U bent hier

Commissievergadering

donderdag 26 april 2018, 14.37u

Voorzitter
van Kathleen Krekels aan minister Hilde Crevits
1693 (2017-2018)

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ongeveer 2 à 3 procent van de Vlamingen is hoogbegaafd. Bij hoogbegaafde leerlingen denken we meestal aan leerlingen met een overschot aan talenten en intellectuele mogelijkheden. De meeste van deze leerlingen lopen dan ook vlot doorheen hun schoolloopbaan.

Hoogbegaafdheid kent echter ook een keerzijde. Zo wordt een groot deel van de hoogbegaafde jongeren behandeld voor psychologische en medische klachten. Daarbij wordt vaak verwezen naar het onaangepaste onderwijssysteem.

In het regeerakkoord 2014-2019 staat: “We voeren het decreet betreffende Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften uit en volgen de resultaten nauwkeurig op, met bijzondere aandacht voor de eventuele impact op de leerlingen met specifieke onderwijsnoden, de betrokken leerkrachten en de medeleerlingen in de scholen van het gewoon onderwijs. Waar nodig, sturen we bij.”

Hoogbegaafde leerlingen zijn vaak leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Echter, specifieke ondersteuning voor hoogbegaafden en hoogbegaafden met bijzondere zorgnoden is in het huidige onderwijslandschap beperkt. Daardoor ontstaan er privéscholen of initiatieven voor collectief huisonderwijs. Arkades in Herentals is daar een voorbeeld van. Op vrijdag 30 maart 2018 lazen we dat de school uitbreidt naar de provincies Limburg en Oost-Vlaanderen in samenwerking met het Lucernacollege in Houthalen-Helchteren en Gent. Arkades maakt geen deel uit van Lucerna, maar werkt samen met de scholengroep.

Minister, hoe staat u tegenover deze evolutie? Welke bijkomende maatregelen zult u nemen om zoveel mogelijk leerlingen in het reguliere onderwijs te houden? Hoe staat u tegenover de stelling dat ook hoogbegaafde leerlingen vaak leerlingen met specifieke zorgnoden zijn? Welke initiatieven wilt u nemen om aan de begeleiding van deze groep tegemoet te komen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Een evolutie naar privéscholen of initiatieven voor collectief huisonderwijs om tegemoet te kunnen komen aan de noden van hoogbegaafde leerlingen, is te betreuren. Er zijn heel wat scholen voor gewoon onderwijs die hun onderwijsaanbod inhoudelijk en organisatorisch afstemmen op deze leerlingen met meer potentieel. Scholen zijn verplicht om een zorgcontinuüm uit te bouwen en verantwoordelijkheid op te nemen voor de uitbouw van basiszorg en verhoogde zorg. Vanuit pedagogische begeleiding en de centra voor leerlingenbegeleiding kunnen ze daarbij op ondersteuning rekenen.

In het kader van Prodia wordt daarop ook ingezet met de ontwikkeling van het protocol over hoogbegaafdheid. Dat kan men op de website www.prodiagnostiek.be vinden. Scholen en begeleidende instanties kunnen hieruit inspiratie putten.

Het M-decreet en het ondersteuningsmodel zijn bedoeld om leerlingen binnen de context van de gewone school beter te ondersteunen. Wanneer er voor hoogbegaafde leerlingen maatregelen nodig zijn, moeten ze binnen de context van het ondersteuningsmodel bekeken worden.

Hoogbegaafde leerlingen kunnen specifieke onderwijsbehoeften hebben, maar hoogbegaafdheid op zich mogen we niet problematiseren. Maatregelen om deze kinderen en jongeren kwaliteitsvol onderwijs te bieden, moeten kunnen worden gevonden binnen de context van de maatregelen die in het antwoord op uw eerste vraag zijn beschreven.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, u hebt gelijk dat hoogbegaafdheid niet geproblematiseerd mag worden. Voor veel hoogbegaafde kinderen is er ook geen probleem.

Ik had daar onlangs een gesprek over met een professor die zeer interessante insteken heeft gegeven. Hij zei ook dat we die privé-initiatieven niet te veel mogen aanmoedigen omdat we die kinderen dan tot een uitzondering maken. Die kinderen willen eigenlijk ook helemaal geen uitzondering zijn. Ze willen gewoon meedoen met de grote groep. Het onderwijs moet durven om die kinderen wat extra forum te geven, om hen te bekrachtigen in wat ze goed zijn en te benoemen dat ze bepaalde dingen aankunnen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld iets aanbrengen binnen een project van WO dat ze dan helemaal kunnen uitbouwen. We moeten er vooral voor zorgen dat we binnen het onderwijs voldoende en juist differentiëren zodat ook die kinderen voldoende aan hun trekken komen en voldoende uitdagingen kunnen aangaan.

