U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Voorzitter, op 30 november 2016 hebben we het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goedgekeurd. Dit plan zal op korte termijn het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) vervangen en voor de komende decennia de lijnen uitzetten voor de ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen. Dit witboek BRV moet weldra in een BRV resulteren.

We weten dat de studie ‘Ontwikkelingskansen op basis van knooppuntwaarde en nabijheid voorzieningen’ van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) onder andere de knooppuntwaarde bepaalt van de locaties die in de toekomst best nog worden ontwikkeld. De focus ligt dan op de ligging van het collectief vervoer, de spoor-, bus- en tramhaltes, en op de nabijheid van het voorzieningenaanbod.

Minister, ik zal de krantenartikelen niet letterlijk citeren, maar ze zullen u allicht niet zijn ontgaan. De heer Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka Limburg, en de heer Claes, directeur belangenbehartiging van Voka Limburg, hebben alleszins hun bekommernissen geuit over de lopende beleidsplanning. Ze stellen zich onder meer vragen bij de toekomstige ontwikkelingsplannen voor de provincie Limburg indien alles in de studie van VITO louter en alleen op de knooppuntwaarde wordt gefocust. De reden is vooral dat de provincie Limburg in het verleden stiefmoederlijk is behandeld, zeker wat de investeringen van de NMBS betreft. Dat is algemeen geweten.

Tegelijkertijd stelt Voka dat het witboek BRV te veel focust op de Vlaamse Ruit en dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de demografische groei. Limburg heeft vooral een jongere bevolking met iets minder nood aan zorgvoorzieningen. Voka is dan ook bezorgd dat Limburg wegens de lagere knooppuntwaarde in de toekomst minder mogelijkheden zal hebben om de veroudering op te vangen.

Dit is misschien nieuw, maar we hebben inmiddels kennisgenomen van een nieuwe, bijkomende studie van VITO die door de bestendige deputatie van de provincie Limburg is besteld. De bestendige deputatie heeft recent kennisgenomen van het eindrapport.

De afwezigheid van een tram zorgt voor een enorm nefaste en nadelige situatie. De bestendige deputatie stelt echter ook dat enkel rekening is gehouden met de A-bushaltes. Het is nefast de ontwikkelingen in Limburg hieraan te koppelen. Ze stellen dan ook voor rekening te houden met de B-haltes en met de geactualiseerde dienstregelingen. Dat zou een verdubbeling van de oppervlakte van de toekomstige ontwikkelingen met zich meebrengen. Tegelijkertijd wordt ook voorgesteld het Spartacusscenario hierin op te nemen.

Als we naar de A-, B-, C- en D-locaties kijken, zal er alleszins iets moeten veranderen. De A-locaties zijn de beste locaties voor ontwikkelingen. Op basis van de huidige kaarten van VITO heeft Limburg geen enkele A1-, A2-, B1- of B2-locatie. Vanwege de zeer ruime voorzieningen op die locaties zijn er enkel beperkte A3- en A4-locaties.

Minister, wat is uw reactie op het standpunt van Voka Limburg? Zult u rekening houden met deze bekommernissen tijdens de verdere opmaak van het BRV?

Kunt u zich vinden in de stelling van Voka dat de ruimtelijk-economische ontwikkeling niet stopt aan de land- en taalgrenzen? Moet in Limburg niet ook worden gekeken door een euregionale bril, omdat er voor deze provincie sterke connecties zijn met de Euregio Maas-Rijn en de groeipolen Eindhoven en Aken?

In hoeverre zult u een eigen Limburgs alternatief voor dit knooppuntmodel, gebaseerd op de specifieke situatie of ligging van Limburg, ondersteunen? Hebt u kennis van de studie van VITO die besteld is door de provincie Limburg en neemt u die bevindingen mee? 

Wordt er volgens u voldoende rekening gehouden met de demografische groei en zal de huidige knooppuntwaardebenadering impact hebben op latere voorzieningen?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Peeters, er is zeker geen grote bedreiging voor Limburg of West-Vlaanderen. Ik zal u geruststellen: we willen niet de toekomst van deze of andere provincies hypothekeren. Het is ook niet zo dat we vanuit Brussel tot op de komma zullen bepalen hoeveel woningen er mogen worden gebouwd in een bepaalde gemeente.

