U bent hier

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Voorzitter, minister, Audit Vlaanderen heeft altijd interessante rapporten. Op 15 maart heeft het nog een uitgebracht, over de instroom van medewerkers bij de lokale besturen. Uiteraard is het altijd de kunst goede medewerkers te vinden, en ze ook te houden, wat na één jaar gelukzaligheid niet altijd even gemakkelijk is. Audit Vlaanderen komt tot een aantal vaststellingen, namelijk dat de gewone aanwervingsprocedure via de volwaardige procedure effectief, efficiënt en integer verloopt, dat er eigenlijk voldoende aandacht is voor objectiviteit en onafhankelijkheid en dat er eigenlijk nauwelijks indicaties zijn van ongeoorloofde inmenging, wat toch positief is. Ook is er voldoende kennis.

Het is dus duidelijk dat het meestal de beste van de klas is die het haalt. Dat is niet altijd zo als men de klas heeft verlaten. Dat werkt echter dus wel. Bij de snelle of verkorte procedure worden er wel een aantal stappen van de gewone procedure overgeslagen. Die verkorte procedure mag enkel worden gebruikt voor aanwervingen in een tijdelijk arbeidscontract en voor een contractuele functie waarin men werkgelegenheidsmaatregelen van de centrale overheden moet uitwerken. Wat dat betreft, zegt Audit Vlaanderen, wordt de opbouw van de dossiers eigenlijk weinig transparant en niet consequent genoeg opgevolgd en is er te weinig aandacht voor de gelijke toegang.

Minister, waaraan denkt u om lokale besturen meer te ondersteunen bij de uitvoering van die correcte procedure? Zult u daarbij ook meer aandacht vragen voor het tijdelijke karakter van die arbeidsovereenkomst en de wettelijke bepalingen die daaraan vasthangen? Specifieke doelgroepen zouden toch te weinig worden betrokken wat het vacant verklaren of het omgaan met de diplomavereisten betreft. Zult u daar ook wat meer aandacht voor vragen? Wat zijn uw ideeën om die verkorte procedure correcter en doelmatiger te laten benutten?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, mijnheer Doomst, ik wil vooreerst toch wel benadrukken dat ik ook deze thema-audit die werd uitgevoerd door Audit Vlaanderen, die bij 27 lokale besturen de instroom van personeel auditeerde, zeer waardevol vind. U hebt wellicht allemaal die thema-audit. Ik vind thema-audits sowieso waardevol – andere audits ook, natuurlijk.

Ik wil echter wel ook een bedenking meegeven. In het rapport van 15 maart over deze thema-audit is Audit Vlaanderen niet duidelijk over hoeveel normale en hoeveel verkorte procedures er bij die 27 lokale besturen zijn onderzocht. U stelt hier zeer gericht een vraag over de verkorte procedure, wat uiteraard mag, maar uit het rapport blijkt niet duidelijk hoeveel normale en hoeveel verkorte procedures er zijn onderzocht. U en de leden weten ook dat bij Audit Vlaanderen een aantal forensische audits zijn gebeurd, ook over deze problematiek. Die hebben bepaalde misbruiken of onregelmatigheden naar boven gebracht.

Het rapport van 15 maart 2018 levert alvast het positieve inzicht op dat de normale en volwaardige aanwervingsprocedure bij de lokale besturen efficiënt en integer verloopt, en dat dit ook objectief gebeurt, zonder beïnvloeding van de politiek of andere belanghebbenden, dus zonder vriendjespolitiek, zoals dat in de volksmond heet. Het rapport geeft echter ook aan dat er, zoals u aangeeft, inderdaad ruimte is voor verbetering wat de instroom op basis van de zogenaamde verkorte procedure betreft.

