U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, om het aandeel hernieuwbare energie te vergroten en de klimaatdoelstellingen in Vlaanderen te behalen, zet de Vlaamse Regering prioritair in op zon, wind en warmte. Deze ambitieuze doelstellingen zijn becijferd in het Energieplan. Op 5 juli 2016 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota, het ‘Zonneplan’, goed van Vlaams minister van Energie Tommelein. Dit plan is erop gericht om zonne-energie terug aantrekkelijk te maken in Vlaanderen – dit lukt goed, want we zitten goed op schema voor 2017 – en dit met het oog op het maximaal aanboren van het potentieel.

In het kader daarvan formuleerde u de ambitie om PV-installaties (photovoltaic) langs spoorwegbermen mogelijk te maken. Een eerste proefproject werd gesitueerd op de spoorwegberm tussen Leuven en Aken. Dat zou een potentieel hebben van 4000 tot 40.000 zonnepanelen. Concreet gaat het over het traject van een tiental kilometer langs de hst-lijn tussen Haasrode en Hoegaarden waar tot 10 megawatt aan PV-vermogen zou kunnen worden geïnstalleerd.

Dit proefproject kan in een latere fase worden uitgebreid naar andere spoorwegbeddingen. U gaf aan om daarover midden 2016 in overleg te zijn gegaan met de bevoegde federale minister van Mobiliteit Bellot en de spoorwegbeheerder Infrabel. Deze zouden alvast de intentie kenbaar hebben gemaakt om het potentieel PV-installaties langs spoorwegbermen mee te onderzoeken.

Op de schriftelijke vraag van mijn federale collega Renate Hufkens, die in de regio woont, van 26 juli 2016 – die pas recentelijk werd beantwoord; op het federale niveau duurt het dus veel langer eer een schriftelijke vraag is beantwoord – aan de betrokken minister Bellot over deze plannen stelde minister Bellot begin maart 2018 – anderhalf jaar later – echter het volgende: “Mijn kabinet is ter zake niet in het bezit van een brief van minister Bart Tommelein. Mijn kabinet is op geen enkele wijze betrokken in de bedoelde gesprekken.”

Tevens geeft minister Bellot aan: “Infrabel laat mij weten dat er nog geen afgelijnd project bestaat en dus ook nog geen timing, noch een zicht op de kosten: alle technisch-financiële studies moeten nog opgestart worden.”

Minister, klopt het dat er geen brief werd verstuurd en dat de federale minister niet is betrokken bij de gesprekken?  Hoe verloopt de communicatie met de federale minister Bellot en Infrabel over dit project? Is het correct dat er, zoals Infrabel aangeeft, nog geen afgelijnd project bestaat? Welke timing stelt u voorop om deze plannen te realiseren?

Minister Tommelein heeft het woord.

Collega's, op 13 mei 2016 heb ik een brief verstuurd naar collega Bellot, wat meteen ook mijn eerste schrijven was naar de federale minister van Mobiliteit in mijn hoedanigheid als Vlaams viceminister-president en minister van Energie. Deze brief – een week na mijn eedaflegging, met trouwens nog een hemelvaartweekend tussen – omvatte de vraag om samen met minister Bellot te werken aan een structurele oplossing voor het plaatsen van windturbines in de buurt van luchthavens en luchtvaartapparatuur. In dit kader heb ik een persoonlijk overleg gehad met minister Bellot op 5 oktober 2016. Tijdens deze vergadering werd ook het project spoorwegbermen besproken. Verdere opvolging van dit project gebeurde echter via Infrabel en dus niet rechtstreeks met minister Bellot.

Verder wil ik vooral duidelijk maken dat het project spoorwegbermen getrokken wordt door Infrabel en dat hiervoor wel degelijk in een personeelsinzet voorzien is vanuit Infrabel. Deze personen hebben meermaals contact gehad met mijn kabinet voor de ontwikkeling van dit project. Voor een eerste selectie van locatie op de spoorwegbermen van het hst-traject in Bierbeek organiseerde Infrabel in eerste instantie een kwalificatieronde als mogelijke leverancier voor potentiële kandidaten om een PV-project op dergelijke technischere omgeving te realiseren, die door zeven ondernemingen succesvol is doorlopen.