Wat we wél willen, is een kwalitatief ruimtezuinig beleid, overal in Vlaanderen. We willen de open ruimte dus beschermen. Hoe moeten we dat doen? Door te verdichten, maar ook door te investeren in groenblauwe dooradering, vermenging van functies en dergelijke. Ik heb dat hier al een aantal keer herhaald.

Ook inzake industrie, tewerkstelling en infrastructuur wordt er geen beleid voorgespiegeld alleen op maat van de Vlaamse Ruit. Het Albertkanaal is de belangrijkste duurzame vrachtroute van het land. We gaan die niet negeren, omdat hij volgens de gedateerde concepten te perifeer zou liggen. De acties die vandaag lopen, bijvoorbeeld rond het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA), gaan gewoon voort. De ontwikkelingen in Limburg, net als in de rest van Vlaanderen, worden ook verder ondersteund.

Belangrijk is dat het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen net komaf wil maken met het concept van de Vlaamse Ruit en daarentegen spreekt over een ruimtelijke ruggengraat. In tegenstelling tot de Vlaamse Ruit, die inderdaad de indruk wekt dat bepaalde provincies niet meer zouden kunnen ontwikkelen, vertrekt de ruimtelijke ruggengraat van onze steden in Vlaanderen en van de internationale en dus ook grensoverschrijdende verbindingen. Steden als Brugge, Kortrijk, Hasselt en Genk komen zo veel duidelijker naar voren als onderdeel van een internationaal verknoopt ruimtelijke ruggengraat.

Open ruimte binnen de Vlaamse Ruit of in de Westhoek, de Kempen of Zuid-Limburg heeft volgens het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dezelfde finaliteit: een ruimte die maximaal open moet blijven voor voedselproductie, ecosysteemdiensten en zachte recreatie.

Ik volg natuurlijk de redenering van Voka Limburg dat ruimtelijk-economische ontwikkeling niet stopt aan de landsgrenzen. Dat staat ook niet in het BRV. Met een ruimtelijke visie voor de logistieke sector inzake internationaal logistieke knooppunten en regionaal logistieke infrastructuur, willen we net een meerwaarde creëren voor de regio's waarin die knooppunten zich bevinden. Voor de logistieke sector, door knooppunten ook een betere horizontale of verticale integratie te gaan bewerkstelligen, maar ook voor het klimaat en de verkeersveiligheid, omdat we het multimodale beter kunnen realiseren.

De Limburgse connectie van de Euregio zijn onmiskenbaar. Elke Vlaamse provincie heeft trouwens ook sterke banden met regio's over de gewest- en landsgrenzen. De ruggengraatfilosofie stelt dit expliciet en brengt dit ook in beeld.

Elke studie tot op heden bevestigt de uitgangspunten van het BRV. Daar ben ik blij om, want het betekent dat het niet zomaar iets is dat uit het luchtledige is ontstaan. De huidige knooppuntbenadering is een methodiek om te bekijken welke ontwikkelingen op welke plaats het zinvolst zijn. Ze is niet geschikt om op vergunningenniveau harde uitspraken te doen, hooguit richtinggevende of ondersteunende.

Wat in het bijzonder de VITO-studie betreft, heb ik altijd gesteld dat het een momentopname is die een bepaald beeld geeft. Ik weet dat VITO op dit moment haar studie herbekijkt, uitgaande van de realisatie van het Spartacusproject. Het realiseren van missing links in openbaar vervoer en het investeren in openbaar vervoer kunnen uiteraard ook de knooppuntwaarde van bepaalde locaties ten goede komen. Dit neemt niet weg dat het ook voor Limburg zinvol is om te kijken hoe voorzieningen en collectieve ontsluitingen, mevrouw Peeters, collectief op elkaar kunnen worden afgestemd.

