U bent hier

Commissievergadering

donderdag 26 april 2018, 14.37u

Vraag om uitleg van Koen Daniëls aan Hilde Crevits, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, over de beschikbaarheid van leermiddelen voor de opleiding Tolk Vlaamse Gebarentaal
De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik heb hier, net als vele van mijn collega’s, al eerder vragen gesteld over het tekort aan tolken Vlaamse Gebarentaal. Een tekort aan tolken Vlaamse Gebarentaal, dat zou, als ik het nu wat lapidair zou zeggen, eigenlijk hetzelfde zijn als kinderen die in de klas zitten maar aan wie we geen bril kunnen geven omdat we te weinig brillen hebben. Een leerling die het bord niet kan zien, die geef je een bril en die kan het bord zien. Maar een leerling die doof is en die geen tolk gebarentaal heeft, die kan de les bijgevolg maar moeilijk volgen.

In Vlaanderen is het aantal plaatsen dat een opleiding tot tolk Vlaamse Gebarentaal organiseert, op één hand te tellen, namelijk de Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Gent, het centrum voor volwassenenonderwijs (CVO) in Mechelen en de KU Leuven, campus Antwerpen. Je hebt dus minder dan een volledige hand nodig om ze te tellen.

Gezien het beperkte aantal instanties dat een opleiding tot tolk Vlaamse Gebarentaal inricht en het tekort aan tolken Vlaamse Gebarentaal dat we in Vlaanderen kennen, dringt de vraag naar degelijke leermiddelen zich op. Jammer genoeg ontvangen we signalen vanuit het werkveld dat het gepubliceerde leermateriaal voor de opleiding tolk Vlaamse Gebarentaal zeer miniem is en uitgeverijen zeer weinig geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van dit materiaal, gezien de geringe verkoopwaarde. Voor de andere tolkopleidingen, zoals Frans, Engels en andere talen is dat minder of bijna niet het geval.

Door dat tekort aan leermiddelen zijn de instellingen op zichzelf aangewezen om kwaliteitsvolle didactische middelen te ontwikkelen. Als leerkracht kan ik u verzekeren dat het maken van didactisch materiaal een huzarenstukje is en bovendien enorm tijdrovend is.

Minister, hebt u zelf signalen opgevangen over het ontoereikende didactische materiaal waar de opleiding mee kampt? Welke mogelijkheden ziet u om de opleiding tolk Vlaamse Gebarentaal meer te ondersteunen op het vlak van het ontwikkelen van didactisch materiaal in de toekomst? Welke samenwerking is er momenteel tussen het hoger onderwijs, het expertisecentrum Vlaamse Gebarentaal en de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal? Dient die nog te worden versterkt? Wat is de stand van zaken betreffende de spanning tussen het aantal gevraagde en toegekende tolkuren in onderwijs? Die vraag heb ik in het verleden ook al een aantal keren gesteld. En wat is de stand van zaken betreffende het tekort aan doventolken, de inschrijvingsstop en het statuut van de tolken, zoals bediscussieerd tijdens onze commissievergadering van 20 oktober 2016?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Daniëls, ik heb de signalen die u signaleert, nog niet in die mate opgevangen. Voor onze mensen was dat nieuw. Als een CVO of een instelling hoger onderwijs de onderwijsbevoegdheid heeft voor bepaalde opleidingen, dan bepaalt die zelf wanneer, hoe vaak en op welke wijze die opleidingen georganiseerd worden en welke didactische materialen ze ontwikkelen. Die wijze, dat kan volledig in contactonderwijs zijn, dat kan eventueel gedeeltelijk met afstandsonderwijs zijn.

Het ontwikkelen van didactisch materiaal behoort tot de autonomie van de instellingen. Uitgeverijen kunnen betrokken partij zijn, maar strikt genomen hoeft dat niet. In het hoger onderwijs worden vaak eigen syllabi en ook eigen cursusmateriaal ontwikkeld.

Overeenkomstig artikel 7  van het decreet van 5 mei 2006 houdende de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal voorzien we als Vlaamse overheid in mogelijkheden voor een subsidiëring voor informatieve en sensibiliserende projecten die bijdragen tot de maatschappelijke verankering van de Vlaamse Gebarentaal. De subsidievoorwaarden, het aanvraagformulier en alle gerealiseerde projecten van de voorbije jaren worden op de website van de Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal gepubliceerd.

Via eerdere projectgelden werden al lespakketten inzake dovencultuur en VGT ontwikkeld. Dat is een mogelijk kanaal dat kan worden aangesproken door de instellingen. Ik verwacht evenwel ook veel van de samenwerking tussen de drie instellingen die de opleiding Tolk Vlaamse Gebarentaal organiseren en van de organen die in het kielzog van het decreet op de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal zijn opgericht, met name de Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal en het Vlaams GebarentaalCentrum.

Een concurrentieel model hanteren tussen instellingen die de opleiding organiseren, lijkt mij niet zo wenselijk. Er zijn inderdaad, zoals u zelf zegt, al maar drie instellingen die de opleiding aanbieden. Het gaat ook over een zeer intensieve opleiding, die heel veel inzet van de cursisten en de studenten vraagt. Er is een goede samenwerking tussen de stakeholders en wat mij betreft, zou die het best verder worden uitgebouwd.