De zeven geselecteerde kandidaten ontvingen een bestek voor de proeflocatie, waarbij ook een plaatsbezoek is georganiseerd. Deze kandidaten werden door Infrabel gevraagd een bestudeerd, technisch onderbouwd aanbod in te dienen. Het indienen van offertevoorstellen door de geselecteerde kandidaten diende als een eerste beoordeling van het financiële aspect. De gekwalificeerde bedrijven hadden tot begin december de tijd om hun offerte in te dienen. Infrabel heeft echter van geen van deze zeven partijen een aanbod mogen ontvangen. Infrabel heeft daarop geïnformeerd naar de redenen en de belangrijkste hinderpalen voor het niet indienen van een aanbod waarop een van de partijen daarrond verduidelijking heeft gegeven.

De te grote onzekerheid rond een aantal technische gegevens, zoals bodemstabiliteit van de bermen, concrete en correcte gegevens over de perceelsgrootte en mogelijkheid tot en kosten van een netaansluiting in deze specifieke locatie spelen een voorname rol. Het is aan deze betrokken partijen om verder, bijvoorbeeld ook met de netbeheerder, na te gaan wat een economisch leefbare omgeving kan zijn voor een voldoende rendabel project. Op die manier kan verder onderzocht worden hoe deze context gecreëerd kan worden, waarbij tevens een meer onderbouwd inzicht kan gegeven worden in de noodzakelijke steun.

Ook aan Infrabel werd gevraagd om te onderzoeken of zij de stroom niet kunnen afnemen, waardoor naar mijn inschatting het project wel haalbaar zou moeten zijn. Ik heb ook eerder al contact opgenomen met Infrabel en mijn feedback bezorgd in het kader van hun bestek. Reeds voor het bestek in de markt werd gezet, had ik mijn zorgen geuit wat betreft enkele parameters. Deze bezorgdheden werden recent nogmaals, per brief van 7 maart, overgemaakt aan de CEO van Infrabel.

Op dit moment gaat de administratie samen met mijn kabinet na op welke manier voor de eerder geschetste knelpunten tot een economisch rendabel kader kan worden gekomen en welke acties hiervoor noodzakelijk worden geacht. Dit zal de verdere timing bepalen maar ik ben hierin op dit moment hoopvol om deze potentiële inplantingslocatie te kunnen realiseren zoals initieel voorzien.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik weet niet of u het antwoord van minister Bellot in dit verband zelf heeft gezien, maar hij zegt wel degelijk het volgende: “Mijn kabinet is ter zake niet in het bezit van een brief van minister Bart Tommelein.” Dat klopt dus, want u zegt dat u een brief stuurde over windmolens en niet over PV-panelen. In die zin kan hij wel gelijk hebben. Hij vervolgt: “Mijn kabinet is op geen enkele wijze betrokken in de bedoelde gesprekken”. Dat klopt dan niet, want u zegt dat u op 5 oktober een onderhoud gehad hebt met mensen van zijn kabinet.

Ik heb een onderhoud gehad met hem, niet met zijn kabinet.

Ik corrigeer: u hebt op 5 oktober met minister Bellot samengezeten en hij schrijft in zijn antwoord dat zijn kabinet op geen enkele wijze betrokken is in de bedoelde gesprekken. Dat zal hij dan toch nog eens beter moeten uitleggen.

Tevens geeft minister Bellot aan, in het antwoord op de schriftelijke vraag, dat toch een publiek document is, …

Dat is niet zo, die vraag is nog niet gepubliceerd.

Hoe dan ook, het antwoord is onlangs gegeven en vermeldt: “Infrabel laat mij weten dat er nog geen afgelijnd project bestaat en dus ook nog geen timing, noch een zicht op de kosten: alle technisch-financiële studies moeten nog opgestart worden.” Dat is totaal in strijd met wat u hier komt te zeggen, tenzij dit antwoord nog vóór of vlak na 13 mei 2016 is opgesteld en dan bijna twee jaar is blijven liggen. Naar verluidt kan het in de Kamer dat het twee jaar duurt voor er een antwoord komt op schriftelijke vragen, wat gelukkig in het Vlaams Parlement niet zo is.

Specifiek, voor het project zelf, zegt u twee interessante zaken. We moeten kijken of de NMBS of Infrabel de stroom zelf niet kan aankopen, zegt u. Infrabel heeft een zeer goedkoop, speciaal nationaal tarief. Maar als we naar de specifieke bandingfactor gaan kijken en zelfs als we de 10 megawatt opsplitsen in installaties van 750 kilowatt, dan wordt er gerekend met een elektriciteitsprijs van meer dan 100 euro per megawattuur.