Ik vind het heel nuttig dat de provincie Limburg dat ook verder onderbouwt. We nemen dat zeker mee.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U geeft aan dat VITO zelf op dit ogenblik haar studie herbekijkt. Dat is ook wat letterlijk in die studie staat: dat de studie van die knooppunten en van die voorzieningen niet zaligmakend is en sowieso op gepaste tijden moet worden opgewaardeerd, maar dat tegelijkertijd ook andere elementen zouden kunnen doorspelen, zoals de rioleringsgraad. We moeten daar alleszins waakzaam op blijven.

We hebben in deze commissie al meer dan eens gezegd dat er op dit ogenblik, althans in mijn ogen, te veel wordt gefocust op het kaartje van VITO, dat destijds naar buiten kwam, met heel duidelijk ruimtelijke ontwikkelingen rond de Vlaamse Ruit en veel minder in Limburg of in West-Vlaanderen.

Niet zo heel lang geleden hebben wij zelf met de provincie Limburg al eens een aantal nieuwe modellen doorlopen. Het ging om verschillende modellen die door een stedenbouwkundige waren uitgewerkt. Het ging van Bipool Hasselt-Genk tot Hasselt Metropole Hoofdstad. Ook Albertband was daarin opgenomen, een volledige ontwikkeling rond het Albertkanaal. Ik ben blij dat u zegt dat alle ontwikkelingen rond het ENA behouden blijven en mee moeten worden opgenomen in het BRV van straks. Een ander model was het Euregiomodel. 

Ik vind het zeer belangrijk dat we blijven focussen op die grensoverschrijdende ontwikkelingen. Ik woon zelf op 10 kilometer van een station, weliswaar in Sittard, Nederland. Ik woon op 25 kilometer van Maastricht, een internationaal station. Het VITO-kaartje zelf eindigde bij ons aan de Maas. Ik blijf het belangrijk vinden dat daarmee rekening wordt gehouden.

Nu, in haar besluit zegt de bestendige deputatie van Limburg dat de studie van de knooppunten en de voorzieningen één studie is die weliswaar kan worden gebruikt, maar dat ze ook veel andere studies moeten gebruiken. Ze verwijzen specifiek naar de studies over regionale woonmarkten van Atelier en BUUR die recentelijk werden bezorgd. Ik denk dat het zeer belangrijk is om al die elementen mee te nemen. Ik ben alleszins blij dat u zelf zegt dat er naast dat ene verhaal nog internationale en grensoverschrijdende elementen zijn en dat die moeten worden meegenomen. Dat zal ook voor andere locaties gelden.

Ik denk dat we moeten focussen op de fietssnelwegen. In het groene Limburg moeten we daar zeer veel op inzetten. Dat is een bewijs van de ‘verstrengelingen’ van groen en rood, inzake gewestplankleuren natuurlijk.

Tegelijk denk ik dat we moeten blijven hameren op het verhaal van de technologische ontwikkelingen rond het BRV dat we nu maken. Dat moet langere tijd meegaan. Ik denk dat we nog meer moeten focussen op de toekomstige technologische ontwikkelingen, zeker inzake mobiliteit.

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, ik heb eigenlijk met u te doen. U hebt in het parlement al 38 keer moeten antwoorden op vragen over die VITO-studie. U hebt telkens hetzelfde antwoord gegeven. Die VITO-studie is een momentopname. Die studie is niet de basis van het BRV, maar een van de vele elementen. Het BRV zal er niet toe leiden dat Limburg en West-Vlaanderen geen ontwikkelingskansen krijgen. We zullen de Vlaamse Ruit niet als referentie nemen, integendeel, we stappen af van die Vlaamse Ruit.

Ik moet u tegelijk ook feliciteren, want u blijft volharden, u blijft heel sereen en rustig antwoorden op dat type vragen, keer op keer, wanneer ze maar gesteld worden. Ik vind dat fantastisch. We weten allemaal dat dat BRV, soms ook wel foutief de betonstop genoemd, electoraal niet altijd een gemakkelijke is. We weten dat het zeer evident en simpel is om daar, zeker in Limburg en West-Vlaanderen, wat deining rond te creëren, of als daar wat deining rond ontstaat, mee in die pot te roeren. Ik vind het goed en fantastisch dat u daar niet mee op surft en dat u als minister de rug recht en consequent blijft doorgaan voor wat u wilt.