U weet – maar ik zal het nog heel even kort herhalen – wat de verkorte procedure precies is. Dat is een snellere en eenvoudigere aanwervingsprocedure die het bestuur kan vaststellen voor specifieke betrekkingen, namelijk betrekkingen ter uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen, tijdelijke betrekkingen ter vervanging van afwezige personeelsleden en tijdelijke betrekkingen met een tewerkstellingsduur van maximaal een of twee jaar. Wat hier heel duidelijk is, is het woordje ‘tijdelijk’. Wat hier ook aan bod komt en wat we ook in de forensische audits hebben gezien, is dat lokale besturen soms een loopje nemen met de definitie van tijdelijkheid.

Dan bedoel ik dat bij de vervanging van afwezige personeelsleden of als het gaat over een tewerkstellingsduur van maximaal één of twee jaar, die personeelsleden nadien niet wegvloeien uit het personeelsbestand van een lokaal bestuur.

U vroeg in welke initiatieven ik zal voorzien om ondersteuning te kunnen bieden bij de uitwerking en toepassing van de verkorte procedure, en of ik bijvoorbeeld meer aandacht zal vragen voor het tijdelijke karakter van de arbeidsovereenkomst. Ik denk dat dat al deels is beantwoord. Eerst en vooral, het doel van Audit Vlaanderen en de audits die het uitvoert, is de lokale besturen bewust te maken van zaken die volgens het auditrapport beter kunnen, en hen met aanbevelingen aanmoedigen om beter te doen. Op zich is dat natuurlijk wel een zeer goede zaak. Ik vertrouw er ook op dat de lokale besturen ook dit auditrapport, en tevens de parallelle forensische audits die ook betrekking hebben op deze problematiek, ter harte zullen nemen, en ook navenant zullen handelen. Als wij vertrouwen hebben in de lokale besturen, dan mogen we er natuurlijk ook wel op vertrouwen dat de lokale besturen ook de aanbevelingen ter harte nemen en daarnaar zullen handelen.

Zal ik ook acties ondernemen? Ik ben daar eigenlijk al mee bezig. Hieruit is ook gebleken dat er bij reguliere aanwervingen geen onregelmatigheden zijn vastgesteld. De normale procedure mag niet worden omzeild door de verkorte procedure te gebruiken. Dat lijkt me de angel van heel het probleem. De normale procedure, met reguliere aanwervingen, al dan niet via bevorderingen, is natuurlijk toch wel complexer dan de verkorte procedure, en ik kan me toch niet van de indruk ontdoen dat lokale besturen soms wel gewoon de verkorte procedure gebruiken om de normale procedure, die net iets gecompliceerder is, te kunnen omzeilen. Als je dit rapport leest, dan blijkt dat daar ook wel een beetje uit. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Als u me dus vraagt of ik acties zal ondernemen, dan wijs ik erop dat het, op basis van wat ik daarnet heb gezegd, toch ook wel de verantwoordelijkheid is van lokale besturen om de wetgeving toe te passen zoals het hoort, gezien hun autonomie. Ik denk dat dat de normale gang van zaken is. Ik zal echter ook in het kader van de wijziging van het besluit inzake de rechtspositieregeling voorstellen om de verkorte procedure te vereenvoudigen, en vooral de tijdelijkheid van de betrekking duidelijk te maken in dat besluit. Dat lijkt me goed. Ik wil mijn verantwoordelijkheid hierin nemen, maar een groot deel van de verantwoordelijkheid ligt ook bij de lokale besturen.

Hoe zal ik de besturen aanmoedigen om hun instroombeleid op geregelde basis grondig en kritisch te evalueren? Het is natuurlijk ook aan de lokale besturen zelf om het hrm-beleid maximaal zelf uit te werken, te beheren en natuurlijk ook te evalueren. Ik denk dat niemand hier er vragende partij voor is dat we vanuit Brussel alles, alle regeltjes opnieuw gaan opleggen. Moeten we faciliteren? Uiteraard. Dat doen we ook wel. Echter, tenzij ik me vergis – en dan zal ik dat straks wel horen –, is niemand hier vragende partij om ter zake alles vanuit Brussel te gaan opleggen.