Infrabel betaalt dat niet. Het kan niet rendabel zijn op die manier, of er zou een specifieke, projectgebonden bandingfactor moeten worden aangevraagd. Dan moet onze ondersteuning veel hoger zijn. Waarvoor dient die dan? Om de NMBS goedkopere elektriciteit te leveren dan ze nu kunnen aankopen? Geven we dan ondersteuning voor zonnepanelen om toch maar onze doelstellingen te halen, en bedienen we de NMBS tegen een goedkopere prijs? Dat zit volgens mij echt niet goed. Zo gaan we onrechtstreeks onze federale collega’s ondersteunen. Ik wil er dus voor waarschuwen dat, als we kijken of Infrabel die elektriciteit kan aankopen, het ons, als belastingbetaler of elektriciteitsverbruiker, wel geld kan kosten.

De heer Schiltz heeft het woord.

Het werd voor iedereen hier al duidelijk bij het aanhoren van de vraag en de repliek van de heer Gryffroy dat dit een beetje een ‘soep’ is.

Minister, het moet mij wel van het hart dat als we zo’n grote oppervlakte aan terreinen ter beschikking hebben, ik niet begrijp waarom dat zo lang moet duren. Als er in Nederland windmolenparken zonder subsidies worden gebouwd, dan is dat omdat de Nederlandse overheid stabiliteitsstudies heeft gepland en in infrastructuur heeft voorzien, zodat er duidelijkheid is over het concrete kader. Hier sleept dit dossier al twee jaar aan omdat Infrabel niet in staat is om een duidelijk kader aan te bieden. Dat is hemeltergend.

Mijnheer Gryffroy, zelfs al zou Infrabel de stroom kopen, gaat er het niet om dat we een goedkoop elektriciteitstarief voor de spoorwegen willen financieren. Het gaat erom dat we ervoor zorgen dat een overheidsbedrijf bijdraagt aan de vergroening van het elektriciteitsverbruik. Mochten we daar een subsidie aan toekennen, dan ondersteunen we de vergroening van de elektriciteitsconsumptie van Infrabel. Maar niets zegt dat het zo moet gaan. Die stroom kan ook terug aan het net verkocht worden, en dan komen we weer in een heel andere situatie.

Minister, met argusogen hebben we de schriftelijke vraag waarover de heer Gryffroy het heeft, bekeken. Ze is vandaag helaas nog niet beschikbaar, maar ik zal uiteraard onze federale collega’s aanmanen om daar te blijven op aandringen en de minister te blijven bestoken met vragen. Dit is een typisch voorbeeld van Belgische of Vlaamse traagheid. Dat krijg je naar buiten uit niet uitgelegd. Het potentieel is er, de locatie is ideaal, we moeten met zijn allen de omslag maken. Ik zou zeggen: go for it!

Bijkomend is het wel zo dat wanneer we op het federale niveau de duimschroeven aanvijzen en de minister en het bedrijf ertoe brengen om snel en doortastend oplossingen te vinden, we er wel voor moeten zorgen dat er in Vlaanderen op het gebied van de ruimtelijke ordening geen problemen zijn. We moeten vermijden dat daar nog eens twee of drie jaar vergunningstrajecten gelopen moeten worden om die installaties geplaatst te krijgen. Minister, daarom wil ik de volgende suggestie doen: misschien moet u zich met minister Schauvliege en uw administraties voorbereiden om zo spoedig mogelijk, na het groen licht van het federale niveau, de nodige vergunningen klaar te krijgen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Dit is een interessant project. Minister, enkele weken geleden kreeg ik van u hetzelfde antwoord op een schriftelijke vraag als die welke u vandaag gaf. Dat bewijst hoe consequent u bent. Dit potentieel zeer mooi project is veranderd in een trein der traagheid en moet zo snel mogelijk door een locomotief op gang getrokken worden.

U had het over een brief aan de CEO van Infrabel met opmerkingen op het bestek. Kunt u daar inhoudelijk wat meer duiding bij geven? Welke suggesties hebt u gedaan?

Zijn er nog andere locaties, naast die bermen in Bierbeek, in Hoegaarden, die met Infrabel worden besproken?

