U bent hier

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Wanneer een leerling 30 halve dagen afwezig is zonder een geldige verklaring, spreken we van een problematische afwezigheid. In 2016-2017 waren er 3.004 leerlingen problematisch afwezig in de Vlaamse basisscholen. De schooljaren voorheen waren dat er telkens minder: 2.957 in 2015-2016, 2556 in 2014-2015 en 2134 in 2013-2014.

Ook in het secundair onderwijs stijgt het aantal leerlingen dat problematisch afwezig is. In 2013-2014 waren 10.467 leerlingen problematisch afwezig. In 2016-2017 waren dat er al 15.460. Waar we in het basisonderwijs een lichte stijging zien in relatieve cijfers, zien we in het secundair onderwijs toch een grotere toename in relatieve cijfers.

Minister, met het actieplan Samen tegen Schooluitval wordt getracht om schooluitval en spijbelen tegen te gaan. Hoe evalueert u de genomen maatregelen? Welke bijkomende initiatieven wilt u nemen om het aantal spijbelaars terug te dringen?

Minister Crevits heeft het woord.

Over het uitgangspunt, dat elke spijbelaar er een te veel is, zijn we het eens zijn, vooral omdat we weten dat problematisch spijbelen kan leiden tot ongekwalificeerd schoolverlaten. Dat heeft dan weer zeer negatieve gevolgen voor de verdere levensloop van een jongere. We moeten er dus alles aan doen om dit cascade-effect te voorkomen. Om het leerrecht van ieder kind en iedere jongere in Vlaanderen te garanderen, stelde ik samen met de collega- ministers Vandeurzen en Muyters inderdaad een actieplan Samen tegen Schooluitval op. U ondervraagt er me geregeld over, terecht, en ik geef met plezier een volgende stand van zaken.

Van de meer dan vijftig acties in het actieplan zijn er ondertussen een dertigtal gerealiseerd. De andere acties zijn lopende, met uitzondering van één, die we pas kunnen opstarten als een andere actie voltooid is. Ik haal er even de belangrijkste uit. We hebben een Vlaamse spijbelambtenaar aangesteld. Op die manier is er binnen mijn administratie één duidelijk aanspreekpunt voor spijbelen en vroegtijdig schoolverlaten. Die dame zorgt er ook voor dat de uitrol van het actieplan opgevolgd wordt met een soort van helikopterperspectief, waardoor er vanuit monitoring en cijfers ook kan worden bijgestuurd worden waar dat nodig blijkt. Sinds 1 september 2016 voorzie ik in zes voltijdsequivalenten (vte’s) als netwerkcoördinatoren voor de netwerken Samen tegen Schooluitval. Concreet betekent dit één vte voor elke provincie en één voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Een Vlaams actieplan is één ding, maar een spijbeltendens écht keren is maar mogelijk in het veld zelf. Met de netwerkcoördinatoren zetten we in op een aanklampend beleid op lokaal niveau. De netwerkcoördinatoren maken daarbij de vertaalslag van het overkoepelend Vlaams kader of cijfers naar de lokale context met zijn lokale noden, aanwezige initiatieven en actoren. Al die plannen kunt u terugvinden op de website www.samentegenschooluitval.be.

De signalen vanop het terrein zijn positief. De netwerken geven aan dat de mobilisatie van actoren zinvol is, zoals het leren kennen van elkaars werking, de krachten bundelen en de hulp- en dienstverlening op elkaar afstemmen. Doordat de Vlaamse spijbelambtenaar aansluit bij de regionale netwerktafels hoort ze sneller zowel goede praktijken als knelpunten van het veld. Op die manier houden we de vinger aan de pols. Zo werd bijvoorbeeld op vraag van het veld ingezet op het informeren van leerlingen rond al hun mogelijkheden om een diploma secundair onderwijs of een gelijkwaardige kwalificatie te behalen. Hiervoor liet ik de folder ‘Hoe haal ik mijn diploma secundair onderwijs?’ en de bijhorende website www.mijndiplomasecundair.be ontwikkelen, die begin januari werden gelanceerd. Een ander voorbeeld is de update van het vormingspakket voor artsen rond spijbelen en het vernieuwde dixitattest, dat we in november 2017 verspreidden.