Dat brengt me opnieuw bij het punt van differentiatie, dat ik deze morgen ook al tijdens de vragen over het basisonderwijs naar voren bracht. In de discussie met die professor gaf hij ook aan dat we eigenlijk aan het verliezen zijn wat differentiatie binnen een school betekent. We moeten niet vertrekken vanuit een basis en dan differentiëren naar beneden voor kinderen die het moeilijk hebben en differentiëren naar boven voor kinderen die het wat gemakkelijker hebben en meer uitdagingen nodig hebben. We moeten beginnen differentiëren vanuit een basis die iedereen nodig heeft en iedereen moet kennen, en daarna kijken welke kinderen extra instructie, uitleg en ondersteuning nodig hebben en welke kinderen we van daaruit de leerstof kunnen laten verdiepen en uitbreiden.

Moeten we misschien in de lerarenopleiding of in andere extra dingen die de overheid kan aanbieden, nagaan hoe we beter en efficiënter voor een klasgroep kunnen differentiëren, zodat ook kinderen die extra uitdagingen nodig hebben niet altijd aangewezen zijn op zelfstandig werk? Misschien moet dit op een andere manier worden georganiseerd zodat we niet teveel gaan naar individualistisch onderwijs, maar kunnen differentiëren in grotere groepen op een meer efficiënte manier.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik ben één of twee jaar geleden op bezoek geweest in een school in Oudenaarde waar er een traject gevolgd wordt voor hoogbegaafde kinderen. Het was heel bijzonder dat de leerkrachten daar zeiden dat ze daardoor meer tijd kregen voor de andere zorgnoden. De methode die wordt gebruikt, leidt ertoe dat hoogbegaafde kinderen hun eigen traject kunnen volgen en dat dit een positieve impact heeft op de rest van de klas. Het ene hoeft het andere niet noodzakelijk te dwarsbomen. De leerkrachten hadden een professionaliseringstraject gevolgd dat hen in twee richtingen deed differentiëren, waardoor ze heel specifieke aandacht kregen voor zij die heel veel uitdagingen nodig hebben. Dat mogen we niet verliezen.

Ik ben het wel eens met mensen die zeggen dat de focus niet zodanig mag worden gelegd op zorg waardoor er vergeten wordt dat er kinderen zijn die heel veel extra uitdagingen nodig hebben. Het goede aan dat project was dat het de spanning wat doorbrak. De methode zorgt ervoor dat men goed kan werken in beide richtingen. Ik vind het goed dat er een individuele aanpak is van jongeren, maar de methodieken zijn volop in ontwikkeling. Ik ben het er wel mee eens dat er ook met die groep rekening moet worden gehouden.

Heeft dat project navolging of uitbreiding gekregen?

Minister Hilde Crevits

Ik heb toen gezegd dat ik binnen twee jaar nog eens wou terugkomen om te kijken of dit een duurzaam effect had, maar ik weet dat dus nog niet. Ik denk dat mevrouw Meuleman daar ook is geweest. Ik ben zelfs bijna zeker.

We zullen dat project zeker verder blijven opvolgen.

Aan de andere kant wil ik natuurlijk ook niet ondergraven wat de mensen van Arkades willen proberen te bewerkstelligen. Zij komen inderdaad een beetje tegemoet aan verzuchtingen van een groep ouders en kinderen die momenteel wat tekortkomen. Ik denk dat het wel goed is dat ze met een bestaande school, in dit geval het Lucernacollege, samenwerken om dat toch weer in het gewoon onderwijs in te bedden. Ik blijf er immers bij dat het belangrijk is dat men de kinderen niet te veel apart gaat zetten en hun het gevoel gaat geven dat ze iets hebben dat niet in orde is, terwijl het eigenlijk een heel positief gegeven is, dat we vooral positief moeten bekrachtigen en aanmoedigen. Die kinderen zijn immers ook onze innovators en onze uitvinders. Dat zijn mensen die we later ook wel nodig zullen hebben om bepaalde zaken te kunnen bewerkstelligen in een steeds meer digitaliserende en zich verder ontwikkelende maatschappij. Die kinderen moeten we dus zeker met zorg omarmen, zonder hen inderdaad als aparte speciale gevallen te bekijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.