U vraagt ook naar de tolkuren. Uit de laatste gegevens waarover ik beschik – en dat is het jaarrapport 2017 van het Vlaams Communicatieassistentiebureau voor Doven (CAB) – blijkt dat in 2017 in totaal 41.321 tolkuren Vlaamse Gebarentaal voor onderwijs zijn aangevraagd bij het CAW. Dat is een kleine stijging, maar toch een stijging met 2 procent. Vorig jaar waren er 40.378 uren. De oplossingsgraad bleef status quo: van 82 procent in 2015 naar 88,5 procent in 2016 en stabiel in 2017. Daardoor stijgt ook het aantal ingevulde uren met 2 procent, aangezien alles stabiel blijft, tot 36.520 uren.

Als we dit per schooljaar bekijken, steeg de oplossingsgraad van 87,6 procent in 2015-2016 naar ruim 89 procent tijdens het schooljaar 2016-2017. Tijdens het eerste semester van het schooljaar 2017-2018 zien we opnieuw in alle provincies, behalve in West-Vlaanderen, een lichte daling. U kunt daar meer details over terugvinden in het jaarverslag op www.cabvlaanderen.be

In dat rapport zult u ook de cijfers vinden met betrekking tot het tekort aan doventolken. Het is nog afwachten tot het einde van dit schooljaar om te zien of de dalende trend qua oplossingsgraad zich al dan niet doorzet. Het zou dus nog kunnen keren, maar het CAB jaarrapport schetst ook een duidelijke aangroei van het tolkenbestand. En dat is op zich goed nieuws. Het totaal aantal tolken Vlaamse Gebarentaal die werden uitbetaald voor prestaties groeide met zestien tolken. Dat is een stijging van 10 procent in 2017, terwijl dit tussen 2012 en 2016 stabiel bleef. We zien dus voor het eerst opnieuw een stijging in 2017.

Er waren eind vorig jaar ook dertien tolken die wellicht in aanmerking komen om sociale bijdragen te betalen en die dus meer beschikbaar zijn dan de zogenaamde gelegenheidstolken. Dat is op zich ook een goede zaak. Vorig jaar studeerden ook zestien nieuwe tolken af. Op dit ogenblik zetten die vermoedelijk nog niet zoveel uren om, maar ze zijn er wel. Ze zijn afgestudeerd en kunnen worden ingezet.

Wat het statuut betreft, gaf minister Gatz op vraag van de Adviescommissie Vlaamse Gebarentaal de opdracht tot een kortlopend onderzoek naar de huidige juridische status en de toekomstmogelijkheden voor de Vlaamse Gebarentaal. Het onderzoek is uitgevoerd door Delphine le Maire, onder promotorschap van professor Stefan Sottiaux aan het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven. De opleidingen doventolk worden dit jaar nog op dezelfde manier gefinancierd als in 2016, toen u uw vorige vraag over de problematiek hebt gesteld. In 2019 gaan de opleidingen over naar het hoger onderwijs. Dan is er een andere manier van financieren, die ook andere mogelijkheden biedt voor de hogescholen om de opleiding te organiseren.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Op één vraag hebt u niet geantwoord, namelijk op de inschrijvingsstop die er is. We hebben drie instellingen en daar is een inschrijvingsstop voor bijkomende tolken. Zo geraken we natuurlijk wel vast: we hebben eigenlijk te weinig tolken, dus als we meer tolken zouden hebben, zouden we meer uren kunnen oplossen. Maar als we natuurlijk ook niet meer mensen toelaten, enzovoort. Dan draait het daar een beetje vast. Die vraag blijft voor mij dus toch nog wel even overeind.

Als we van de 41.321 aangevraagde tolkuren er 36.000 kunnen invullen, wil dat zeggen dat we bijna 5000 uren niet kunnen invullen. En 5000 lesuren, dat is wel wat. Dat wil zeggen dat leerlingen voor 5000 lesuren geen tolk hebben, maar wel een tolk nodig hebben om die lessen of activiteiten in optimale omstandigheden te kunnen doormaken. Ik blijf dus op de nagel kloppen dat dat voor de leerlingen essentieel is. De voorwaarde voor inclusie daar is toch dat ze een gebarentolk hebben, want als ze die niet hebben, kunnen ze eigenlijk gewoon niet volgen. Dat is een vrij basic gegeven, dat we voor hen nodig hebben.

Ik vind het inderdaad goed dat we wat de leermiddelen betreft onderling geen concurrentie zouden hebben en dat we daar tot gezamenlijke materiaalontwikkeling komen.

Er is iets dat mij nog niet 100 procent duidelijk is. Kan de subsidie voor informatieverstrekking en sensibilisering ook worden gebruikt om leermiddelen te ontwikkelen? Kan dat of kan dat niet? Want als dat wel kan, moeten we de instellingen er misschien van op de hoogte brengen: ‘Er is een subsidie voor, maak er dan ook gebruik van.’ Dat is nog wat hangende bij mij.  

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Wat de inschrijvingsstop betreft, is er niets veranderd in vergelijking met uw vorige vraag. In 2019 kantelen ze in in de hogescholen. Dan kan men het anders organiseren en dat zou een beetje zuurstof kunnen geven.

Wat de subsidievoorwaarden betreft, moet ik eens kijken naar de website van de adviescommissie of dat ook voor leermiddelen mogelijk is of niet. Ik vermoed dat we dat daar gaan kunnen vinden. Ik ken het niet uit het hoofd. Ik moet het bekijken.

Ik stel voor, als dat nog niet zo zou zijn, dat het besluit over de subsidies – ik weet niet of het een besluit van de Vlaamse Regering of een ministerieel besluit is – misschien kan worden aangepast, zodat ze er wel voor in aanmerking komen, weliswaar wetende dat we dan geen ander projecten die er vandaag gebruik van maken, overboord moeten gooien.

Minister Hilde Crevits

Ik zal het nakijken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.