Als er in West-Vlaanderen, en dat is meestal vanuit de Westhoek, kritiek op komt, ook van lokale burgemeesters, ook soms van bij ons, zeg ik altijd: ga eens mee kijken naar het voorstel. We hebben dat ooit zelf op uw kabinet toegelicht, Voka heeft dat ooit gedaan. Dankzij het BRV zijn er op de as Kortrijk-Ieper en op de as Veurne-Oostende, twee mooie mobiliteitsassen, binnen en buiten stedelijk gebied, opportuniteiten om bedrijventerreinen te creëren om die regio wat ontwikkelingskansen te geven.

Ik denk, minister, dat we u nog een tijdje moeten steunen. Ik wens u veel volharding toe. We moeten ons boven het gewoel plaatsen en heel sereen verder werken aan het BRV.

Ik zat vorige week op een debat met 200 jongeren aan de Kulak. Toen ik aan die jongeren vroeg naar hun grootste prioriteit, dan was dat net die ruimtelijke verrommeling. Dat was heel die shit van een halve eeuw strontbeleid op dat niveau waardoor Vlaanderen compleet ‘misgroeid’ is met alle mobiliteits- en klimaattoestanden van dien. Dat was de prioriteit voor deze jongeren, en ik denk dat we het aan hen verschuldigd zijn om nu sereen verder te gaan en daaraan verder te werken.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, ik heb ook een algemene beschouwing over het BRV. U weet, ik heb me altijd zorgen gemaakt vanaf het moment dat u die betonstop, om het nog maar eens zo te noemen, en het BRV hebt aangekondigd. Vanaf dan gebeurt er van alles op het terrein. Ik heb altijd gezegd dat we moesten oppassen dat er geen rush kwam op onbebouwd terrein.

Er zijn ook andere dingen gebeurd. Er zijn gemeentebesturen die werk zijn beginnen te maken van de omvorming van woonuitbreidingsgebied naar open ruimte of natuur of landbouw.

Door het getwijfel van de regering omtrent het Instrumentendecreet, dat van cruciaal belang is, door het uitlekken van de eerste plannen daarrond om de planschadevergoeding dermate te verhogen dat het moeilijk wordt voor de gemeentebesturen, zijn er besturen die beginnen te twijfelen om hun beleid on hold te zetten. Op dit moment is dat heel kwalijk. Er zijn concrete voorbeelden van deze week.

Er doen allerlei geruchten de ronde, bijvoorbeeld dat het Instrumentendecreet met terugwerkende kracht zou zijn. Minister, wanneer komt er uiteindelijk een beslissing? Wanneer komt dit in het parlement zodat we zo snel mogelijk werk kunnen maken van het Instrumentendecreet en de lokale besturen niet langer in onzekerheid worden gehouden?

De heer Tobback heeft het woord.

Ik had uit de vraag van mevrouw Peeters ook niet begrepen dat de sereniteit waar de heer Ronse het over heeft zo sterk aanwezig is. Integendeel zelfs, ik denk dat de stroom aan vragen en tussenkomsten wijst op een gebrek aan sereniteit, zoals ook het uitblijven van het Instrumentendecreet wijst op een gebrek aan sereniteit. Net zo wijzen de klaagzang en de alarmbel die het stadsbestuur van de stad van de heer Ronse heeft geluid over de planbatenregeling niet bepaald op sereniteit.

Ik wil trouwens van de gelegenheid gebruikmaken om even een vraag te stellen, maar misschien kunnen we dat straks ook bij de regeling van de werkzaamheden doen. Ik heb ook over die alarmkreet van collega Ronse zijn stad een vraag om uitleg ingediend, al een maand geleden. Ik merk dat ze nog altijd niet op de agenda staat, tot mijn verwondering.

