U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Na contactname met een aantal bedrijven die de aankopen en verkopen van biomassastromen doen, hebben we ontdekt dat er momenteel in Europa eigenlijk een ISCC-norm (International Sustainability and Carbon Certification) is. Wkk-installaties en kleinschalige biomassa bieden flexibiliteit aan het energienet. Daarvoor zijn een aantal duurzaamheidscriteria vooropgesteld door het Vlaamse Energieagentschap (VEA), om te verzekeren – uiteraard – dat die biomassastromen een duurzame keten hebben. Vlaanderen is met het agentschap zelfs een pionier geweest inzake het opstellen van die duurzaamheidscriteria. Een Vlaamse biomassaverdeler moet dan ook jaarlijks een vorm van audit bij het VEA ondergaan om te bewijzen dat zijn keten voor honderd procent duurzaam is. Vlaanderen is echter geen eiland. Een distributeur die zich in Vlaanderen vestigt of een Vlaamse distributeur verdeelt ook gemakkelijk biomassa in de omliggende landen. Als iedere regio of ieder land een eigen certificaat zou eisen, dan zou het voor die Vlaamse distributeur op den duur een gigantisch werk zijn om overal verschillende certificaten te hebben.

Er is dus echter sinds enkele jaren een Europese standaard, de ISCC-standaard. Bij die ISCC-norm kijkt men daarenboven naar veel meer duurzaamheidscriteria dan de uitstoot alleen. De berekeningsmethodiek die het VEA hanteert, werkt daarenboven heel beperkend, omdat voor elke kleinste stap een aparte CO2-uitstoot moet worden berekend. Daarenboven worden bepaalde stappen die wel duurzaam zijn, niet meegerekend omdat het land van oorsprong reeds ondersteuning geeft. Kleinere leveranciers van nieuwe biomassastromen krijgen zo geen kansen, omdat het papierwerk op deze manier te groot is. Bij de ISCC-norm is dit alles wel in rekening gebracht. Biomassadistributeurs die in de buurlanden opereren, hebben dit certificaat sowieso nodig. Het enige nadeel van die ISCC-norm is dat er niet altijd een exacte berekening is van de uitstoot.

Minister, ik heb dus de volgende vragen. Na het pionierswerk van het VEA is er nu dus ook een Europese norm. Dan kunnen we ons afvragen of deze dubbele certificatie voor biomassa werkelijk nodig is voor Vlaanderen. Hoe kunnen we de administratieve last beperken en de impact van een certificaat verhogen? In de ISCC-standaard zit weliswaar geen exacte rekenwaarde, maar men bekijkt wel of de biomassastromen duurzaam zijn voor zowel het milieu als de mens. Hoe staat u tegenover het overnemen van de ISCC-standaard? Is de rekenwaarde voor het VEA werkelijk noodzakelijk, of kunnen hiervoor bepaalde standaarden worden gebruikt, zoals bij ISCC? Dat is met andere woorden de vraag over ‘gold plating’: moeten we strenger zijn dan wat Europa ons oplegt?

Europa zou ook op termijn kunnen werken aan een eigen agentschap om duurzaamheidscriteria te evalueren. Werkt Vlaanderen daaraan mee? Bij ISCC staan alle geleverde certificaten online. Hoe staat u tegenover meer transparantie inzake alle biomassastromen in Vlaanderen?

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Gryffroy, dank u voor uw vraag. Nog maar pas in 2017 werd het Energiebesluit gewijzigd om de reeds bestaande duurzaamheidscriteria te vervolledigen en Europese richtlijnen en aanbevelingen ter zake te implementeren. Net om verschillen met andere lidstaten te vermijden, hebben we die criteria overgenomen van de Europese voorschriften en aanbevelingen. Momenteel is er een ministerieel besluit in voorbereiding om de manier vast te leggen waarop de conformiteit met die criteria kan worden aangetoond.

Daarbij worden verschillende certificatie-instellingen en certificaten toegelaten, op voorwaarde dat zij aantonen dat ze op afdoende wijze de conformiteit controleren. ISCC is een van de initiatieven die zich kandidaat kunnen stellen als certificatieorgaan, waardoor inderdaad dubbele certificering maximaal zal worden vermeden. Het Energiebesluit en het ministerieel besluit voorzien daarbij ook in een vereenvoudigde procedure voor kleinschalige projecten. Een Vlaamse biomassaproducent die biomassa exporteert, moet niet voldoen aan de Vlaamse duurzaamheidscriteria, maar wordt gecontroleerd in het land waar de biomassa wordt benut. Er zijn natuurlijk wel andere regelgevingen van toepassing voor biomassawinning in Vlaanderen, zoals het Bosdecreet, het Natuurdecreet en dergelijke meer.

Mijnheer Gryffroy, ik was aan het kijken naar de heer Vandaele toen ik dat zei, maar hij is minder alert dan normaal. (Opmerkingen van Wilfried Vandaele)

Er zijn echter nauwelijks Vlaamse exporteurs van biomassa. De verplichting om duurzaamheid aan te tonen, ligt ook niet bij de biomassaverdelers, maar bij de biomassagebruikers, die om de twee jaar de duurzaamheid moeten aantonen.

Bij een mogelijk initiatief voor een Europees agentschap voor duurzaamheidscontroles ben ik nog niet betrokken. Ik volg de ontwikkelingen op Europees niveau inzake biomassa en duurzaamheidscriteria wel nauwgezet op wat de richtlijn Hernieuwbare Energie betreft, en persoonlijk sta ik trouwens open voor een dergelijk agentschap. Ik ben er echter wel voorstander van om maximale transparantie te bieden over de gehanteerde werkwijze en over de erkende certificatie-instellingen. Informatie die niet commercieel vertrouwelijk is, zal na de inwerkingtreding van het ministerieel besluit worden bijgehouden op de website www.energiesparen.be.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik ben blij te horen dat u dus ook achter een soort Europese standaard of een Europees agentschap staat. U zult immers ook met mij moeten toegeven dat het inderdaad mogelijk is dat bepaalde biomassastromen in andere landen wel zeer toegankelijk zijn en worden gebruikt, als het gaat over zowel chips als bomen als palmolie, terwijl dat bij ons bijvoorbeeld dan weer niet kan, omdat wij op bepaalde vlakken strenger zijn dan andere landen. Maar ja, we zijn allemaal toch maar kleine stukjes binnen de Europese Unie. Het transport van biomassastromen tussen hier en Noordrijn-Westfalen, of tussen hier en Nederland en tussen hier en het noorden van Frankrijk, dat is maar een paar honderd kilometer. Hebt u er enig idee van wanneer die Europese norm er zou zijn, of wanneer men dat Europees agentschap zou opstarten? Ik vind het immers eigenlijk wel een goed idee, ook als we straks discussiëren over de duurzaamheid van onze elektriciteitsproductie, dat men in alle landen duurzaamheid op dezelfde manier bekijkt, dat niet iedere regio duurzaamheid op een verschillende manier kan bekijken, zodat wij strenger of minder streng zouden zijn dan een naburige regio.

Minister Tommelein heeft het woord.

U vraagt of ik meer details heb. Neen, die heb ik niet, want ik ben daar op dit moment niet bij betrokken. Ik volg dat echter wel op. Zodra ik daar meer informatie over heb, zal ik niet nalaten u daarover in te lichten.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Wij wachten op het ministerieel besluit dat eraan komt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.