wat het tweede punt betreft, zal minister Schauvliege de voorstellen formuleren.

Wat de energie-efficiëntie betreft, is België een engagement aangegaan dat al vastligt. Tegen 2030 moeten we 30 procent energie-efficiënter zijn. Ook op dat vlak zullen we tegen 1 juli 2018 doelstellingen formuleren. Er is nog geen sprake van burden sharing. We werken bottom-up en ik ga ervan uit dat alle entiteiten tegen 1 juli 2018 doelstellingen zullen formuleren. Het Belgische voorstel moet dan evenzeer aan de Europese Commissie worden bezorgd. We zullen zien wat het antwoord is. De Europese Commissie zal alle voorstellen beoordelen. Normaal gezien, zal het ermee eindigen dat België, net als met betrekking tot de broeikasgasreductie, een percentage opgelegd krijgt. Om tot die doelstelling te komen, zal er dan sprake zijn van burden sharing.

Mijnheer Sintobin, ik wil daar een persoonlijke voetnoot aan toevoegen. Ik stel vast dat onze economie en onze bevolking groeien. Eigenlijk zitten we met absolute cijfers, en ik denk dat die methodes moeten worden verfijnd. Net omdat we in een economische groeiperiode zitten en het energieverbruik stijgt, is het perfect mogelijk in een situatie te zitten waarin het bedrijfsleven en de huishoudens energie-efficiënter werken en het totale energieverbruik toch stijgt. Hoewel we toch efficiënter werken, is dat toch mogelijk. Mijn aanvoelen is dan ook dat in elk bedrijf al langer aanhoudende inspanningen worden geleverd. Dat staat in het document dat u hebt gekregen.

Ook met betrekking tot de energienorm hebben we afspraken gemaakt. Als Vlaamse overheid willen we rekening houden met de concurrentiekracht van onze bedrijven. We willen dan ook correctiemechanismen uitwerken. Dat is conform het Vlaams en het federaal regeerakkoord. Tegelijkertijd hebben we ook afgesproken dat we eveneens zullen waken over de kostprijs van de energiefactuur voor de gezinnen.

Mijnheer Sintobin, dat zijn in essentie de elementen van de operationalisering. U weet dat we in de tekst een en ander zullen operationaliseren. Dat zijn de vier elementen die ik belangrijk vind om tot een operationalisering van ons plan van aanpak te komen.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. We hebben die teksten inderdaad gekregen, maar ik denk dat mijn vraag om uitleg al was ingediend voor de teksten werden gepubliceerd.

Ik volg u natuurlijk wanneer u stelt dat de vier entiteiten tegen 1 juli 2018 een plan moeten opstellen en dan een samenhangend geheel moeten zoeken waarmee ze naar de Europese Commissie kunnen stappen. Alleen zie ik dat nog niet zo snel gebeuren. Ik herinner me de discussies in de Vlaamse Regering en in de Federale Regering die hieraan zijn voorafgegaan.

Ik wil hier nog even op terugkomen. De Vlaamse Regering moest de visienota al dan niet goedkeuren. Het ging dan om het Energiepact en om de sluiting van de kerncentrales. U kunt hier nu natuurlijk een aantal doelstellingen naar voren schuiven en verklaren wat de Vlaamse Regering eigenlijk van plan is, maar de aanleiding van mijn vraag om uitleg is natuurlijk het plotse akkoord over de sluiting van de kerncentrales. Zoals ik daarnet heb gezegd, hebt u aan het Energiepact een aantal zogezegde bijkomende voorwaarden toegevoegd. Volgens mij zijn dat geen bijkomende voorwaarden, want ik vind dat het sowieso altijd normaal is de prijs, de bevoorradingszekerheid en de duurzaamheid te monitoren. Dit staat los van de visienota, van het Energiepact of van wat nieuw is bereikt.