Die stroom hoeft inderdaad helemaal niet verkocht te worden aan Infrabel. Dit zijn volgens mij ideale projecten om participatie mee te organiseren, of om er, bijvoorbeeld in overleg met de lokale besturen, voor te zorgen dat de zonnestroom bij mensen van ter plekke kan terechtkomen tegen een aanvaardbare prijs.

Minister Tommelein heeft het woord.

Dames en heren, ik deel met u de noodzaak dat iedereen, maar dan ook iedereen, in dit land mee op de kar moet springen om op Vlaams niveau de Stroomversnelling te realiseren en op federaal niveau het veelbesproken Energiepact zo snel mogelijk te realiseren en uit te voeren. Als Infrabel dergelijke zaken niet voor het Vlaamse Gewest kan doen, dan kan Infrabel dat ook niet doen voor het Waalse Gewest. Mijn collega Jean-Luc Crucke is daar evengoed vragende partij voor om de doelstellingen te realiseren en om effectief de omslag te maken.

Ik blijf inderdaad bij mijn grote bekommernis dat ik bij een aantal collega's – dat zijn niet alleen federale collega's maar soms ook collega's uit andere overheden – merk dat ze de ‘sense of urgency’ van de energieomslag onvoldoende aanvoelen.

Mijnheer Gryffroy, er staat nochtans heel duidelijk beschreven in het Energiepact waar we naartoe willen en moeten gaan. We hebben al wat discussies gevoerd over dat Energiepact, maar over een aantal dingen daarin zijn we het wel volmondig eens. We moeten investeren in hernieuwbare energie. We moeten de energieomslag maken en zon en wind zijn belangrijke elementen in dat hele verhaal. Daarvoor heb ik een aantal federale collega's nodig die mee hun schouders zetten onder projecten en mee aan de kar trekken.

Ik heb minister Bellot persoonlijk gezien, niet zijn kabinet maar de minister zelf. Hij is in mijn kantoor gekomen. Dat was een mooi moment: een federale minister die op bezoek komt bij een Vlaams minister. Dat gebeurt niet zo vaak. Meestal is het omgekeerd. Hij is gekomen en we hebben op een heel constructieve manier naar aanleiding van de brief over de windmolens ook gesproken over die zonnepanelenbermen. Formele briefwisseling over die zonnepanelenbermen met minister Bellot zal waarschijnlijk niet teruggevonden zijn op het kabinet, maar er is daarover wel degelijk een formeel gesprek geweest met de minister en hij was daar trouwens in geïnteresseerd.

Ik denk ook niet dat het probleem echt bij minister Bellot zit, maar bij grote nationale instellingen zoals de NMBS en Infrabel. Zij moeten beseffen dat het vooruit moet. Ik heb met mevrouw Dutordoir van de NMBS ook gesprekken gehad. Ik vind dat die grote nationale, federale instellingen – die trouwens grote energieverbruikers zijn, zo niet een van de grootste van het land – hun verantwoordelijkheid moeten opnemen en daaraan moeten meewerken.

Mijnheer Bothuyne, u kunt uiteraard kennis nemen van de brief die ik naar de CEO van Infrabel heb gestuurd. U weet dat ik zeer transparant werk. Ik heb niks te verbergen. Als ik een brief stuur naar de CEO van Infrabel, dan is dat geen geheime brief. Dat is geen ‘secret letter’, maar een officiële brief van een Vlaams viceminister-president aan de CEO van Infrabel. We zullen u een kopie van de brief bezorgen zodat u weet welke bezwaren ik heb gemaakt en welke feedback ik heb bezorgd aan de CEO van Infrabel op 7 maart.

Mijnheer Gryffroy, u hebt uiteraard gelijk dat niet alles is opgelost als Infrabel stroom afneemt. Het kan natuurlijk wel helpen. Als een van de problemen is dat er te weinig afname is van de stroom, dan kan Infrabel, die een groot stroomverbruiker is, ook een rol spelen. Ik heb daarmee nog niet gezegd dat alles naar Infrabel moet. In dit verhaal zitten we met een projectspecifieke bandingfactor. Ik herinner u aan de zonnepaneleninstallaties in Lommel, waarvoor een afnemer is gevonden van een groot bedrijf. Er is daar ook discussie over geweest, want het was duur en de ondersteuning was te groot. Er moet wel een keuze worden gemaakt. Straks hebt u nog een vraag over grijze en groene stroom. Ofwel hebben we graag dat een bedrijf op groene stroom werkt, ofwel laten we ze op grijze stroom werken. Als u het mij vraagt, dan kies ik liever voor groene stroom, net als u allemaal, neem ik aan. Of zijn er mensen die liever op grijze stroom blijven draaien? Neen, ook daar is het duidelijk dat we met het oog op 2050 afnemers moeten zoeken voor groene stroom.