Naast input van het veld vind ik het belangrijk dat het Vlaamse onderwijsbeleid opgevolgd wordt met cijfers. Ik gaf bij de vorige bespreking van het actieplan in de commissie al aan dat ik het belangrijk vind dat er gemeten wordt aan de hand van cijfers, dat onze informatieomgeving datarijk moet zijn. De Excels Problematische afwezigheid en tucht en het rapport Vroegtijdig schoolverlaten zijn daar de belangrijkste bronnen voor. Alleen op die manier weten we bijvoorbeeld dat het spijbelen in het basisonderwijs stabiel is gebleven, maar dat we jammer genoeg in het secundair onderwijs voor het vierde jaar op rij een stijging van de cijfers kennen.

Het is een minder uitgesproken stijging dan de voorbije jaren. Ik hoop dat het een aanzet is om de tendens te keren.

Uit de spijbelcijfers leer ik ook dat er een sterke correlatie is met de socio-economische status (SES). In de hervorming van de leerlingenbegeleiding is er een nieuw omkaderingssysteem uitgewerkt waarin een groot deel van de CLB-omkadering (centrum voor leerlingenbegeleiding) onder andere daarom wordt toegekend op basis van de SES-kenmerken van de leerlingen.

Preventie is een sleutelwoord. Daarom heb ik recent 100.000 euro vrijgemaakt voor projecten ter versterking van de positie van kwetsbare jongeren uit kansengroepen. De doelstellingen van de ingediende projecten moesten beantwoorden aan het bevorderen van een positieve schoolloopbaan en het voorkomen van negatieve uitkomsten zoals schooluitval, jeugdcriminaliteit en radicalisering. Het bedrag hebben we tijdelijk toegekend aan vijf organisaties: Uilenspel in Gent, 1001 Schakels in Vilvoorde, het Platform Allochtone Jeugdwerkingen in Antwerpen, de Karel De Grote Hogeschool in Antwerpen voor studiekeuzebegeleiding en OKAN Drie Hofsteden in Kortrijk.

Als leerlingen dan toch problematisch afwezig zijn, dan wil ik kort op de bal spelen en snel optreden. Daarom moeten scholen sinds 1 september 2016 verplicht het CLB inschakelen vanaf de vijfde halve dag problematische afwezigheid. Uit het CLB-jaarverslag leer ik dat deze maatregel voor 19 procent meer begeleidingen rond problematische afwezigheden heeft gezorgd. Dat is mogelijks een reden waarom de problematiek in het basisonderwijs een relatief positief resultaat neerzet.

Tot slot verwijs ik nog naar de data-uitwisseling tussen onderwijs en d VDAB, die het mogelijk maakt in een pilootproject de NEET-jongeren (not in education, employment or training) op te sporen. Dat zijn, zoals u weet, jongeren die niet in opleiding, vorming of werk zitten. We hebben dit in de commissievergadering van 22 maart ook besproken. VDAB is recent gestart met de evaluatie van het project en dat loopt nu volop in de centrumsteden. Als die evaluatie rond is, zal mijn collega minister Muyters bekijken hoe dit activeringsbeleid uitgebreid kan worden naar de andere steden en gemeenten. De uitrol van het actieplan Samen tegen Schooluitval is nog altijd bezig. De realisatie staat uiteraard centraal. We plannen op dit ogenblik dus geen bijkomende acties, omdat we nog verder moeten gaan. We proberen aan iedereen te duiden dat het actieplan niet op zichzelf staat, maar moet worden meegenomen in een ruimer beleid.

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Minister, dank u wel voor uw antwoorden. Ik kan het alleen maar beamen, elke spijbelaar is er een te veel. Spijbelen kan inderdaad leiden tot ongekwalificeerde uitstroom.

Preventie is inderdaad een sleutelwoord, maar is niet zo gemakkelijk. Spijbelen en SES hangen inderdaad aan elkaar vast, spijtig genoeg. Een van de grote ankerpunten zijn daarin de ouders, die we daarin moeten betrekken om te zorgen dat de kinderen naar school gaan.

Ik hoop ook dat in het groter project duaal leren, dat volop in uitrol is, heel wat leerlingen die schoolmoe zijn of spijbelen door de combinatie schoolbanken en werkvloer, toch nog zin krijgen om verder te werken en hun diploma te halen. Ik kijk ook uit naar de resultaten van het opsporen van de NEET-jongeren samen met VDAB. Ik zal dat blijven volgen, zoals u dat van mij gewoon bent.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.