Minister-president, ik begrijp dat het om een compromis gaat, maar ik vraag me af wat dit in de realiteit zal betekenen. Een meerderheidsfractie in de Vlaamse Regering heeft verklaard dat we op het moment zelf wel zullen zien wat er gebeurt. Ik veronderstel echter dat we een kerncentrale niet zomaar kunnen afsluiten en weer starten als er een probleem met de bevoorradingszekerheid is.

Ik wil u trouwens ook wijzen op de kritiek die de energiespecialist van de N-VA onmiddellijk heeft geleverd op het door staatssecretaris De Backer aangekondigde nieuwe windmolenpark. Volgens hem zal tegen 2021 of 2022 een nieuw windmolenpark operationeel zijn, waardoor we een kerncentrale zullen kunnen sluiten. De heer Gryffroy heeft hier onmiddellijk op gereageerd dat dit nooit zal lukken en dat we er ten vroegste tegen 2027 of 2028 zullen geraken.

Ik wil u herinneren aan de problemen met het andere windmolenpark en met de Stevin-kabel. De nieuwe kabel moet gedeeltelijk door de Westhoek. U zult het er ongetwijfeld mee eens zijn dat de problemen daar in een aantal gebieden nog veel groter zullen zijn. Ik herinner u ook aan een thema dat u na aan het hart ligt, namelijk het herdenkingstoerisme en de bescherming van bepaalde landschappen. Ik bedoel maar dat nu al bepaalde zaken worden vooropgesteld waarover absoluut geen zekerheid is. Ik heb dan ook mijn twijfels bij de uitvoerbaarheid hiervan.

Ik vind nog altijd dat de meerderheidspartijen en uw partij in het bijzonder altijd op twee benen hinken. Enerzijds keurt u de visienota met betrekking tot het Energiepact en de sluiting van de kerncentrales goed, anderzijds zeggen uw energiespecialist en vicepremier Jambon dat we de kerncentrales opnieuw zullen starten als het nodig is.

Mij lijkt dat een vrij eigenaardige manier van werken. Ik zal in ieder geval afwachten wat er komt tegen 1 juli. Op basis daarvan zal ik er dan wellicht in deze of een andere commissie of in de plenaire vergadering op terugkomen. Ik heb er toch de grootste twijfels over. U stelt een aantal zaken voorop, zonder dat u zeker bent van de situatie en van wanneer dit zal moeten gebeuren. En er blijven altijd maar tegenstrijdigheden, maar ik begrijp dat dat misschien voor een groot stuk ook een politiek spelletje is.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Sintobin, u blijft ingaan tegen de tekst, die u hebt. Wij hebben die federale nota niet goedgekeurd. Dat staat al in de eerste zin. Wij verwelkomen die als een belangrijke ambitienota. We zeggen dat we ons gaan engageren om werk te maken van die transitie naar een haalbare, betaalbare, aanvaardbare, veilige en koolstofarme energievoorziening, die de bevoorradingszekerheid garandeert en de klimaatdoelstellingen helpt te realiseren, in het kader van een brede Vlaamse aanpak inzake energie, klimaat, ruimtelijke ordening, mobiliteit, industrie, wonen enzovoort. Dat is de allereerste, duidelijke, alinea van het plan van aanpak dat we goedgekeurd hebben.

De heer Sintobin heeft het woord.

Dat is juist mijn punt, natuurlijk. Het werd ook zo meegegeven in de media, dat er onmiddellijk na het Goedevrijdagakkoord een verschillende interpretatie was door diverse partijen. En dat is juist mijn punt: dat iedere partij de tekst gaat uitleggen. Vandaar ook de gemakkelijke woordspeling: wij ‘verwelkomen’ dit als een ambitieus plan en dergelijke, maar we keuren het eigenlijk niet goed. Het gaat dus eigenlijk over woordenspielerei, zodat iedere partij de richting kan uitgaan die ze wil. De toekomst zal uitwijzen wat de juiste keuze was. En ik wacht af tot 1 juli.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.