U weet ook dat er in deze regeerperiode, en in het verleden ook al wel, zeer bewust is gekozen voor de beleidslijn van autonomie, van vertrouwen geven aan de lokale besturen, maar er dan ook op vertrouwen dat ze ook op een degelijke manier met de regelgeving omgaan. We geloven in bestuurskrachtige en verantwoordelijke lokale besturen. Ik meen ook dat het de verantwoordelijkheid is van de lokale besturen om zelf al hun processen, en dus niet enkel die op het vlak van instroom van personeel, regelmatig grondig en kritisch te evalueren. Het is dus belangrijk om dat proces van de instroom van personeel regelmatig onder de loep te nemen, maar ik denk dat er nog andere processen zijn die dat ook kunnen gebruiken. Ik wil nog toevoegen dat Audit Vlaanderen net mee is opgericht om onder andere de lokale besturen daarbij te ondersteunen, onder andere met de thema-audits, zoals deze die hier vandaag het voorwerp is van de vraag.

Audit Vlaanderen wijst erop dat maatregelen zoals het aanspreken van specifieke doelgroepen bij het vacant verklaren of het flexibel omgaan met diplomavereisten om kansengroepen toegang te geven tot openstaande functies, zouden ontbreken. Ik denk dat het belangrijk is om in dezen toch nog maar eens te verwijzen naar de Grondwet. Af en toe verwijs ik naar de Grondwet. Die mogen we natuurlijk niet uit het oog verliezen. Dat betekent dat, wat de aanwerving concreet betreft, elke overheid of elke werkgever een beleid ontwikkelt en operationaliseert dat in het verlengde ligt van het grondwettelijke beginsel van de gelijke toegang tot het openbaar ambt.

Ik zal straks wel horen of daar iemand tegen is, maar dat is wat in de Grondwet staat.

Bepaalde vacatures enkel richten tot of voorbehouden voor kansengroepen is dus niet evident en is voor reguliere betrekkingen uitgesloten.

Wat de diplomavereiste betreft, wil ik erop wijzen dat dit vandaag nog altijd als regel naar voren wordt geschoven. Ik vind onderwijs en het resultaat daarvan, met name waardevolle diploma’s van kennis en kunde, nog altijd zeer belangrijk voor onze samenleving en ook voor de tewerkstelling bij de overheid. Dat neemt niet weg dat vandaag voor de lokale besturen ruime en flexibele mogelijkheden bestaan om af te wijken van de diplomavoorwaarde en dat die afwijkingsmogelijkheid ten volle wordt geapprecieerd en gewaardeerd bij de besturen en de vakorganisaties.

De gemeente of het lokale bestuur kan beslissen om af te wijken van de diplomavereiste zodra het gaat over kandidaten die of voldoende relevante ervaring hebben en slagen voor een niveau- of capaciteitstest, over kandidaten die beschikken over een ervaringsbewijs, of over kandidaten die beschikken over een attest van een beroepsopleiding.

Er wordt me regelmatig gevraagd wat ik doe om de instroom van de zogenaamde kansengroepen binnen het arsenaal van werknemers bij de Vlaamse overheid te verhogen. Men wijst me daar op mijn verantwoordelijkheid, maar ook de lokale besturen hebben de verantwoordelijkheid om dat te doen. Het is niet verstandig om dat te doen op basis van positieve discriminatie, ik weet dat dat zelfs niet geoorloofd is. Door gerichte acties te voeren zoals wij doen binnen de Vlaamse overheid kan een lokaal bestuur perfect mensen met een beperking, mensen met een migratieachtergrond en vrouwen die anno 2018 nog altijd een kansengroep zijn, ook aantrekken om te solliciteren voor een bepaalde vacature. Dit mag natuurlijk geen positieve discriminatie zijn, en dat is het ook niet als men dit op die manier aanpakt.