Ik denk dat er wel oplossingen zijn, maar er zijn nog een aantal hinderpalen. De trein der traagheid in dit specifieke dossier is zeker niet te wijten aan de Vlaamse Regering of de Vlaamse overheid. We willen vooruit en we willen dit realiseren en we zijn er ook van overtuigd dat dit kan.

Ik heb trouwens gemerkt dat de Nederlandse Spoorwegen op een bepaald moment hebben beslist om hun treinnet volledig op groene energie te laten rijden. Dat is niet noodzakelijk van eigen productie, maar van invoer. De Nederlandse Spoorwegen doen dat al vandaag.

Het is niet omdat hernieuwbare energie een gewestelijke bevoegdheid is, dat de federale overheid moet denken daar geen enkele verantwoordelijkheid in te moeten nemen. Ik heb genoeg van de uitspraken dat hernieuwbare energie een bevoegdheid van de gewesten is en dat de federale overheid daar in feite niets mee te maken heeft. Ofwel is het allemaal samen, ofwel is het niet. Daarom dring ik er nog eens heel sterk op aan om dat Energiepact eindelijk af te sluiten.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik had niet door dat het antwoord nog onder embargo stond. Ik heb aan mijn medewerker gevraagd om dat antwoord onmiddellijk door te mailen aan de commissiesecretaris die het dan kan verspreiden onder de commissieleden. Als ik dat hier gebruik, dan vind ik ook dat de andere leden... (Opmerkingen)

Ik kan er bij manier van spreken ook mee naar de pers gaan en dan is het ook publiek. Ik kan het dan beter via de commissiesecretaris doorsturen naar de commissieleden. (Gelach. Opmerkingen)

Als hij trouwens twintig maanden nodig heeft gehad om een antwoord te formuleren, dan zal het wel niet aankomen op dat embargo.

Ik wil enkel maar duiden op de financiële haalbaarheid. De heer Bothuyne gaat hier volgens mij de mist in. Als we hier spreken over een installatie van bijvoorbeeld 750 kilowatt en kijken naar de parameters, dan wordt dat berekend vanaf 1 april met een ondersteuning van 66 euro per megawattuur als de elektriciteitsprijs is berekend op 98,5 euro per megawattuur. Met andere woorden, als Infrabel aankoopt aan de helft van de prijs, dan kom je niet toe met die 66 euro per megawattuur. Als ik het moet injecteren in het net, dan krijg ik ook maar 30 of 35 euro per megawattuur en dus geen 98,5 euro. Ik zal dus nog veel meer nodig hebben dan die 66 euro per megawattuur.

Er moet dus een projectspecifieke bandingfactor worden aangevraagd. Vooraleer daar een beslissing over wordt genomen, wil ik inderdaad hebben dat aan deze commissie kenbaar wordt gemaakt wat dit zal kosten. Het gaat niet over de burger die participeert. Die kabel wordt niet gelegd tussen de zonnepanelen en de mensen thuis. Dat moet over het net gaan, en er moet injectie zijn vooraleer dit bij de mensen thuis kan komen.

Kijk naar dat businessmodel waarbij ik maar binnenkrijg wat ik kan binnenkrijgen: ofwel 35 euro omdat ik injecteer, ofwel via Infrabel die maar een nationaal tarief betaalt. Dat is mijn businessplan, wat beduidend lager is dan die 98,5 euro. We komen dus niet toe met die 66 euro groenestroomondersteuning, die moet veel meer zijn. Ik wil dan ook weten op voorhand wat mij dit zal kosten.

Ik weet al waar men op doelt met die stabiliteit van de bodem. Het zal de prijs enkel doen stijgen. Daar willen de projectontwikkelaars ook op duiden. Het dossier mag ook rijper zijn.

Maar inderdaad de trein der traagheid: minister Bellot mag wat rapper antwoorden. 

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.