Minister, in welke zin denkt u dus dat u ook nog reëel die sereniteit ziet binnen uw regeringscoalitie? Ik denk immers dat daar wel een beetje de knoop ligt, natuurlijk. De bezorgdheid, de ongerustheid bij alle betrokkenen, of dat nu eigenaars van grond zijn, potentiële bouwers, investeerders, gemeentebesturen, milieuverenigingen, noem maar op, die neemt dag na dag toe. Het is dus wel stilaan tijd dat er een ei wordt gelegd op dat vlak, want anders zullen er inderdaad een hoop negatieve gevolgen zijn, en het verlies van geloofwaardigheid van de regering zal in dat geval nog het minste probleem zijn.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Gewoon voortdoen zoals we bezig zijn, is geen optie. Overal waar ik ga uitleggen wat de betonstop is, wat het BRV is, kan dat alleen maar op een consensus rekenen. Iedereen vindt dus dat we iets moeten doen en dat we dus dat BRV moeten aannemen.

We hebben vanuit de Vlaamse Regering ook onze verantwoordelijkheid genomen. Als je dat wilt doen, dan moet je er ook voor zorgen dat, als er wordt geraakt aan het eigendomsrecht van mensen, je daar ook een correcte vergoeding, voor 100 procent, tegenover stelt. Ik heb daarvoor een voorstel geformuleerd aan de Vlaamse Regering en dat is al een eerste keer principieel goedgekeurd. Op dit moment liggen binnen de Vlaamse Regering alle elementen, alle teksten op tafel om dit te finaliseren. Ik kan hier dus alleen maar een oproep doen.

Ingaand op wat de heer Tobback zei, mijn ei is gelegd en ik hoop dat iedereen goed aan het broeden is op dat ei en dat daar een mooi kuiken, of vogel of dinosaurus of weet ik wat uitkomt, maar ik hoop dat er iets moois uitkomt, dat het iets is waarbij we ons allemaal ook goed kunnen voelen en dan ook absoluut stappen vooruit kunnen zetten. Als we iets willen doen aan de klimaatopwarming, als we oplossingen willen voor het fijn stof, als we meer open ruimte willen, als we ook met z’n allen comfortabeler willen wonen, dan moeten we dit uitvoeren.

Ik zeg het nog een keer: alle elementen liggen op tafel en ik hoop dat men ook snel die stap durft te zetten. Het is inderdaad niet altijd evident om die boodschap te brengen, maar als je uitlegt waar het over gaat en daar ook een aantal engagementen tegenover stelt, die ook de Vlaamse Regering zal nemen, dan denk ik dat we zeker door kunnen geraken en dat het een heel mooi verhaal is. Er de mond van vol hebben dat de luchtkwaliteit beter moet, dat we de klimaatopwarming moeten tegengaan, dat we de open ruimte moeten veiligstellen, maar niet durven te springen, dat is natuurlijk het slechtste dat we kunnen doen.

Ik leid niet af uit de vraag van mevrouw Peeters dat ze niet bereid zou zijn. Ze formuleert hier een bedenking, ook een bekommernis die leeft, denk ik. Dat leeft in West-Vlaanderen, dat leeft in Limburg. Ik denk dat een geruststelling kan bieden: we houden ook rekening met die bekommernis. Ik zie dat dus zeker niet als een rem of het doorbreken van de sereniteit. Dit is gewoon het formuleren van een aantal bekommernissen die leven op het terrein, en dat is de taak van een parlementslid, denk ik.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Minister, u slaat inderdaad de nagel op de kop. Ik denk dat ik die bekommernissen hier moet blijven uiten. Het mag dan misschien voor collega Ronse vervelend zijn dat ik hier een pleidooi blijf houden voor mijn provincie, maar als ik dan toch tegelijkertijd zie dat heel Voka Limburg dat pleidooi blijft houden, dat de bestendige deputatie van de provincie Limburg een nieuwe studie heeft besteld bij VITO om ook die bekommernissen mee te onderschrijven en dat we niet langer dan een tweetal weken geleden met de voltallige Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en met alle politieke partijen in Limburg hebben samengezeten om nog maar eens te onderstrepen dat die VITO-kaart niet kan, dan is het voor ons als politici uit Limburg wel degelijk de vraag om daarop te blijven hameren. Collega Ronse, u kunt misschien met collega Lantmeeters contact opnemen, want hij heeft dat daar ook nog eens mee beaamd. (Opmerkingen bij Axel Ronse)

Mijn excuses dat dat u stoort omdat u niet van Limburg bent, maar alleszins verdedig ik de belangen van mijn provincie, en ik denk dat dat ons goed recht is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.