Ik heb daarnet al verwezen naar de aanpassing van het besluit van de Vlaamse Regering over de rechtspositieregeling. Mijnheer Doomst, het rapport bevat eigenlijk maar één aanbeveling die erop neerkomt dat er meer ondersteuning moet zijn door de Vlaamse overheid of door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) aan de lokale besturen. De verantwoordelijkheid voor eventuele misbruiken ligt natuurlijk nog altijd bij die lokale besturen. Misbruik is misschien een breed containerbegrip, maar als ik zeg dat ik soms de indruk heb dat die verkorte procedure wordt ingezet net om de normale procedure te omzeilen, dan wordt er toch een klein beetje misbruik gemaakt van de situatie. Het is ook belangrijk dat de lokale besturen zelf lessen trekken uit deze audit. Als Audit Vlaanderen zegt dat het aan de Vlaamse overheid is om meer ondersteuning te bieden, dan zeg ik niet direct neen, want ik denk dat ABB voldoende ondersteuning biedt en als het nodig is, bereid is om dat nog meer te doen. Hetzelfde geldt voor de VVSG. Maar als wij vanuit Brussel heel veel vertrouwen en autonomie geven aan de lokale besturen, kan de keerzijde van de medaille ook zijn dat er verhoogd toezicht kan komen, en de lokale besturen staan er natuurlijk niet voor te springen dat wij als keizer-koster vanuit Brussel alle processen onder de loep nemen.

Ik vind het een zeer waardevolle audit, ik denk dat de lokale besturen daar een grote verantwoordelijkheid in hebben. Ik denk ook dat de verkorte procedure een aantal voordelen heeft, maar het kan niet de bedoeling zijn om die te misbruiken om andere procedures te omzeilen. De lokale besturen kunnen hier conclusies en aanbevelingen uit trekken. In het kader van de aanpassing van het besluit van de Vlaamse Regering over de rechtspositieregeling zal ik de tijdelijkheid van die verkorte procedure in de verf zetten zodat dit voor elk lokaal bestuur duidelijk is.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Dit is natuurlijk vers van de pers, we moeten nog even de normale en de verkorte procedure bekijken, maar ik heb ook het gevoel dat die verkorte procedure wel eens het pijnpunt zou kunnen zijn. Ze is sneller en eenvoudiger. Wanneer men gedurende één of twee jaar iemand tijdelijk bezig ziet en denkt de witte merel te zien, weet ik uit ervaring dat het niet fijn is wanneer die het nest verlaat. Dat is soms het probleem, maar de regels zijn de regels.

Het OCMW-bestuur van Harelbeke is een goed voorbeeld van hoe men dat aanwerven moet monitoren. Ik denk dat we dergelijke voorbeelden uit de praktijk nodig hebben en dat het goed zou zijn dat de VVSG samen met Binnenlands Bestuur de terreinervaringen kan doorspelen zodat we weten hoe we daar zo correct en efficiënt mogelijk mee kunnen omgaan.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, ik vond het eerlijk gezegd redelijk teleurstellend te moeten lezen dat er in sommige besturen zo weinig competenties aanwezig zijn om op een correcte manier aan de slag te gaan met die rechtspositieregeling (RPR). Ik heb zelf in een aantal gemeenten gezien dat de reden daarvoor is dat men vaak een externe partner zoekt om die RPR uit te schrijven voor de gemeente, waardoor dat document ergens in een lade ligt en onvoldoende gekend is bij het lokale bestuur. Daardoor is ook de kennis van de voorwaarden voor een verkorte procedure niet aanwezig bij sommige lokale besturen. Dat is jammer, maar het wordt natuurlijk erg zodra het omgekeerd is en de kennis dus wel aanwezig is, maar er misbruik wordt gemaakt om de eigen fanclub te kunnen binnenhalen. Ik vind het zeer waardevol dat u zegt dat de lokale bestuurders op hun verantwoordelijkheid moeten worden gewezen zonder dat u vanuit Brussel de regeltjes gaat opleggen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.